Kwaliteit Nederlandse zorg achteruit door marktwerking

Zojuist verschenen op skipr:

De kwaliteit van de Nederlandse medische zorg gaat achteruit in vergelijking met die in de ons omringende landen. Hoe komt dat?

Lees verder: Kwaliteit Nederlandse zorg achteruit door marktwerking

Eerste reacties op skipr van Peter Koopman en Jan Kremer.

Uit de eerste reacties uit het veld maak ik op dat de analyse van de OESO-data wordt gedeeld. Met andere woorden, mijn conclusie krijgt draagvlak in de zorgsector en wint daardoor aan zeggingskracht:

Sinds de invoering van het systeem van gereguleerde marktwerking (Zorgverzekeringswet, 2006) is de kwaliteit van onze medische zorg in internationaal perspectief verslechterd, terwijl de kosten juist disproportioneel zijn gestegen.

 Scroll via MENU > BLOG MARKTWERKING naar beneden voor de opbouw van mijn analyses

Advertenties

Tendens daling Kwaliteit Medische Zorg t.o.v. EU14 zet door 2007 > 2017 (OESO)

Op basis van gegevens van OECD Health at a Glance 2017 (publicatie 10 november 2017) is een update gemaakt van de landenvergelijking  van de medisch-curatieve zorg (in Nederland: de zorgverzekeringswet). De kwaliteit van de medische zorg in Nederland gaat achteruit, een tendens die is ingezet met de invoering van de gereguleerde marktwerking in 2006.

 

On request translation in English can be made – Data retrieved from OECD Health at a Glance, 2007, 2009, 2011, 2013, 2015, 2017.

Opzet van de landenvergelijking
Wat zijn Nederlandse medische zorgprestaties in internationaal vergelijkend perspectief?

Gekozen is voor een selectie van de 14 ‘moderne’ Europese landen met een minimale bevolkingsomvang van 5 miljoen inwoners. De overweging is dat zo’n selectie zinvoller is dan de gebruikelijke vergelijking met de OECD-landen in totaliteit. De 14 moderne Europese landen die onderling worden vergeleken zijn: België, Denemarken, Duitsland, Engeland (UK), Frankrijk, Finland, Italië, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Zweden en Zwitserland. Dit zijn 14 moderne Europese landen die een gedeelde politiek-democratische, sociaal-economische en technologische ontwikkeling doormaken, waardoor de vergelijkbaarheid toeneemt.

Van deze 14 landen zijn data beschikbaar in de periodieke (jaarlijkse) OECD Health at a Glance rapportages die online raadpleegbaar zijn.

Selectie van indicatoren van medische kwaliteit

Op basis van de online tabellen van OESO Health at a Glance is een selectie gemaakt van bruikbare kwaliteitsindicatoren.  Daarbij is als volgt te werk gegaan:

  • Indicatoren komen in alle opeenvolgende OESO rapportages voor (in 2007 was er een veel beperktere verzameling indicatoren dan in 2016)
  • uitsluitend selectie van indicatoren met data van minimaal 12 van de 14 moderne EU-landen
  • selectie van indicatoren die daadwerkelijk iets zeggen over kwaliteit (zoals het aantal docters/nurses, mortality ratescancer survivalavoidable hospital admissions en vaccinations); 12 Medische specialisten zijn als controlepanel geraadpleegd bij de bepaling van de indicatoren.
  • Non-medical determinants of health (zoals smoking, alcohol consumption en overweight and obesity) zijn uiteraard van invloed, maar niet meegenomen in de vergelijking.

Dertien medische kwaliteitsindicatoren zijn in een longitudinale tabel weergegeven, data uit OECD Health at a Glance van de jaren 2007, 2009, 2011, 2013, 2016 en 2017. Aldus is een tabel samengesteld onderverdeeld in vier clusters: Absolute healthHealth SuppliersHealth Status en Quality of Care.

