Kosten beheersen in de zorg: wie draait ervoor op? (Skipr)

Mijn al eerder hier gepubliceerde commentaar op het advies “Zorgen voor gezonde groei” van de Technische Werkgroep Beheersinstrumentarium Zorguitgaven 2018 -2021 is als blog met de kop Kosten beheersen in de zorg: wie draait ervoor op? geplaatst op skipr: https://www.skipr.nl/blogs/id3124-kosten-beheersen-in-de-zorg-wie-draait-ervoor-op.html .

 

Kosten versus Kwaliteit van de marktgedreven curatieve zorg (ESB)

update 19 april – Contact met CBS (dr. Peter Harteloh, medicus en statistisch onderzoeker). Bevestiging dat dit onderzoek relevant is en dat er nog geen onderzoek naar gedaan is. Bevestiging dat de internationaal vergelijkbare data pas sinds een jaar of 10 beschikbaar zijn en dat een dergelijk onderzoek daardoor nu pas mogelijk is geworden. Het gebruik van een medische controlegroep om te bepalen wat relevante medische outputindicatoren zijn is een goede aanpak. Ik ben een pionier. Vanuit minVWS worden nu ook inhoudelijk vergelijkbare vragen gesteld. Peter is zeer geinteresseerd en zal binnenkort inhoudelijk vanuit het CBS reageren.

Tevens contact met CPB (Kasper Stuut). Bevestiging dat er nog nader gekeken wordt naar het onderzoek. Melding van mijn kant dat er ook direct contact met CBS is.

update 5 april – Contact met CBS. Binnen 2 tot 4 weken kan ik een reactie verwachten op dit onderzoek en de onderzoeksmethode. Men onderkent de relevantie en bevestigd mijn stelling dat er pas sinds circa 10 jaar (OESO-)data beschikbaar zijn waardoor dit soort longitudinaal onderzoek over een reeks van jaren nu pas goed mogelijk is.

update 23 maart – De conclusie uit het ESB-artikel staat voorlopig recht overeind na een eerste afstemmingsronde met CPB en CBS: “Samenvattend, sinds de invoering van het systeem van gereguleerde marktwerking is de kwaliteit van de medische zorg in internationaal perspectief verslechterd, terwijl de kosten juist disproportioneel zijn gestegen.” 

Het CPB heeft op een tweetal wijzigingen rond 2013 gewezen in de Nederlandse situatie die op het eerste oog ongunstig lijken voor de score van Nederland in de internationale vergelijking. Maar bij eliminatie van deze twee voor Nederland ongunstige veranderingen in 2013 en 2014 (verplichte herregistratie van verpleegkundigen, zie: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2016/11/minder-geregistreerde-verpleegkundigen en de overgang  van handmatige op automatische codering dat een negatief effect heeftop de stroke mortality rate; zie https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2017/06/veranderingen-in-de-doodsoorzakenstatistiek-2013-2015 en verder, hierover is nader contact geweest met auteurs van het CBS) blijkt het totaalbeeld zelfs minder gunstig voor Nederland uit te komen dan in de oorspronkelijk tabel die als Figuur 1. gepubliceerd is in het ESB-artikel van januari 2017. Dit geeft het volgende beeld bij het weglaten van de data voor 2014 (OESO 2016):

Indien de twee indicatoren practising nurses per 1000 en stroke mortality rate geheel uit de longitudinale reeks geëlimineerd worden (de kwaliteitsindicatoren gaan van 13 naar 11) is dit het beeld:

In het kort
▶ Nederland heeft relatief dure zorg van middelmatige kwaliteit.
▶ Dat komt omdat het huidige stelsel omzet beloont in plaats van zorgkwaliteit.
▶ Een nieuw stelsel dat start bij samenwerking tussen professionals en dat de patiënt centraal stelt, is nodig.

Lees hier het artikel uit het januarinummer van ESB (pdf): vanloef-leijten-esb4745-026-029

Lees hier her artikel op de website van ESB: https://www.esb.nu/esb/20022201/zorgstelsel-op-basis-van-samenwerking-stelt-patient-centraal

 

Figuur 1 uit het artikel:

esb-figuur-1-06012017

De oude figuur, eerder gepubliceerd:kosten-kwaliteit-grafiek-30122016

 

 

Commentaar op advies TW Zorguitgaven

De TW heeft haar advies uitgebracht voor de kabinetsformatie: “Zorgen voor gezonde groei“.

