The Dutch healthcare system does not accomplish the fundamental goals of the WHO

How does the Dutch healthcare system perform according to the framework from the WHO?

Framework WHO (2000) and Dashboard by @gijsvanloef

source: Framework

The WHO suggests three fundamental goals to be achieved by the Health System:  a. Improving Health, including improving the average health status and reducing health inequalities; b. Enhancing responsiveness to the expectations of the population, including respect for persons and client orientation; c. Fairness of financial contribution, i.e. every household pays a fair share of the total health bill and everyone is protected from financial risks. The measurement of performance relates goal attainment to the resources available.

 

figures @gijsvanloef, derived from: WHO (2000)

Performance of the Dutch healthcare system

Life expectancy improves, but medical performance is somewhat lagging compared to modern European countries – due to unrestrained commercial powers, albeit complex regulation – and social inequalities remain very large. Respect for persons is strained in different ways, although client orientation is good. Choice of provider is under attack and transparancy of medical markets is poor. Low income groups suffer increasingly from health costs, solidarity is under pressure. System costs are relatively high (partly due to elderly care), while overall quality is moderate. Overall, the Dutch healthcare system does not accomplish the fundamental goals of the WHO.

 

figure @gijsvanloef, derived from: OECD Health at a Glance 2007 – 2017

 

 

May 10th, 2018

Coming up soon: essay in Dutch. 

Opmerkelijke wijziging communicatie Rijksoverheid/RIVM over de Gezondheidszorg

Het lijkt er toch echt op dat men de analyses op zich heeft laten inwerken…

NB1 In de jaren 2015 en 2017 zijn er naar mijn weten geen relevante publicaties van de Rijksoverheid/ZBO’s, in elk geval geen rapporten. 2015 Is het jaar van de decentralisaties in het sociaal domein (Awbz>Wlz; Wmo-ouderenzorg en Jeugdzorg), 2017 is het jaar van de verkiezingen voor de Tweede Kamer.


Interpretatie overheidscommunicatie en vergelijking met posts op deze website (excuses voor de leesbaarheid):

Idem. In maart 2018 werd het Platform Betrouwbare Zorgcijfers opgericht. Is er een causaal verband? 

bronnen:
https://www.rivm.nl/Documenten_en_publicaties/Algemeen_Actueel/Nieuwsberichten/2018/Nederlandse_gezondheid_vergelijkbaar_met_buurlanden

skipr: Nederlandse gezondheid vergelijkbaar met die in buurlanden

OESO-dashboard de enige echte zorgranglijst

Eind januari publiceerde de door Big Pharma gesponsorde club uit Zweden de jaarlijkse EHCI-index waar de pers in de moderne Europese landen- gelukkig – op het web nauwelijks nog aandacht aan besteedt. Maar de vraag: Hoe Goed zijn de Zorgstelsels van Moderne Europese Landen? blijft niet minder actueel en relevant, juist omdat iedereen in Nederland zich verschuilt(de?) achter de zo verleidelijke boodschap van dit ‘Health Consumer Powerhouse‘. Er is geen definitief antwoord op deze vraag te geven. Maar er is een geobjectiveerd tegengeluid nodig op wat ik wel eens in tweets de ‘zorgleugen’ heb genoemd en dat tegengeluid vindt u hier.

Ik doe sinds een jaar of twee pogingen om op een interactieve en transparante wijze tot onderbouwde en verifieerbare antwoorden te komen op deze vraag en publiceer dit op mijn website. Lees de publicaties op deze blog (MENU BLOG MARKTWERKING), de belangrijkste zijn gemarkeerd en u kunt ze door naar beneden te scrollen in korte tijd tot u nemen.

( Over ZORGSTELSELRANGLIJSTEN > https://gijsvanloef.nl/2017/09/03/zorgstelselranglijsten/)

Naar mijn weten is de beste zorgranglijst te construeren op basis van de online beschikbare en jaarlijks geactualiseerde OESO Health at a Glance-data tabellen en rapporten. Dit is bevestigd door Prof. Patrick Jeurissen (minVWS/RadboutUmc). De OESO-database maakt een vergelijking van alle moderne Europese landen mogelijk, hetgeen niet mogelijk is met de publicaties van het Commonwealthfund, dat ook geen longitudinale database zoals de OESO heeft.

