Ondermaats presteren Nederland op sleutelindicatoren (in adviesaanvraag aan WRR)

update 22/10/2019 22:30 uur
Bronnen: Volksgezondheidenzorg.info ECHI indicators
Eurostat EC.Europa.EU

Insteek is de nederlandse website volksgezondheidenzorg.info van de rijksoverheid. Gekozen zijn alleen die indicatoren uit de lijst van de European Core Health Indicators (Onderdeel Health Status) die in generieke zin iets zeggen over de kwaliteit van gezondheid en leven van de bevolking en het ondersteunende zorgstelsel. Veel indicatoren zijn nog in ontwikkeling. Op de sleutelindicator Healthy Life Years scoort Nederland een 9e plaats.
Over de bekendste sleutelindicator, Life expectancy at birth, publiceerde ik recent nog dit> Levensverwachting Nederlander zakt naar 8e plaats (EU14)
In de tweede openingszin van de adviesaanvraag van het kabinet aan de WRR (en SER) ‘onderzoek naar betaalbaarheid zorg’ worden beide sleutelindicatoren genoemd. Zie afbeelding.

Adviesaanvraag regering aan WRR:  Stijgende  levensverwachting  en  Levensjaren in goede gezondheid

Toelichting

  • Cijfers van 2015 en later.
  • Zwitserland en Noorwegen ontbreken in het overzicht Volksgezondheidenzorg.info (zie daarvoor de 2e bron). Beide landen zijn geen lid van de EU. Meestal presteren deze 2 landen beter dan Nederland. Reden, waarom ik gekozen heb voor een vergelijking van de 14 moderne Europese landen (EU14).
  • Update OECD Health at a Glance (EU14) medio november. Kwaliteitsindicatoren die daarin zijn meegenomen, zoals de bekendste van allemaal: Life expectancy at birth en Self-reported health, zijn in dit nieuwe overzicht weggelaten deze website> OECD Health at a Glance 2007 > 2017
  • De European Core Health Indicators (ECHI) moet niet worden verward met de (commerciele) EHCI-index!

European Core Health Indicators

Health Expectancy: Healthy Life Years (2017) Volksgezondheidenzorg HLY Nederland 9e in de EU14 (Noorwegen beter, Zwitserland slechter) Grafiek toont verschil man:vrouw (Eurostat; cijfers 2016; zie ook Eurostat HLY EU14 2008 2017 )
Long-term activity limitations (2015) Volksgezondheidenzorg LTAL Nederland 9e in de EU12 (Zwitserland en Noorwegen ontbreken)
Self-reported chronic morbidity (2015) Volksgezondheidenzorg SRCM Nederland 8e in de EU12 (Zwitserland en Noorwegen ontbreken)

Levensverwachting Nederlander zakt verder naar 8e plaats (EU14)

Op de overheidswebsite Volksgezondheidenzorg.info worden statistieken bijgehouden. Op basis van de nieuwste cijfers blijkt dat de levensverwachting bij geboorte van de Nederlander in vergelijking met andere moderne Europese landen weer verder achteruitgegaan is (de EU14, door mij geintroduceerd bij de analyse van OECD Health at a Glance-data vanaf 2016, zie elders op deze website> ).

Oostenrijk heeft ons ingehaald. Nederland bezet nu de 8e plaats (de ‘kleine landen’ met minder dan 5 miljoen inwoners: Cyprus, Malta, Luxemburg en Ierland niet meegerekend, die hebben allen ook een hogere levensverwachting, als we hun meerekenen staat Nederland op een schamele 12e plaats…)

En nog steeds lezen we: ‘Levensverwachting Nederlandse man één van de hoogste in de EU’. Je moet maar durven.

