Kwaliteit Medische Zorg 14 EU-landen 2016: Nederland 8e plaats (OESO) (5)

update 24/3/2017: tabellen zijn gekalibreerd

Wat zijn Nederlandse medische zorgprestaties in internationaal vergelijkend perspectief? Deze vraag is een maand geleden gesteld aan 12 artsen, werkzaam in de 1e, 2e en 3e lijn (de medische controlegroep). Op basis van  de gegevens van de OESO is een tabel opgesteld met 33 kwaliteitsindicatoren en deze tabel is aan de medische controlegroep voorgelegd. Op basis van de reacties uit de controlegroep zijn drie indicatoren geschrapt, de hier gepubliceerde tabel bestaat uit 30 kwaliteitsindicatoren. De onderzoeksmethodiek borduurt voort op de eerdere publicaties (1), (2), (3) en (4).

oecd_logo

De indicator ‘Levensverwachting bij geboorte’is de internationaal meest gehanteerde indicator en mag niet ontbreken, evenals de waardering van de eigen gezondheid. Er is verder gezocht naar en geselecteerd op indicatoren die daadwerkelijk iets zeggen over de kans op doodgaan aan een ziekte, of de overlevingskans (13 indicatoren). Ook is een drietal aanbodindicatoren geselecteerd (aantal artsen, aantal verpleegkundigen, aantal apothekers). Twee indicatoren betreffen inenteningsprogramma’s voor kleine kinderen en ouderen. De tien overige indicatoren worden door de medici ook als relevant beschouwd. In totaliteit ontstaat een robuust beeld van aantoonbare curatieve gezondheidskwaliteit van een land.

life-expectancy-health-spending-per-capita-toelichting-20092016

Gekozen is voor een selectie van de 14 ‘moderne’ Europese landen met een minimale bevolkingsomvang van 5 miljoen inwoners. De overweging is dat zo’n selectie zinvoller is dan de gebruikelijke vergelijking met de OESO-landen in totaliteit. Dit zijn 14 moderne Europese landen die een gedeelde politiek-democratische, sociaal-economische en technologische ontwikkeling doormaken, waardoor de vergelijkbaarheid toeneemt. Het betreft de landen België, Denemarken, Duitsland, Engeland (UK), Frankrijk, Finland, Italië, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Zweden en Zwitserland. Van deze 14 landen zijn data beschikbaar in de periodieke (jaarlijkse) OECD Health at a Glance rapportages die online raadpleegbaar zijn. Zie http://www.oecd-ilibrary.org/social-issues-migration-health/health-at-a-glance-europe-2016_9789264265592-en

De  OESO-tabel scores van de 14 landen zijn omgezet in punten: 1 punt voor het land met de beste score, 14 punten voor het land met de slechtste score. De scores op alle 30 indicatoren zijn opgeteld en gedeeld door 30, dit is de gemiddelde score per land. De gemiddelde score per land is vertaald naar de eindpositie: het land met de hoogste kwaliteit heeft de laagste score, het land met de laagste kwaliteit heeft de hoogste score. In de tabel staat Nederland op een 9e plaats (update 24/3/2017, de tabel is ‘gekalibreerd’ door bij ontbrekende data de scores van de andere landen van 1 tot en met 14 uit de middelen, dit is zuiverder):

 

Bron: OECD Health at a Glance 2016 http://www.oecd-ilibrary.org/social-issues-migration-health/health-at-a-glance-europe-2016_9789264265592-en Organ Donationhttp://public.tableau.com/views/BOTnet/OrganDonorMap?:embed=y&:toolbar=no&:display_count=yes&:showVizHome=no#2

update 27/1/2017 – Er is specifieke kritiek op het gebruik van een tweetal Supply-indicatoren: het aantal artsen per 1000 en apothekers per 1000. Als we deze twee indicatoren elimineren komt Nederland gunstiger naar voren, een zesde plaats op de ranglijst (update 24/3/2017, de tabel is gekalibreerd). Er zijn een aantal verschuivingen die het volgende totaalbeeld opleveren:

 

4. Kwaliteit Medische Zorg gedaald tov. ‘modern Europees’ gemiddelde van 2007 > 2016

On request translation in English can be made – Data retrieved from OECD Health at a Glance, 2007, 2009, 2011, 2013, 2015, 2016. Published in ESB 1/2017.

update 23 maart – De conclusie uit het ESB-artikel staat recht overeind na een eerste afstemmingsronde met CPB en CBS: Samenvattend, sinds de invoering van het systeem van gereguleerde marktwerking is de kwaliteit van de medische zorg in internationaal perspectief verslechterd, terwijl de kosten juist disproportioneel zijn gestegen.

 

Hoe ontwikkelen Nederlandse medische zorgprestaties zich in internationaal vergelijkend perspectief?  

Gekozen is voor een selectie van de 14 ‘moderne’ Europese landen met een minimale bevolkingsomvang van 5 miljoen inwoners. De overweging is dat zo’n selectie zinvoller is dan de gebruikelijke vergelijking met de OECD-landen in totaliteit. Dit zijn 14 moderne Europese landen die een gedeelde politiek-democratische, sociaal-economische en technologische ontwikkeling doormaken, waardoor de vergelijkbaarheid toeneemt. Het betreft de landen België, Denemarken, Duitsland, Engeland (UK), Frankrijk, Finland, Italië, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Zweden en Zwitserland. Van deze 14 landen zijn data beschikbaar in de periodieke (jaarlijkse) OECD Health at a Glance rapportages die online raadpleegbaar zijn. In 2007 waren van Belgie nog maar 7 van de 13 indicatoren bekend. Desalniettemin is Belgie meegenomen in de tabel.

Selectie van indicatoren van medische kwaliteit

Op basis van de online tabellen van OESO Health at a Glance is een selectie gemaakt van bruikbare kwaliteitsindicatoren.  Daarbij is als volgt te werk gegaan:

  • Indicatoren komen in alle opeenvolgende OESO rapportages voor (in 2007 was er een veel beperktere verzameling indicatoren dan in 2016)
  • uitsluitend selectie van indicatoren met data van minimaal 12 van de 14 moderne EU-landen
  • selectie van indicatoren die daadwerkelijk iets zeggen over kwaliteit (zoals mortality ratescancer survivalavoidable hospital admissions )
  • Non-medical determinants of health (zoals smoking, alcohol consumption en overweight and obesity) zijn uiteraard van invloed, maar niet meegenomen in de vergelijking.

Aldus is een tabel samengesteld onderverdeeld in vier clusters: Absolute healthHealth SuppliersHealth Status en Quality of Care.

De OESO-tabel scores van de 14 landen zijn omgezet in punten: 1 punt voor het land met de beste score, 14 punten voor het land met de slechtste score. De scores op alle 13 indicatoren zijn opgeteld en gedeeld door 13, dit is de gemiddelde score per land. De gemiddelde score per land is vertaald naar de eindpositie: het land met de hoogste kwaliteit heeft de laagste score, het land met de laagste kwaliteit heeft de hoogste score. De tabel is hier als (onleesbaar) plaatje weergegeven en als apart document bijgevoegd.

Nederland is in de afgelopen drie jaar gezakt op de ranglijst (update 24/3/2017:  de tabel is ‘gekalibreerd’ door bij ontbrekende data de scores van de andere landen van 1 tot en met 14 uit de middelen, het is de basis van Figuur 1. in de ESB-publicatie).