De OESO-tabel scores van de 14 landen zijn omgezet in punten: 1 punt voor het land met de beste score, 14 punten voor het land met de slechtste score. De scores op alle 13 indicatoren zijn opgeteld en gedeeld door 13, dit is de gemiddelde score per land. De gemiddelde score per land is vertaald naar de eindpositie: het land met de hoogste kwaliteit heeft de laagste score, het land met de laagste kwaliteit heeft de hoogste score. De tabel is voor de leesbaarheid opgesplitst in 5 delen:

Zie ook: https://gijsvanloef.nl/2016/12/09/kwaliteit-medische-zorg-gedaald-tov-europees-gemiddelde-van-20072016

 

Kostenkant EU14

Aan de kostenkant zien we een bevriezing van het %BNP is vrijwel alle landen. Nationale overheden zien geen andere mogelijkheid om de macrokosten en budgettaire lasten in de hand te houden. Kosten hebben soms betrekking op 2015, soms op 2016. De grafiek (o.b.v. het ESB-artikel van 1/2017):

https://gijsvanloef.files.wordpress.com/2017/01/vanloef-leijten-esb4745-026-029.pdf

Nederlands private zorgstelsel is inferieur: dure zorg van middelmatige kwaliteit, laag opgeleid de klos

update 6/11/2017 – De gezondheidsverschillen tussen laag- en hoogopgeleiden zijn structureel zeer groot: een verschil van zeven jaar voor de levensverwachting bij geboorte en een verschil van bijna twintig jaar (!) v.w.b. de levensverwachting in goede gezondheid. Dit is de afgelopen 10 jaar gelijk gebleven (Prof. Dr. J. Mackenbach, EUR).

update 24/10/2017 – Bewijslast stapelt zich op: Nederlands zorgstelsel is niet transparant (OESO, 2015)

update 8/10/2017 – Conclusie Raad voor Volksgezondheid en Samenleving m.b.t. de driehoek van zorginkoop(markt), zorgverzekering(-smarkt) en zorgverlening(-smarkt) die “niet werkt” meegenomen bij het 5e punt, met korte toelichting.

update 15/9/2017 – Eerste reactie vanuit minVWS (Prof. Dr. P.Jeurissen, Hoogleraar Betaalbaarheid van de zorg): Eens met 1e, 2e, 4e en 6e punt. Niet eens met 3e punt , deels oneens met 5e punt.

In de afgelopen week heb ik belangrijke, wetenschappelijke bevindingen op een gecomprimeerde wijze samengevat in blogs.
Samenvatting:
1e – Er zijn twee kwalitatief goede en wetenschappelijk gefundeerde Zorgstelselranglijsten: OESO Health at a Glance en het CommonWealthFund (CMWF). Het CMWF rapporteert over 7 moderne Europese landen, de OESO rapporteert over alle 14  moderne Europese landen met data die jaarlijks worden bijgewerkt en online beschikbaar zijn. bron: VWS, 2016. Zie verder: https://gijsvanloef.nl/2016/09/21/de-gezondheidszorg-in-14-moderne-europese-landen-kwaliteit-versus-kosten/
 2e – De Nederlandse levensverwachting bij geboorte is 81,8 jaar, zes moderne Europese landen hebben een hogere levensverwachting (Spanje, Zwitserland, Italie, Frankrijk, Zweden, Noorwegen). De Nederlandse man heeft een levensverwachting van 80 jaar (6e plaats), de Nederlandse vrouw heeft een levensverwachting van 83,5 jaar (12e plaats). bron: OESO, 2016 (ook: RIVM). Nota Bene: dit punt gaat over een belangrijk detail, de levensverwachting bij geboorte. De reden dat ik het noem, is om een tegenwicht te geven aan de gekleurde berichtgeving van de beleidsoverheid over de levensverwachting. Zie verder: https://gijsvanloef.nl/2017/09/10/onze-levensverwachting-2-het-rivm-persisteert-in-tendentieuze-berichtgeving/
3e – Sinds de invoering van het systeem van gereguleerde marktwerking in 2006 (Zorgverzekeringswet) is de kwaliteit van de medische zorg in Nederland vanuit (modern) Europees perspectief verslechterd, terwijl de kosten disproportioneel zijn gestegen. bron: https://gijsvanloef.files.wordpress.com/2017/01/vanloef-leijten-esb4745-026-029.pdf