Bron (RIVM): Volksgezondheidenzorg.info

Ik schreef eerdere blogs over de levensverwachting bij geboorte en stelde vast dat het RIVM in deze statistiek Noorwegen en Zwitserland niet meenam (want geen lid van de EU?) en heb hen daar op geattendeerd; het werd aangepast. Het belangrijkste inzicht is dat onze levensverwachting stijgt zoals (vrijwel) overal ter wereld maar we dalen steeds verder op de Lijst. Zie de link LV3


LV3
LV2
LV1

Eerdere blogs over levensverwachting, %BNP zorgkosten en type zorgstelsel:

LV zorgstelsel transparantie BNP2
LV zorgstelsel BNP1

Reactie op FD-interview met Marco Varkevisser

ingezonden naar FD (zorgjournalist Anna Dijkman)

interview in Financieel Dagblad (18/1/2019) ‘Het zorgstelsel is als het weer: het is nooit goed’

FD Het zorgstelsel is net als het weer het is nooit goed? NB: om het artikel te kunnen lezen moet men geabonneerd zijn/zich registreren.

Cursief = quote uit FD – gevolgd door mijn commentaar in 13 punten van kritiek

1. Dhr. Varkevisser vertegenwoordigt een faculteit die een open debat over het zorgstelsel schuwt, in tegenstelling tot bijv. het RadboudUMC, de UvA, de VU en Maastricht University. Zijn faculteit is van alle kennisinstituten het meeste verantwoordelijk voor dit marktgedreven zorgstelsel, dat niet blijkt te kunnen functioneren. Maar waar zijn de reacties van andere universiteiten?
2. Moet de markt of de overheid problemen in de zorg als wachtlijsten en bureaucratie oplossen? Het blijft zoeken naar een balans. – Het gaat om een balans tussen overheid, beroepsgroepen en markt, dus 3 (georganiseerde) actoren.
3. Maar partijen zoals de SP die alles weer naar de overheid willen brengen, zijn wel heel naïef over de voor- en nadelen van overheidsingrijpen. – Hier wordt opzettelijk?! geframed door een wetenschapper van ESHPM. Het onderwerp is ingewikkeld en politieke partijen zijn zoekende naar antwoorden, zeker. Maar het is niet zo dat ‘men’ alles naar de overheid wil brengen. Het gaat om een nieuwe balans tussen publiek en privaat, zoals ik verwoord heb in publicaties waar ESHPM niet op reageert, zie 1e punt. Meer centrale overheidssturing noodzakelijk
4. De wisselvallige politieke besluitvorming – dit is inderdaad een probleem. Voor de zorg moet de politiek een lange termijn trendmatig begrotingsbeleid volgen.
5. De overheid deed het in de jaren ’90 niet al te best: er waren lange wachtlijsten, veel bureaucratie, er viel weinig te kiezen en er was weinig innovatie. – Hier schetst hij een karikatuur. De relatieve levensverwachting (vergelijking met gehele wereld) is in de jaren ’90 achteruit gegaan, dat klopt.
De wereldwijde levensverwachting bij geboorte
Maar: er zijn weer groeiende wachtlijsten, er is een enorme bureaucratie ontstaan, kiezen is feitelijk gissen in het donker door totaal gebrek aan transparantie van producten/prijzen Nederlands zorgstelsel is niet transparant , er is misschien wel teveel innovatie (zie ook: Prof. Westert, RadboudUMC).
