Reacties op ‘Nederlandse zorg valt van haar voetstuk’

Lees hier alle reacties. Nieuwste bovenaan. Totaal aantal reacties: 17

 

auteur: Herman Suichies
stad : prov. Gelderland
beroep : Huisarts (gepensioneerd)
bericht : Prima stuk. Uiteraard niet naar de zin van zorgeconomen, maar plaatsing in MC betekent toch wel degelijk wat! Het is niet meer af te doen als prietpraat of onzin. Ben ook benieuwd of er een tegenreactie komt van iemand die het probeert te weerleggen. Al met al een behoorlijke zaagsnede in de poten van het zorgstelsel. Complimenten!

auteur: Job Kievit
stad : Leiden
beroep : emeritus hoogleraar Kwaliteit van zorg, chirurg
bericht : (reactie op column Marcel Levi Evidencebased beleid in Medisch Contact) “En erger nog, die uitkomstfinanciering verhoogt onvermijdelijk de registratielast van 40% nog verder, terwijl er evidence èn consensus is dat die registratielast ècht omlaag moet (o.a. Gijs van Loef, MC 17 oktober 2018).”

auteur: Niek Stadhouders
stad : Nijmegen
beroep : Onderzoeker IQ Healthcare/Radbout UMC
bericht : Inmiddels heb ik je artikel in Medisch Contact gelezen, en vond het een interessant en genuanceerd stuk. Leuke input voor een stevige discussie over ons zorgstelsel!

auteur : G K Mitrasing
stad : Amsterdam
beroep : Vogelvrije Huisarts

bericht : Tja… zorgstelsels op deze manier willen vergelijken moet je al helemaal niet willen maar om nu Wynand van der Ven aan te halen is ook niet erg sterk. Die van der Ven leeft met TINA! Waar het hier mis gaat is de juridisch basis van het zorgstelsel onbenoemd te laten: 2 juridische systemen onder één motorkap…. Zie dan ook de kritiek van Eduard Bomhoff in Trouw van zaterdag 17 december 2016;is de Zvw een verzekering of een voorziening? https://www.trouw.nl/opinie/zoveel-lof-verdient-schippers-niet~a6119bd8/ Wat is het verschil tussen beiden en waarom doen we dan toch alsof de Zorgverzekeringswet een voorziening is? Waarom grijpen onze Volksvertegenwoordigers niet in? Waarom onze bestuurders van de zorgoepels? De patiëntenverenigingen? In de ziektekostenpolis staat niets over een budget of een op=op clausule of wie het eerst komt eerst maalt contract voorwaarde. Indien een Nederlandse zorgaanbieder niet kan leveren is de verzekeraar dan ook verplicht om elders de contractueel overeengekomen zorg te regelen en te vergoeden. De contracten tussen verzekerden en verzekeraar gaan voor alles! Dat impliceert een open einde regeling en daar gaat de EU ook van uit; verzekeraars moeten daarom een fikse reserve achter de hand houden om aan die contracten te kunnen voldoen. Privaat recht is dus wat anders dan publiek recht en het maakt dus nogal een verschil of je een publiek model hebt of een privaat zorgstelsel. Velen lijken dat nog altijd niet te beseffen of kijken weg en lijken steeds leentjebuur te willen spelen om kosten te beheersen; neem dan het publiek model over als je evident niet uitkomt met het systeemmodel Zorgstelsel 2006. Bij een gang naar het Europees Hof zou dit stelsel juridisch uitgeschakeld kunnen worden(zie eerdere onderzoeken ZonMw) De Volksvertegenwoordiging geeft niet thuis en het Openbaar Bestuur blijft opgelucht adem halen. Ook dit jaar heeft een groot deel van het volk het niet in de gaten, rustig door de pomp blijven trekken dus!

auteur : Frans Rampen
stad : Wijchen
beroep : dermatoloog n.p.

bericht : Beste collega Maes. Twee voorbeelden. Veertig jaar geleden stond ons land nog in de absolute Europese top wat betreft baby- en kindersterfte en levensverwachting. Anno nu bevinden we ons in de achterhoede. Deze dalende trend loopt parallel met de ontwikkeling van het poortwachterschap. Toeval? Huisartsen, kijk naar de naakte cijfers, neem jullie verantwoordelijkheid en duik niet weg (dixit Wouter Bos). Het proefschrift vaan Schäfer is niet relevant, het berust op vragenlijsten onder huisartsen en patiënten, niet op onderzoek naar zorguitkomsten. Een soort patiënt-tevredenheidsonderzoek. Ook de doorsnee Deen is erg tevreden over zijn huisarts.