 

 

 

 

 

 

3. Ons zorgverzekeringsstelsel is ondoelmatig

De OESO-tabel: OECD.Stat > Health expenditure and financing > Curative and rehabilitative care stelt ons in staat om tot een precieze berekening te komen van de kostenontwikkeling van de curatieve zorg (i.c. de Zorgverzekeringswet). De score van de 12 moderne Europese landen is berekend door het gemiddelde te nemen van de kostenontwikkeling over de periode 2006-2014 (%BNP) en het %BNP in 2014. Dit geeft een score van 1 t/m 12 op de horizontale (X, kosten) as (van Italie en UK zijn er geen longitudinale data). Het resultaat:

12-eu-qeneuro-cure-17102016Nogmaals de kwalitatieve scores:

19kpi-all-14-eu-06102016Het resultaat, grafisch weergegeven (doelmatigheidsindex):

12-eu-qeneuro-cure-17102016

 

Ten opzichte van de grafiek zonder Long-term care zijn de verschuivingen: Noorwegen, Zweden en Duitsland doen het beter, zij slagen er kennelijk in om de kostenontwikkeling in de cure te beheersen, terwijl Finland, Nederland en bovenal Denemarken het aanmerkelijk slechter doen in de cure.

Het Nederlandse zorgstelsel, gebaseerd op de verplichte zorgverzekering, is aantoonbaar een ondoelmatig zorgstelsel. Wie reageert op deze stelling? 

2. Nederland heeft een ondoelmatig zorgstelsel

update 13/9/2017 – Welkom lezers, u bent met tientallen aanwezig op deze en andere pagina’s. Alhoewel deze tekst bijna een jaar oud is, heeft ze niets aan betekenis ingeboet. Dat geldt voor het gehele feuilleton over de marktwerking in de curatieve zorg.

De verhouding tussen zorgprestaties (op geaggregeerd niveau) en macro-zorgkosten is wezenlijk om dichter bij een antwoord te komen op de vraag hoe goed een zorgstelsel van een land nu eigenlijk is. Er zijn twee niveau’s: het stelsel (macro) en concrete zorgverlening voor de patiënt (micro). De zorgprestaties liggen op het micro-niveau en daar zijn metingen van, net als de macro-kosten (ik baseer mij op de OESO, een onomstreden internationale bron).

De pijlers waar ons zorgstelsel op rust zijn, naast zorgkwaliteit: toegankelijkheid, betaalbaarheid (macro en micro) en solidariteit. Deze drie pijlers staan zwaar onder druk. De kwaliteit van de gezondheidszorg in zijn geheel wordt verder bepaald door contextvariabelen als de geografie van een land en het klimaat, rook-, drink- en eetgewoonten, culturele tradities, sociaaleconomische omstandigheden etc.

Internationale vergelijking van landen

In de hier gepresenteerde internationale vergelijking gaat het dus om de macro-kosten versus de micro-zorgprestaties in medische zin. De andere pijlers (naast de macro-zorgkosten) blijven buiten beschouwing. Daar zijn ook nauwelijks internationaal vergelijkbare gegevens van.

De vraag is: Wat zijn de medische zorgprestaties en hoeveel geld geven we in zijn totaliteit aan zorg uit? Er is natuurlijk een verband. Anders geformuleerd: Wat is de verhouding tussen prijs en prestaties? Hoe doet Nederland het qua prijs : prestaties in vergelijking met de 13 andere moderne Europese landen? (zie mijn vorige blog ‘Nederland heeft niet de beste zorg van Europa’). Dit is het tweede deel van mijn onderzoek.

De kosten-KPI’s zijn:

  • A0: % kostenontwikkeling BNP 2006-2014 (Wereld Bank)
  • A1: % uitgaven BNP (OESO, Wereld Bank) en
  • A2: uitgaven per hoofd vd bevolking (OESO, Wereld Bank)

Selectie van indicatoren van medische kwaliteit

Op basis van de online tabellen van OESO Health at a Glance is op basis van alle hoofdstukken (van Health Status t/m Ageing and long-term care) een selectie gemaakt van bruikbare kwaliteitsindicatoren, naast de in deel 1 al genoemde Life expectancy at birthNumber of Physicians en Perceived helath status/Self-reported health.

