Lezing voor Tilburgs Verkiezingssymposium

Hier de ondersteunende powerpoint van de inleidende lezing over Directe democratie op het Tilburgs Verkiezingssymposium van 6 februari 2017.

Thierry Baudet was zo gepikeerd na een opmerking van me dat hij met het spreken wilde beletten voor een volle zaal. Er zijn circa 150 getuigen.

tilburgs-verkiezingssymposium-plus-09022017

 

We haten de overheid heimelijk allemaal

Overpeinzing bij de VLUCHTELINGENCRISIS – De overheid moet handelen, de politiek schakelt noodgedwongen over op het kritische, oplossing zoekende brein voor de korte en lange termijn.

Oud-premier Lubbers zou ooit gezegd hebben: “We hebben allemaal een ding gemeen en dat is dat we allemaal een hekel aan de overheid hebben.” Hebben we allemaal een hekel aan de overheid, enkele uitzonderingen wellicht daargelaten, zoals immigranten en de 2% die lid is van een politieke partij? En hoe is deze weerzin tegen de overheid bij burgers èn ambtenaren dan te verklaren? Heeft het mischien te maken met een gebrek aan geloofwaardigheid van de overheid? Want hoe is het toch mogelijk dat de Nationale Ombudsman bij het PGB-debacle voor de zoveelste maal constateert dat de politiek de uitvoering en de ICT-aspecten zwaar heeft onderschat? Dat wisten we toch al, we hebben dit toch zien aankomen? Waarom loopt het dan weer mis? Hoe is het toch mogelijk dat onze politici de publieke sector zo schromelijk verwaarlozen?

Ik kom tot de volgende verklaring. Mensen functioneren op twee bewustzijnsnivo’s. In de basisstand domineert het oppervlakkige bewustzijn, het stelt ons in staat om snel te oordelen en te handelen (1). Indien nodig activeren we het kritische, nadenkende bewustzijn, dat ons in staat stelt om tot logisch samenhangende en doordachte inzichten te komen (2). De werking van het snelle en het kritische bewustzijn zijn door Daniel Kahneman als de two systems beschreven in zijn meesterwerk Thinking, Fast and Slow .

het snelle, uitgesproken brein

In ons alledaags denken en handelen staat het brein in de snelle basisstand. Het snelle brein beantwoordt de vraag die opiniepeilers stellen: waar gaat u op stemmen? Maar of dat ook zo is? In het snelle brein is democratie een kwestie van vierjaarlijks verkiezingen en dan kiezen we wie ons mag vertegenwoordigen en besturen. De politiek beslist, wetten worden aangenomen en de overheid voert deze wetten uit. Het snelle brein stelt ons in staat politiek correct te zijn als de sociale situatie daar om vraagt. Overheidscommunicatie richt zich op het snelle brein: “Dat soort vragen, daar is UWV voor. Kijk op uwv.nl. Je krijgt er duidelijke antwoorden, waarmee je verder kan”.
Politici zijn getraind in het werken met het snelle brein. Budgettaire kaders en positieve mediacommunicatie zijn bouwstenen voor het brein. Met prijsuitreikingen huldigen politici ambtenaren en best practices in het publieke domein en ze geven daarmee de boodschap af dat de politiek zich bekommert om de overheid. Mediatraining is voor elke politicus een conditio sine qua non. In het tijdperk van de social media is er altijd wel ergens brand: “Minister, wat vindt u hier nu van?” Het snelle politieke brein moet PowNed van repliek kunnen dienen.

het kritische, beschouwende brein

Het kritische brein wordt geactiveerd bij het verschijnen van rapporten van de Algemene Rekenkamer, de Nationale Ombudsman en bij Parlementaire enquêtes. Men neemt, als is het vluchtig, kennis van de belangrijkste, noodzakelijkerwijs scherp geformuleerde conclusies. Wie het interesseert verdiept zich in het onderzoek en de aanbevelingen. Nu moeten politici op hun tellen passen, er worden moeilijke vragen gesteld. De externe communicatie wordt grondig voor geëxerceerd. Men belooft beterschap, ja er worden al maatregelen getroffen om herhaling te voorkomen. In de media verschijnen deskundigen, iedereen doet zijn plas en de leercyclus is rond.