In Health at a Glance 2017 is voor het eerst een Indicator overview: OECD snapshots and country dashboards opgenomen: http://www.oecd-ilibrary.org/social-issues-migration-health/health-at-a-glance-2017/indicator-overview-oecd-snapshots-and-country-dashboards_health_glance-2017-4-en;jsessionid=6uksl0n23s80b.x-oecd-live-02

In het vervolg spreek ik van ‘het OESO-dashboard’.

Op dezelfde wijze als eerder heb ik de scores van de 14 moderne Europese landen op basis van dit dashboard gewogen (en gekalibreerd, indien nodig) en in een tabel gezet. Het OESO-dashboard kent slechts drie waarden/scores (Zie: Methodology, interpretation and use, pag. 20: For a typical indicator, about 65% of the countries (23 countries) will be close to the OECD average, with the remaining 35% performing significantly better (green) or worse (red), enz.):

  1. beter dan het OESO-gemiddelde – in de tabel een score 1
  2. ongeveer het OESO-gemiddelde – in de tabel een score 2
  3. slechter dan het OESO-gemiddelde – in de tabel een score 3

Dit geeft de volgende tabel op basis van het OESO-dashboard, met geheel rechts de uiteindelijke ranking in rood:

Nederland komt uit op een gedeelde 5/6e plaats met Finland. Het probleem is dat de score 2 dominant is in de gehele tabel, veruit de meeste scores liggen rond het OESO-gemiddelde, de verschillen zijn daardoor op het oog maar klein. De ranking gaat van 1 (beste) tot 14 (slechtste), maar de verschillen tussen de landen zijn klein of zelfs geheel afwezig. Belgie zou er het slechtste uitkomen, maar het scoort maar twee keer onder het OESO-gemiddelde en voor de rest gemiddeld (NB: twee variabelen zijn niet meegeteld vanwege het ontbreken van 4 waardes of meer, grijs gearceerd). Deeltabel 1.3 brengt ons niet veel verder. De coverage is in alle landen 98% of hoger (Nederland scoort 99%, veel landen scoren 100%), de 2e variabele is een financieel kengetal (zie hierna), bij de 3e en 4e variabele missen 4 scores of meer.

Een in mijn ogen aanzienlijke verbetering van de tabel is mogelijk door per variabele de absolute score van de 14 landen in de onderlinge vergelijking te waarderen met de punten 1 t/m 14 zoals in de eerdere door mij gepubliceerde beoordelingen – dus op basis van de feitelijke scores in de onderliggende excels. Zie verder > https://gijsvanloef.nl/2017/11/10/tendens-daling-kwaliteit-medische-zorg-t-o-v-eu14-zet-door-2007-2017-oeso/

Om Kwaliteit tegenover Kosten te kunnen plaatsen zijn vervolgens de twee financiele variabelen geelimineerd. Deeltabel 1.3 laat ik nu weg. De volgende tabel geeft een totaalbeeld van de Kwaliteit van de gezondheid en de gezondheidszorg (d.w.z.: de gezondheid van de bevolking – deetabellen 1.1 en 1.2 – en de kwaliteit en de omvang van de medische zorg – deeltabellen 1.4 en 1.5) met geheel rechts de uiteindelijke ranking in rood:

Nederland komt uit op een 4e plaats. De groen gearceerde variabelen komen ook voor in de eerdere door mij gepubliceerde beoordelingen (‘Life expectancy’ is eerder als de gemiddelde variabele genomen, zonder het onderscheid in aparte variabelen man/vrouw/65+).