Daarbij is als volgt te werk gegaan:

  • uitsluitend selectie van indicatoren met data van alle 14 moderne EU-landen
  • selectie van indicatoren die daadwerkelijk iets zeggen over kwaliteit (mortalitycancer survivalavoidable hospital admissions )
  • Non-medical determinants of health zijn niet meegenomen
  • Het aantal Pharmacists and pharmacies is meegenomen als tweede indicator van de aanbodzijde: Health Suppliers
  • Organ donation is als aparte indicator meegenomen (geen OESO; http://public.tableau.com/views/BOTnet/OrganDonorMap?:showVizHome=no )

Aldus is een tabel samengesteld met 19 indicatoren, onderverdeeld in vier clusters: Absolute healthHealth SuppliersHealth Status en Quality of Care.

Opzet van de tabel

De OESO-tabel scores van de 14 landen zijn omgezet in punten: 1 punt voor het land met de beste score, 14 punten voor het land met de slechtste score. De scores op alle 19 indicatoren zijn opgeteld en gedeeld door 19, dit is de gemiddelde score per land. De gemiddelde score per land is vertaald naar de eindpositie: het land met de hoogste kwaliteit heeft de laagste score, het land met de laagste kwaliteit heeft de hoogste score.

19kpi-all-14-eu-06102016Doelmatigheid van de 14 Europese zorgstelsels

Nu er een gekwantificeerd beeld is van de kwaliteit van verschillende medische zorgprestaties is het mogelijk om een prijs : prestatie verhouding te kwantificeren. Op dezelfde wijze zijn de drie kosten-KPI’s omgezet in punten van 1 t/m 14. Het land met de hoogste uitgave aan zorg als % BNP krijgt 1 punt, het land met de laagste uitgave aan zorg als % BNP krijgt 14 punten. De scores op de 3 KPI’s zijn opgeteld en gedeeld door 3, dit is opnieuw de gemiddelde score per land.

Als de medische zorg in alle landen even doelmatig georganiseerd is zijn de kosten en de prestaties recht evenredig, dan geldt: X=Y. Het land met de beste medische zorg (1 punt) geeft het meeste geld uit aan zorg (1 punt). Het land met de slechtste medische zorg (14 punten), geeft het minste geld uit aan zorg (14 punten). Maar de werkelijkheid is anders, er zijn landen die veel medische zorgkwaliteit leveren voor het geld en er zijn landen die weinig medische zorgkwaliteit leveren voor het geld. Dit wordt grafisch weergegeven met een ‘landenwolk’ (puntenwolk) rondom de diagonaal X (Kosten) = Y (Zorgkwaliteit).

De twee score-reeksen van 1 t/m 14 zijn gelijkmatig verdeeld over de twee assen. Het land dat verticaal aan de top staat (Zwitserland) heeft de beste zorgkwaliteit, het land dat horizontaal het meest naar rechts staat (Zweden) heeft de hoogste zorgkosten. De landenwolk geeft een beeld van de relatieve positie van de 14 landen ten opzichte van elkaar. Dit is de landenwolk:

q-en-euro-14-eu-schema-oeso-website-a-07102016

 

Zonder Long-term care (ouderenzorg)

De hoge zorgkosten van Nederland zijn voor een deel het gevolg van de hoge uitgaven aan Long-term care (oa. de ouderenzorg). Er is dus een reden om een variant van de landenwolk te maken zonder de Long-term care. Noodgedwongen vallen dan twee landen af omdat er geen data zijn, Italië en Engeland. Bij de kosten-KPI’s is het aandeel van de Long-term care (%) afgetrokken (%BNP; per capita).

Het geeft een aantal horizontale verschuivingen op de X-as. Noorwegen, Zweden, België en Nederland worden goedkoper, Oostenrijk, Duitsland en vooral Frankrijk worden duurder. Spanje heeft kwalitatief de op een na beste zorg en de laagste kosten, daardoor steekt Spanje er met kop en schouders bovenuit. Zwitserland is de top, zowel qua kosten als kwaliteit van de zorg. Duitsland komt er het slechtste uit (zeer hoge kosten, zeer lage zorgkwaliteit).  Nederland heeft kwalitatief matige medische zorg en gemiddelde kosten. Nederland staat daardoor onder de diagonaal en hoort bij de vier landen met een ‘ondoelmatig’ zorgstelsel.