Als mensen in hun kritische bewustzijnsstand zitten realiseren ze zich dat de overheid complex is en dat er bij de uitvoering van taken veel komt kijken. Het gaat dan om de bedrijfsvoering, de noodzaak van ketensamenwerking en Good governance. Nu wordt het ingewikkeld, politici en het grote publiek haken af. In het volhardende kritische brein weten we dat de politiek deze complexiteit niet aan kan en er ook niet aan wil. Vrijwel alle politici opereren vanuit de snelle bewustzijnsmodus en zijn getraind in het ontwijken van lastige vragen die het dieperliggende bewustzijn triggeren. Hier zien we Rutte’s meesterschap.
Het kritische bewustzijn wordt getriggerd als de eigen wettelijke rechten in het geding zijn. Dan slaan we alarm en dienen een bezwaarschrift in. Desnoods stappen we naar de rechter.

5,5 Miljoen mensen hebben de afgelopen dagen van de Belastingdienst twee brieven na elkaar ontvangen. In de eerste brief staat het bedrag van de aanslag inkomstenbelasting van 2014. In de tweede brief staat dat we vier maanden uitstel van betaling hebben. Als je precies wilt weten wat dit betekent en of je wellicht toch invorderingsrente moet betalen kun je doorklikken op een link. Waarom krijgen we twee brieven plus een link voor de aanslag van de inkomstenbelasting, waarom niet één brief? Omdat het belastingsysteem het niet aankan. Het is te complex, er zijn meerdere systemen en er moet rekening worden gehouden met uitzonderingen. Zo maak je geen vrienden. Temeer daar diezelfde Belastingdienst mensen en bedrijven voortdurend met haar eigen interne problemen opzadelt. We kunnen het niet leuker maken, wel gemakkelijker (?).

De decentralisatie van hulp- en zorgtaken naar de gemeenten illustreert de slordige manier van werken bij de overheid. De kritische beschouwer denkt de dat hele operatie ingegeven is door bezuinigingen en het onvermogen om taken op centraal niveau goed te regelen en dat het verhaal van de participatiesamenleving er later bij verzonnen is. Over het beëindigen van de huishoudelijke hulp door individuele gemeenten worden nu verschillende rechtszaken gevoerd. De burger zoekt het voortaan zelf maar uit.

De marktwerking in de publieke domein is een ander, treffend voorbeeld van een falende centrale overheid die haar problemen over de schutting kiepert. De markt zou uitvoerende taken beter èn goedkoper doen dan de overheid. Maar beide claims, de markt doet het beter en de markt doet het goedkoper, zijn nog nooit bewezen. In 2013 concludeerde de TU Delft wel dat het nederlandse spoor na de opsplitsing minder efficiënt is geworden en dat de productiviteit van het spoor is gedaald.
Als niet direct het eigen belang meespeelt loopt de individuele kritische houding stuk op institutionele muren. Het raadgevend referendum is net bij wet geregeld. Maar de Tweede Kamer heeft geen oor naar een adviserend referendum over de manier waarop Nederland besluiten neemt in haar relatie tot de EU.

Steeds als we moeite doen om kritisch na te denken over het functioneren van de overheid (en de politiek) stuiten we op een geloofwaardigheidsprobleem. Er zijn zoveel voorbeelden te geven, denk bijvoorbeeld aan de aanpak van de topinkomens in de publieke sector. En men heeft de mond vol van integriteit. Maar politici die door de mand vallen (en daar moet heel wat voor gebeuren, zie staatssecretaris Martin van Rijn), krijgen na verloop van tijd toch weer een exclusief baantje toegeschoven. Geen wonder dat het vertrouwen in de overheid helemaal weg is. Landelijke politici zijn er klaarblijkelijk niet voor ons, ze zijn tegen ons. Het zijn de wachters van de overheid.
Natuurlijk, het individu beschikt over mogelijkheden om vermeend onrecht aan te vechten. Hij kan een bezwaarschrift indienen en desnoods naar de rechter stappen. Het gaat hier om de vraag wat de mens denkt en voelt. Emoties zijn onderdeel van het snelle brein. De individuele mens voelt zich machteloos tegenover een almachtige staat, die ongeloofwaardig en onbetrouwbaar is. Hoe reageert het emotionele brein hier op? In het openbaar houden we de overheid te vriend. Maar heimelijk haten we diezelfde overheid.
Dat is waar Lubbers op doelde.

