ZorgWeek16bericht

Denken over het zorgstelsel moet fundamenteel veranderen, huisarts Toosje Valkenburg (HetRoerMoetOm)

 

de Volkskrant 18/4/2019 Onderzoeksraad: zorg voor psychiatrische patiënten schiet ernstig tekort

De zorg voor de 250 duizend à 300 duizend psychiatrische patiënten in Nederland schiet ernstig tekort, constateert de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) donderdag in een adviesrapport. Hierdoor kan de veiligheid van deze mensen en hun omgeving niet worden gewaarborgd. Onderzoeksraad

Skipr 18/4/19 VWS schiet noodlijdend Maasziekenhuis te hulp

Er is een oplossing gevonden voor het in nood verkerende Maasziekenhuis Pantein in Boxmeer. Het ministerie van Volksgezondheid draagt tot en met 2022 jaarlijks 2,5 miljoen euro bij om het regionale ziekenhuis te behouden.
VWS schiet noodlijdend ziekenhuis te hulp

Zorgvisie 17/4/19 Scandinavische zorg: lessen in eenvoud en doelmatigheid

De Nederlandse zorg kan nog wat leren van de Scandinavische. Hoewel de Nederland en de Scandinavische samenlevingen op veel punten overeenkomsten vertonen, is de zorg in het noorden minder complex georganiseerd, effectiever, minder duur en meer toekomstbestendig. Dat blijkt uit onderzoek van kennisorganisatie Vilans dat de Nederlandse langdurige zorg vergeleek met die in Denemarken, Finland, Zweden en Noorwegen. Vandaag biedt Vilans het aan de Tweede-Kamercommissie voor VWS aan. Zorgvisie: Scandinavische zorg

Promotie dr. Niek Stadhouders IQ Healthcare 16/4/2019 ‘Nederlandse zorgsysteem brengt minder marktdynamiek dan verwacht’. Zorgverzekeraars belonen of korten ziekenhuizen zelden op basis van de geleverde prestaties. Hoewel kwaliteit en doelmatigheid al jaren parameters zijn bij het inkopen van zorg, verschuift er in de praktijk maar weinig. Uit een financiële analyse van de jaarverslagen van de Nederlandse ziekenhuizen blijkt dat in de periode 2007-2014 slechts 2 tot 3 procent van het budget werd herverdeeld. Dit blijkt uit onderzoek van Niek Stadhouders van het Radboudumc, waarmee hij op 15 april promoveerde. FMTgezondheidszorg

de Volkskrant 15/4/19  Veel ziekenhuiszorg heeft geen enkel nut.

Van de helft van alle handelingen die artsen uitvoeren in Nederlandse ziekenhuizen, is niet bewezen dat de patiënt er baat bij heeft. Van 5 à 10 procent van de geleverde zorg is zelfs wetenschappelijk aangetoond dat deze niets toevoegt.Veel ziekenhuiszorg heeft geen enkel nut

Commentaar ZorgVerzekeraars Nederland: De zorgwereld moet echt kijken naar hoe zinnig bepaalde zorg is. Dat beaamt Zorgverzekeraars Nederland naar aanleiding van nieuw onderzoek naar nut en noodzaak van ingrepen.”Om te waarborgen dat goede zorg in ons land voor iedereen beschikbaar en betaalbaar blijft, moet dringend het nodige veranderen in de manier waarop we onze zorg georganiseerd hebben. Bij die vernieuwing hoort zeker ook het kijken naar hoe zinnig bepaalde zorg is. Onzinnige ingrepen maken patiënten niet beter en zorgen er voor dat de zorgkosten stijgen”, aldus Zorgverzekeraars Nederland.

Commentaar huisarts/publicist Anton Maes (lees de hele blog op zorgenstelsel!), hier één quote: “Al in 2012 werd gesuggereerd dat er met “Kwaliteit als medicijn” in potentie 4 tot 8 miljard euro bespaard kon worden in de curatieve sector (Booz&co, 9 augustus 2012). Ook dat was toen in dezelfde krant voorpaginanieuws (Volkskrant, 10 augustus 2012). Het slechtste nieuws van dit dossier is de herhaling van zetten en de impotentie de bekostigingssystematiek van ziekenhuizen te transformeren.”