Haar advies voor de gehele zorg (Zvw, Wlz, Wmo, Jeugdzorg) is opgebouwd langs drie rode draden: 1. Gepast gebruik; 2. Zorg op de juiste plek: 3. Eenvoud en samenhang. Laten we op een andere, niet-ambtelijke manier kijken naar het inhoudelijke voorstel. Al was het maar om de discussies achter gesloten deuren te vergemakkelijken. Het gaat voor wat betreft het gehele pakket dat de TV de revue laat passeren voor meer dan 80% om maatregelen in de Zvw, de zorg van de gereguleerde marktwerking.

Het zwaartepunt van potentiële bezuinigingen ligt aan de aanbodzijde van de Zvw (45 miljard). Binnen hernieuwde zorgakkoorden met de sector is 1,2 miljard aan doelmatigheidswinst mogelijk door: a. standaardisatie dmv. minder praktijkvariatie, b. meer onderlinge samenwerking en c. focus op zinnige zorg (b. en c. betekenen samen impliciet: de patiënt wordt beter bediend) en 1 miljard aan besparingen door capaciteitsplanning van het zorgaanbod: verschuiving van de 2e naar de 1e lijn en concentratie van top specialistische zorg.

Voorgestelde aanvullende bezuinigingen worden ook binnen de aanbodzijde van de Zvw gehaald: 1,2 miljard aan doelmatigheidskortingen voor de Medisch Specialistische Zorg, de GGZ en de wijkverpleging.

Tot zover het mogelijke bezuinigingspakket op de publieke zorg, waarbij de rijksoverheid de regie pakt waar de zorgverzekeraars die kennelijk laten liggen.

Aan de vraagzijde is 1 miljard extra aan ‘inkomsten’ becijferd door het verhogen van het Eigen Risico in de Zvw met 110 euro. Een tweede miljard kan gevonden worden door te bezuinigingen op het verzekerde basispakket (Zvw): 0,6 miljard – in totaal kunnen de zorgverzekeraars dus 1,7 inboeken aan extra opbrengsten, dan wel besparingen op zorg – en nog 0,4 miljard kan gevonden worden buiten de Zvw.

Je kunt het ook zo zien. Enerzijds betreft het (voorgestelde) maatregelen die de kwaliteit zouden moeten verbeteren en wel op twee manieren: Verbetering van de  ‘doeltreffendheid van het zorgaanbod’, dit vergt bestuurlijke regie en dan gaat het om afspraken op het stelselniveau van de curatieve zorg (2e > 1e lijn; concentratie van topzorg), in termen van de rode draden: zorg op de juiste plek en eenvoud en samenhang en de bevordering van ‘gepast gebruik’: zinnige zorg, dus alleen behandelen wat nodig is en in overleg met de patiënt.

Anderzijds betreft het (voorgestelde) maatregelen die kwantitatief (dus puur financieel) zijn, bij gebrek aan beter kun je dit onder de noemer ‘doelmatigheid’ schuiven: in de eerste plaats het afknijpen van budgetten (MSZ, GGZ en wijkverpleging, de 1e lijn wordt ontzien) en volumebeperkingen (oftewel: kwantitatieve zorgplafonds) en in de tweede plaats het inkrimpen van het verzekerde basispakket (met kwalitatieve gevolgen).

De achterliggende vraag is natuurlijk altijd: wie draait voor de gevolgen op, wie krijgt er nu minder zorg? De werkgroep waarschuwt dat als de zorguitgaven niet harder mogen groeien dan het BBP er zelfs met een bestuurlijk akkoord extra maatregelen nodig zijn die resulteren in hogere individuele zorglasten voor de burger.

De TV constateert dat met name in de curatieve zorg ‘een nieuwe werkwijze van partijen wordt gevraagd’. Maar wat moeten wij ons daarbij voorstellen? Duidelijk is: Er moet meer worden samengewerkt. In een bijlage wijst men op de systeemverantwoordelijkheid van de overheid en worden aanpassingen van de structuur en mogelijkheden ter verbetering van de werking van de gereguleerde concurrentie/sturingsfilosofie opgesomd.

Het grote gevaar is, zie ook mijn eerder commentaar op de Agenda voor de Zorg, dat door om de hete brei heen te draaien het voorspelbare gevolg zal zijn: meer afspraken en regels dus meer bureaucratie, dus meer overhead en minder geld voor de zorgverlening zelf.

 

Figuur 1: De autonome groei van de totale zorgkosten vs. de groei van het BBP, zonder politiek-bestuurlijk ingrijpen

Figuur 3: De voorgestelde maatregelen (blauwe blokken), resulterend in een evenwichtige groei van de zorgkosten conform het BBP.