Column op Z24.nl: Waarom we een hekel hebben aan de overheidZ24nl

De onbegrijpelijke salamipolitiek van de Wet op de Langdurige Zorg

De decentralisatie van de ouderen- en gehandicaptenzorg is explosieve kost. Het raakt de kern van de afbouw van de verzorgingsstaat. Maar er is geen fundamentele bezinning geweest op de vraag wanneer er een recht op ouderenzorg is. De WLZ is de slotakte van een voor gewone mensen onbegrijpelijke salamipolitiek waarin gemeenten worden opgezadeld met nieuwe taken en van alles en nog wat zonder duidelijke argumentatie op het bordje van de burger wordt teruggelegd. Het oordeel over de Wet op de Langdurige Zorg is aan de Eerste Kamer. De senaat doet er verstandig aan het wetsontwerp niet aan te nemen.
Dit hoofdstuk in de verbouwing van de verzorgingsstaat heeft alleen kans van slagen op maatschappelijke acceptatie als een breed debat gevoerd wordt over wat publieke taken zijn en wat niet. Wat dat niet is, kan vervolgens bij burgers worden neergelegd. En daar kan de markt vervolgens op inspelen.
Natuurlijk is er een ratio voor de bezuinigingen. We worden steeds ouder en de kosten van de gezondheidszorg rijzen uit de pan.
In 1998 was het aandeel van de zorguitgaven op de totale uitgaven van de collectieve sector nog 16%, in 2003 was dit gestegen naar 21%, in 2015 bedragen de kosten 73 miljard op 260 miljard, dat is 28% van de gehele collectieve sector. Door de vergrijzing en medische innovaties stijgen de kosten van de zorg veel sneller dan de groei van het BNP en de collectieve sector. De wal moet het schip dus wel gaan keren.
Maar om maatschappelijk draagvlak te verwerven moet er toch eerst echt een inhoudelijk debat gevoerd worden. Nederlanders zullen met elkaar de vraag moeten beantwoorden: Wanneer is publiek georganiseerde ouderenzorg gerechtvaardigd en wanneer niet? Wie komt ervoor in aanmerking en op grond waarvan? Dat gezonde mensen een verantwoordelijkheid voor het verzorgen van hun behoevende ouders hebben zal bijna niemand durven ontkennen. Maar wanneer moet men aankloppen bij de zorgverzekeraar? En wanneer kan men een beroep doen op de overheid?
Als u op het internet zit, vind u een antwoord bij de overheid:

Een overzichtelijke webpagina, maar wordt u er wijzer van?
Als u nu in een zorginstelling woont blijft dat in principe zo. Misschien dat u moet verhuizen naar een andere locatie vanwege een verbouwing. Over de kwaliteit van de verzorging achter de muren zijn vele verontrustende berichten. Levert de overheid eigenlijk wel de zorgkwaliteit in het verpleeghuis waar u op zou moeten mogen vertrouwen?
Als u nu thuis woont en AWBZ-zorg krijgt verandert dit. Of de zorgverzekeraar, of de gemeente neemt dit over anderhalve maand over. Maar waar u straks nog recht op heeft, daarover is alleen in algemene zin iets te zeggen: medische hulp ligt bij de verzekeraar, andere hulp ligt bij de gemeente. En elke gemeente doet het anders.
Als u nu thuis van de gemeente Wmo-hulp krijgt, dan is de kans groot dat dit gaat veranderen. Huishoudelijke hulp wordt waarschijnlijk afgeschaft, ook dit verschilt overigens per gemeente. U kunt alvast een keukentafelgesprek aanvragen.
Als u nu thuis van de gemeente op grond van de Wmo een persoonsgebunden budget krijgt, dan kunt u hiermee zelf uw zorgbehoefte inkopen. U krijgt het budget niet zelf, u krijgt schriftelijk een pgb-recht toegewezen (beschikking). Maar de overheid gaat eerst beoordelen of de door u uitgekozen zorgverlener aan bepaalde kwaliteitseisen voldoet. Het is ongewis of u met het pgb krijgt waar u behoefte aan heeft. Het zal vaak heus goed gaan, maar garanties zijn er niet.
Als u nu nog geen zorg nodig heeft, maar in de toekomst wel, dan kan er van alles gebeuren. Het ligt er maar aan. Kunt u thuis blijven wonen en gaat het om medische zorg? U bent in beginsel verzekerd. Kunt u thuis blijven wonen en gaat het om andere zorg? Belt u de gemeente, als u geen computer heeft. Kunt u niet thuis blijven wonen? Schakel een accountant in en zoekt u het dan maar uit.