Reactie op zorgenstelsel.nl

Reactie op FD-interview met Marco Varkevisser

ingezonden naar FD (zorgjournalist Anna Dijkman)

interview in Financieel Dagblad (18/1/2019) ‘Het zorgstelsel is als het weer: het is nooit goed’

FD Het zorgstelsel is net als het weer het is nooit goed? NB: om het artikel te kunnen lezen moet men geabonneerd zijn/zich registreren.

Cursief = quote uit FD – gevolgd door mijn commentaar in 13 punten van kritiek

1. Dhr. Varkevisser vertegenwoordigt een faculteit die een open debat over het zorgstelsel schuwt, in tegenstelling tot bijv. het RadboudUMC, de UvA, de VU en Maastricht University. Zijn faculteit is van alle kennisinstituten het meeste verantwoordelijk voor dit marktgedreven zorgstelsel, dat niet blijkt te kunnen functioneren. Maar waar zijn de reacties van andere universiteiten?
2. Moet de markt of de overheid problemen in de zorg als wachtlijsten en bureaucratie oplossen? Het blijft zoeken naar een balans. – Het gaat om een balans tussen overheid, beroepsgroepen en markt, dus 3 (georganiseerde) actoren.
3. Maar partijen zoals de SP die alles weer naar de overheid willen brengen, zijn wel heel naïef over de voor- en nadelen van overheidsingrijpen. – Hier wordt opzettelijk?! geframed door een wetenschapper van ESHPM. Het onderwerp is ingewikkeld en politieke partijen zijn zoekende naar antwoorden, zeker. Maar het is niet zo dat ‘men’ alles naar de overheid wil brengen. Het gaat om een nieuwe balans tussen publiek en privaat, zoals ik verwoord heb in publicaties waar ESHPM niet op reageert, zie 1e punt. Meer centrale overheidssturing noodzakelijk
4. De wisselvallige politieke besluitvorming – dit is inderdaad een probleem. Voor de zorg moet de politiek een lange termijn trendmatig begrotingsbeleid volgen.
5. De overheid deed het in de jaren ’90 niet al te best: er waren lange wachtlijsten, veel bureaucratie, er viel weinig te kiezen en er was weinig innovatie. – Hier schetst hij een karikatuur. De relatieve levensverwachting (vergelijking met gehele wereld) is in de jaren ’90 achteruit gegaan, dat klopt.
De wereldwijde levensverwachting bij geboorte
Maar: er zijn weer groeiende wachtlijsten, er is een enorme bureaucratie ontstaan, kiezen is feitelijk gissen in het donker door totaal gebrek aan transparantie van producten/prijzen Nederlands zorgstelsel is niet transparant , er is misschien wel teveel innovatie (zie ook: Prof. Westert, RadboudUMC).
6. De behoefte aan zorg is oneindig, er kan steeds meer en het wordt steeds duurder. – Een derde van de kostenstijging komt door de vergrijzing. Maar tweederde wordt door het marktdenken aangejaagd. De innovatiechaos werkt kostenverhogend omdat investeringen niet worden terugverdiend. En er wordt van alles aan gedaan om nieuwe zorgproducten aan de man te brengen en zo veel mogelijk geld te verdienen met onzin en schaamteloos machtsmisbruik. Zoals bij de nieuwe kankermedicijnen. Er moet door de politiek paal en perk gesteld worden aan deze marktkrachten.
7. Het verbod op winstuitkering: Het gaat – i.t.t. de winstuitkering aan zorgverleners (maatschapppen e.d.) – om een verbod op winstuitkering van grote organisaties, zoals ziekenhuizen en zorgverzekeraars. De meerderheid van de politiek wil dit zo houden en terecht. Zie mijn eerdere commentaar op de doorgeschoten marktkrachten.
8. Sinds 2006 moeten ziekenhuizen meer ondernemer zijn en daarmee zijn de financiële risico’s fors toegenomen. – Een oppervlakkig antwoord. Lees Prof. van den Heuvel (Healthcare management UvA) in de Volkskrant ‘Ondergang ziekenhuizen was simpel te voorkomen’ en op skipr ‘Liberaal beleid rond bouw van ziekenhuizen heeft volledig gefaald’ (beide 25/10/2018). Jaap van den Heuvel fileert disruptieve marktwerking ziekenhuissector
9. De prijs die we voor het huidige verbod betalen is dat er nu allerlei schimmige constructies worden bedacht om toch die winst uit te keren. -Dat is inherent aan marktdenken. Dit profitgedreven stelsel predikt en prikkelt de markt, hetgeen – omdat het een eenzijdige, bedrijfseconomische benadering voorstaat – onvermijdelijk tot steeds meer extra regelgeving en dus controlebureaucratie leidt.
10. Op belangrijke onderdelen heeft de overheid nog steeds de regie: zoals bij het toezicht op kwaliteit en wat er in de basisverzekering zit.– De overheid heeft met de stelselwijziging van 2006 de landelijke regie van de planning van zorgvoorzieningen (een essentiële publieke taak, wie heeft dit bedacht?!) uit handen gegeven.
11. Je moet het stelsel afrekenen op de vraag of het beter werkt dan een ander stelsel. – Dit onderzoek laat nog steeds op zich wachten. Er is door minVWS en RIVM een aarzelend begin gemaakt afgelopen zomer. Nederlands gezondheidszorgsysteem in internationaal perspectief Maar de adviesaanvragen aan de WRR en de SER zijn op de lange baan geschoven. adviesaanvraag-wrr-betaalbaarheid-zorg Ik heb deze vraag daarom zelf onderzocht.
12. In vergelijking met het buitenland hebben wij een goed zorgstelsel. Kunnen er dingen beter? Tuurlijk. Maar ons stelsel is heel solidair, heel toegankelijk en kwalitatief hoogstaand. – Uit mijn onderzoek blijkt dat het Nederlands medisch zorgstelsel o.b.v. beschikbare kwaliteitsindicatoren relatief iets slechter presteert dan het gemiddelde europese zorgstelsel (vergelijking data van 14 moderne landen). Private zorgstelsels (zoals het Nederlandse) zijn duurder dan publieke zorgstelsels, terwijl de kwaliteit over het algemeen genomen vergelijkbaar is. Zoals we allemaal weten is het private zorgstelsel van de USA zo’n beetje het duurste in de wereld. OECD Health at a Glance 2007 2017 EU14
13. En verder verwijs ik naar het artikel in Medisch Contact “Nederlandse zorg valt van haar voetstuk”. Medisch Contact