6. De behoefte aan zorg is oneindig, er kan steeds meer en het wordt steeds duurder. – Een derde van de kostenstijging komt door de vergrijzing. Maar tweederde wordt door het marktdenken aangejaagd. De innovatiechaos werkt kostenverhogend omdat investeringen niet worden terugverdiend. En er wordt van alles aan gedaan om nieuwe zorgproducten aan de man te brengen en zo veel mogelijk geld te verdienen met onzin en schaamteloos machtsmisbruik. Zoals bij de nieuwe kankermedicijnen. Er moet door de politiek paal en perk gesteld worden aan deze marktkrachten.
7. Het verbod op winstuitkering: Het gaat – i.t.t. de winstuitkering aan zorgverleners (maatschapppen e.d.) – om een verbod op winstuitkering van grote organisaties, zoals ziekenhuizen en zorgverzekeraars. De meerderheid van de politiek wil dit zo houden en terecht. Zie mijn eerdere commentaar op de doorgeschoten marktkrachten.
8. Sinds 2006 moeten ziekenhuizen meer ondernemer zijn en daarmee zijn de financiële risico’s fors toegenomen. – Een oppervlakkig antwoord. Lees Prof. van den Heuvel (Healthcare management UvA) in de Volkskrant ‘Ondergang ziekenhuizen was simpel te voorkomen’ en op skipr ‘Liberaal beleid rond bouw van ziekenhuizen heeft volledig gefaald’ (beide 25/10/2018). Jaap van den Heuvel fileert disruptieve marktwerking ziekenhuissector
9. De prijs die we voor het huidige verbod betalen is dat er nu allerlei schimmige constructies worden bedacht om toch die winst uit te keren. -Dat is inherent aan marktdenken. Dit profitgedreven stelsel predikt en prikkelt de markt, hetgeen – omdat het een eenzijdige, bedrijfseconomische benadering voorstaat – onvermijdelijk tot steeds meer extra regelgeving en dus controlebureaucratie leidt.
10. Op belangrijke onderdelen heeft de overheid nog steeds de regie: zoals bij het toezicht op kwaliteit en wat er in de basisverzekering zit.– De overheid heeft met de stelselwijziging van 2006 de landelijke regie van de planning van zorgvoorzieningen (een essentiële publieke taak, wie heeft dit bedacht?!) uit handen gegeven.
11. Je moet het stelsel afrekenen op de vraag of het beter werkt dan een ander stelsel. – Dit onderzoek laat nog steeds op zich wachten. Er is door minVWS en RIVM een aarzelend begin gemaakt afgelopen zomer. Nederlands gezondheidszorgsysteem in internationaal perspectief Maar de adviesaanvragen aan de WRR en de SER zijn op de lange baan geschoven. adviesaanvraag-wrr-betaalbaarheid-zorg Ik heb deze vraag daarom zelf onderzocht.
12. In vergelijking met het buitenland hebben wij een goed zorgstelsel. Kunnen er dingen beter? Tuurlijk. Maar ons stelsel is heel solidair, heel toegankelijk en kwalitatief hoogstaand. – Uit mijn onderzoek blijkt dat het Nederlands medisch zorgstelsel o.b.v. beschikbare kwaliteitsindicatoren relatief iets slechter presteert dan het gemiddelde europese zorgstelsel (vergelijking data van 14 moderne landen). Private zorgstelsels (zoals het Nederlandse) zijn duurder dan publieke zorgstelsels, terwijl de kwaliteit over het algemeen genomen vergelijkbaar is. Zoals we allemaal weten is het private zorgstelsel van de USA zo’n beetje het duurste in de wereld. OECD Health at a Glance 2007 2017 EU14
13. En verder verwijs ik naar het artikel in Medisch Contact “Nederlandse zorg valt van haar voetstuk”. Medisch Contact