Maar het kan nog beter, dan wel zuiverder. De ‘Risk factors‘ (subtabel 1.2) gaan over de gezondheid/gezonde leefstijl van de bevolking en de mate van luchtvervuiling: Leefstijl en Leefomgeving, het gebied van preventief gezondheidsbeleid. De Zweden en de Noren zijn – en leven – klaarblijkelijk kerngezond, Oostenrijkers, Duitsers en Belgen zijn ongezond, Nederlanders scoren gemiddeld. Om een beter beeld te krijgen van de kwaliteit van zorgstelsels in engere zin zou je deze niet in ogenschouw willen nemen. Verder lijken mij nog twee aanpassingen verdedigbaar:

  1. Eliminatie van ‘Dementia prevalence‘, omdat dementie direct samenhangt met de ouderdom van de bevolking. Immers: Hoe ouder de bevolking, hoe meer zorg nodig. De Noren en Nederlanders zijn de jongste bevolkingen en hebben de laagste dementie-cijfers;
  2. Eliminatie van ‘Antibiotics’, omdat men niet kan stellen dat veel of weinig gebruik goed of slecht voor het individu is. Nederland scoort hierop uitzonderlijk en velen vinden dat Nederlandse medici het juiste beleid m.b.t. antibiotica volgen (van uiterste terughoudendheid). Maar in andere landen denkt men hier kennelijk anders over.

Dit geeft tenslotte de volgende tabel op basis van het OESO-dashboard, met geheel rechts de uiteindelijke ranking in rood:

Nederland komt nu uit op een 6e plaats. Noorwegen en Zwitserland (geen EU-landen! – vandaar mijn benadering van de EU-14) scoren het beste net als in de andere tabellen. In de laatste tabel, die zoals beargumenteerd mijn voorkeur heeft, scoort Zweden relatief slecht. Zweden scoort tweemaal de slechtste beoordeling (14 pt.) op twee variabelen die niet voorkomen in de longitudinale reeks van 2007 > 2017 omdat die gegevens van eerdere jaren ontbreken. Zo simpel is het.

Wordt vervolgd (met nadere toelichting).

Quotes Rutte-III, Rijksoverheid en topbestuurders over de gezondheidszorg

Chronologie van uitspraken over de gezondheidszorg, een bloemlezing.

Van nieuw naar oud afgelopen 3 jaar:

  • 29 juni 2018 – Het Nederlandse gezondheidszorgsysteem in internationaal perspectief, Publiekssamenvatting: “In Nederland is de kwaliteit en toegankelijkheid van de medische zorg over het algemeen beter of van een vergelijkbaar niveau ten opzichte van de andere landen.”

  • Begroting 2018, XVI Volksgezondheid en Sport, TK- 34775 XVI: “Tegelijkertijd staat de kwaliteit van de Nederlandse zorg nog steeds hoog in internationale vergelijkingen.”

  • 10 oktober 2017 – Regeerakkoord RutteIII, Vertrouwen in de toekomst: “Niet voor niets behoort onze zorg tot de beste van Europa.”

  • Jaarbeeld 2016 IGZ, Publieksversie, Ronnie van Diemen, Inspecteur-Generaal IGZ: “De Nederlandse gezondheidzorg behoort tot de beste van Europa.”

  • 17 november 2016 – http://www.rijksoverheid.nl : “Nederlandse zorg scoort hoog in nieuw internationaal onderzoek. De Nederlandse zorg doet het vergeleken met tien andere hoogontwikkelde Westerse landen meer dan prima.”

  • 1 oktober 2015 – Pauline Meurs, voorzitter Raad voor Volksgezondheid en Samenleving: “Wij hebben een fantastische gezondheidszorg en daar moeten we toch vooral ons voordeel mee doen.”

    (NB ondanks herhaalde pogingen geen contact mee kunnen krijgen)

“Het Nederlandse gezondheidszorgsysteem in internationaal perspectief”: commentaar

https://www.rivm.nl/Documenten_en_publicaties/Algemeen_Actueel/Nieuwsberichten/2018/Nederlandse_gezondheid_vergelijkbaar_met_buurlanden

Reactie Anton Maes

Anton Maes (huisarts, bedrijfseconomisch deskundige en publicist) over de huisartsenzorg in het rapport: Mooie rapportcijfers voor de Nederlandse huisartsenzorg

Mijn commentaar

Mijn commentaar beperkt zich tot de cruciale zin op de website en in de Publiekssamenvatting van het onderliggende rapport “Het Nederlandse gezondheidszorgsysteem in internationaal perspectief” die luidt: “In Nederland is de kwaliteit en toegankelijkheid van de medische zorg over het algemeen beter of van een vergelijkbaar niveau ten opzichte van de andere landen.”  Deze tekst is m.i. niet onderbouwd v.w.b. het specifieke onderdeel “de kwaliteit van de medische zorg is over het algemeen beter (…)”. Dit kan niet zo worden gesteld. Het is tendentieus.