 

12-eu-2kostenkpi-ltc-11102016

 

Conclusie

De conclusie van de twee deelonderzoeken is dat de kwaliteit van de Nederlandse medische zorg onder het gemiddelde niveau van de 14 landen ligt en dat de kosten, niet gecorrigeerd voor de Long-term care, hoog zijn. Maar ook  als de Long-term care  eruit gehaald wordt blijft Nederland aan de verkeerde kant van de diagonaal (12 landen). Het bevestigt het beeld dat het Nederlandse zorgstelsel van gereguleerde marktwerking een ondoelmatig zorgstelsel is.

Nederlanders betalen letterlijk en figuurlijk een hoge prijs voor een matige medische gezondheidszorg. Nederlanders krijgen geen waar voor hun geld. Het roept de grote vraag op, op welke inzichten deze (en andere officiële) publicaties van de overheid en de wetenschap gebaseerd zijn?

zorgbalans-2014-0-30092016  zorgbalans-2014-1-30092016   dscn2595k

Onze Levensverwachting: hoog of laag in Europees opzicht?!

28/9/2016 – Het RIVM is geattendeerd op deze berichtgeving

Volgens de overheid is de Levensverwachting van de Nederlandse man één van de hoogste in de EU en de Levensverwachting van de Nederlandse vrouw gemiddeld. (zie https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/levensverwachting/regionaal-internationaal/internationaal#node-levensverwachting-bij-geboorte-de-europese-unie ) 

download-manOver de levensverwachting van de man lezen we: “De levensverwachting bij geboorte voor Nederlandse mannen is één van de hoogste in de Europese Unie. De levensverwachting voor Nederlandse mannen is ongeveer twee jaar hoger dan het EU-gemiddelde. Het verschil tussen de oude en de nieuwe EU-landen is groot.” De cijfers kloppen uiteraard. De lezer wordt wel op het verkeerde been gezet. De 28 EU-landen bestaan voor de helft uit landen die sociaal-economisch minder ver ontwikkeld zijn dan de moderne helft. Nederland vergelijken met Bulgarije, Letland, Litouwen e.a. mag uiteraard, het wordt de lezer ook verteld, maar het krikt het gemiddelde aardig op. Twee landen ontbreken in de lijst, de niet-EU-landen Zwitserland en Noorwegen. In beide landen heeft de man een hogere levensverwachting dan de Nederlandse man. Als we die meerekenen dan komt de Nederlandse man met 79,5 jaar qua levensverwachting op een 9e plaats. Vanwaar: “Één van de hoogste”?

 

download-vrouwWe lezen over de levensverwachting van de vrouw: “De levensverwachting bij geboorte voor Nederlandse vrouwen is ongeveer gelijk aan het EU-gemiddelde. Nederlandse vrouwen doen het dus relatief slechter dan mannen in de EU.” De eerste zin is strikt genomen wel juist, maar tendentieus. Als we Zwitserland en Noorwegen meerekenen en we elimineren de onderste tien landen in de EU-rij (vanaf Tsjechië t/m Litouwen) en Malta en Cyprus dan hebben we in totaal 18 Europese landen waarbij alle ‘moderne’ landen.  De levensverwachting van de Nederlandse vrouw van 83,2 jaar staat dan op een gedeelde 13e plaats, ex aequo met België en Duitsland. Het gemiddelde van deze 18 landen is 83,94, afgerond 84 jaar. De levensverwachting van de Nederlandse vrouw ligt dus ver onder het gemiddelde van alle moderne Europese landen.

Van deze 18 landen is de gemiddelde levensverwachting van de man 79,04 jaar. De Nederlandse man wordt dus een half jaar ouder, dat leest toch anders dan “twee jaar hoger dan het EU-gemiddelde.”

Misschien dat er nog eens naar de berichtgeving op volksgezondheidenzorg.nl kan worden gekeken.