Deze column is verschenen op http://www.joop.nl

3D’s: Bestuurlijk in control, in Praktijk chaos

Er heerst verwarring omtrent de drie decentralisaties van taken van het rijk naar gemeenten. Is het nu bestuurlijk in control en liggen de gemeenten op schema, of dreigt er een chaos? Een antwoord op deze vraag noopt te denken langs meerdere gedachtelijnen: de politiek-bestuurlijke lijn met haar bestuurlijke werkelijkheid en de realiteit, de concrete praktijk waarin zaken moeten worden voorbereid en vanaf 1 januari 2015 meteen goed zouden moeten worden uitgevoerd.
Vooropgesteld, de werkelijkheid is complex. De drie decentralisaties (3D) komen voort uit de totale verbouwing van de verzorgingsstaat, waarin de centrale overheid steeds meer loslaat en afstoot en marktwerking in het publieke domein als enige manier ziet om een balans te bewaren tussen een ogenschijnlijk ongeremde vraag vanuit de samenleving en beperkende financiële kaders. Dat loslaten en afstoten door de centrale overheid moet de participatiesamenleving in statu nascendi oppakken. De markt- en participatiesamenleving komt dus in de plaats van de verzorgingsstaat. Maar de landelijke politiek sticht verwarring door geen duidelijke uitspraken te doen over waarom iets een eigen verantwoordelijkheid van burgers is, waar ergens de markt begint en wat de overheid zelf blijft doen. Dit is meer dan een communicatieprobleem.

De schoen wringt nu vooral bij de jeugdzorg. De jeugdzorg is grotendeels een markt van hulpvraag en aanbod, waar ouders met keuzevrijheid en hulpverleners elkaar vinden, waarbij provinciale bureaus jeugdzorg veel publieke taken uitvoeren en de overheid kaderstellend en kwaliteitsbewakend optreedt. De rest van de jeugdzorg heet het ‘gedwongen kader’, hier wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid (en de markt) overruled door de overheid en de rechterlijke macht. Toch is de enige echte verandering in de jeugdzorg dat gemeenten de rol van de provincies overnemen.
Bestuurlijk zou dit geen ingewikkelde operatie moeten zijn, maar klaarblijkelijk is het dat wel. In februari stemde de Eerste Kamer in met de nieuwe wet. Het lijkt bestuurlijk op orde: Er zijn 42 regio’s van samenwerkende gemeenten die jeugdzorg regionaal inkopen, de huidige zorgcontracten lopen gewoon door in 2015, er is een Transitieautoriteit Jeugd, de macro-structurele bezuiniging is zeer beperkt (5%). Volgens Binnenlands Bestuur liggen 11 regio’s niet op schema.
De praktijk is dat de wethouders van de 36 grootste gemeenten (G4 + G32) de alarmbel luidden omdat gemeenten nog steeds niet weten wie hulpbehoevend is, wat de (kwalitatief zeer verscheiden) hulpvraag is en wat het toegewezen budget. Dus sluiten gemeenten nog geen contracten met zorghulpverleners, heerst financiële onzekerheid bij honderden zorgorganisaties en baanonzekerheid bij duizenden zorgprofessionals en onrust bij alle tienduizenden kinderen en hun ouders die afhankelijk zijn van jeugdhulp. Onvermijdelijk. Immers, geen enkele organisatie, publiek of privaat, kan het zich permitteren contracten te sluiten met leveranciers als essentiële informatie over aantallen en kwaliteiten ontbreekt. Complicerende realiteit is dat ICT-systemen moeten worden omgebouwd (invoering persoonsgebonden budget (PGB)-trekkingsrechten door de Sociale Verzekerings Bank) en de privacybescherming vormt een tweede obstakel. Elk programma of project kent de beheersaspecten tijd, geld, organisatie, informatie en kwaliteit. Bij het jeugdzorgproject zijn de beheersaspecten tijd, informatie en daardoor ook het beheersaspect kwaliteit onvoldoende geborgd. In de zakelijke wereld een garantie voor mislukking en schadeclaims, maar in de politiek-bestuurlijke wereld ligt dit anders.