auteur : Dolf Algra
stad : Rotterdam
beroep : commentator, opiniemaker zorg en sociale zekerheid

bericht : Is ons zorg stelsel wel de beste ? Staan ‘wij’ echt wel op nummer 1 in de Eredivisie van zorgstelsels? Gijs van Loef heeft zo zijn twijfels. En verwoord dit in een interessant opinie artikel met de licht alarmerende kop: Nederlandse zorg valt van haar voetstuk. Die zit in ieder geval. Maar bij lezing bleven woorden als: moeilijk, moeilijk, moeilijk. Ingewikkeld, ingewikkeld, ingewikkeld in mijn hoofd doordreinen. Bijna bij elke alinea dacht ik: ja, ja, ja.,dat zeg/stel je nou wel, maar mag ik even de bijsluiter hiervan zien. Kortom: ik barst van de vragen. Bijvoorbeeld bij de stelling: de Nederlandse bevolking is in meerderheid (54%) ontevreden over het eigen zorgstelsel en wil fundamentele veranderingen. Wat is daar de bron van ?? Of van Loef gelijk heeft kan ik moeilijk overzien. Ik ben wel zorgwatcher – in grote lijn- , maar geen prestatie indicator expert. Dus of al die indicatoren doen wat ze zeggen weet ik niet en kan ik niet beoordelen. Van Loef introduceert in zijn artikel – een andere meetlat – een WHO instrument/checklist – om prestatie indicatoren met elkaar te kunnen vergelijken. Of die nou goed cq beter werkt , weet ik ook niet. Dus blijf ik achter met een ongemakkelijk gevoel. Klopt het wat van Loef stelt ? Zijn ’we’ van ons voetstuk aan het vallen ? Dus ben ik maar even wat verder gaan rondneuzen. En zo kwam ik uit bij oud hoogleraar zorgstelsels Wynand van der Ven, die in zijn afscheidsrede stelt dat er – ondanks de gebreken en knelpunten- er geen beter alternatief is. Zo die zit ook ! Dus…… Het beste zorgstelsel ? https://www.eur.nl/sites/corporate/files/Afscheidscollege_Ven_150904_0.pdf En /of bekijk in bijlage 1 het erg interessante overzichtje van de resterende knelpunten van ons stelsel. De moeite van het lezen waard. Of laat je bijpraten in slechts 4.16 min ! : heeft Nederland het beste zorgstelsel ? https://www.youtube.com/watch?v=uNoMbXueKic

Mijn commentaar op de website van Medisch Contact: Geachte heer Algra (en andere lezers), u heeft niet alle referenties kunnen raadplegen en dus kunt u ook niet weten hoe uitgebreid de onderbouwing van mijn artikel is. De volledige referentielijst/bronnen staat op mijn website: https://gijsvanloef.nl/2018/10/17/nederlandse-zorg-valt-van-haar-voetstuk-medisch-contact/ .
Tenslotte. Als expert marktwerking publieke domein’ (auteur van het boek ‘Kiezen tussen overheid en markt’, 2013: https://gijsvanloef.nl/boeken/kiezen-tussen-overheid-en-markt/ ) was het afscheid symposium van Prof. Wynand van de Ven mijn eerste kennismaking met de gereguleerde marktwerking. Sindsdien heb ik een open debat met zijn faculteit opgezocht, maar men heeft nooit gereageerd: https://gijsvanloef.nl/2016/05/27/de-10-randvoorwaarden-van-gereguleerde-marktwerking/ . ESHPM mijdt het publieke debat over de organisatie van het zorgstelsel. Volgens de WHO is de organisatie van het zorgstelsel een fundamenteel publieke aangelegenheid. Logisch, want het wordt gefinancierd uit wettelijke premieheffing en belastingen.

NB Het vervolg op dit tweegesprek met dhr. Algra is hier niet weergegeven.