4e – Er lijkt geen verband te bestaan tussen de totale zorgkosten als %BNP en de levensverwachting (dit was al bekend).
5e – Moderne Europese landen met een Statutory Health Insurance System (verplicht privaat verzekeringsstelsel) geven meer geld uit aan de zorg dan landen met een National Health Care System (publiek zorgstelsel): Private zorgstelsels zijn duurder dan Publieke Zorgstelsels. bron: OESO, CMWF, 2017.http://www.commonwealthfund.org/~/media/files/publications/fund-report/2017/may/mossialos_intl_profiles_v5.pdf?la=en

Reactie minVWS: “Private zijn inderdaad duurder, maar eigenlijk zou je ook moeten corrigeren voor mate van vergrijzing… (enz.)”
Commentaar:
M.b.t. de vergrijzing – Nederland heeft in vergelijking met de dertien andere moderne Europese landen een relatief jonge bevolking. Alleen van de Noren kun je zeggen dat ze minder ouderen hebben. Als we corrigeren voor de vergrijzing dan komt Nederland er (nog) slechter vanaf. Immers, een jonge bevolking heeft minder zorg nodig dan een oude bevolking. Zie de tabel:
M.b.t. het private zorgstelsel met zorgverzekeraars – De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) concludeert in haar advies (2 oktober jl.) Zorgrelatie centraal “dat zorginkoop binnen de Zvw en Wlz niet werkt zoals achter de tekentafel bedacht is. De Raad adviseert om af te stappen van het maken van beleid op basis van de onrealistische aannames en van de verwachting dat door het beleid te optimaliseren, de praktijk alsnog volgens deze logica gaat werken.” En: “Samenvattend, inkoop heeft binnen de medisch-specialistische zorg, de kraamzorg en de intramurale ouderen zorg de kosten op macroniveau niet weten te verminderen. Integendeel, de kosten zijn toegenomen. Binnen de Zvw blijkt er slechts beperkt een relatie te zijn tussen het gedrag van verzekerden en zorggebruikers enerzijds en zorginkoop anderzijds. De driehoek werkt niet.”

 

Toelichting: Het beleid is de beleidstheorie van de gereguleerde marktwerking met private zorgverzekeraars als ‘hoeders’ van het zorgaanbod. Dit werkt niet en het heeft geen zin om te proberen om dit alsnog te laten werken, aldus de RVS.
Mijn al eerder geformuleerde conclusie dat het Nederlandse private zorgverzekeringsstelsel ondoelmatig is krijgt dus steeds meer bevestiging vanuit de beleidswetenschap en het overheidsbestuur.

Lees ook: https://joop.bnnvara.nl/opinies/publiek-medisch-zorgstelsel-bespaart-4-miljard-jaarlijks

 6e – De bevolking in Zweden (66%), Nederland (54%) en het Verenigd Koninkrijk (53%) is in meerderheid ontevreden over het eigen zorgstelsel en wil fundamentele veranderingen. De bevolking in Duitsland (60%), Noorwegen (59%), Zwitserland (58%) en Frankrijk (54%) is in meerderheid tevreden over het eigen zorgstelsel. bron: CMWF, 2017.
http://www.commonwealthfund.org/~/media/files/publications/fund-report/2017/may/mossialos_intl_profiles_v5.pdf?la=en