 

 

1. De Gezondheidszorg in 14 moderne Europese landen: Kwaliteit versus Kosten

update 11/12/2016 – De opeenvolgende publicaties over de gezondheidszorg in internationaal, Europees perspectief (1, 2, 3, 4) illustreren een onderzoeks- en denkproces. Met de grafiek rechts is dit proces (voorlopig) afgerond. Het vormt de basis van de grafiek in ESB 1/2017.kosten-kwaliteit-grafiek-30122016

update 8/10/2016 – Nu de verdieping van de kwaliteitsindicatoren is gemaakt, is het duidelijk geworden dat het beeld op basis van deze 6KPI’s voor enkele landen onvoldoende scherp is. Engeland en Oostenrijk scoren kwalitatief minder goed, Finland scoort aanzienlijk beter. Toch kan ook worden vastgesteld, dat de 6KPI’s als eerste vingeroefening een totaalbeeld geven dat overwegend ‘juist’ is. Het is als eerste stap een goede stap, een stap die vervolg moet krijgen. Zie hierna deel 2.

Gepubliceerd op skipr als https://www.skipr.nl/blogs/id2855-nederland-heeft-niet-de-beste-zorg-van-europa.html

 

 

6 Sleutelindicatoren van Kwaliteit en Kosten

De gezondheidszorg is de meest complexe sector in het publieke domein. Hoe goed is onze gezondheidszorg? Elke cijfermatige benadering heeft beperkingen. Om een nauwkeurig beeld te krijgen zouden wellicht enkele duizenden cijferreeksen moeten worden opgesteld. Maar hoe kan dit worden samengevat? Een schier onmogelijke taak. Toch is met enig gezond nadenken wel een indicator samen te stellen die met slechts enkele cijferreeksen/KPI’s een weliswaar zeer globaal maar toch inzichtelijk beeld geeft van de kwaliteit van gezondheidszorg-stelsels van landen . Deze indicator bevat de Kosten (Uitgaven) uitgesplitst naar het % van het BNP dat aan gezondheidszorg wordt uitgegeven en de ontwikkeling daarvan, plus de kosten per inwoner (per capita) en een drietal ‘Prestaties’: het aantal hoogopgeleide zorgverleners (aantal doctoren per 1000 inwoners) als indicator van de omvang van het zorgaanbod, de gemiddelde levensverwachting als ultieme menselijke gezondheidsindicator en de ‘persoonlijke gezondheidswaardering’ van mensen. Deze gegevens zijn voorhanden. Op basis van de online-databanken van de OECD (OESO) en de World Bank (Wereld Bank) is een tabel opgesteld van de 14 moderne Europese landen (ondergrens is een bevolkingsomvang van 5 miljoen inwoners) met 6 sleutelindicatoren (Key Performance Indcators) die in samenhang een samengesteld beeld geven van de kwaliteit van de gezondheidszorg in relatie tot de totale uitgaven per land. NB: De cijfers van de OESO en de Wereld Bank verschillen niet of nauwelijks op het gebied van de Kwaliteit (B, C, D), maar er zijn wel tussen beiden enkele opmerkelijke verschillen bij de Kosten-KPI’s. De 6 KPI’s zijn:

Kosten/Uitgaven

  • A0: % kostenontwikkeling BNP 2006-2014 (Wereld Bank)
  • A1: % uitgaven BNP (OESO, Wereld Bank) en
  • A2: uitgaven per hoofd vd bevolking (OESO, Wereld Bank)

Kwaliteit gezondheidszorg

  • B: Aantal doctoren per 1000 inwoners (OESO; Wereld Bank)
  • C: Levensverwachting vanaf geboorte (OESO; Wereld Bank)
  • D: Persoonlijke gezondheidswaardering (‘Self-reported health’ ) (OESO)Dezelfde reeks, maar nu met de gemiddelden van A1, A2, B en C (OECD en World Bank).6kpi-oecdenwb-08102016