Quote Marcel Levi (column Evidencebased beleid, d.d. 23/10/2018 in MEDISCH CONTACT): “Zo weten we zo langzamerhand allemaal wel dat het experiment ‘marktwerking in de gezondheidszorg’ een dramatische flop is, maar desondanks zijn de evangelisten van de marktwerking niet van hun overtuiging af te brengen en betogen zij dat er nog veel meer marktwerking nodig is om succesvol te zijn.”

auteur : Geert Slock
stad : Sluis
beroep : Huisarts
bericht : Nederlands zorgmanagement is zeer goed in windowdressing, door de mislukte marktwerking is het produceren van perfecte zorg op papier het afgelopen decennium tot een kunst verheven. De realiteit is helaas weerbarstiger en alleen zichtbaar voor patient en zorgverlener, de bestuurlijke lagen zien dit niet vanuit hun ivoren toren en willen het ook niet zien. De GGZ is afgebroken , vele instellingen werken met ingevlogen interim psychiaters, onmogelijk om op die manier fatsoenlijke psychiatrie te leveren, de vertrouwensband tussen arts en patient is niet vermarktbaar maar des te belangrijker. De ouderenzorg is ook deskundig afgebroken in kortzichtige bezuinigingsoperatie waarvan we nu de prijs beginnen te betalen : instellingen vinden geen personeel meer, ouderen belanden teveel op de SEH etc.

auteur : Matthijs Dekker
stad : Noordwijk
beroep : Huisarts
bericht : Prachtig stuk en goed onderbouwd. Ben heel benieuwd hoe het wordt ontvangen!

auteur : B. Lintermans
stad : Dronten
beroep : Huisarts
bericht : Het is de vraag of het aantal MRI- en CT-scanners en het aantal heup- en knieprothesen een juiste maat is voor de kwaliteit van zorg , met name in het kader van zinnige en zuinige zorg.

auteur: Anton Maes
stad : Dieren
beroep : Huisarts
bericht : In antwoord op collega Rampen. In het proefschrift (23.11.2016) van Willemijn Schäfer (“primary care in 34 countries”) wordt aangetoond dat in landen waar de structuur van de eerste lijn sterker is en huisartsen bredere taakprofielen hebben, de patiënten een betere kwaliteit van zorg ervaren. Beter op het gebied van toegankelijkheid, continuïteit en veelomvattendheid van de zorg. En huisartsen met een breder takenpakket zijn meer betrokken in het nemen van beslissingen over behandelingen. Deze conclusie sluit aan bij eerdere internationale studies van Barbara Starfield, proefschrift Kringos en PHAMEU (Primary Health Care Activity Monitor Europe). Wat ik verder wel zie dat steeds vaker de huisarts omzeild wordt: DTF, straatongevallen, verloskunde, IUD, 112, POB, FAST, verwijzen ook via bedrijfsarts en jeugdarts, herhaalmedicatie, niet aansluitende ICT 1e en 2e lijn etc. ps: heel goed dat Gijs van Loef dit onderwerp agendeert.

auteur : Frans Rampen
stad : Wijchen
beroep : Dermatoloog n.p.
bericht : Deze neergang bestaat al veertig jaar. Marktwerking alléén kan dit dus niet verklaren. In de jaren zeventig is de poortwachtersformule in Denemarken uitgevonden, met Nederland als trouwste volgeling. Denemarken heeft de kortste levensverwachting in West-Europa, en dat voor een ontwikkeld, welvarend Scandinavisch land! Alles over het poortwachterschap in mijn boek ‘De huisarts als poortwachter’. Wanneer gaan de overheid en de artsenorganisaties eindelijk beseffen dat ons desolate zorglandschap verband houdt met het poortwachterschap van de huisarts als hoeksteen van ons zorgstelsel?