Kosten versus Kwaliteit van de marktgedreven curatieve zorg (ESB)

update 19 april – Contact met CBS. Bevestiging dat dit onderzoek relevant is en dat er nog geen onderzoek naar gedaan is. Bevestiging dat de internationaal vergelijkbare data pas sinds een jaar of 10 beschikbaar zijn en dat een dergelijk onderzoek daardoor nu pas mogelijk is geworden. Het gebruik van een medische controlegroep om te bepalen wat relevante medische outputindicatoren zijn is een goede aanpak. Men zal binnenkort inhoudelijk regeren. Tevens contact met CPB. Bevestiging dat er nog nader gekeken wordt naar het onderzoek. Melding van mijn kant dat er ook direct contact met CBS is.

update 5 april – Contact met CBS. Binnen 2 tot 4 weken kan ik een reactie verwachten op dit onderzoek en de onderzoeksmethode. Men onderkent de relevantie en bevestigd mijn stelling dat er pas sinds circa 10 jaar (OESO-)data beschikbaar zijn waardoor dit soort longitudinaal onderzoek over een reeks van jaren nu pas goed mogelijk is.

update 23 maart – De conclusie uit het ESB-artikel staat voorlopig recht overeind na een eerste afstemmingsronde met CPB en CBS: “Samenvattend, sinds de invoering van het systeem van gereguleerde marktwerking is de kwaliteit van de medische zorg in internationaal perspectief verslechterd, terwijl de kosten juist disproportioneel zijn gestegen.” 

Het CPB heeft op een tweetal wijzigingen rond 2013 gewezen in de Nederlandse situatie die op het eerste oog ongunstig lijken voor de score van Nederland in de internationale vergelijking. Maar bij eliminatie van deze twee voor Nederland ongunstige veranderingen in 2013 en 2014 (verplichte herregistratie van verpleegkundigen, zie: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2016/11/minder-geregistreerde-verpleegkundigen en de overgang  van handmatige op automatische codering dat een negatief effect heeftop de stroke mortality rate; zie https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2017/06/veranderingen-in-de-doodsoorzakenstatistiek-2013-2015 en verder, hierover is nader contact geweest met auteurs van het CBS) blijkt het totaalbeeld zelfs minder gunstig voor Nederland uit te komen dan in de oorspronkelijk tabel die als Figuur 1. gepubliceerd is in het ESB-artikel van januari 2017. Dit geeft het volgende beeld bij het weglaten van de data voor 2014 (OESO 2016):

Indien de twee indicatoren practising nurses per 1000 en stroke mortality rate geheel uit de longitudinale reeks geëlimineerd worden (de kwaliteitsindicatoren gaan van 13 naar 11) is dit het beeld:

In het kort
▶ Nederland heeft relatief dure zorg van middelmatige kwaliteit.
▶ Dat komt omdat het huidige stelsel omzet beloont in plaats van zorgkwaliteit.
▶ Een nieuw stelsel dat start bij samenwerking tussen professionals en dat de patiënt centraal stelt, is nodig.

Lees hier het artikel uit het januarinummer van ESB (pdf): vanloef-leijten-esb4745-026-029

Lees hier her artikel op de website van ESB: https://www.esb.nu/esb/20022201/zorgstelsel-op-basis-van-samenwerking-stelt-patient-centraal

 

Figuur 1 uit het artikel:

esb-figuur-1-06012017

De oude figuur, eerder gepubliceerd:kosten-kwaliteit-grafiek-30122016

 

 

Kosten * Kwaliteit van de Medisch-curatieve zorg in EU14 (OESO): Nederland (8e) gaat achteruit.

update 12/11/2017, 21:20 uur DIT BLOG IS EEN PROEFBALLON, MEEDENKEN MAG!

Kosten * Kwaliteit als maatstaf van de Zorgwaarde?

Stel…

Als we de kosten (laagste waarde = aantrekkelijkst, mits de geleverde kwaliteit niet minder is) * kwaliteit (laagste waarde = hoogste kwaliteit) berekenen ontstaat een beeld van de waarde van geleverde zorg. Hoe lager dit getal, hoe hoger de zorgwaarde. Hoe hoger dit getal, hoe lager de zorgwaarde. Per land, per jaar. Nederland had in 2007 een zorgwaarde van 29, in 2017 heeft Nederland een zorgwaarde van 42. Dit betekent dat de burger in Nederland in 2007 meer zorg kreeg voor zijn geld, dan in 2017.

