Cherry picking CPB bij ‘Zorgkeuzes in Kaart’

update 25/11/2020 – Een stille bekentenis?

Het CPB heeft met het rapport ‘Zorgkeuzes in Kaart, Analyse van beleidsopties van politieke partijen voor de zorg’ – wellicht onbedoeld – een eenzijdig beleidsadvies voor de politiek uitgebracht. Het gaat om het hoofdstuk Stelselwijzigingen.

Tijdlijn
Het CPB is op 27 juli via de contactpersoon om een reactie gevraagd. Vraag: “Hoe moet ik in de tabel ‘Vermijdbare sterfte per 100.000 inwoners 2015’ en ‘% gemelde onvervulde zorgbehoefte 2016’ herleiden naar OECD Health at a Glance 2019?”
Op 2 sept. kreeg ik het volgende antwoord: “We zijn eruit: het blijken de getallen uit Health at a Glance 2018 te zijn. Ten tijde van het schrijven van de tekst was Health at a Glance 2019 nog niet gepubliceerd. Het betreft dus een fout in de verwijzing. De tabel is illustratief gebruikt en vormt geen input voor verdere berekeningen. We gaan na hoe we de typefout kunnen corrigeren. Hartelijk dank voor de oplettendheid.”

Kritiek op hoofdlijnen

Het hoofdstuk Stelselwijzigingen gaat in een notedop in op het type stelselwijzigingen (vijf typen, waaronder vier met meer publieke (overheids)regie – voer voor fijnproevers – en het verbieden van de winstuitkering door zorgverzekeraars ) en de technisch-financiele gevolgen daarvan inclusief de transitieperiode.

Ik heb twee fundamentele punten van kritiek. Opmerkelijk is dat aan de kostenkant schattingen zijn gemaakt, maar dat die aan de opbrengstenkant ontbreken. (Zie pag. 445: ‘geen ex-ante besparingen worden toegekend’). De coronacrisis heeft duidelijk gemaakt dat samenwerking i.p.v. concurrentie (op de werkvloer en tussen (organisaties van) zorgverleners) nodig is. De ontstane ‘samenwerkingsgeest’ heeft onvermoede positieve krachten losgemaakt bij de bestrijding van de eerste golf, het ziekteverzuim (dat inmiddels historisch hoogten heeft bereikt en het hoogste is van alle bedrijfstakken, zie CBS) zou door de intrinsieke motivatie van zorgverleners de afgelopen maanden wel eens gedaald kunnen zijn (kan dit worden uitgerekend?), overwerk werd en wordt met inzet en zonder morren gedaan (Let wel: de voortslepende beloningsdiscussie NOS Virtueel protest zorgverleners , de politiek speelt met vuur). Welke baten zouden we hiervoor kunnen en moeten becijferen? De stelling lijkt me verdedigbaar dat de baten van een gezondere werkcultuur in de zorg door het uitgangspunt van samenwerking i.p.v. concurrentie eerder in de miljarden zullen lopen dan in de honderden miljoenen – op jaarbasis.
Verder. Lees de tekst onder de paragraaf Stelselwijzigingen (pag.446, rechts). Mijn inschatting is dat de genoemde voordelen van een ‘Publiek stelsel’ wel eens groter zouden kunnen zijn – ze zijn m.i. zeker tastbaarder – dan de voordelen van een ‘Privaat stelsel’.  Voor een ‘privaat stelsel’ pleiten onder meer de volgende argumenten: a. Het argument ‘meer vertrouwen op concurrentiële prikkels bij zorgaanbieders en uitvoerders om kwaliteit te verhogen’ is zonder meer twijfelachtig; b. het argument ‘kosten laag te houden’ lijkt mij inmiddels wel gefalsificeerd (> Hoofdlijnenakkoorden sinds 2011 om de kosten van het private stelsel van gereguleerde marktwerking te beteugelen)

Een tweede fundamenteel punt van kritiek betreft de opsomming van de technische aanpassingen die bij een stelselwijziging nodig zijn. Aanpassingen in wet- en regelgeving, in de ICT, in administraties, enzovoorts, het geheel onder de noemer van ‘bedrijfsvoering’. Natuurlijk moet er van alles gebeuren en het uitwerken en uitvoeren van een transitie levert veel werkgelegenheid (en omzet) op voor professionele dienstverleners, maar is dat voor het grote publiek relevant? Een stelselwijziging vergt politieke wil. Punt. In schema weergegeven de tekst  van het rapport (pag. 446):

Kritiek bij Tabel 1
Tabel 1 (pag. 446, afb. rechts hierboven) toont de score van NL t.o.v. enkele andere westeuropese landen op een viertal indicatoren. Algemeen geformuleerd: De indicatoren met voor NL de meest gunstige cijfers worden getoond en een aantal landen die over het algemeen hoog scoren: Noorwegen, Zwitserland, Oostenrijk, Spanje en Italie zijn overgeslagen (!). De tabel dient louter ‘ter illustratie’, weten we inmiddels – zie de correspondentie. Ik noem het cherry picking. Nemen we de indicator ‘vermijdbare sterfte‘, dit betreft ‘amenable mortality’, maar er is ook ‘preventable mortality’. Het CPB toont de ene en laat de andere weg. Het verschil in beide NL-scores is evident. Beide OECD-tabellen hier (links: preventable mortality; rechts: amenable mortality)
Qua ‘Levensverwachting‘ doet NL het minder goed dan wordt gesuggereerd.
Zie mijn eerdere blogs hierover Levensverwachting NL zakt naar 8e plaats in EU14
Sinds 2016 doe ik onderzoek naar de uitkomsten van medische zorg in internationaal vergelijkend opzicht. Publicaties in ESB (1/2017) en Medisch Contact (42/2018). Op deze website wordt een longitudinale tabel van beschikbare en relevante indicatoren bijgehouden van 14 moderne europese landen (EU14), gebaseerd op de OECD Health at a Glance publicaties vanaf 2005.
Bronnen: Zelfstandig onderzoek obv. OECD Health at a Glance: Kosten en kwaliteit EU14 obv OECD Health at a Glance
OECD ‘Mortality’ (2018): OECD Health at a Glance Mortality 2018
OECD ‘Chartset’ (2018): OECD Health at a Glance Chartset
Medisch Contact: Medisch Contact 42/2018 Nederlandse zorg valt van haar voetstuk

Categorieen zoekfunctie website: EU14, Eurostat, OECD Health at a Glance, Levensverwachting e.v.

Aanbod second opinion ‘zorg’ in verkiezingsprogramma’s: Aanbod second opinion zorg verkiezingsprogramma’s

Tweets

Bron CPB tijdlijn verkiezingen

position paper Lessons Learned VWS / Dashboard

twitter – 19 sept. 2020

experttafel thema dashboard

Onderwerp: Opzet en werking van het corona dashboard

 

Mijn perspectief: Bestuurskundig en maatschappelijk. De overheid moet goede informatie verstrekken over de uitkomsten van beleid (reguliere parlementaire controlcyclus, verantwoordingsdag). De acute coronacrisis maakt dit nog urgenter. Maatschappelijk draagvlak is nu immers cruciaal voor de effectiviteit van het overheidsbeleid.

De strategie van de overheid is niet duidelijk en daarmee ook de te behalen doelen.[1] Met andere experts pleit ik voor maximaal indammen (en BCO/TTI).[2] Thans, begin augustus, heeft het er alle schijn van dat het draagvlak onder de bevolking voor het onduidelijke en innerlijk tegenstrijdige kabinetsbeleid en de genomen beheersmaatregelen verdwenen is. Onder meer bij jongeren, maar ook bij andere leeftijdsgroepen. Dit is een buitengewoon zorgwekkende ontwikkeling.

Absolute randvoorwaarden van een effectief kabinetsbeleid – dat per definitie een politiek beleid is -, zijn:

  1. Het beleid (gebaseerd op openbare adviezen van het OMT, kennisinstituten, onafhankelijke experts e.a.) moet ondubbelzinnig zijn. Maak helder: wat weet de wetenschap wel/niet[3], wat zijn andere relevante aspecten (sociaal, economisch, juridisch; maatschappelijke risico’s) en wat beslist het kabinet uiteindelijk op grond van welke politieke overwegingen;
  2. het beleid moet gebaseerd zijn op controleerbare en objectieve informatie en data. Het corona dashboard heeft hierin een sleutelrol.

Doel van het corona dashboard

Doel van het corona dashboard is het doorlopend – real time – verschaffen van relevante, duidelijke en objectieve informatie[4] aan de samenleving over de situatie met betrekking tot het virus. Dit op verschillende niveau’s[5].

Ik vertaal de tweede en de derde vraag als volgt:

2e vraag: Hoe moet het dashboard er uitzien, hoe ziet het ‘perfecte dashboard’ er uit? (beschrijving van het instrument)

3e vraag: Hoe moet het kabinet het dashboard toepassen om de gekozen strategie ( het maximaal indammen van het virus? ) te kunnen realiseren en daarmee de concreet gestelde doelen te bereiken?

Antwoord 2e vraag  – hoe moet het dashboard er uitzien, hoe ziet het ‘perfecte dashboard’ er uit? (beschrijving van het instrument)

Het huidige dashboard biedt in beginsel de goede informatie en is work in progress , relevante indicatoren worden nog nader uitgewerkt. Het dashboard is a-politiek, dit is een cruciaal gegeven. Bij een goed gebruik ervan neemt de geloofwaardigheid van het kabinetsbeleid toe. In potentie verhoogt zo’n dashboard, mits goed toegepast, het maatschappelijk draagvlak voor het kabinetsbeleid. (zie 3e vraag)

Maar de presentatie is voor verbetering vatbaar. Bezoekers moeten direct ‘gegrepen worden’ op de homepage. Men wil het ‘eigen beeld van Nederland’ kunnen zien, de virus brandhaarden er direct uit kunnen pikken.

Mijn voorstel is daarom op de homepage een interactieve kaart van Nederland op te nemen. De huidige: https://coronadashboard.rijksoverheid.nl/regio door ontwikkelen, zie bijv.: https://www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/actueel en:  https://www.bddataplan.nl/corona/.

Visueel zou ik deze kaart ca. driekwart van het beeld laten bepalen (het linker en middendeel van een beeldscherm) en in het resterende deel van het beeld (het rechtervlak) de ‘key performance indicators’ die nu op de homepage staan. Deze worden onder elkaar in beeld gebracht: het reproductiegetal (R0), het aantal besmettelijke mensen in Nederland, het aantal ziekenhuisopnamen, enz. naar beneden (scrollen). Zie afbeelding:

Vervolgens kan men doorklikken naar specifieke informatie pagina’s. Maak van het rioolwaterbeeld ook een landelijke interactieve kaart (met kleuren). Tevens een link naar het cijfermatig wereldbeeld, bijv.:  https://www.nytimes.com/interactive/2020/world/coronavirus-maps.html?action=click&module=Top%20Stories&pgtype=Homepage. De website van de New York Times is nu overzichtelijker en sneller inzichtelijk dan het vermaarde overzicht van het CSSE van de John Hopkins University: https://gisanddata.maps.arcgis.com/apps/opsdashboard/index.html#/bda7594740fd40299423467b48e9ecf6

Antwoord 3e vraag  – hoe moet het kabinet het dashboard toepassen om de gekozen strategie te kunnen realiseren en daarmee de concreet gestelde doelen te bereiken?

Het dashboard moet door het kabinet daadwerkelijk en consequent gebruikt gaan worden bij persconferenties en andere media-uitingen. De communicatie wordt daardoor strakker, overtuigender en sluit direct aan bij de onderliggende inzichten – de actuele verspreiding van het virus – zoals het dashboard toont. Er moet ook een app voor de smartphone komen die de gebruiker directe antwoorden geeft op zijn specifieke vragen. Het zal de geloofwaardigheid van het kabinetsbeleid ten goede komen en daarmee het draagvlak onder de Nederlandse bevolking zeker versterken.

Gijs van Loef

[1] Voorbeeld: een doel lijkt te zijn ervoor te zorgen dat de IC-capaciteit van ziekenhuizen niet overschreden wordt.

[2] Advies aan de vaste kamercommissie VWS ‘Aanpak coronacrisis onder de loep’, 28 juni 2020 https://gijsvanloef.nl/2020/07/26/advies-aan-de-kamer-28-6-aanpak-coronacrisis-onder-de-loep/

[3] De evidence based wetenschappelijke benadering werkt niet, er is geen tijd voor. Besluiten moeten worden genomen op grond van onzekerheid.

[4] transparantie: bronverwijzingen, databronnen

[5] macro: landelijke kengetallen, zoals R0, aantal besmettingen/100.000; meso: regio’s; micro: gemeenten, het registreren van kleinere en idealiter de kleinste clusters; zie Rivm ‘Wekelijkse update epidemiologische situatie COVID-19 in Nederland’ Tabel 8: Vermelde mogelijke settings van besmetting van bij de GGD’en gemelde COVID-19 patiënten.

Advies aan de Kamer (28/6): Aanpak coronacrisis onder de loep

update 13/8/2020 – Zie hier de opname van de hoorzitting çorona aanpak’ van de fracties PvdA, GroenLinks en SP d.d. 12 aug. jl. Youtube Hoorzitting coronavirus met Arnold Bosman (lid redteam) en Nienke Ipenburg

Deze deskundigen brachten een maand geleden het advies uit aan de vaste kamercommissie van VWS.

Aanpak coronacrisis onder de loep

Geachte leden van de kamercommissie Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Het is goed dat de Tweede Kamer een onafhankelijk onderzoek instelt naar de maatregelen om de coronacrisis te bestrijden. Het Corona Dashboard van Platform Betrouwbare zorgcijfers ( corona dashboard EW16/W36 en hartblik.nl/corona dashboard) laat zien dat Nederland bij de landen behoort met hoge sterftecijfers.
Op verzoek van het Platform Betrouwbare zorgcijfers heeft een groep van experts een advies opgesteld van 10 punten over de verdere aanpak van de bestrijding van het coronavirus.
Met genoegen bieden wij uw commissie dit hierbij aan.

28 juni 2020

Ons advies bestaat uit de volgende 10 punten van analyse, leidend tot dit advies:
1.      Nastreven groepsimmuniteit leidt tot 100.000 slachtoffers.
2.      Opbouw van groepsimmuniteit tot minimum 60% duurt 33 maanden.
3.      Het is onzeker of groepsimmuniteit met antistoffen bereikt kan worden.
4.      Virulente virussen zijn te gevaarlijk voor het opbouwen van groepsimmuniteit.
5.      Meer bron- en contactonderzoek is nodig om de epidemie te bestrijden.
6.      Bescherm zoveel mogelijk mensen, vooral zorgverleners.
7.      Verbeter de behandeling van vroeg COVID-19.
8.      Verbied grootschalige evenementen totdat we voldoende kunnen beschermen.
9.      Menselijk contact is te belangrijk om te verbieden.
10.  Laat wetenschappers open en transparant discussiëren en vrij van politiek.
Hierbij stellen wij een andere beleidskeuze voor dan het huidige.

Het gekozen beleidsscenario (RIVM)
De RIVM-site bespreekt wat zij noemen de 3 scenario’s voor de bestrijding van het virus op de pagina Aanpak bestrijding: het virus (i) maximaal controleren, (ii) volledig zijn gang laten gaan en (iii) maximaal tegenhouden.
Nederland kiest voor wat het RIVM noemt (i) maximaal controleren en licht toe wat dit betekent: “Dat leidt tot een geleidelijke verspreiding, onder groepen die het minste risico lopen.” En “Mensen kunnen immuun worden, zodat het virus steeds minder kans krijgt om anderen ziek te maken: de ‘beschermende muur om de kwetsbare ouderen en mensen met een zwakke gezondheid’”.
De omschrijving van maximaal controleren lijkt op de definitie van het opbouwen van groepsimmuniteit door een infectie langzaam te laten doorwoekeren. Als het te snel gaat wordt de ic-capaciteit overbelast. Doorgaans wordt 60% tot 80% als minimum genomen voor groepsimmuniteit. Het Rijksvaccinatieprogramma spreekt over 95% voor de mazelen.

Virologen reageren normaal met (iii) maximaal tegenhouden op epidemieën, zowel in de diergeneeskunde als in de humane geneeskunde bij Ebola. In Oost-Azië en Australië werd deze strategie vooralsnog succesvol toegepast tegen SARS-2– mede ingegeven door de ervaringen met SARS-1.

De pagina is op 2 juli jl. door het RIVM verwijderd.

Toelichting op de punten

1.      Nastreven groepsimmuniteit leidt tot 100.000 slachtoffers.

  • Inmiddels zijn 6.074 mensen overleden met diagnose SARS-2. De oversterfte in Nederland is 9.800 mensen. Als de cijfers van oversterfte omgerekend worden naar 60% immuniteit kost dat 107.000 levens (60/5,5*9.800).
  • Meer dan honderdduizend doden in Nederland vinden wij onaanvaardbaar hoog.

2.      Opbouw van groepsimmuniteit tot minimum 60% duurt 33 maanden.

  • In drie maanden heeft 5,5% van Nederland antistoffen gekregen en is dus blootgesteld, genezen en derhalve waarschijnlijk immuun voor SARS-2. De voorzichtige schatting van 60% voor groepsimmuniteit betekent dat het 33 maanden (60/5,5*3) duurt voordat dit bereikt wordt. De ervaring liet zien dat IC-afdelingen een maximumcapaciteit hebben en dat Nederland niet meer ziektegevallen aankan.
  • Indien de besmettingsgraad laag blijft wordt voorkomen dat er veel slachtoffers vallen, maar kan de tijd die nodig is voor het bereiken van groepsimmuniteit ook vele jaren langer duren dan 3 jaar.
  • Het is ook belangrijk te realiseren dat als de epidemie op een natuurlijke manier uitwaaiert over het land, de besmetting niet goed te beheersen valt. Het risico op erge uitbraken is reëel.
  • Een gedeeltelijke en variabele lockdown van bijna drie jaar is sociaal-maatschappelijk en economisch veel te lang.

3.      Het is onzeker of groepsimmuniteit met antistoffen bereikt kan worden.

  • Er is bewijs dat bij COVID-19 het afweersysteem bijdraagt aan de ziekte van patiënten (immuun pathologie).
  • Er is bewijs dat hogere antistoftiters geassocieerd zijn met ernstigere ziekte van patiënten.
  • Er is geen bewijs dat antistoffen de verspreiding van het virus voorkomen. Dit bleek ook uit een vaccin studie bij apen.
  • Er is geen bewijs dat antistoffen immuniteit opleveren of nodig zijn voor persoonlijke immuniteit, mogelijk zijn ze zelfs schadelijk en de oorzaak van de verergering van COIVD-19.
  • Bij SARS-1 verdwenen antistoffen binnen 2 jaar; Bij SARS-2 is na 3 maanden een sterke afname te zien. Dit suggereert dat antistoffen geen blijvende groepsimmuniteit op kunnen bouwen. Mogelijk wordt wel andere immuniteit (cellulair) opgebouwd, maar in die mensen worden geen antistoffen gemeten, dus die worden niet gezien in de radar van groepsimmuniteit.
  • Dit maakt een strategie voor het opbouwen van groepsimmuniteit onzeker.

4.      Virulente virussen zijn te gevaarlijk voor het opbouwen van groepsimmuniteit.

  • De medische wetenschap kent bewuste inductie van groepsimmuniteit door vaccins en verzwakte virussen. Het Rijksvaccinatieprogramma van het RIVM is daar een bekend voorbeeld van. Hier gaat het echter om virulente stammen, een virus waar mensen erg ziek van worden en ook overlevenden veel klachten aan overhouden.
  • Nederland en Zweden hebben gekozen voor groepsimmuniteit, echter in beide landen is het niet gelukt om kwetsbare mensen te beschermen tegen het virus. Landen die de infectiedruk laag hielden zijn daarin veel beter geslaagd. Een hoge infectiedruk buiten verpleeghuizen vergroot het risico dat personeel buiten geïnfecteerd wordt en bewoners door hen ook besmet worden. De voorlopige data laat zien dat tijdens het opbouwen van groepsimmuniteit, ondanks alle voorzorgsmaatregelen, toch veel oudere, kwetsbare mensen werden besmet in Nederland en Zweden. De praktijk suggereert dat dit proces niet leidt tot een lagere sterfte onder kwetsbare ouderen.
  • De standaard aanpak van een epidemie is het virus maximaal tegen te houden, door proactief te testen in combinatie met bron- en contactonderzoek. In Oost-Azië en Australië heeft men laten zien dat dit ook voor COVID-19 werkt.

5.      Meer bron- en contactonderzoek is nodig om de epidemie te bestrijden.

  • De 3 RIVM-scenario’s noemen geen bron- en contact onderzoek (BCO). Maar dierenartsen in Nederland en elders weten dat BCO vereist is voor de aanpak van een epidemie. Artsen/virologen in Oost-Azië, Australië en sommige Europese landen hebben laten zien dat hiermee ook de COVID-19 epidemie succesvol beperkt kan worden.
  • Sinds 1 juni zouden de GGD volledig toegerust zijn voor bron- en contactonderzoek. De resultaten uit de GGD-teststraten laten zien dat in de eerste twee weken van juni 113.800 mensen werden getest. Slechts 1.700 testen waren het resultaat van opsporing en betroffen dus BCO, dat is 125 testen per dag. Hiervan was bijna 1 op de 6 positief (15,8%). Het belang daarvan is hiermee evident. 125 BCO-testen per dag is beduidend minder dan de 2400 per dag die de GGD dacht te kunnen gaan doen.
  • BCO kan zowel het sterftecijfer laten dalen, als het land definitief uit een lockdown halen. Nederland moet vol inzetten om proactief testen om ieder contact te achterhalen en zo elke nieuwe besmetting in de kiem te smoren.

Wij stellen dus een andere strategie voor: (iii) Het maximaal tegenhouden van het virus.

6.      Bescherm zoveel mogelijk mensen, vooral zorgverleners.

  • Medische mondkapjes moeten beschikbaar zijn voor alle zorgmedewerkers. Geïnfecteerde zorgmedewerkers kunnen door werk veel (kwetsbare) mensen besmetten.
  • Buiten de zorg zouden bij sociale contacten mondkapjes verspreiding kunnen verminderen. Het gaat hierbij om twee verschillende zaken: bescherming van de drager en van de omgeving.
  • Alleen medische mondkapjes beschermen de drager zelf optimaal.
  • Alle mondkapjes verminderen de luchtstroom bij het ademen en niezen en verminderen daarmee de verspreiding naar de sociale omgeving. Epidemiologisch is dit van cruciaal belang.

7.      Verbeter de behandeling van vroeg COVID-19.

  • Ontwikkelen van vaccins tegen immuun pathologie is complex: in 1983 is HIV ontdekt en we hebben hier nog geen vaccin tegen. Het is onduidelijk of we binnen 10 jaar een veilig en goed beschermend vaccin krijgen tegen SARS-2.
  • Mensen die op de intensive care terecht komen houden veel schade over van COVID-19 – mede door de immuun pathologie – en moeten nog maanden revalideren.
  • Het voorkomen dat mensen ernstig ziek worden levert de grootste gezondheidswinst op. Ruim 80% van de ziekte verloopt (zeer) mild, dat percentage zou omhoog kunnen.
  • Gezonde leefstijl is belangrijk in het voorkomen van ernstig COVID-19. Via voorlichting hierover zou veel gezondheidswinst kunnen worden geboekt.
  • Huidige medicatie in patiënten vanwege andere aandoeningen kan positief of negatief werken. Veiligheid van veel gegeven medicijnen is niet onderzocht in het licht van COVID-19, wel is duidelijk dat bepaalde veelgebruikte medicijnen het risico op longontstekingen verhogen. Hier zou meer aandacht voor moeten zijn, mede in het licht van nut en noodzaak van medicatie.
  • Vroege interventie is cruciaal om ernstig COVID-19 te voorkomen. Aangezien slechts enkele procenten ernstig ziek worden, zouden bestaande off-label medicijnen dit kunnen bewerkstellen. Goed opgezette en uitgevoerde randomized clinical trials (RCT’s) zijn cruciaal. Indien oninteressant voor de farmacie, kan de overheid via UMC’s stimuleren om deze zo spoedig mogelijk op te zetten.
  • Wanneer de interventies de ernst van de ziekte verlagen tot het niveau van de griep of minder, kunnen we heel anders met deze epidemie omgaan.

8.      Verbied grootschalige evenementen totdat we voldoende kunnen beschermen.

  • Als veel mensen dichtbij elkaar zijn bestaat er een groot risico op grote uitbraken doordat een geïnfecteerd persoon heel veel andere mensen kan besmetten. Dit zagen we in het begin van de epidemie bij Europese voetbalwedstrijden, de wintersport en het carnaval.
  • De impact van grootschalige events is afhankelijk van (a) hoeveel mensen actueel besmet zijn door SARS-2, (b) hoe groot de kans op besmetting is, en (c) het sterftepercentage en de blijvende schade door COVID-19.
  • Deze punten zijn door de drie voorgaande te beïnvloeden. Als we via BCO weten wie besmet is (zie 5), voor iedereen geschikte mondkapjes hebben (zie 6) en/of COVID-19 goed kunnen behandelen (zie 7), kunnen meer mensen op een veilige manier bij elkaar komen.

9.      Menselijk contact is te belangrijk om te verbieden.

  • Virussen worden overdragen van mens tot mens en het is evident dat de kans kleiner is bij een grotere afstand; de praktijk is echter complex. Belangrijk is dat de gezondheid meer is dan een risico op een virusbesmetting.
  • De anderhalvemetersamenleving isoleert mensen, terwijl mensen behoefte hebben aan sociale interactie. “Doe op de eerste plaats geen kwaad”, geldt ook voor maatregelen tegen de epidemie zoals sociale afstand bewaren. De gevolgen van langdurige sociale isolatie zijn dramatisch voor kinderen, alleenstaanden, ouderen, familieverbanden en vrienden.
  • Naast het sociale domein wordt de volksgezondheid ook aangetast doordat sporten ontmoedigd worden.
  • Maatwerk oplossingen, zoals persoonlijke bescherming moeten worden gezocht om sporten en sociale contacten te faciliteren. Die oplossingen zijn ook minder schadelijk voor de economie en leveren dus een win-win-win situatie op.

10.  Laat wetenschappers open en transparant discussiëren en vrij van politiek.

  • Wetenschappers kennen een open en transparante discussie waarbij de argumenten voor en tegen worden genoemd, en de methodologie kan worden gecontroleerd door collegae.
  • Het OMT werkt op een andere manier, haar adviezen worden gegeven zonder de transparantie van het wetenschappelijke debat. Strategische keuzes in Nederland verschillen vaak van die in andere landen. Wij vinden het incorrect om hierbij te spreken van een wetenschappelijk advies, enkel en alleen omdat de adviseurs wetenschappers zijn. Een wetenschappelijk advies behoort zich ook aan de spelregels van de wetenschap te houden.
  • Artsen en medisch wetenschappers die een andere visie hebben op testen, behandelen, vaccinatie en andere strategieën tegen COVID-19 zouden juist moeten worden gehoord en niet worden tegengewerkt.
  • Politiek houdt niet van tegenspraak en dwarsliggers, maar de trein van de wetenschap heeft dwarsliggers nodig om niet te ontsporen. Vertrouwelijke verslagen van vergaderingen en discussies zijn niet transparant. De genoemde argumenten voor en tegen zouden altijd openbaar moeten zijn, ook als deze gewogen en te licht bevonden zijn.
  • Wetenschappers willen de argumenten van andere wetenschappers zien en niet alleen de conclusies.

 

Opstellers

  • John J. L. Jacobs, medisch wetenschapper, immunoloog
  • Arnold Bosman, arts niet-praktiserend, veld-epidemioloog
  • Dick Bijl, epidemioloog
  • Matthijs Dekker, huisarts
  • Jaap van den Heuvel, bestuursvoorzitter Rode Kruis Ziekenhuis Beverwijk
  • Anton Maes, huisarts niet-praktiserend
  • Roger Sorel, bestuurder geneesmiddelensector
  • Gijs van Loef, bestuurskundig socioloog

Bronnen

https://nos.nl/artikel/2337459-kamer-onafhankelijk-onderzoek-naar-corona-aanpak.html

https://www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/aanpak-bestrijding

https://rijksvaccinatieprogramma.nl/infectieziekten/groepsimmuniteit

1+2        https://www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/actueel

3             https://www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/grafieken

                https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0306987720311270

https://www.nature.com/articles/s41591-020-0965-6.pdf

4             https://www.nrc.nl/nieuws/2020/05/28/toen-de-testen-eindelijk-kwamen-was-het-halve-verpleeghuis-besmet-a4001211  

                https://www.biorxiv.org/content/10.1101/2020.05.13.093195v1

https://hartblik.weebly.com/immuniteit-en-antistoffen.html

5             https://www.rivm.nl/nieuws/resultaten-uit-ggd-teststraten

https://ggdghor.nl/actueel-bericht/ggden-klaar-voor-uitgebreid-testen-en-bron-en-contactonderzoek/

https://hartblik.weebly.com/betere-bestrijding-van-de-epidemie.html

https://hartblik.weebly.com/bestrijding-covid19.html

6             https://hartblik.weebly.com/mondkapjes.html

https://www.nrc.nl/nieuws/2020/06/19/al-vroeg-alarm-over-verpleeghuizen-a4003387

7             https://www.nrc.nl/nieuws/2020/04/27/na-drie-weken-intensive-care-nog-eenentwintig-weken-revalideren-a3997978

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC7269890/

https://www.isdbweb.org/wp-content/uploads/Medications-Compromising-Covid-Infections-.pdf

https://hartblik.weebly.com/dwalen.html

8             https://hartblik.weebly.com/verloren-door-te-weinig-kennis.html

https://www.thelancet.com/action/showPdf?pii=S0140-6736%2820%2931183-1

9             https://linkinghub.elsevier.com/retrieve/pii/S0140-6736(20)31142-9

https://www.cebm.net/covid-19/covid-19-evidence-is-lacking-for-2-meter-distancing/

10           https://www.federa.org/2016-healthy-science-increasing-value-reducing-waste

                https://www.linkedin.com/feed/update/urn:li:activity:6680563312586960896/

Reacties

– Joost Zwartenkort (MD PhD., KNO-arts otoloog): “Beste Gijs, fantastisch wat je doet met betrouwbare zorgcijfers. Ik hoop dat je volgende missie is om die illusie dat alle uitgestelde zorg zinloze zorg was te ontkrachten. Het zal vast op de lange termijn uit je cijfers blijken.”
– Willem-Hans Steup (MD PhD., Thoracic Lung Surgeon): “Mooi rapport, Gijs. Zeker nuttig.”
– Wim Schellekens (MD., voormalig Hoofdinspecteur Inspectie voor de Gezondheidszorg IGZ): “Advies aan 2eKamerCie VWS over aanpak Coronacrisis: 10 belangrijke punten die goede aanzet zijn voor grondige discussie!”

CORONA DASHBOARD EW16/W28

Laatste update op 5 augustus – Dit document over de eerste golf is afgesloten.

actueel overzicht van Europa> Economist Tracking the corona virus

Reacties deskundigen

11 juni 2020 – Arnold Bosman (epidemioloog, adviseur WHO): “Supergoed! Het is erg waardevol.”
2 juni 2020 – Ernst Kuipers (CEO Erasmus MC): “Ik zal de website met veel belangstelling in detail bekijken, goed om dit soort analyses te doen en gegevens uit de vele bronnen te destilleren.”
2 juni 2020 – Huib Schut (Business development manager, Anesthesioloog): “Okay Gijs, dit geeft inzicht. In het begin was ik nogal kritisch op je cijferwerk maar gaandeweg is het verbeterd en inmiddels op een niveau waarmee beleidsmakers aan de slag kunnen. Ik ben alleen bang dat dit niet zal gebeuren in Nederland. Getuige ook jouw cijferwerk hebben we te maken met een klinische tweedelijns tunnelvisie. De gevolgen zijn desastreus en zullen dat blijven wanneer er geen openheid komt. De huidige beleidsconstellatie van OMT, RIVM, Kabinet is volstrekt incapable gebleken. Behalve in het verkopen van het wanbeleid: Rutte’s VVD doet het beter dan ooit.”
13 mei 2020 – Fred van Eenenaam (Prof. VBHC Center Europe/Harvard Business School Executive Education): “Het klopt met mijn beeld en van mijn collega’s die echt niet met Nederland bezig zijn. Hun beeld is ook dat Nederland middelmatig of onder gemiddeld (meer vanuit een wereldblik) presteert. Het is waanzinnig moeilijk Nederlandse cijfers of logica’s te vinden. Vanuit de gekozen aanpak is het helder dat gezondheidsmedewerkers grote schade ondervinden (electieve zorg, verzorgingshuizen, thuiszorg). Cijfers zijn moeilijk te vinden, dus dank! Ik cross check waar mogelijk.”
12 mei 2020 – Richard Janssen (Prof. in Governance & Management HCO’s Erasmus): ‘Like’ (twitter)
6 mei 2020 – Jaap van den Heuvel (Prof. Healthcare management UvA en CEO RKZ Beverwijk): “Het dashboard vind ik erg goed. Er is zeker nu grote behoefte aan betrouwbare en goede informatie.”
27 april 2020 – afsluiting twitterdebatje met Xander Koolman (zorgeconoom, associate professor): “Prima, en veel succes. En wellicht kun je een kolom oversterfte toevoegen. Zie ook berekeningen van de Financial Times.”
26 april 2020 – Matthijs Dekker (Praktijkhoudend huisarts): “Prachtig inzicht gevend dashbord! Complimenten. Ik zou willen opmerken dat je bevindingen mooi aansluiten op je eerdere artikelen die al eerder aangeven dat de zorg in Nederland juist níét tot de beste behoort. Uit de media in het algemeen komt het beeld naar voren dat wij het allemaal erg goed doen met de intelligente lockdown ect. Je zou dat feit op zich nog wel wat kunnen uitvergroten denk ik als onafhankelijke expert.”

——————————————————————————————————————————————————–

auteurs: John Jacobs en Gijs van Loef


5 aug. – update data 4 aug. 2020

Op 18 april 2020 lanceerde het Platform Betrouwbare Zorgcijfers het CORONA DASHBOARD LANDEN EW16 met een dagelijkse update. Het vervolg op de CORONA SCENARIO ANALYSE: CORONA SCENARIO ANALYSE d.d. 14 maart 2020. Op 25 mei 2020 presenteerden we een nieuwe versie met een nadere duiding van de verschillen tussen landen en nieuwe grafieken.

In de landelijke media ontbreekt een deugdelijke vergelijking met enige diepgang van de ‘coronaprestaties’ van Nederland in vergelijking met andere landen waaraan wij ons doorgaans spiegelen. De EW16 (‘Europa West 16’) zijn de 16 ‘moderne’ Europese landen met een minimale bevolkingsomvang van 4 miljoen inwoners. Deze landen zijn goed vergelijkbaar, ze hebben een gedeelde politiek-democratische, sociaal-economische en technologische ontwikkeling doorgemaakt, waardoor de vergelijkbaarheid toeneemt. Het betreft de landen België, Denemarken, Duitsland, Engeland (UK), Ierland, Frankrijk, Finland, Griekenland (geen ‘West’, maar toegevoegd vanwege haar outperformance), Italië, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Zweden en Zwitserland. We voegen verder Japan, Zuid-Korea en de USA als referentielanden toe. De data zijn ontleend aan: worldometers.info coronavirus #countries

Tabel 1 ‘Kerncijfers‘ (EW16+3)

NB: Vier landen weten niet hoeveel mensen hersteld zijn van ziekte. Dat betekent dat in deze landen cruciale cijfers ontbreken die nodig zijn voor goede bestrijding van de epidemie.

Sterftecijfers per miljoen inwoners zijn een goede manier om landen te vergelijken. De grootste verschillen tussen landen worden veroorzaakt door verschillend beleid, al dan niet veroorzaakt door de mate waarin een land overvallen werd door de epidemie. Om tot betrouwbare sterftecijfers te komen maken we twee correcties:
1) Het tellen van COVID-19 doden gebeurt anders in verschillende landen. De GGD maakte in het begin van de epidemie bekend dat het RIVM niet alle gevallen telt, en dat Nederland een onderrapportage kent.[1] Nederland telt doden in verpleeghuizen nauwelijks mee, doordat deze mensen niet worden getest, zelfs niet als symptomen van COVID0-19 hebben, en niet-geteste mensen sterven volgens de statistieken niet aan COVID-19. Deze gegevens kunnen worden gecorrigeerd voor de oversterfte. Omdat gegevens over oversterfte pas na drie weken bekend worden, wordt een vaste correctiefactor gehanteerd.[2]
2) Niet ieder land heeft dezelfde bevolkingsopbouw. Sommige landen hebben een oude bevolking en oude mensen sterven relatief vaak door COVID-19. Ook daarvoor kan worden gecorrigeerd.

Op grond van deze correcties voor onderrapportage en de bevolkingsopbouw kan een ranglijst worden gemaakt van donkerrood naar donkergroen. Met dit nieuwe dashboard 2.0 hebben we aan de EW16+3 negen landen toegevoegd met een (zeer) lage sterfte, waaronder vier Oost-Europese landen, Canada, Israel, Australie en Nieuw Zeeland, Taiwan. Alle landen tezamen vormen de W28.

De indeling is (de kleuren staan ook in Tabel 1):
•   Diep donkerrood: > 1000 doden per miljoen inwoners (>1000 doden/M) – Verenigd Koninkrijk
•   Donkerrood: 500-1000 doden/M – België, Italië, Spanje, Nederland, USA, Zweden
•   Rood: 200-500 doden/M – Frankrijk, Ierland, Zwitserland, Portugal, Canada
•   Lichtbruin: 100-200 doden/M – Oostenrijk, Denemarken, Duitsland
•   OranjeGeel : 50-100 doden/M – Finland, Noorwegen, Israël
   Lichtgroen: 20-50 doden/M – Estland, , Tsjechië, Polen, Litouwen
•   Heldergroen: 10-20 doden/M – Griekenland, Australië
•   Donkergroen: <10 doden/M – Zuid-Korea, Japan, Nieuw-Zeeland, Taiwan.

Tabel 2 Overzicht van sterfte per miljoen inwoners – W28 (aangepaste ruwe data, gecorrigeerd voor onderrapportage en leeftijd – bronnen onder) Met ISO landencodes


NB # moeten doortellen naar 28

Opvallend is dat de goed presterende landen allemaal in Zuidoost-Azië liggen, waar 18 jaar geleden de SARS-1 epidemie begon in China. Veel landen in die regio hebben daarvan geleerd en zich voorbereid op een nieuwe epidemie.[3] De epidemie van een virus moet anders worden bestreden dan die van een bacterie. De standaard strategie tegen virusepidemieën is testen, proactief opsporen en isoleren van besmette gevallen.[4] Het effect is dubbel: minder doden door de ziekte en minder sociale economische schade doordat alleen besmette gevallen geïsoleerd worden. Niet voor niets is dit ook de aanpak in de diergeneeskunde.[5]

Het epidemiebeleid van de Europese en Noord-Amerikaanse landen steekt schril af bij het beleid in het Verre Oosten:
– De sterfte is hoger, soms wel 100 keer hoger dan in de Zuidoost-Aziatische en Australische landen.
– De impact op het sociale welzijn en de economie is in Europa en Noord-Amerika veel groter.
– De verschillen binnen Europa zijn echter ook groot als Griekenland en Litouwen worden vergeleken met het Verenigd Koninkrijk en België.

Het is belangrijk om te leren van deze epidemie.
1. Het is nog erg onzeker is of we snel een goed en veilig vaccin krijgen. Vaccins stimuleren de afweer, maar bij COVID-19 overlijden patiënten door de immuunreactie tegen het virus. Mogelijk zijn antistoffen de boosdoener.[6] Aangezien in de meeste Europese landen slechts ongeveer 5% van de mensen besmet is geweest, kan de epidemie nog lang en heftig worden.[7] Het is van het grootste belang om zoveel mogelijk en doorlopend te blijven leren.
2. Net zoals deze epidemie al decennia geleden voorspeld werd, is het een historische zekerheid dat we een nieuwe RNA-virus epidemie gaan krijgen, na AIDS, SARS-1, MERS, Ebola en SARS-2.
3. Het beleid dat wij voeren heeft grote impact op het gedrag van mensen en daarmee op de epidemie.[8] Dan kunnen we de volgende keer beter voorbereid zijn, zodat dan ook onze impact lijkt op die in Zuidoost-Azië en Australië.[9]

Grafiek 1 COVID-19 Sterfte per land vanaf 3 casus/1 miljoen inwoners

De 16 Europese landen kennen grote verschillen in hun rapportage van de sterfte. Opvallend is dat de epidemie in Spanje eerder hoog wordt dan in andere Europese landen, zoals Italië. In België groeit de epidemie langer door. Bij Zweden ziet u een unieke trapsgewijze verhoging in de bovenste grafiek. Onderste grafiek logaritmische schaal.



Tabel 3 Sterfte/Casus

De sterfte per casus laat het overlijdensrisico per land zien bij de gedocumenteerde besmettingen. De correctie met de leeftijdsfactor is gemaakt omdat ouderen meer kans op overlijden hebben dan jongeren en omdat de bevolkingsopbouw verschillend is tussen landen.
De ‘Leeftijdsfactor’ is de verwachte sterftecijfers in een land, vergeleken met het EU gemiddelde, gecorrigeerd voor verschil in leeftijdsopbouw.[10]


Grafiek 2 Actuele status epidemie (data 22/7; NB: wijziging opmaak legenda)

De actuele status van de epidemie in een land kan worden afgelezen in Grafiek 2. Hier staat het voortschrijdend gemiddelde van de sterfte/miljoen over 7 dagen waarbij de data-correcties zijn uitgefilterd. Opvallend is de vroege piek van Spanje en de hoge van België (buiten beeld tot max 29/ miljoen). De Europese landen hebben de aspecifieke lockdown van de samenleving inmiddels achter de rug. In enkele maanden is de is epidemie afgenomen tot lage waarden – niet tot bijna 0 zoals in Zuidoost-Azië en Australië! Dit duurde wat langer in landen die een hoge piek hebben gehad, zoals bij België. Enkele landen hebben nog aanzienlijke aantallen nieuwe sterftegevallen (2-5/M): Zweden, Verenigd Koninkrijk en VS.

Het risico is dan dat de epidemie weer gaat opleven. De start van de epidemie valt minder op in een cumulatieve grafiek, dan in een dagelijkse grafiek. Grafiek 2A zoomt in op de laatste 2,5 week op een kleinere Y-as.



`

Relatie tussen Sterfte en Testen 

Onderscheid maken op grond van symptomen is geen goede strategie om te discrimineren tussen besmette en niet besmette mensen. Veel mensen met griepachtige symptomen hebben geen COVID-19 en zeker de helft die door SARS-2 geïnfecteerd is, heeft of krijgt geen symptomen. Mensen die echt ziek zijn van COVID-19 komen meestal niet meer veel buitenshuis en zullen daarom weinig anderen besmetten, maar ook mensen die zich gezond voelen kunnen andere mensen besmetten. Geïnfecteerde mensen zijn besmettelijk met hoge virustiters voordat ze ziek worden en niet iedereen krijgt ooit daadwerkelijk (specifieke) symptomen. De symptomen worden mogelijk, net als bij andere luchtweg RNA virussen, vooral veroorzaakt door de afweerreactie tegen het virus en minder door het virus. Het hoge aantal coronazieken in Nederland komt onder andere doordat veel geïnfecteerde mensen bleven werken en dit gebeurde veel in de zorg
Proactief testen (actief testbeleid) betekent dat begonnen wordt met het testen van iedereen die symptomen heeft die lijken op COVID-19. Doel is te bepalen of ze geïnfecteerd zijn met SARS-2 of niet. Vervolgens worden alle contacten getest van wie positief getest is; wie negatief getest is, wordt 1 en 2 weken later hertest omdat tijdens de incubatietijd virustiters extreem laag kunnen zijn. Alle mensen die besmet moeten minimaal twee weken in isolatie blijven en/of een week tot nadat ze klachtenvrij zijn – bv in eigen huis of in speciale hotels. In Wuhan werden de boodschappen van deze mensen thuisbezorgd, om te voorkomen dat mensen de straat op zouden moeten gaan.
Bij een actief testbeleid zullen veel mensen worden getest die niet besmet zijn, omdat de besmettingsgraad in de bevolking meestal (veel) lager is dan 2%. Een reactief testbeleid, waar Nederland en andere Europese landen naartoe zijn geswitcht in de eerste weken van de epidemie, leidt tot een veel hoger aantal besmettingen per test. Het gevaar van niet-actief testen is dat veel geïnfecteerde mensen niet bekend zijn. Nederland blijft hiermee achterlopen (grafiek; NB Zweden en Frankrijk ontbreken van de EW16).

Wereldwijd wordt geschat dat de helft van de besmettingen gebeurt door mensen zonder symptomen. Die besmettingen vinden vooral plaats in landen die weinig testen, omdat iemand zonder symptomen en zonder testresultaat geen enkele reden heeft om in quarantaine te gaan of te blijven. Figuur 3 laat de statistische relatie zien tussen het maximum percentage positieve testen in een land en het ongecorrigeerde sterftecijfer door COVID-19.

Figuur 3 Mortality per 1 million versus Maximum number Pos.Tests

De vorm komt overeen met het continent van een land (cirkel Europa (EW-16) , vierkant overige Europa, kruis Noord-Amerika, driehoek: Australië, ruit: Zuidoost-Azië). Duidelijke correlatie: de lineaire correlatie tussen veel testen en lage sterfte is sterk: R²=0,64. Een laag maximum percentage positieve testen impliceert dat een land uitgebreid pro-actief test, en niet alleen de evidente casussen.

Voetnoten

[1] hartblik.nl Addendum GGD correctie op RIVM
[2] hartblik.nl Betere bestrijding van de epidemie – strategieen
[3] hartblik.nl Voorkom epidemie
[4] hartblik.nl Bestrijding Covid-19
[5] hartblik.nl Betere bestrijding van de epidemie
[6] hartblik.nl Foute afweer
[7] hartblik.nl Betere bestrijding van de epidemie
[8] hartblik.nl Cijfers en data
[9] hartblik.nl Verloren door te weinig kennis
[10] Populationpyramid

Corona Dashboard EW16/W28 English version
—————————————————————————————————————————————————-

Bronnen onderapportage

The Economist (13 juni 2020) – Unrecorded COVID-19 Deaths

Economist tracking covid-19 excess deaths
Many Covid deaths unrecorded

Financial Times:FT
Washington Post:Washington Post

Overige bronnen

New York Times – Coronavirus Map NYTimes world corona map
The Guardian – Coronavirus cases and deaths over time: how countries compare around the world TheGuardian Datablog

—————————————————————————————————————————————————-

De leden van het Platform Betrouwbare Zorgcijfers

Achtergrond leden Platform 23062020

—————————————————————————————————————————————————
Overige links Dashboard Rijksoverheid

Medische gezondheidszorg Nederland in 2019 achteruit op alle zorgranglijsten (EU14)

Op alle serieuze ranglijsten (OECD Health at a Glance, Healthcare Access and Quality Index, EC/EU/Eurostat) is de relatieve achteruitgang van de Nederlandse medische zorg ten opzichte van de EU14 terug te zien.

Toelichting

De EU14 zijn de 14 moderne Europese landen met meer dan 5 miljoen inwoners: België, Denemarken, Duitsland, Engeland (UK), Frankrijk, Finland, Italië, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Zweden en Zwitserland. Deze 14 landen hebben een gedeelde politiek-democratische, sociaal-economische en technologische ontwikkeling doorgemaakt waardoor de onderlinge vergelijkbaarheid groot is.

OECD Health at a Glance en de Health Access and Quality Index zijn internationaal erkende en geraadpleegde samengestelde indexen (meerdere indicatoren van alle OECD-landen, of de gehele wereld), EU State of Health is een omvattende landenrapportage. Healthy life years en Life expectancy zijn typische kernindicatoren van gezond leven en levensverwachting.

 

 

Bronnen (met links naar primaire bronnen OECD, EU/EC/Eurostat, ourworldindata.org):
Kosten en Kwaliteit EU14 OECD Health at a Glance
State of Health NL 2017 vs 2019 EC en OECD
HAQ index EU14 1990 2015
Healthy life years en Life expectancy Eurostat

Nederlandse zorg verliest verder terrein (kwaliteit en kosten EU14 – update OECD 2019)

Nederland verliest in vergelijking met de gemiddelde ontwikkeling van moderne Europese landen (EU14) geleidelijk aan iets terrein in de medische zorg (‘Cure’, Zorgverzekeringswet). Dit werd drie jaar geleden door mij vastgesteld op basis van een meerjarenanalyse van beschikbare relevante medische kwaliteitsindicatoren van OESO Health at a Glance-rapporten. Publicatie in ESB Zorgstelsel 1/2017. In november 2017 werden de bevindingen getoetst o.b.v. nieuwe data (Health at a Glance 2017) en dit is nu opnieuw gedaan (Health at a Glance 2019). De drie analysemomenten (dec. 2016, nov. 2017 en nov. 2019) geven een consistent beeld.

Een positief punt v.w.b. Nederland is de recente verbetering van de resultaten bij cardiovasculaire aandoeningen (Stroke, Ischemic heart-disease). De datatabel:

Landengrafiek:

De macrokosten zijn in vergelijking met de gemiddelde kostenontwikkeling van de andere moderne Europese landen (EU14) in dezelfde periode gestegen. De rem op de uitgavengroei vanaf 2013 zien we ook bij de andere landen, m.u.v. Zwitserland (en in mindere mate Noorwegen). Grafiek:


De grafiek is nog preciezer gemaakt. Het jaar 2006 heeft index=100 voor de kostenontwikkeling. Deze blauwe lijn geeft de ontwikkeling van de macrokosten van het nederlands zorgstelsel in verhouding tot de gemiddelde ontwikkeling van de macrokosten van 11 andere landen (van Italie en UK zijn geen data bekend in de jaren tot 2011/2012). De rode lijn geeft de positie weer o.b.v. de gemiddelde kwaliteitsscore van een land. Nederland stond op de 5e plaats in 2007 en staat op de 8e plaats in 2019.

De recente analyse van de HAQ-index (EU14) en de Healthy Life Years (EU14) ondersteunt de bevindingen v.w.b. de geleidelijke achteruitgang van de kwaliteit van de medische prestaties in internationaal opzicht. Bronnen:

ESB Zorgstelsel
HAQ-index
Healthy Life Years

Indien de kwaliteit en de kosten met elkaar vermenigvuldigd worden ontstaat een indicator (‘Zorgwaarde’) van de kostprijs van de (totale) curatieve zorg. De zorgwaarde, dus de prijs van de zorg, is sinds 2007 het sterkst gestegen in Nederland en België. Dit betekent dat de curatieve zorg in deze twee landen steeds duurder wordt in vergelijking met de twaalf andere landen. Tabel:

Lees hier de volledige toelichting:

Actualisatie Bevindingen OESO EU14 Health 2007-2019 08112019
Bron: OECD Health at a Glance 2019

Mutaties %BNP/GDP in OECD-statistieken
De kosten-data (%BNP/GDP zijn door de OECD op meerdere momenten na publicatiedatum (opmerkelijk genoeg!) gecorrigeerd. De grootste correcties betreffen de data van Zwitserland en Nederland. Zie> stats.oecd.org . Gevolg is dat de blauwe kostenlijn van de grafiek een andere kromming heef gekregen. De foto van mijn aantekeningen illustreert die wijzigingen:

OECD dashboard (geen meerjaren) OECD Health at a Glance 2019 dashboard Zie Access to a doctor when needed (menubalk)!

Eerdere publicaties op mijn website:

over de Zorgwaarde> Zorgwaarde EU14 2007 – 2017

vorige OESO-analyse> Tendens daling zet door OESO 2007 2017

Waarom zorg in Nederland juist níét tot de beste hoort (volledige tekst)

Lees dit, beleidsbepalers, Alsjeblieft. En doe er iets mee. Maak de zorg weer gezond!, VPHuisartsen

Gijs van Loef vat de gevolgen van het systeem nog eens puntig samen, aldus Jaap van den Heuvel, Bestuursvoorzitter Rode Kruis Ziekenhuis Beverwijk

Reacties lezers: Reactie opiniestuk

Waarom zorg in Nederland juist níét tot de beste hoort

 

2 mei 2019 – De tekst in de krant is fors ingekort (van 750 naar 450 woorden) en geeft de essentie goed weer. Lees hier de volledige tekstversie.

 

Gezondheidszorg staat voor een Existentieel vraagstuk

(Publiek of Privaat)

De Rijksoverheid heeft de afgelopen jaren bewust een te positief beeld geschetst van de medische gezondheidszorg. “Onze zorg behoort tot de beste van Europa” staat in het Regeerakkoord. Op basis van zelfstandig onderzoek, gevalideerd door deskundigen, heb ik vastgesteld dat de kwaliteit van de medische zorg in vergelijking met andere moderne Europese landen sinds 2006 geleidelijk aan terrein verliest.[1] Dit is opmerkelijk. Want waarom werd dit onderzoek niet gedaan door een van de kennisinstituten (SCP, CPB, Zorginstituut, WRR, Universiteiten)?

Het medisch zorgstelsel van gereguleerde marktwerking is niet goed doordacht. Er zijn twee fundamentele ontwerpfouten gemaakt. Ten eerste: Een patiënt, die wettelijk verplicht is te betalen voor zijn zorgbehoefte, is geen consument van zorg maar heeft recht op goede zorgverlening op basis van indicatiestelling door een gediplomeerde zorgverlener. Deze moreel-ethische dimensie van de zorg is uit het oog verloren. Ten tweede: Landelijke regie van het zorgaanbod, een planning van zorgvoorzieningen op landelijke schaal, is onmogelijk in een stelsel van concurrerende zorgverzekeraars. Dat zorgverzekeraars (overwegend) regionale monopolisten zijn doet hier niets aan af. Beide ontwerpfouten zijn terug te voeren op het probleem dat over de verhouding tussen het publieke en het private niet goed is nagedacht bij de invoering van de Zorgverzekeringswet in 2006.

De schizofrenie van het marktgedreven zorgstelsel laat zich ook op een andere manier typeren. De filosofie van marktwerking vraagt om inherent tegengesteld gedrag van de betrokkenen in de zorgverlening. Commerciële belangen en concurrentie moeten samengaan met vertrouwen en samenwerking. Wat de zorgeconomen ook beweren, deze tegenstelling – in menselijk gedrag en in het stelselontwerp – tart de logica. Het gaat namelijk in dit geval niet om een vorm van publiek-private samenwerking zoals we dat uit de praktijk en de leerboeken kennen.

Het marktdenken in de zorg leidt tot afsplitsing van zorgbedrijfjes die de patiënt niet als een mens maar als een gefragmenteerd wezen benaderen waaraan gesleuteld en verdiend kan worden. In de fragmentatie van lichaam en geest tot kleine diagnosebehandelbrokjes zitten de verdienmodellen. Profijtelijk zijn de klinieken voor electieve ingrepen (knie-, heup- en staaroperaties), maar voor de acute zorg, de complexe zorg en de chronische zorg die gezamenlijk veruit het grootste deel van de medische zorg vormen werkt het marktmechanisme niet, of zijn er kostbare gevolgen waar overheidssturing nodig is. Zoals nu weer bij het ziekenhuis in Boxmeer. Daar waar de mens zich niet laat opsplitsen zien we de meest schrijnende gevolgen van het marktdenken: in de specialistische GGZ en de jeugdzorg (een gemeentelijke taak). Hoe meer fragmentatie, hoe meer regels. Immers, patiëntveiligheid en zorgkwaliteit zijn absolute vereisten die altijd moeten worden geborgd. En ook dat geeft verdienmodellen. Maar wat is nu de essentie?

De versplintering van het zorgaanbod leidt tot complexere regelgeving met een toename van verantwoording, toezicht en dus: bureaucratie. Het leidt tot torenhoge indirecte kosten, een zeer verfijnd systeem van checks en balances ergo een complexe hybride zorgmachinerie die nooit af kan zijn, waardoor steeds minder geld beschikbaar is voor de zorg. OntRegelDeZorg? Nieuwe regels vervangen de geschrapte.  Value Based Health Care? Waarom niet gewoon de patiënt vragen of hij/zij tevreden is? Hoe doelmatig is een systeem van 24 zorgverzekeraars met 55 polissen basisverzekering die allemaal hetzelfde zorgpakket aanbieden? Management staat centraal in het marktgedreven zorgstelsel in plaats van uitvoering. Is er wellicht een verband met het feit dat de zorg steeds minder aantrekkelijk wordt gevonden om in te werken en het toenemend gebrek aan gekwalificeerde zorgverleners (verpleegkundigen, triagisten, huisartsen, ouderengeneeskundigen e.a.)?

Er zijn teveel private krachten en er is te weinig publieke sturing in het zorgstelsel. Publiek is ondergeschikt gemaakt aan privaat, het moet juist andersom! Dit inzicht begint door te breken. Toen ik Kim Putters, directeur van het SCP en hoogleraar aan de Rotterdamse school waar het ‘zorg is business’-adagium gehuldigd wordt, hiermee in het openbaar confronteerde gaf hij volmondig toe dat deze analyse klopt (NZF-cafe d.d. 14/3/2019).

De gezondheidszorg staat voor een existentiële keuze. Een keuze die direct samenhangt met de vraag of de overheid de regie terugneemt en binnen publieke randvoorwaarden private zorgverlening en zinvolle innovaties faciliteert, of de omgekeerde situatie, waarbij private partijen de dienst blijven uitmaken en de publieke taak beperkt wordt tot het corrigeren van de collateral damage van echte marktwerking.

In het eerste geval kunnen we terugkeren naar de menselijke maat en staat de patiënt weer centraal, in het andere geval wordt de patiënt een dataverzameling, de zorgverlener een data-analist, krijgt Big Tech het voor het zeggen en zoekt iedereen het in het oerwoud van regels verder zelf maar uit.

voetnoot 1 Zelfstandig onderzoek van data OECD-Health at a Glance 2007, 2009, 2011, 2013, 2015, 2017. Gepubliceerd in  Economisch Statistische Berichten. 2017;1 ‘Zorgstelsel op basis van samenwerking stelt patiënt centraal’.

Verschenen in:

deVolkskrant Waarom zorg in Nederland juist niet tot de beste behoort

Joop De gezondheidszorg staat voor een existentieel vraagstuk
1600+ Lezers

Business Insider Het Nederlands zorgsysteem deelt de patient op in stukjes 1750+ Lezers

Het Existentieel vraagstuk in schema – Publieke sturing of Privatisering (en publieke noodverbanden blijven aanleggen)?

 

 

Lezing voor Tilburgs Verkiezingssymposium

Ik hield een inleidende lezing over Directe democratie op het Tilburgs Verkiezingssymposium van 6 februari 2017.

Thierry Baudet was zo gepikeerd na een opmerking van me – tijdens de lezing van Nanda Oudejans, die hij interrumpeerde – dat hij me het spreken wilde beletten voor een volle zaal. Hij sprong op het podium en eiste dat ik als spreker niet het woord zou krijgen. Er zijn circa 150 getuigen. Hij heeft wel zij excuses aangeboden in de pauze – achter de coulissen.

Ik maakte dit rommelige filmpje van de zaal tijdens de lezing van Nanda Oudejans. 

Hier kunt u de slides van mijn presentatie bekijken>

tilburgs-verkiezingssymposium-plus-09022017


Onderzoeksartikel ‘Nederlandse zorg valt van haar voetstuk’ met volledige lijst Referenties

EUROPESE TOPPOSITIE VAN NEDERLANDSE ZORG WANKELT

Europese toppositie van Nederlandse gezondheidszorg moet worden genuanceerd

Volgens politici en beleidsmakers is het Nederlandse gezondheidszorg een van de beste, zo niet hét beste zorgstelsel van Europa. Maar klopt dat wel? Hoe goed is onze zorg? Socioloog Gijs van Loef vergeleek allerlei indicatoren en nuanceerde die conclusie…

Lees verder: Nederlandse zorg valt van haar voetstuk

…………………………………………………………………………………..

De tijdschriftpublicatie bevat slechts drie voetnoten. De volledige lijst van voetnoten/referenties (o.b.v. pagina’s tijdschrift):  

Referenties (paginanummer in MC42, Linkerkolom/Rechterkolom LK/RK , regel)
pag 18, RK 2e regel > 1. Murray CJL, Frenk J. A framework for assessing the performance of health systems. Bulletin of the World Health Organization 78(6); 2000.
pag 18, RK, 5e regel van onder > 2. Life expectancy at birth: http://www.who.int/gho/mortality_burden_disease/life_tables/en/; http://www.ourworldindata.org
pag 18, RK, onderste regel (voetnoot 1 in MC42)> 3. Zelfstandig onderzoek van data OECD-Health at a Glance 2007, 2009, 2011, 2013, 2015, 2017. Voor het eerst gepubliceerd in: Economisch Statistische Berichten. 2017;1 http://www.gijsvanloef.nl/2017/11/10/tendens-daling-kwaliteit-medische-zorg-t-o-v-eu14-zet-door-2007-2017-oeso/
pag 19, LK, 7e regel > 4. Health care activities, OECD-Health at a Glance 2017.
pag 19, RK, 5e regel (voetnoot 2 in MC42)> 5. Zelfstandig onderzoek. Jaarberichten 2004, 2007, Jaarbeelden 2010, 2013, 2016. Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.
pag 19, RK, 6e regel > 6. Kiers B. NZa: wachttijden zorg lopen de spuigaten uit. Zorgvisie; 15 januari 2018.
pag 20, LK, laatste regel 1e alinea > 7. WRR: http://www.wrr.nl/onderwerpen/ongelijkheid-in-gezondheid ; Health Status, OECD-Health at a Glance 2017.
pag 20, LK, 24e regel van onder > 8. Zie bijvoorbeeld het Pamflet voor De Nieuwe GGZ 21 oktober 2015: http://www.denieuweggz.nl
pag 20, LK, 20e regel van onder > 9. Jeugdhulp. Nederlands Jeugdinstituut: http://www.nji.nl/nl/Databank/Cijfers-over-Jeugd-en-Opvoeding/Cijfers-per-voorziening/Aanbod-Jeugdhulp
pag 20, LK, 17e regel van onder (voetnoot 3 in MC42) > 10. OECD Health at a Glance 2017 heeft vier tabellen met vergelijkende data: chronische depressies (vier Europese landen scoren beter dan Nederland: zeven landen scoren slechter, zie http://www.oecd-ilibrary.org/social-issues-migration-health/health-at-a-glance-2017/prevalence-of-chronic-depression-2014_health_glance-2017-graph22-en; suïcide (vergelijkbaar beeld, zie http://www.oecd-ilibrary.org/social-issues-migration-health/health-at-a-glance-2017/suicide-2015-or-nearest-year_health_glance-2017-graph20-en; suïcide na vertrek uit de instelling (Nederland scoort het slechtst, zie http://www.oecd-ilibrary.org/social-issues-migration-health/health-at-a-glance-2017/suicide-following-hospitalisation-for-a-psychiatric-disorder-within-30-days-and-one-year-of-discharge-2015-or-nearest-year_health_glance-2017-graph95-en); suïcide binnen de instelling, (Nederland scoort het slechtste zie http://www.oecd-ilibrary.org/social-issues-migration-health/health-at-a-glance-2017/inpatient-suicide-amongst-patients-with-a-psychiatric-disorder-2014-or-nearest-year_health_glance-2017-graph94-en).
pag 20, LK, 6e regel van onder > 11. Wammes J, van der Wees P, Westert G. International Health Policy Survey 2017, Onderzoek onder 65-plussers in 11 landen. IQ Healthcare; 22 december 2017.
pag 20, LK, 5e regel van onder > 12. Waiting times for elective surgery, OECD Health at a Glance 2017.
pag 20, LK, onderste regel > 13. van den Berg M, Meerding JW. De zorgstelselcompetitie. Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, RIVM, Centrum Kennisintegratie Volksgezondheid en Zorg. oktober 2016.
pag 20, RK, 2e regel > 14. OECD Health Policy Studies, Health Data Governance. OECD; 2015.
pag 20, RK, 5e regel > 15. Jeurissen P, Tanke M, Stadhouders N, Maarse H. Gereguleerde competitie en betaalbaarheid in de curatieve zorg. In: Betaalbare zorg. Den Haag: SDU; 2018. 181-98.
pag 20, RK laatste regel 1e alinea > 16. (1) Mossialos E, Djordjevic A, Osborn R, Sarnak D. International Profiles of Health Care Systems, Commonwealthfund; mei 2017. p 8; (2) Nationaal ZorgFonds: Maurice de Hond, sept. 2016; (3) Kieskamp W. Kiezers willen dat de overheid de zorg weer in handen neemt. Trouw 6 februari 2017.
pag 20, RK 19e regel van onder > 17. Access to care, OECD-Health at a Glance 2017.
pag 20, RK, voorlaatste regel > 18. Nibud: http://www.nibud.nl/beroepsmatig/zorguitgaven-chronisch-zieken-5-jaar-gestegen/
pag 20, RK, voorlaatste regel > 19. Het eigen risico in de zorg. TNS 11 augustus 2016. p.17. Zie voor internationale data: Unmet needs for health care due to cost, OECD Health at a Glance 2017.
pag 21, LK, laatste regel 1e alinea > 20. van der Schors W, Brabers AEM, de Jong JD. Solidariteit in het Nederlandse Zorgstelsel. Nivel: Utrecht.
pag 21, LK, einde 1e alinea Paragraaf 4. > 21. Share of the population aged over 65 and 80 years, OECD-Health at a Glance 2017.
pag 21, LK, 2e regel 2e alinea Paragraaf 4 > 22. Polder J. Zorguitgaven. In: Betaalbare zorg. Den Haag: SDU; 2018. p.34.
pag 21, LK, voorlaatste regel 2e alinea Paragraaf 4 > 23. Zie de beweging vanuit de beroepsgroepen naar meer professionele autonomie van Het Roer Moet Om naar (Ont)Regel de zorg: http://www.vvaa.nl/landingspagina/ont-regel-de-zorg Internationale vergelijking administrative efficiency: http://www.commonwealthfund.org/publications/fund-reports/2017/jul/mirror-mirror-international-comparisons-2017

…………………………………………………………………………………..

Lees hier de reacties in het tijdschrift: Reacties
Anton Maes op Zorgenstelsel.nl: Werken aan de agenda van de vooruitgang

Belangrijkste publicaties (5 jaar onafhankelijk onderzoek en advies over het zorgstelsel)

Top 5 publicaties

Platform Betrouwbare Zorgcijfers (co-auteur John J.L. Jacobs):
Corona scenario analyse 14 maart 2020

Volkskrant: Waarom zorg in Nederland juist níét tot de beste hoort

Medisch Contact:
Nederlandse zorg valt van haar voetstuk

ESB (co-auteur Renske Leijten): Zorgstelsel obv samenwerking stelt
patiënt centraal

Skipr: Een patiëntgeoriënteerd zorgstelsel

Recensies

Voxmedia: Voxmedia“The Netherlands has universal health insurance — and it’s all private”

Stichting Beroepseer: Beroepseer Gijs van Loef bekritiseert de effecten van marktwerking in de zorg op basis van onderzoek naar kwaliteit van zorg

Marktwerking vertroebelt totaaloverzicht en regie op Testplan

Advies aan de voorzitter van de GGD-GHOR Nederland, André Rouvoet (29 okt. jl.).

“Beste André, ik voorzie problemen op het snijvlak van publieke sturing, financiering en ‘handhaving’ (overheid) en private sneltest faciliteiten (markt) vanwege de uiteenlopende belangen.”
Reactie André, met dank (30/10 jl.): “We zijn hierover in permanent gesprek met alle betrokken partijen, inclusief kabinet en burgemeesters, en de door jou genoemde (en relevante!) aspecten krijgen daarbij uiteraard volop de aandacht.”

 






Links: GGD Waarschuwing voor commerciële coronatesten
Rijksoverheid Ontwikkeling van sneltesten op corona

Voorkom de 3e golf: constructieve kritiek op het Redteam

update 25/10 – Leden van het redteam hebben kennis genomen van mijn kritiek

Het redteam heeft op 22 oktober jl. haar nieuwste advies uitgebracht: ‘Voorkom de derde golf’. Ik zit op dezelfde golflengte als het redteam, deel hun zorgen en onderschrijf hun analyses en aanbevelingen over het algemeen. Hun waarschuwing medio juli dat een 2e golf dreigde was volkomen terecht. We zitten nu met de gebakken peren. Misschien is er nu inderdaad een korte, ingrijpende lockdown noodzakelijk om te resetten. Ik vrees echter dat onze regering niet in staat zal zijn om vervolgens a tempo de noodzakelijke institutionele hervormingen door te voeren om vervolgens met vertrouwen met het virus ‘de nieuwe dans’ aan te kunnen gaan. Mijn kritiek op het advies van het redteam komt in essentie hierop neer:

* 33 Pagina’s is teveel. Het advies kan en moet veel korter (herhalingen);

* Er zijn maar 3 strategieen, waarvan 1 maatschappelijk onaanvaardbaar is: NIETS DOEN -het virus vrij rond laten gaan. UITROEIEN is onmogelijk en dus geen strategie;

* De enige 2 strategieen zijn derhalve (volgens het redteam) MITIGEREN en INDAMMEN;

* Kern van mijn kritiek – MITIGEREN wordt in een paar zinnen weggezet (‘Bij mitigatie accepteert men dat het coronavirus zich door delen van de gemeenschap verspreidt, zij het met een snelheid waarmee de zorg niet overbelast raakt’, pag. 18/33) en min of meer gekoppeld aan een GROEPSIMMUNITEIT-strategie. In de internationale literatuur heeft ‘MITIGATION’ een veel bredere betekenis en worden specifieke mitigerende maatregelen genoemd die vergaand zijn t/m een tijdelijke lockdown. Het redteam maakt zichzelf door het gebrek aan nuance minder geloofwaardig. Het redteam definieert een eigen, uniek (?) vocabulaire, zoals ook de ‘nieuwe dans’.

De fundamentele kritiek van het redteam op het kabinetbeleid onderschrijf ik. ‘MAXIMAAL CONTROLEREN’ is door het kabinet benoemd in een kamerbrief, maar de woorden en daden van het kabinetsbeleid zijn niet in overeenstemming met de boodschap. Wij hebben al eind juni op de ondeugdelijkheid van het ‘maximaal controleren’-gedachtegoed’ gewezen> advies aan de Kamer Aanpak coronacrisis onder de loep
En dat er gestuurd moet worden op besmettingscijfers, dat de kritische grens 50 besmettingen/100.000 inwoners/week is (Duitsland, ECDC enz.), dat de routekaart niet deugt enz., ik ben het er allemaal mee eens. En misschien hebben we inderdaad nu geen andere keus meer dan een nieuwe lockdown (Echte Hamer!)

* Men pleit voor een multidisciplinair crisisteam (pag 31/33) met een samenstelling die opvallend overeenkomt met die van het redteam. Ik mis o.a. de volgende kennisdisciplines: bestuurskunde, sociologie en psychologie (‘gedrag’?), immunologie en virologie (‘biomedisch?’), communicatie, wiskundige modellering (is iets anders dan data-analyse).

Bronnen:
ECDC covid-19 testing strategies
ECDC Testing strategies for SARS-CoV-2
CDC Framework for implementation
OECD Flattening the COVID-19 peak: Containment and mitigation policies
Redteam – http://www.c19redteam.nl/wp-content/uploads/2020/10/2020-10-22-RedTeam-Voorkom-een-derde-golf.pdf
Eerdere kritiek – rommelig advies van het redteam
Zweden (draadje): Mitigeren ipv Groepsimmuniteit! Zweden corona aanpak: Mitigeren

een moderner zorgsysteem dan Duitsland

update 18/10 – link naar video met tekstfragment

Vanaf ca. 41:30 min. gaat dhr. Kuipers in op het Duitse zorgsysteem technische briefing TK 14/10
presentaties: tweede kamer corona 14/10

Draadje n.a.v. opmerking van Ernst Kuipers (CEO LCPS) in de technische briefing van de vaste kamercommissie VWS van 14/10 jl. over het coronavirus