Reactie op Werken aan de agenda van de zorg
auteur : Bernard Kral
stad :
beroep : Huisarts
bericht : Eindelijk eens iemand die het idee : “de nederlandse zorg is een van de beste in de wereld” nuanceert. Het werd tijd, we zijn middenmoter. Daar wil ik het algemene idee dat “huisartsen de zorg goedkoop houden “ nuanceren. Door de zeer lage toegankelijkheid van de Nederlandse huisartsenzorg scoren we hier internationaal goed op (opm. GvL: auteur bedoelt neem ik aan ‘hoge toegankelijkheid’). Maar mogelijk is de zorg daar erg duur van geworden: veel extra handelingen en vroege verwijzingen.

auteur: Merhai
stad : Lelystad
beroep : Anesthesioloog
bericht : Beste Gijs Met veel plezier en een glimlach om de mond heb ik jouw artikel in MC gelezen aangaande de Nederlandse zorg. Ik ben ervaringsdeskundige Gestudeerd in Amsterdam, gespecialiseerd in Brussel, gewerkt in Spijkenisse , daarna in Lelystad ( beide failliet , ligt het aan mij??), daarna Hoogeveen . Overal actief geweest in diverse managementlagen en diverse contacten gehad met de IGJ, verzekeraars , dbc onderhoud en zo meer. Als interim manager zaken geregeld voor oa Terneuzenen en diverse privéklinieken in nederland en België Ik kan het u zeggen. In België is de toegankelijkheid beter, de administratie minder, de kwaliteit beter, de waardering voor de dokter meer. De rode duivels zijn nr 1 op de wereldranglijst , nou de zorg is niet veel minder. Ga zo voort. Vrgr Marlon merhai Verstuurd vanaf mijn iPhone

auteur : Jan Keppel Hesselink
stad : Bosch en Duin
beroep : Arts-pijnbehandelaar
bericht : De OECD-indicatoren werden al door collega Professor Zbygniew Prlwytzkofsky indertijd uitgebreid bestudeerd en hij kwam tot geen andere bevinden dan : ‘Praw, welk een Wahnzin: dat is alles ja gans onwetenschappelijk…’ desalniettemin, hebben de OECD indicatoren het toch blijkbaar gehaald. Dat kunnen we niet anders dan betreuren, omdat door de OECD-indicatoren de zicht op de horizon verdwijnt. Degene die de wereld kent en gekend heeft, en elke keer terug keert naar ons Vaderland, die begrijpt wat ik bedoel. Want: nergens ter wereld, dan in dat kleine , maar toch grootsche Vaderland is de gezondheidszorg zo puik, de wegen zo recht en vlak, de waterleiding zo solide, de elektriciteit ze betrouwbaar. Maar helaas hebben de OECD-indicatoren de visie op dit geheel verduisterd.

auteur: J.J. van der Harst
stad : Hengelo Ov
beroep : Huisarts (gepens.)
bericht : Helemaal eens met collega Bonte. Aan het hele marktwerkingsprincipe ligt een primaire denkfout. We hadden een simpel systeem en hadden dat nog kunnen vereenvoudigen. Rampzalig is de achterdocht vanuit Den Haag en bureaucratische rompslomp. Het artikel “de lijstjesman” gisteren in de NRC spreekt voor zich. Financiering eerst via 1 partij , nu 31 potjes en daar komen de maatsregelen van de inspectie nog bij. Wanneer gaat nederland nu eens echt dereguleren. Waarom doen we het ook allemaal. De jeugdzorg transitie en de zorgwet verdienen een parlementaire enquete.

auteur : G.J. Bonte
stad : Dalfsen
beroep : Neuroloog
bericht : (1) Tot zover de marktwerking in de zorg. Wat heb je nog meer nodig om te concluderen dat dit een grote mislukking is? Veel duurder zonder enige gezondheidswinst! Met een enorme toename aan “bullshit jobs” van controleurs en administrateurs. Het neoliberalistisch denken heeft zijn hoogtijdagen achter de rug. Het zal nog heel veel tijd, geld en energie kosten om de negatieve gevolgen te boven te komen… (2) Het stuk van Gijs van Loef is een vingerwijzing dat het met de kwaliteit van zorg in Nederland niet de goede kant op gaat, en dat de kosten exponentieel stijgen.