De drie landen die er het beste uitkomen omdat ze de meeste zorgwaarde leveren (‘de prijs:prestatie is het beste’) zijn: 1. Zweden (score: 28), 2. Noorwegen (29) en 3. Zwitserland (31). Vervolgens komen 4. Spanje (36), 5. Belgie (40), 6. Finland (41), 7. Italie (41) , dan op de 8e plaats Nederland (42), 9. Frankrijk (43), 10. Portugal (48), 11. Denemarken (51), 12. Oostenrijk (52), 13. Duitsland (54) en hekkesluiter is afgetekend Engeland/UK (59).

Zie de grafiek en de cijfers in de onderliggende tabel:

 

 

 

bron: OECD, 2007, 2009, 2011, 2013, 2015, 2017.

NB: De OECD heeft waarden in de tabel Health expenditure and financing op enig moment aangepast. Meestal gaat het om een klein verschil van max. 0,2% BNP (bij Denemarken, Frankrijk, Duitsland), maar in het geval van Zwitserland zijn de wijzigingen significant (verlagingen van de waarden vanaf 2010 van 0,4% tot 0,7%BNP!) . Ik heb daar geen verklaring voor.

On request translation in English can be made – Data retrieved from OECD Health at a Glance, 2007, 2009, 2011, 2013, 2016, 2017.

 

Eerder publiceerde ik de ‘Doelmatigheidsindex’ als houtkoolschets (er lagen geen exacte waarden onder, maar alleen de relatieve positie tov. andere landen) en de overeenkomst is denk ik wel duidelijk. Toch zal ik deze zo niet meer publiceren, omdat het beeld te onnauwkeurig is. Je kunt wel zeggen: er is een kopgroep, er is een middengroep (met wat beweging naar de kop of de staart) en er is een staartgroep. Het beeld was als eerste schets wel verhelderend denk ik:

Hoe kom ik hier nu op? Lees verder op deze website, scroll naar beneden voor berichten in chronologische volgorde terug in de tijd

Aftellen naar OECD Health at a Glance 2017!

Verschenen op 10 november 2017: OECD Health at a Glance 2017. http://www.oecd-ilibrary.org/social-issues-migration-health/health-at-a-glance-2017_health_glance-2017-en

Lees deze tekst: “It also places greater emphasis on time trend analysis. Alongside indicator-by-indicator analysis, this edition offers snapshots and dashboard indicators that summarise the comparative performance of countries,...”

Ik ben ontzettend benieuwd naar de uitkomsten. Wordt mijn analyse bevestigd, of moet ik ze herzien? Met open vizier ga ik verder. Als ik de plank heb misgeslagen, zal ik dat ruiterlijk moeten toegeven. Volledige transparantie is mijn leitmotiv.

Hooggeleerde heer professor Putters,

Bent u bereid toe te geven dat de beleidstheorie van de gereguleerde marktwerking een dwaalspoor is geweest, de leer waar u de afgelopen decennia als hoogleraar van de Erasmus Universiteit bij betrokken bent geweest?

Net als uw collega Pauline Meurs, voorzitter van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, die twee jaar geleden nog beweerde dat wij “een fantastisch zorgstelsel” hebben, inmiddels toegeeft  dat het driehoekig marktenconstruct de essentie van de zorgrelatie ondermijnt en niet werkt? (‘Patiënt centraal’, okt. 2017).

U heeft het rapport ongetwijfeld ook gelezen, ik citeer: “De Raad constateert dat zorginkoop binnen de Zvw en Wlz niet werkt zoals achter de tekentafel bedacht is. De Raad adviseert om af te stappen van het maken van beleid op basis van de onrealistische aannames en van de verwachting dat door het beleid te optimaliseren, de praktijk alsnog volgens deze logica gaat werken.” Kortom, de Raad zet de bijl aan de wortel van het private zorgstelsel, alhoewel ze bezweert “niet het ene stelsel door het andere te willen vervangen”.