6kpi-14-eu-gem-30092016

Duiding: Nederland in vergelijking met de andere

Uit de tabel blijkt dat Nederland in vergelijking met de andere 13 landen slecht presteert, het is zelfs het enige land dat op slechts één KPI boven het gemiddelde scoort. Kosten en Kwaliteit zijn omgekeerd gewaardeerd: Hoge kosten zijn in de beoordeling ‘negatief’, hoge kwaliteit is in de beoordeling ‘positief’. Op het niveau van de Uitgaven scoort Nederland volgens de OESO zeer negatief (gedeeld hoogste uitgaven als %BNP, op 2 na hoogste uitgaven per capita en op Zwitserland na het hoogste van alle landen); ook volgens de Wereld Bank zijn de Uitgaven van Nederland hoog en liggen ze duidelijk boven het Europees gemiddelde. Op Kwaliteitsniveau scoort Nederland op twee van de drie KPI’s negatief. Het aantal doctoren (artsen, geneesheren, medici) is bijzonder laag en de levensverwachting ligt onder het gemiddelde.  Alleen op de KPI Persoonlijke gezondheidswaardering scoort Nederland positief.

De grote Zuid-Europese landen Spanje en Italië komen (voorlopig) als beste naar voren

De landen die er het beste uitkomen zijn Spanje (1e) en Italië (2e). De grote Zuid-Europese landen slagen er kennelijk in om tegen lage kosten hoge zorgprestaties te realiseren. Spanje heeft veel doctoren, 4,35 per 1000 (na Oostenrijk het meeste), maar ook Italië scoort qua doctoren nog boven gemiddeld. De levensverwachting is in deze twee landen hoog: Spanjaarden hebben de hoogste levensverwachting, 83,15 jaar, Italië 82,75 jaar, Nederland scoort ondergemiddeld met slechts 81,35 jaar. Mogelijk spelen het zuidelijke klimaat en voedingsgewoonten een rol. Beide landen hebben een Nationale Gezondheidszorg, belasting gefinancierd, met een gedeeltelijk (ook politiek-democratisch) gedecentraliseerde organisatie van de uitvoering. Spanje (er zijn geen gegevens van Italië in de OECD-statistiek) geeft relatief weinig uit aan inpatient care (‘ziekenhuizen’, 25%; Nederland 32%) en relatief veel aan outpatient care (‘includes home-care and ancillary services’, 37%; Nederland 22%). Aan long-term care (‘ouderenzorg’) geeft Spanje 9% uit, Nederland 26%.

Samenvatting van de uitkomsten obv. de 6KPI’s

6-kpi-alle-14-29092016Meer over Spanje hier op dit blog: https://gijsvanloef.nl/2016/09/26/spanje-beste-gezondheidszorg-van-modern-europa/

Bronnen:

OECD, Health at a Glance 2015, online, links:

Health expenditure in relation to GDP:
http://www.oecd-ilibrary.org/social-issues-migration-health/health-at-a-glance-2015/health-expenditure-in-relation-to-gdp_health_glance-2015-60-en

Life expectancy at birth and Health spending per capita:
http://www.oecd-ilibrary.org/social-issues-migration-health/health-at-a-glance-2015/life-expectancy-at-birth-and-health-spending-per-capita-2013-or-latest-year_health_glance-2015-graph17-en

Physicians per 1000 people:
http://www.oecd-ilibrary.org/social-issues-migration-health/health-at-a-glance-2015/practising-doctors-per-1-000-population-2000-and-2013-or-nearest-year_health_glance-2015-graph47-en

Better Life Index, Self-reported health:
http://stats.oecd.org/Index.aspx?DataSetCode=BLI

 

World Bank online, links:

Health expenditure, total (% of GDP) en per capita:
http://data.worldbank.org/indicator/SH.XPD.TOTL.ZS?end=2014&start=2006
http://data.worldbank.org/indicator/SH.XPD.PCAP?end=2014&start=2006

Physicians per 1000 people:
http://data.worldbank.org/indicator/SH.MED.PHYS.ZS?end=2014&start=2006

Life expectancy at birth:
http://data.worldbank.org/indicator/SP.DYN.LE00.IN?end=2014&start=2006