De onbegrijpelijke salamipolitiek van de Wet op de Langdurige Zorg

De decentralisatie van de ouderen- en gehandicaptenzorg is explosieve kost. Het raakt de kern van de afbouw van de verzorgingsstaat. Maar er is geen fundamentele bezinning geweest op de vraag wanneer er een recht op ouderenzorg is. De WLZ is de slotakte van een voor gewone mensen onbegrijpelijke salamipolitiek waarin gemeenten worden opgezadeld met nieuwe taken en van alles en nog wat zonder duidelijke argumentatie op het bordje van de burger wordt teruggelegd. Het oordeel over de Wet op de Langdurige Zorg is aan de Eerste Kamer. De senaat doet er verstandig aan het wetsontwerp niet aan te nemen.
Dit hoofdstuk in de verbouwing van de verzorgingsstaat heeft alleen kans van slagen op maatschappelijke acceptatie als een breed debat gevoerd wordt over wat publieke taken zijn en wat niet. Wat dat niet is, kan vervolgens bij burgers worden neergelegd. En daar kan de markt vervolgens op inspelen.
Natuurlijk is er een ratio voor de bezuinigingen. We worden steeds ouder en de kosten van de gezondheidszorg rijzen uit de pan.
In 1998 was het aandeel van de zorguitgaven op de totale uitgaven van de collectieve sector nog 16%, in 2003 was dit gestegen naar 21%, in 2015 bedragen de kosten 73 miljard op 260 miljard, dat is 28% van de gehele collectieve sector. Door de vergrijzing en medische innovaties stijgen de kosten van de zorg veel sneller dan de groei van het BNP en de collectieve sector. De wal moet het schip dus wel gaan keren.
Maar om maatschappelijk draagvlak te verwerven moet er toch eerst echt een inhoudelijk debat gevoerd worden. Nederlanders zullen met elkaar de vraag moeten beantwoorden: Wanneer is publiek georganiseerde ouderenzorg gerechtvaardigd en wanneer niet? Wie komt ervoor in aanmerking en op grond waarvan? Dat gezonde mensen een verantwoordelijkheid voor het verzorgen van hun behoevende ouders hebben zal bijna niemand durven ontkennen. Maar wanneer moet men aankloppen bij de zorgverzekeraar? En wanneer kan men een beroep doen op de overheid?
Als u op het internet zit, vind u een antwoord bij de overheid:

Een overzichtelijke webpagina, maar wordt u er wijzer van?
Als u nu in een zorginstelling woont blijft dat in principe zo. Misschien dat u moet verhuizen naar een andere locatie vanwege een verbouwing. Over de kwaliteit van de verzorging achter de muren zijn vele verontrustende berichten. Levert de overheid eigenlijk wel de zorgkwaliteit in het verpleeghuis waar u op zou moeten mogen vertrouwen?
Als u nu thuis woont en AWBZ-zorg krijgt verandert dit. Of de zorgverzekeraar, of de gemeente neemt dit over anderhalve maand over. Maar waar u straks nog recht op heeft, daarover is alleen in algemene zin iets te zeggen: medische hulp ligt bij de verzekeraar, andere hulp ligt bij de gemeente. En elke gemeente doet het anders.
Als u nu thuis van de gemeente Wmo-hulp krijgt, dan is de kans groot dat dit gaat veranderen. Huishoudelijke hulp wordt waarschijnlijk afgeschaft, ook dit verschilt overigens per gemeente. U kunt alvast een keukentafelgesprek aanvragen.
Als u nu thuis van de gemeente op grond van de Wmo een persoonsgebunden budget krijgt, dan kunt u hiermee zelf uw zorgbehoefte inkopen. U krijgt het budget niet zelf, u krijgt schriftelijk een pgb-recht toegewezen (beschikking). Maar de overheid gaat eerst beoordelen of de door u uitgekozen zorgverlener aan bepaalde kwaliteitseisen voldoet. Het is ongewis of u met het pgb krijgt waar u behoefte aan heeft. Het zal vaak heus goed gaan, maar garanties zijn er niet.
Als u nu nog geen zorg nodig heeft, maar in de toekomst wel, dan kan er van alles gebeuren. Het ligt er maar aan. Kunt u thuis blijven wonen en gaat het om medische zorg? U bent in beginsel verzekerd. Kunt u thuis blijven wonen en gaat het om andere zorg? Belt u de gemeente, als u geen computer heeft. Kunt u niet thuis blijven wonen? Schakel een accountant in en zoekt u het dan maar uit.