De meerderheid van de Nederlanders wil dat het geprivatiseerde zorgstelsel fundamenteel veranderd. Een radicale ommekeer sinds 2013 (SCP 2013; Commonwealthfund 2017).

U bent beiden prominent wetenschapper, bestuurder en ook politicus van de PvdA. In 2015 deed het Sociaal Cultureel Planbureau in de tweejaarlijkse ‘Sociale Staat van Nederland’ opvallend genoeg geen uitspraken over het functioneren van ons zorgstelsel. Ik ben zeer benieuwd naar de komende editie van de Sociale Staat.

Ik wacht uw reactie met belangstelling af.

Hoogachtend,

Gijs van Loef

Onafhankelijk adviseur zorgstelsel en specialist marktwerking publieke sector

 

Interview: https://www.skipr.nl/actueel/id23957-nieuwe-raad-wil-antenne-voor-onderbelichte-kwesties-

Nederlands privaat zorgstelsel: Levensverwachting (geen verband), Kosten, Transparantie

update 28/10/2017

Op basis van het OESO-rapport: http://www.keepeek.com/Digital-Asset-Management/oecd/social-issues-migration-health/health-data-governance_9789264244566-en#page199 is de eerder gepubliceerde tabel https://gijsvanloef.nl/2017/09/12/levensverwachting-zorgkosten-bnp-publiek-of-privaat/ aangevuld.  Van 9 van de EU-14 geeft de OESO een overall oordeel over de mate van transparantie van het zorgstelsel, alleen Italie is hier niet meegenomen (onduidelijk beeld).

Er is geen duidelijk verband tussen de levensverwachting bij geboorte en de macrokosten van een zorgstelsel en de transparantie van een zorgstelsel. De levensverwachting wordt getoond, omdat het de meest gehanteerde algemene gezondheidsindicator is in internationale onderzoeken naar de gezondheidszorg van landen. Zie verder: https://gijsvanloef.nl/2017/09/10/onze-levensverwachting-2-het-rivm-persisteert-in-tendentieuze-berichtgeving/

De OESO spreekt van Health Data Governance Systems, d.w.z. privacy-protective uses of personal health data by examining current data availability, uses and governance practises; and identifying key data governance mechanisms that maximise benefits to patients and societies and minimise risks to patients’ privacy and to public trust and confidence in health care providers and governments.  Voor het gemak vertaal ik dit in het begrip ‘Transparantie’.

Conclusie: Landen met een Publiek zorgstelsel zijn goedkoper en meer transparant dan landen met een privaat zorgstelsel, deze zijn duurder en minder transparant.

Nederlands zorgstelsel is niet transparant (OESO)

Over het belang van transparantie. Waarom? Wanneer? De relatie met een publiek, dan wel privaat zorgstelsel. Twee vragen aan U, lezers, om de gedachten te prikkelen:

a. Waar is transparantie een cruciale randvoorwaarde voor een zorgstelsel, in een publiek of een privaat zorgstelsel?

b. Waar is transparantie het beste geregeld/het meeste aanwezig, in een publiek of een privaat zorgstelsel?

Via een twitter-interactie met een partner van KPMG Health (Dhr. David Ikkersheim) ben ik op het spoor gekomen van de volgende OECD-publicatie: OECD Health Data Governance
Het rapport is uit 2015. Naar mijn weten is er geen aandacht aan besteed.

In deze studie wordt de transparantie van zorgstelsels van landen onderling vergeleken. De conclusie is dat Nederland erg slecht presteert vergeleken met andere moderne Europese landen. Zie bijvoorbeeld de pagina’s 17 (19; 3e alinea), 31 (32) en 67 (69, alle hieronder weergegeven) en 104 (Nederland wordt niet eens genoemd in de landentabel).