Mijn stelling: Het zorgstelsel van gereguleerde marktwerking is niet goed doordacht en blijkt ondermaats te presteren.

De wereldwijde ontwikkeling van de Levensverwachting bij geboorte: Nederland van 3e (1950) naar 13e (2015)

De ontwikkeling van de Levensverwachting bij geboorte in de wereld van 1950 t/m 2015 met een grafische interface. Bron: ourworldindata.org ourworldindata-LE-2015

Het lijkt me een betrouwbare bron, mede gefinancierd door de Bill and Melinda Gates Foundation About How We Chose Our Data Sources

Gedurende een periode van bijna 30 jaar (1950 tot 1980) was de wereldwijde Levensverwachting het hoogste in de 4 Noord-Europese landen Noorwegen, Zweden, Nederland en IJsland. Nederland had de op twee na hoogste Levensverwachting (nr.3) in 1950, 1960 en 1970. De onderlinge verschillen tussen de 4 landen waren klein. In 1950 was 72,33 jaar de hoogste Levensverwachting (Noorwegen – 71,41 in Nederland), in 1960 was het 73,5 geworden (Noorwegen – 73,27 in Nederland), in 1970 was het 74,46 jaar (Zweden – 73,81 in Nederland), in 1980 werd de hoogste Levensverwachting 76,69 jaar (IJsland – 75,69 in Nederland, een 5e plek). In 1980 verdrong Japan Nederland uit de top 4. Japan maakte een enorme progressie door sinds WOII en is sindsdien de onbetwiste nummer 1 in de wereld, het land met de allerhoogste Levensverwachting.
Na 1980 hebben steeds meer landen van binnen en buiten Europa het Noord-Europese viertal ingehaald.

Nederland is in 65 jaar tijd van de oude top 4 het meeste weggezakt en neemt nu een schamele 13e plaats in op de wereldranglijst.

In een grafiek:

Meest recente gegevens zijn van 2015. 12 Landen hebben inmiddels een hogere Levensverwachting dan Nederland, waarbij 7 Europese landen, plus Canada, Australie, Nieuw-Zeeland, Zuid-Korea en Japan (hoogste Levensverwachting wereldwijd).

Eerdere blogs over de levensverwachting:
10 sept. 2017 – Het RIVM persisteert in tendentieuze berichtgeving
27 sept. 2016 – Levensverwachting hoog of laag in Europa

Levensverwachting; Zorgkosten %BNP; Publiek of Privaat

 

 

De drie variabelen en hun bron zijn:

  • Levensverwachting bij geboorte (gemiddelde van man en vrouw), OESO Health at a Glance 2016, cijfers van 2014;
  • Het % Bruto Nationaal Produkt van de totale zorgkosten (cure en care), OESO Health at a Glance 2016;
  • De benaming van het zorgstelsel volgens het CommonWealthFund, International Profiles of Health Care Systems 2017 (Niet genoemd worden Belgie, Finland, Oostenrijk, Portugal en Spanje. Ik beschouw de zorgstelsels van deze vijf landen als publieke zorgstelsels, dus National Health Care Systems. NB Zwitserland heeft een Mandatory Health Insurance System)

Wat opvalt:

    • Er is ogenschijnlijk geen verband tussen het %BNP en de levensverwachting
    • De landen met een Statutory Health Insurance System geven meer geld uit aan de zorg dan landen met een National Health Care System. Er is een duidelijk verband: Private zorgstelsels zijn duurder dan Publieke Zorgstelsels. 
    • Nederland is de beste in de groep landen met een levensverwachting tussen 81 en 82 jaar, met gepaste afstand tot de zes landen met een hogere levensverwachting dan 82 jaar, dit is gevisualiseerd met de opzet van de tabel

Onze Levensverwachting (2): het RIVM persisteert in tendentieuze berichtgeving

update 16/9/2017 – Het RIVM heeft een update gemaakt. De levensverwachting van de Nederlandse man is met 0,1 jaar gedaald naar 79,9, de levensverwachting van de vrouw is gedaald naar 83,2. Het zijn cijfers van 2015.

Een jaar geleden publiceerde ik de blog Onze Levensverwachting: hoog of laag in Europees opzicht?!https://gijsvanloef.nl/2016/09/27/levensverwachting-nederlander-hoog-of-laag-in-europa/ ) De conclusie was: 1) Bij de presentatie van de vergelijking van de levensverwachting in de EU-landen ontbreken twee landen die een zeer hoge levensverwachting hebben: Zwitserland en Noorwegen, dit vertekent het beeld waardoor de Nederlandse levensverwachting beter lijkt dan ze is; 2) Nederland moet vergeleken worden met de andere ‘moderne’ Europese landen (zeg maar: ten westen van het oude IJzeren Gordijn), dat is zuiverder dan een vergelijking met heel Europa (zeg maar: tot aan Rusland, het versnipperde Oost-Europa meegeteld). Dit tweede punt is een uitgangspunt van alle analyses op mijn website. Het RIVM werd door mij geattendeerd op deze tendentieuze berichtgeving.