Mijn stelling: Het zorgstelsel van gereguleerde marktwerking is niet goed doordacht en blijkt ondermaats te presteren.

Jaap van den Heuvel fileert disruptieve marktwerking ziekenhuissector

In een drietal artikelen legt Prof. Dr. Jaap van den Heuvel de mechanismen bloot van de marktwerking in de ziekenhuissector, de klassieke 2elijnszorg.
In de Volkskrant vandaag (met dank aan de krant, die zich eindelijk gaat verdiepen in mijn essay “Nederlandse zorg valt van haar voetstuk” in MEDISCH CONTACT > Nederlandse zorg valt van haar voetstuk) en eerder op skipr. Een must read voor iedereen die het echt wil snappen.

Skipr (25 okt.): Liberaal beleid rond bouw van ziekenhuizen heeft volledig gefaald;
Skipr (15 okt.): Nee meneer Bos kleine ziekenhuizen zijn juist goedkoper

Samengevat:

Faillisement Slotervaart (impressie)


Lees hier het artikel in Medisch Contact: Nederlandse zorg valt van haar voetstuk

Zie hier de reactie van een kinderarts bij het Slotervaart ziekenhuis: YouTube Kinderarts veegt vloer aan met marktwerking

De 10 randvoorwaarden van gereguleerde marktwerking in de gezondheidszorg: beoordeling

5 juli 2016 – Verzoek aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg om te reageren

Het nederlandse zorgstelsel dat gebaseerd is op gereguleerde marktwerking en dat nu 10 jaar bestaat is uniek in de wereld (Zorgverzekeringswet). Om goed te kunnen functioneren moet voldaan worden aan tien randvoorwaarden, deze zijn opgesteld door het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit. Ze zijn het fundament van het stelsel van de verzekerbare gezondheidszorg. In hoeverre wordt nu voldaan aan deze randvoorwaarden van gereguleerde marktwerking? Een poging om tot een objectieve beoordeling te komen. Bij nader inzien is de conclusie minder positief dan hij was op skipr : de eindscore is een 4.6. Er wordt zonder meer niet voldaan aan de randvoorwaarden van gereguleerde marktwerking.

1e randvoorwaarde: Risicosolidariteit zonder risicoselectie – Dit wordt mogelijk gemaakt door het systeem van risicoverevening. Jaarlijks wordt vooraf 22 miljard verdeeld onder de zorgverzekeraars ter compensatie van ongelijke risicogroepen-klanten. Dit systeem zou moeten worden afgebouwd, idealiter naar nul, vanuit het uitgangspunt dat onverzekerbare zorg een overheidstaak blijft obv. de Wet op de Langdurige Zorg. Maar afbouw van de risicosolidariteit gaat niet, het leidt tot risicoselectie door zorgverzekeraars, kwetsbare groepen vallen dan uit de boot. Conclusie: Zonder het systeem van risicovervening is risicosolidariteit niet mogelijk. 2 Punten (van max. 5)

2e randvoorwaarde: Een transparant zorg- en polisaanbod / goede consumenteninformatie – Er zijn budget-, natura en restitutiepolissen en aanvullende polissen. De Consumentenbond spreekt van een polisjungle en telt 1400 combinaties. Transparant? Er zijn digitale vergelijkingssites. Mensen kunnen gemakkelijk de ‘goedkoopste polis’ kiezen, maar het is de vraag of men het allemaal kan overzien. De werkelijke kosten (tarieven) van de concrete, individuele zorgverlening zijn volstrekt niet transparant. Conclusie: Er is geen transparantie voor de patiënt/zorgverzekerde. 1 Punt.

 

3e randvoorwaarde: Doelmatigheidsprikkels voor alle drie actoren (zorgvrager, zorgverlener, zorgverzekeraar) – Moeilijk. De risicoverevening is als macro-instrument geen doelmatigheidsprikkel voor zorgverzekeraars. Bij onderhandelingen tussen zorgverzekeraars en zorgverleners is er een neerwaartse druk op budgetten, dat is een doelmatigheidsprikkel. Maar individuele zorgverleners worden betaald op basis van behandelingen, productievolume wordt beloond, dit is geen doelmatigheidsprikkel. Zorgverleners worden niet betaald voor de behaalde gezondheidswinst van de patiënt/zorgvrager, daar waar het uiteindelijk om gaat. En dan die zorgvrager zelf. Omdat er steeds nieuwe behandelingen, technieken en medicijnen beschikbaar komen is zijn zorgvraag in beginsel onbegrensd. Maar de eigen bijdrage is een prikkel tot doelmatigheid. Conclusie: Alle drie actoren worden slechts gedeeltelijk geprikkeld om doelmatig te handelen, daarnaast zijn er prikkels die tegengesteld werken. 2 Punten.

4e randvoorwaarde: Keuzevrijheid voor verzekerden – Als er geen transparantie is kan men de konsekwenties van eenmaal gemaakte keuzes vaak niet overzien. De keuzevrijheid is gemankeerd. Hooguit 4 punten.

5e randvoorwaarde: Betwistbare markten – Bestaande zorgaanbieders, zoals ziekenhuizen, medisch specialistische bedrijven en gespecialiseerde behandelcentra mogen geen zodanige machtspositie krijgen dat toetreding van nieuwe aanbieders belemmerd wordt. Nieuwe aanbieders brengen immers innovatie. Maar toetreding kan moeilijk zijn. Omdat zorgkwaliteit altijd de norm is, is er een natuurlijke dynamiek van afstemming en vormgeving van organisatorische verbanden door belangen- en koepelorganisaties. Het toelating-regulerend systeem is een bestuurlijk besluitvormend systeem, nieuwe toetreders moeten aan de bestuurlijke tafel zitten, dan wel vertegenwoordigd zijn. Conclusie: Betwistbaarheid van markten is er in enige mate. 3 Punten.

6e randvoorwaarde: Contracteervrijheid – Verzekeraars moeten de vrijheid hebben om zorgaanbieders te weigeren en geen contract aan te bieden. Dit is een actueel vraagstuk in de zorginkoopmarkt dat doorwerkt in de zorgverzekeringsmarkt. Conclusie: De contracteervrijheid is gedeeltelijk geregeld. 3 Punten.

7e randvoorwaarde: Een effectief mededingingsbeleid – Er moet eerlijke, gezonde concurrentie tussen partijen zijn, er mogen geen machtsposities ontstaan door fusies, of samenwerking die tot kartels leidt die niet de kwaliteit van de zorg verbeteren. Er is een scheidsrechter nodig. Zie ook de 5e randvoorwaarde. Maar er zijn meerdere scheidsrechters met verschillende opvattingen en normen (NZa, ACM en het Zorginstituut), de spelregels zijn daardoor onduidelijk en niet stabiel. Conclusie: Het mededingingsbeleid werkt niet naar behoren. 2 Punten.

8e randvoorwaarde: Geen liftersgedrag – Liftersgedrag, free riding, ondergraaft de solidariteit. Iedereen moet verplicht verzekerd zijn, zodat iedereen ook meebetaalt aan de kosten van de zorg. Er zijn ruim 300.000 onverzekerden die niet meebetalen. Daarnaast zijn er collectiviteiten die iets minder voor haar leden betalen dan individuele polishouders. Conclusie: Liftersgedrag is moeilijk te bestrijden. 2 Punten.

9e randvoorwaarde: Effectief toezicht op minimumkwaliteit van de zorg -Het bewaken van een goede zorgkwaliteit is de taak van de Inspectie van de gezondheidszorg. Er is een zeer sterke toename van het aantal klachten sinds 2004, een verdriedubbeling (van 3000 naar een kleine 10.000). De inspectie kan het werk niet aan. Op 30 mei jl. meldde het RTL-nieuws dat 60% van de sterfgevallen door ziekenhuizen niet wordt gemeld bij de Inspectie. Er zijn minstens 40 zwijgcontracten. Er is onvoldoende toezicht op de kwaliteit van de zorg. 1 Punt.IGZ 25052016

10e randvoorwaarde: Gegarandeerde toegang tot basiszorg – De toegankelijkheid van de basiszorg staat onder druk in de krimpregio’s. In de perifere delen van het land worden normen voor de spoedeisende hulp niet gehaald. 3 punten.

In eerste instantie had ik ruimhartig gerekend en kwam ik op een score van 27 punten op maximaal 50, een 5.4 (op 100). Geen voldoende. Maar de score is lager: 23 punten op 50, een 4.6. Dit is zonder meer een onvoldoende. Het roept de vraag op of het überhaupt voorstelbaar is dat er ooit voldaan kan worden aan de randvoorwaarden van gereguleerde marktwerking in de gezondheidszorg. Ik laat het oordeel aan u, lezer.

U kunt ook op skipr reageren: De tien randvoorwaarden van gereguleerde marktwerking

Een verkorte versie verscheen op Z24 : Dit zijn de grootste knelpunten in de zorg

Op 15 juni verscheen deze blog met de herziene beoordeling (een eindscore van 4.6) ook op Joop: http://ww.joop.nl/opinies/waarom-de-nederlandse-gezondheidszorg-een-dikke-onvoldoende-krijgt

 

dscn2595k

dscn2596k  dscn2597k

 

 

 

Over marktwerking in het publieke domein, zie ook de Gooi en Eemlander van 16 augustus 2013: ‘Marktwerking bij de overheid puinhoop’ 20130816-GHI-MULTITABLOID-GHI208—HDC-1-171059_109707006

Sanquin: Publiek en Privaat?

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan.

De zaterdagse Volkskrant staat er uitgebreid bij stil: De stichting Sanquin bloedvoorziening, die het wettelijk monopolie op de bloedvoorziening heeft, wil commercieel in het buitenland gaan opereren. Sanquin is van plan in de Verenigde Staten bloedplasma te gaan verkopen, als de FDA (Food and Drug Administration) het toestaat. Maar moeten we dit wel goed vinden?

In het boek Kiezen tussen overheid en markt maak ik onderscheid tussen vier principes van overheidshandelen, vier publieke waarden, die door de overheid gewaarborgd moeten worden. ‘Individuele rechtvaardigheid’ en ‘collectieve veiligheid en zekerheid’ zijn twee (van de vier) publieke waarden, die in de Nederlandse bloedvoorziening samen komen. Er is een georganiseerd taaksysteem voor de bloedvoorziening waarmee de samenleving beschermd wordt tegen gevaren: collectieve veiligheid en zekerheid van een goede en continue bloedvoorziening. Dit georganiseerde taaksysteem maakt het mogelijk dat elk individu goed bloed toegediend kan krijgen indien dit noodzakelijk is: individuele rechtvaardigheid.

Sanquin heeft het wettelijk monopolie op de publieke bloedvoorziening. De publieke bloedvoorziening wordt geschraagd door donoren uit vrije wil. Hieruit volgt dat publieke bloedvoorziening geen commerciële taak is. Sanquin noemt zichzelf op haar website dan ook terecht een not-for-profit organisatie.

Een goede en betrouwbare bloedvoorziening vereist, naast kapitaal, specifieke kennis en deskundigheid. Sanquin beschikt over deze kennis en deze kennis en deskundigheid staat in dienst van de publieke bloedvoorziening. Sanquin heeft een nieuwe produktiefaciliteit in gebruik genomen met een capaciteit die veel groter is dan wat voor de Nederlandse bloedvoorziening nodig is. Daar valt natuurlijk geld mee te verdienen.

Mag Sanquin nu als commerciële onderneming gaan opereren in het buitenland? Nee, want de continuiteit van de nederlandse bloedvoorziening is haar wettelijke taak, haar enige missie, de ultieme opdracht. Dit mag nimmer door een ongewis commercieel avontuur in de waagschaal worden gelegd. Kennelijk is er al fors geïnvesteerd in schaalvergroting om meer omzet te genereren. Nu blijken er mogelijk onvoorziene risico’s te kleven aan het Amerikaanse avontuur. Daar mag de publieke bloedvoorziening natuurlijk nooit de dupe van worden. Beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald.

Enkele citaten uit de Volkskrant van afgelopen zaterdag:

De deal die Sanquin en Baxter sloten moest de plasmaproductie van Sanquin tussen 2013 en 2016 opschroeven van 300 duizend naar twee miljoen liter per jaar. De mega-investering van 30 miljoen euro zou ruimschoots terugverdiend worden.
Maar het liep anders…
Door de miljoenen verslindende operatie om de FDA tevreden te stellen, stroomt het geld in rap tempo uit de doorgaans goedgevulde kas.” (…) “Intern bij Sanquin viel zelfs te beluisteren dat de publieke bloedvoorziening failliet zou kunnen gaan als gevolg van de gefnuikte Amerikaanse ambities”.
Geruststellend lijkt het volgende citaat.
Sanquin gaat sowieso niet failliet”, zegt hoogleraar Rob Slappendel. “Ze maken het bloed gewoon duurder”.
Tja… Het bloed kruipt kennelijk waar het niet gaan kan.

Er zit niets anders op dan de commerciële activiteiten volledig los te laten. Sanquin moet juridisch opgesplitst worden en de overcapaciteit moet in de verkoop. Voor een kennisdrain hoeven we niet bang te zijn. Een systematische en volledige kennisborging bij de nederlandse organisatie van de publieke bloedvoorziening (incl. opleidingen bij medische universiteiten) ten behoeve van de publieke bloedvoorziening moet contractueel geregeld worden. En vanzelfsprekend moet er een fatsoenlijke, marktconforme prijs worden betaald voor de delen van Sanquin die worden verkocht.

Reactie van Sanquin: Het in Amerika te verkopen hoogwaardig bloedplasma is als ‘laagwaardig bloedplasma’ uit Amerika afkomstig en niet afkomstig van Nederlandse donoren.

Op Z24.nl verscheen Publiek bloed Sanquin moet publiek blijven en een POLL met een opvallende uitslag:

Mag een publieke bloedinstelling ook commercieel bezig zijn?

Nee, publieke bloedvoorziening mag nooit risico lopen door commerciële bloedhandel    91%    956  stemmen

Ja, als je de twee maar goed gescheiden houdt                                                                           9%       97 stemmen

 

Deze column is ook te lezen op Joop.nl . Bloedgeld winst maken met vrijwillige donoren