Deze column is verschenen op http://www.joop.nl

3D’s: Bestuurlijk in control, in Praktijk chaos

Er heerst verwarring omtrent de drie decentralisaties van taken van het rijk naar gemeenten. Is het nu bestuurlijk in control en liggen de gemeenten op schema, of dreigt er een chaos? Een antwoord op deze vraag noopt te denken langs meerdere gedachtelijnen: de politiek-bestuurlijke lijn met haar bestuurlijke werkelijkheid en de realiteit, de concrete praktijk waarin zaken moeten worden voorbereid en vanaf 1 januari 2015 meteen goed zouden moeten worden uitgevoerd.
Vooropgesteld, de werkelijkheid is complex. De drie decentralisaties (3D) komen voort uit de totale verbouwing van de verzorgingsstaat, waarin de centrale overheid steeds meer loslaat en afstoot en marktwerking in het publieke domein als enige manier ziet om een balans te bewaren tussen een ogenschijnlijk ongeremde vraag vanuit de samenleving en beperkende financiële kaders. Dat loslaten en afstoten door de centrale overheid moet de participatiesamenleving in statu nascendi oppakken. De markt- en participatiesamenleving komt dus in de plaats van de verzorgingsstaat. Maar de landelijke politiek sticht verwarring door geen duidelijke uitspraken te doen over waarom iets een eigen verantwoordelijkheid van burgers is, waar ergens de markt begint en wat de overheid zelf blijft doen. Dit is meer dan een communicatieprobleem.

De schoen wringt nu vooral bij de jeugdzorg. De jeugdzorg is grotendeels een markt van hulpvraag en aanbod, waar ouders met keuzevrijheid en hulpverleners elkaar vinden, waarbij provinciale bureaus jeugdzorg veel publieke taken uitvoeren en de overheid kaderstellend en kwaliteitsbewakend optreedt. De rest van de jeugdzorg heet het ‘gedwongen kader’, hier wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid (en de markt) overruled door de overheid en de rechterlijke macht. Toch is de enige echte verandering in de jeugdzorg dat gemeenten de rol van de provincies overnemen.
Bestuurlijk zou dit geen ingewikkelde operatie moeten zijn, maar klaarblijkelijk is het dat wel. In februari stemde de Eerste Kamer in met de nieuwe wet. Het lijkt bestuurlijk op orde: Er zijn 42 regio’s van samenwerkende gemeenten die jeugdzorg regionaal inkopen, de huidige zorgcontracten lopen gewoon door in 2015, er is een Transitieautoriteit Jeugd, de macro-structurele bezuiniging is zeer beperkt (5%). Volgens Binnenlands Bestuur liggen 11 regio’s niet op schema.
De praktijk is dat de wethouders van de 36 grootste gemeenten (G4 + G32) de alarmbel luidden omdat gemeenten nog steeds niet weten wie hulpbehoevend is, wat de (kwalitatief zeer verscheiden) hulpvraag is en wat het toegewezen budget. Dus sluiten gemeenten nog geen contracten met zorghulpverleners, heerst financiële onzekerheid bij honderden zorgorganisaties en baanonzekerheid bij duizenden zorgprofessionals en onrust bij alle tienduizenden kinderen en hun ouders die afhankelijk zijn van jeugdhulp. Onvermijdelijk. Immers, geen enkele organisatie, publiek of privaat, kan het zich permitteren contracten te sluiten met leveranciers als essentiële informatie over aantallen en kwaliteiten ontbreekt. Complicerende realiteit is dat ICT-systemen moeten worden omgebouwd (invoering persoonsgebonden budget (PGB)-trekkingsrechten door de Sociale Verzekerings Bank) en de privacybescherming vormt een tweede obstakel. Elk programma of project kent de beheersaspecten tijd, geld, organisatie, informatie en kwaliteit. Bij het jeugdzorgproject zijn de beheersaspecten tijd, informatie en daardoor ook het beheersaspect kwaliteit onvoldoende geborgd. In de zakelijke wereld een garantie voor mislukking en schadeclaims, maar in de politiek-bestuurlijke wereld ligt dit anders.

Ziehier twee realiteiten, de bestuurlijke die op basis van abstracte informatie hokjes afvinkt en de organisatorische werkelijkheid waarin essentiële beheersaspecten ontbreken. En de voorbereiding van het transitieproces jeugdzorg loopt al vanaf februari.