A propos, de titel van het onderliggende rapport dekt niet de lading: het rapport gaat niet over het GEZONDHEIDSZORGSYSTEEM, maar over de GEZONDHEIDSZORG. Over het ‘systeem’ (gereguleerde marktwerking in de Zvw, enz.) wordt niet uitgewijd. Het gaat over de prestaties van onze gezondheidszorg.

Toelichting – Alle bijlagen, allleen medische indicatoren (geen leefstijl, geen zorguitgaven, geen arbeidsmarkt), scores indicatoren t.o.v. de Mediaan:

commentaar Anton Maes bij de samenvattende tabel: 

Hogere sterfte kanker kan te maken hebben met lagere sterfte HVZ: je moet ergens aan dood gaan. En over ongevallen/suïcide als oorzaak overlijden zie ik geen cijfers.  Relatie slechte score longkanker te maken met roken. Foetale sterfte vanaf 28 weken maar iets hoger. Percentage statine bij DM, niet in jouw overzicht, heeft fors (positieve) invloed op kwaliteit leven, denk ik. Als veel 65-plus met langdurige zorg een positief fenomeen is, dan moeten we ook niet verbaasd zijn dat de kosten langdurige zorg hoger liggen. We scoren ook hoger op zorgmijden en niet afhalen medicijnen en dat laatste icm weinig apothekers: dat geeft negatieve bijdrage aan deze zorgindicatoren. Hogere zuigelingensterfte wordt m.i. afdoende verklaard. Er van uitgaand dat lagere frequentie sectio’s er niets mee te maken heeft.

NB1
• In 1980 had de Nederlander de op een na hoogste levensverwachting van de wereld en de hoogste in Europa. De relatieve levensverwachting is in internationaal opzicht sindsdien dramatisch gedaald.
• Zie ook tabel pag.14 – Het verschil in gezonde levensverwachting tussen hoog en laag opgeleiden is 18 jaar (oratie prof. M. van den Muijsenbergh, 4/20178). Hoog opgeleiden leven zeven jaar langer dan laagopgeleiden. De sociaal-economische gezondheidsverschillen lijken zelfs groter dan twaalf jaar geleden (NTvG, 6 jan. 2007, pag. 89). Hoger opgeleiden drinken meer alcohol, lager opgeleiden roken meer.

NB2
Zijn wachttijden voor electieve ingrepen even belangrijk als sterftecijfers?
Neen. Maar zo wordt het wel gepresenteerd

NB3
Cervical cancer (baarmoederhalskanker): Italie en Spanje beter dan Ned.
Borstkanker mortality niet genoemd: Ned. slechter dan Mediaan
Colorectal cancer mortality niet genoemd: Ned. slechter dan Mediaan

gevolg van NB2 en NB3
Aangepaste SUM, waarbij 3 wachttijden maar 1 score krijgen
Correctie 5-Jaarsoverleving kanker telt niet mee, vanwege bias tov. sterfte%

commentaar Anton Maes bij deze aangepaste samenvattende tabel: m.i. niet beter, niet slechter, veel niet onderzocht/meegeteld. Bijvoorbeeld: euthanasie.

NB4

 

Samengevat in woorden

Uit het geheel van de medische indicatoren komt naar voren:

  • 1e lijnszorg (Huisarts) is uitstekend, zowel kwaliteit als toegankelijkheid, dus: Beter
  • 2e /3e lijnszorg is minder dan gemiddeld, dus: Slechter
  • 2e lijns electieve zorg (klinieken) zijn toegankelijk, dus: Beter (maar minder belangrijk dan 2e / 3e lijnszorg)

Doorvertaling naar zorgstelselsysteemkenmerken is eenvoudig – maar wordt nagelaten:

  1. 1e lijnszorg (huisarts) – weinig tot geen marktwerking
  2. 2e / 3e lijnszorg – marktwerking
  3. 2e lijns electieve zorg – veel marktwerking