(1) Eerste indruk

Welnu, we zijn een jaartje verder en zowaar… Zwitserland en Noorwegen staan nu wel in de ranglijst. Boven Nederland, dat wel, dus Nederland is twee plaatsen gezakt op de ranglijst. Toevallig kwam ik er zondag achter.
Levensverwachting bij geboorte in de Europese Unie

(2) Bij nader inzien – De toelichtende tekst aan de rechterzijde van de grafiek is ongewijzigd, zowel bij de man als de vrouw en dat is toch raar. Dit zou een eerlijkere boodschap zijn:

Want als we gaan rekenen ontstaat opnieuw de indruk dat het RIVM het nog steeds niet zo nauw neemt met de waarheid. De Nederlandse vrouw komt er weer bekaaid van af. Waarom zegt het RIVM opnieuw: “De levensverwachting bij geboorte voor Nederlandse vrouwen is ongeveer gelijk aan het EU-gemiddelde van 83,6 jaar (EU28)”? De Nederlandse vrouw heeft een levensverwachting van 83, 5 jaar. Van de 14 moderne Europese landen zijn er maar twee waar de levensverwachting van de vrouw nog lager ligt dan in Nederland: Engeland/UK (83,2) en Denemarken (82,8). In Spanje (86,2), Frankrijk (86,0), Italie (85,6), Zwitserland (85,4), Portugal (84,4), Zweden (84,2), Noorwegen (84,2), Finland (84,1), Oostenrijk (84,0), Belgie (83,9) en Duitsland (83,6) heeft de vrouw bij geboorte een hogere levensverwachting dan de onze en het gemiddelde van de EU14 (met Nederland daarbij) is 84,36 jaar. Met andere woorden: De Nederlandse vrouw leeft bijna een jaar korter dan de gemiddelde vrouw in modern Europa. Hoezo: “Levensverwachting Nederlandse vrouw gemiddeld in de EU?” Als je als RIVM constateert dat er “een groot verschil is tussen de oude en de nieuwe EU-landen”, waarom zeg je dat dan ook niet in de HEADERS van je berichtgeving?

Maar ook de berichtgeving over de Nederlandse man blijft discutabel. Reken maar na: Met een levensverwachting van 80 jaar (16/9: correctie: 79,9 jaar) wordt de man 0,5 jaar (16/9: correctie: 0,4 jaar) ouder dan de gemiddelde man in de EU14 (79,5 jaar), dus die “twee jaar hoger” blijft de lezer op het verkeerde been zetten want dan reken je de mannelijke levensverwachting in landen als Roemenie, Bulgarije, Letland en Litouwen – die rond de 70 jaar is – mee om tot het EU-gemiddelde te komen (EU28). Dat de Nederlandse man een van de hoogste levensverwachtingen in die grote EU heeft klopt op zich wel, er zijn maar 5 landen die beter presteren (Zwitserland, Italie, Spanje, Zweden en Noorwegen; Zwitserland en Noorwegen horen niet bij de EU), maar je kunt ook zeggen dat de Nederlandse man in vijf andere moderne Europese landen een hogere levensverwachting heeft dan in Nederland.

(3) Duik in onderbouwing van de statistiek

  • Waarom ontbreken de cijfers van onze mannen en vrouwen in het laatste jaar (2014) van de grafieken ‘Trend in levensverwachting in de Europese Unie, mannen/vrouwen’?
  • Waarom is het cijfer van 2013 van de man (79,5 jaar, zie het printscreen bij het item van vorig jaar, hier opnieuw weergegeven, met excuses voor de slechte kwaliteit) nu opgehoogd/gecorrigeerd naar 79,7 jaar?