De nieuwe wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) – met de overheveling van de extramurale zorg vanuit de nieuwe wet op de Langdurige Zorg (oude AWBZ), een lopend wetgevend traject – en de Participatiewet zijn pas in juli door de Eerste Kamer aangenomen. Vooral de nieuwe, uitgebreidere WMO wordt qua aanpassingen in de (geautomatiseerde) werkprocessen en de bedrijfsvoering een zeer complexe operatie. De participatiewet en de gedwongen afbouw van de gemeentelijke sociale werkvoorziening is weer van een andere orde. Daar lijkt de meest prangende vraag: waar is al het werk voor die honderdduizenden arbeidsgehandicapten?

Het zal uiteindelijk met de jeugdzorg wel goedkomen. Maar ten koste van wat? Het gaat niet om de productie van spullen conform technische specificaties. Het gaat om jonge mensen en hun ouders die hulp nodig hebben.

Ook op Joop.nl: http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/28779_jeugdzorg_lijdt_flink_onder_chaos_decentralisaties/

opinie de Volkskrant: “ZZP’ers worden onrechtvaardig behandeld in zorg”

Vrije beroepen gezondheidszorg: meten met twee maten

In de Volkskrant van 26 feb. pleiten twee gynaecologen er voor om medische specialisten in loondienst te nemen voor een salaris van 2 tot 2,5 ton bij een 40-urige werkweek plus een bonus/malus-regeling van 25%. Medisch specialisten hebben zich goed georganiseerd. Het is een tamelijk riant inkomen voor een werknemer, me dunkt.  Het argument van de gynaecologen is dat het vrije specialistenberoep voor de gezondheidszorg kostenverhogend werkt, door de beloning van produktie (het ‘verrichtingensysteem’) en het ontbreken van een rem op kostbaar onderzoek.

Tegelijkertijd wordt tienduizenden ZZP’ers in de zorg door de Belastingdienst hun zelfstandigheid ontnomen door het intrekken van hun VAR-WUO. De Belastingdienst vindt dat deze ZZP’ers eigenlijk in loondienst zijn van zorgbemiddelingsbureau ’s.  Een heel ander argument, hier gaat het om de arbeidsrelatie.  ZZP’ers zijn veel kwetsbaarder dan de goed georganiseerde beroepsgroep van de medisch specialisten.  Het is wel vreemd: als de Belastingdienst bezig is met loondienstverbanden, waarom pakt de Belastingdienst dan niet tegelijkertijd de medisch specialisten aan, die meestal slechts één opdrachtgever hebben, het ziekenhuis,  en een eenduidige arbeidsrelatie?

Je kunt het ook anders zien.

De hoogopgeleide medisch specialist, wiens peperdure opleiding wordt betaald door de overheid, creëert schaarste voor zichzelf door beperking van het aantal opleidingsplaatsen en bereikt daarmee voor zichzelf in de praktijk een bijna onaantastbare machtspositie. Hij heeft zich genesteld in de belangrijke lobbycircuits en belangenorganisaties en kan zich als vrij gevestigde zorgondernemer in de lengte van jaren duur verkopen, de vraag naar gespecialiseerde zorg is immers in beginsel onbegrensd.

De relatief laagopgeleide (HBO-) zorgverlener, wiens relatief goedkope opleiding ook wordt betaald door de overheid, kan geen schaarste voor de eigen beroepsgroep creëren. Hij of zij opereert in een echte, grillige markt waar de tarieven nog minder dan 1/10e bedragen van de tarieven van de medisch specialist. En die tarieven staan zwaar onder druk. Hij heeft nauwelijks een positie in de polder en hij is voor zijn werk afhankelijk van intermediaire  bemiddelingsbureau’s om aan klanten te komen.

Het grote verschil zit in de macht die de twee beroepsgroepen hebben. Medisch specialisten zijn machtig en hebben grote invloed op de gereguleerde zorgverzekeringswet-markt en houden potentiele concurrenten èn de fiscus buiten de poort. ZorgZZP’ers zijn onmachtig en ongeorganiseerd en zijn overgeleverd aan de grillen van de (steeds meer gemeentelijke) zorgmarkt en worden door de fiscus geringeloord.

Een schril contrast. En bijzonder onrechtvaardig!

——————————————————————————————————————————————————————————————-

Lees hier het hoofdstuk over marktwerking in de gezondheidszorg: Hoofdstuk Gezondheidszorg