Ziehier twee realiteiten, de bestuurlijke die op basis van abstracte informatie hokjes afvinkt en de organisatorische werkelijkheid waarin essentiële beheersaspecten ontbreken. En de voorbereiding van het transitieproces jeugdzorg loopt al vanaf februari.

De nieuwe wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) – met de overheveling van de extramurale zorg vanuit de nieuwe wet op de Langdurige Zorg (oude AWBZ), een lopend wetgevend traject – en de Participatiewet zijn pas in juli door de Eerste Kamer aangenomen. Vooral de nieuwe, uitgebreidere WMO wordt qua aanpassingen in de (geautomatiseerde) werkprocessen en de bedrijfsvoering een zeer complexe operatie. De participatiewet en de gedwongen afbouw van de gemeentelijke sociale werkvoorziening is weer van een andere orde. Daar lijkt de meest prangende vraag: waar is al het werk voor die honderdduizenden arbeidsgehandicapten?

Het zal uiteindelijk met de jeugdzorg wel goedkomen. Maar ten koste van wat? Het gaat niet om de productie van spullen conform technische specificaties. Het gaat om jonge mensen en hun ouders die hulp nodig hebben.

Ook op Joop.nl: http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/28779_jeugdzorg_lijdt_flink_onder_chaos_decentralisaties/

Kiezen tussen Overheid en Markt – een wake up call voor onze volksvertegenwoordigers

Kiezen tussen overheid en markt - Gijs van LoefKiezen tussen overheid en markt, een wake-up-call voor onze volksvertegenwoordigers. Prijs : 14,50 euro. ISBN: 9789090275390 ALLEEN LEVERBAAR VIA DE AUTEUR ZELF – Bestel hier mijn boek

Het boek stelt politici, bestuurders en ambtenaren in staat principiële en daardoor goed gefundeerde besluiten te nemen over de vraag welke taken de overheid zelf moet uitvoeren en welke aan de markt kunnen worden overgelaten. Het is daarmee een aanrader voor iedereen die betrokken is bij de besluitvorming over marktgerelateerde vraagstukken, op nationaal, provinciaal en lokaal niveau. Het boek is direct uit voorraad leverbaar.

Recensie in Tijdschrift voor Public Governance, Audit & Control (dec. 2013): “Van Loef laat op geheel eigen wijze zien hoe belangrijk het is scherp te zijn op wat je aan de markt kan overlaten.”

Prof.dr. Alexander Rinnooij Kan (Hoogleraar Economie en Bedrijfskunde UvA): “Ik heb je boek met veel plezier gelezen. Dit is de goede, nuchtere benadering. The devil is in the detail, zoals blijkt als je de gezondheidszorg door je schema probeert te duwen. Maar dat doet niets af aan mijn waardering!”

Jan Terlouw (voormalig vice-premier/minister, voormalig commissaris van de koningin, oud-hoogleraar, oud-partijleider, schrijver enz.):
‘In heldere taal analyseert van Loef wanneer en onder welke voorwaarden marktdenken binnen het waardensysteem van de overheid kan worden toegestaan. (…) Daarom is het raadzaam voor alle politici om dit boek aandachtig te lezen.’

Meer aanbevelingen vindt u bij het submenu Boeken.