 

Kwaliteit Medische Zorg 14 EU-landen 2016: Nederland 8e plaats (OESO) (5)

update 24/3/2017: tabellen zijn gekalibreerd

Wat zijn Nederlandse medische zorgprestaties in internationaal vergelijkend perspectief? Deze vraag is een maand geleden gesteld aan 12 artsen, werkzaam in de 1e, 2e en 3e lijn (de medische controlegroep). Op basis van  de gegevens van de OESO is een tabel opgesteld met 33 kwaliteitsindicatoren en deze tabel is aan de medische controlegroep voorgelegd. Op basis van de reacties uit de controlegroep zijn drie indicatoren geschrapt, de hier gepubliceerde tabel bestaat uit 30 kwaliteitsindicatoren. De onderzoeksmethodiek borduurt voort op de eerdere publicaties (1), (2), (3) en (4).

oecd_logo

De indicator ‘Levensverwachting bij geboorte’is de internationaal meest gehanteerde indicator en mag niet ontbreken, evenals de waardering van de eigen gezondheid. Er is verder gezocht naar en geselecteerd op indicatoren die daadwerkelijk iets zeggen over de kans op doodgaan aan een ziekte, of de overlevingskans (13 indicatoren). Ook is een drietal aanbodindicatoren geselecteerd (aantal artsen, aantal verpleegkundigen, aantal apothekers). Twee indicatoren betreffen inenteningsprogramma’s voor kleine kinderen en ouderen. De tien overige indicatoren worden door de medici ook als relevant beschouwd. In totaliteit ontstaat een robuust beeld van aantoonbare curatieve gezondheidskwaliteit van een land.

life-expectancy-health-spending-per-capita-toelichting-20092016

Gekozen is voor een selectie van de 14 ‘moderne’ Europese landen met een minimale bevolkingsomvang van 5 miljoen inwoners. De overweging is dat zo’n selectie zinvoller is dan de gebruikelijke vergelijking met de OESO-landen in totaliteit. Dit zijn 14 moderne Europese landen die een gedeelde politiek-democratische, sociaal-economische en technologische ontwikkeling doormaken, waardoor de vergelijkbaarheid toeneemt. Het betreft de landen België, Denemarken, Duitsland, Engeland (UK), Frankrijk, Finland, Italië, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Zweden en Zwitserland. Van deze 14 landen zijn data beschikbaar in de periodieke (jaarlijkse) OECD Health at a Glance rapportages die online raadpleegbaar zijn. Zie http://www.oecd-ilibrary.org/social-issues-migration-health/health-at-a-glance-europe-2016_9789264265592-en

De  OESO-tabel scores van de 14 landen zijn omgezet in punten: 1 punt voor het land met de beste score, 14 punten voor het land met de slechtste score. De scores op alle 30 indicatoren zijn opgeteld en gedeeld door 30, dit is de gemiddelde score per land. De gemiddelde score per land is vertaald naar de eindpositie: het land met de hoogste kwaliteit heeft de laagste score, het land met de laagste kwaliteit heeft de hoogste score. In de tabel staat Nederland op een 9e plaats (update 24/3/2017, de tabel is ‘gekalibreerd’ door bij ontbrekende data de scores van de andere landen van 1 tot en met 14 uit de middelen, dit is zuiverder):

 

Bron: OECD Health at a Glance 2016 http://www.oecd-ilibrary.org/social-issues-migration-health/health-at-a-glance-europe-2016_9789264265592-en Organ Donationhttp://public.tableau.com/views/BOTnet/OrganDonorMap?:embed=y&:toolbar=no&:display_count=yes&:showVizHome=no#2

update 27/1/2017 – Er is specifieke kritiek op het gebruik van een tweetal Supply-indicatoren: het aantal artsen per 1000 en apothekers per 1000. Als we deze twee indicatoren elimineren komt Nederland gunstiger naar voren, een zesde plaats op de ranglijst (update 24/3/2017, de tabel is gekalibreerd). Er zijn een aantal verschuivingen die het volgende totaalbeeld opleveren: