1 JAAR GELEDEN: ‘5 Punten waarop het kabinet-Rutte III dreigt te falen in de zorg’

Het is het moment om deze voorspelling van een jaar geleden opnieuw kritisch te bezien. Wat is er tot nu toe van uitgekomen?
Wie reageert?

Zie ook businessinsider.nl: 5 Punten waarop Rutte3 dreigt te falen in de zorg (12 oktober 2017)
Joop.nl: Nederland-wil-minder-marktwerking-in-de-zorg-rutte-iii-doet-het-tegenovergestelde (24 oktober 2017)


ANALYSE – Mark Rutte presenteerde dinsdag het regeerakkoord waar Nederland zeven maanden op heeft moeten wachten. Wat betreft de zorg wil het kabinet-Rutte III doorgaan op de ingeslagen weg: nieuwe hervormingen zijn niet nodig in de zorg, wel verbeteringen. Maar een meerderheid van de bevolking blijft zich grote zorgen maken over de gezondheidszorg en wil dat de overheid meer gaat bepalen. Dat wil zeggen: meer publieke verantwoordelijkheid neemt en minder marktwerking toestaat. De marktwerking is het sterkst in het stelsel van de Zorgverzekeringswet. Dan gaat het om de curatieve en revaliderende zorg waar jaarlijks 45 miljard euro in omgaat. De financiering is geregeld via de inkomensafhankelijke zorgpremie, de premie basisverzekering en het eigen risico.
Over de hoogte van het eigen risico is veel politieke ophef geweest. Maar de problemen in de zorg gaan verder dan dat. Hieronder stip ik vijf punten aan waarop Rutte III de plank misslaat in de curatieve zorg:

1. Niet voor niets behoort onze zorg tot de beste van Europa. (Regeerakkoord, Vertrouwen in de toekomst)
NIET WAAR – Het uniek Nederlandse private zorgstelsel is inferieur en levert dure zorg van een middelmatige kwaliteit in vergelijking met andere moderne Europese landen.

2. We houden het huidige stelsel met private zorgaanbieders en -verzekeraars onder publieke randvoorwaarden in stand en verbeteren dit waar nodig. (Regeerakkoord, Vertrouwen in de toekomst)
DOODLOPENDE WEG – In haar advies van begin deze maand rekent de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) af met de rol die de zorgverzekeraars in het huidige stelsel vervullen. De RVS pleit voor een nieuwe opzet van het hele zorgstelsel. “De driehoek van de zorgverzekeringsmarkt, de zorginkoopmarkt en de zorgverleningsmarkt werkt niet”.

3. Gezonde mededinging draagt bij aan keuzevrijheid, betere zorg, innovatie en neerwaartse druk op de prijzen. (Regeerakkoord, Vertrouwen in de toekomst)
GELDT NIET VOOR DE ZORG
– Zorgverlening is altijd individueel maatwerk èn te complex waardoor (uitzonderingen daargelaten) onderlinge vergelijking niet goed mogelijk is. Er is dus geen keuzevrijheid.
– Prijsconcurrentie leidt niet noodzakelijk tot betere zorg.
– Innovatie wordt in het huidige stelsel vaak tegengewerkt.
– De macrokosten stijgen en de kwaliteit van de zorg staat over breed spectrum onder druk, waardoor er opwaartse druk op de prijzen is.

4.Niet alleen de prijs, maar ook de kwaliteit moet centraal staan bij de zorginkoop. Daartoe moeten zorgaanbieders en verzekeraars verzekerden laagdrempeliger inzicht in de kwaliteit van het zorgaanbod en de ingekochte zorg per polis geven. Ook wordt de transparantie van de prijzen in de zorg stapsgewijs vergroot. (Regeerakkoord, Vertrouwen in de toekomst)
MOEILIJK REALISEERBAAR – Zoals bij punt drie aangegeven: zorgverlening is individueel maatwerk en onderlinge vergelijking lastig. Dit maakt laagdrempelig inzicht in het zorgaanbod en de ingekochte zorg per polis erg complex, zelfs met digitale hulpmiddelen. Transparantie is in de zorg niet goed bereikbaar, met uitzondering van heel specifieke zorgverlening met een duidelijk eindresultaat, zoals bij een kunstknie of oogoperatie.

5.Met zorgaanbieders, zorgverleners, verzekeraars en toezichthouders zetten we met schrapsessies fors in op minder bureaucratie en minder regels. (Regeerakkoord, Vertrouwen in de toekomst)
HARDNEKKIG PROBLEEM – Op dit moment is het als volgt: huisartsen (eerste lijn) slagen erin om de regeldruk te verminderen. In Nederlandse ziekenhuizen (2e lijn) wordt veel meer gemeten dan in het buitenland. De Nederlandse zorg kent meer dan 3000 indicatoren die worden gemeten, Ter vergelijking: in Duitse ziekenhuizen worden 464 indicatoren gemeten, in Britse 254, in Noorse 68 en in de Deense 25 (De Groene Amsterdammer, 2016). Verzamelen van al die informatie kost heel veel tijd van de professionals in de zorg.

 

Reacties een jaar geleden:

Prof. dr Armand R.J. Girbes  (Hoogleraar Intensive Care VUmc) – Goed stuk. De bezuiniging op de ziekenhuiszorg is rampzalig, bovenop de geneesmiddelen. De politiek hobbelt alleen een beetje achter de media aan.

Dr. Bart Bruijn (apotheekhoudend huisarts) – Hier fileert Gijs van Loef het zorgstelsel en de ideeen van de huidige coalitie m.b.t. de zorg.

Dr. Jan Terlouw – Dank je, Gijs. Ik ben het met je eens.

Dr. Glenn Mitrasing (‘Vogelvrije huisarts’) – retweet

Mr. Stijn van Engelen (juridisch medewerker Eldermans/Geerts, advocaten in de zorgsector) – Bedankt voor deze kritische bijdrage. Hoewel ik er niet op alle punten even scherp in zit als u zie ik inderdaad heel veel mooie woorden terwijl de praktische uitvoering niet haalbaar is. Vooral punt 5 is m.i. een probleem aangezien het sterk de vraag is of al deze indicatoren leiden tot meer inzichten en betere kwaliteit van zorg en zorginkoop.

Drs. Franklin Neuteboom (tekstschrijver, marketingcommunicator) – Duidelijk verhaal, mooi onderbouwd!

Cliff Clavin – Ik prijs Gijs van Loef om zijn gedegen, inzichtelijke betoog. Dit is een mooie, planmatige deconstructie van een serie fabels die ons dag in, dag uit voorgehouden worden.

 

Tendentieuze berichtgeving SCP over de Gezondheidszorg

Konsekwent tendentieuze berichtgeving van het SCP over de Gezondheidszorg.  Men ontwijkt wezenlijke vraagstukken en poetst de onderliggende feiten op tot positieve soundbites.

De one-liner op de voorpagina van Burgerperspectieven 2017/4 vh SCP luidt: “Samenleven, gezondheidszorg en economie zijn redenen voor zorg én trots” .

Maar als je de figuren 1.4 en 1.5 op pag. 19 bekijkt valt het volgende op:

Er worden vijf categorieen genoemd, in beide gevallen worden de drie categorieen ‘Samenleven’, ‘Economie en inkomen’ en de ‘Zorg’ genoemd. De Zorg vinden we dus een heel belangrijk onderwerp. Dat wisten we al en het wordt steeds weer bevestigd. Maar nu komt het >

De zorgen over de gezondheidszorg (‘nationaal probleembesef’) zijn zowel absoluut als procentueel sterk gestegen in de gemeten periode van 2008 >2017. Bij de trots (‘nationale trots’) is er eerder sprake van een fluctuatie rond de 10%, die 10% is een soort constante.

Het probleembesef mbt. de zorg is van de 5e en laatste plaats in 2008 gestegen naar de 3e plaats in 2017, dit is een stijging, dus een verslechtering. In procenten: Het nationale probleembesef m.b.t. de zorg is gestegen van ca. 7% naar ca. 14%, dit is een verdubbeling.

De nationale trots mbt. de zorg stond op een 4e plaats in 2008 en dit is onveranderd in 2017. De nationale trots m.b.t. de zorg is in het afgelopen jaar gestegen van ca. 7,5% naar 10%. Maar, daarvoor was ze hoger: in de periode 2009 t/m 2014  fluctueerde de nationale trots m.b.t. de zorg met verschillende pieken en dalen tussen ca. 9% en 14% .

Zie ook de Belangrijkste Bevindingen, 2e pagina, bovenste grafiek. Hier worden strakke lijnen getoond!?
bron: https://www.scp.nl/Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_2017/Burgerperspectieven_2017_4

Tendens daling Kwaliteit Medische Zorg t.o.v. EU14 zet door 2007 > 2017 (OESO)

update 31/1/2018 – Patrick Jeurissen (Hoogleraar betaalbaarheid van de zorg, science officer minVWS) bevestigd de juistheid van de analyse.

update 13/12/2017 – Xander Koolman (Gezondheidseconoom Vrije Universiteit) : “Ik vind dit een verdedigbare aanpak voor de beoordeling van de ontwikkeling van de ‘performance’ van de medisch-curatieve zorg. Natuurlijk is de Gezondheidszorg als systeem nog veel omvattender dan de cure (zie bijvoorbeeld: http://apps.who.int/iris/bitstream/10665/57320/1/bu0542.pdf ), maar dat neemt niet weg dat dit een relevante analyse is.”

Op basis van gegevens van OECD Health at a Glance 2017 (publicatie 10 november 2017) is een update gemaakt van de landenvergelijking  van de medisch-curatieve zorg (in Nederland: de zorgverzekeringswet). De kwaliteit van de medische zorg in Nederland gaat achteruit, een tendens die is ingezet met de invoering van de gereguleerde marktwerking in 2006.

 

On request translation in English can be made – Data retrieved from OECD Health at a Glance, 2007, 2009, 2011, 2013, 2015, 2017.

Opzet van de landenvergelijking
Wat zijn Nederlandse medische zorgprestaties in internationaal vergelijkend perspectief?

Gekozen is voor een selectie van de 14 ‘moderne’ Europese landen met een minimale bevolkingsomvang van 5 miljoen inwoners. De overweging is dat zo’n selectie zinvoller is dan de gebruikelijke vergelijking met de OECD-landen in totaliteit. De 14 moderne Europese landen die onderling worden vergeleken zijn: België, Denemarken, Duitsland, Engeland (UK), Frankrijk, Finland, Italië, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Zweden en Zwitserland. Dit zijn 14 moderne Europese landen die een gedeelde politiek-democratische, sociaal-economische en technologische ontwikkeling doormaken, waardoor de vergelijkbaarheid toeneemt.

Van deze 14 landen zijn data beschikbaar in de periodieke (jaarlijkse) OECD Health at a Glance rapportages die online raadpleegbaar zijn.

Selectie van indicatoren van medische kwaliteit

Op basis van de online tabellen van OESO Health at a Glance is een selectie gemaakt van bruikbare kwaliteitsindicatoren.  Daarbij is als volgt te werk gegaan:

  • Indicatoren komen in alle opeenvolgende OESO rapportages voor (in 2007 was er een veel beperktere verzameling indicatoren dan in 2016)
  • uitsluitend selectie van indicatoren met data van minimaal 12 van de 14 moderne EU-landen
  • selectie van indicatoren die daadwerkelijk iets zeggen over kwaliteit (zoals het aantal docters/nurses, mortality ratescancer survivalavoidable hospital admissions en vaccinations); 12 Medische specialisten zijn als controlepanel geraadpleegd bij de bepaling van de indicatoren.
  • Non-medical determinants of health (zoals smoking, alcohol consumption en overweight and obesity) zijn uiteraard van invloed, maar niet meegenomen in de vergelijking.

Dertien medische kwaliteitsindicatoren zijn in een longitudinale tabel weergegeven, data uit OECD Health at a Glance van de jaren 2007, 2009, 2011, 2013, 2016 en 2017. Aldus is een tabel samengesteld onderverdeeld in vier clusters: Absolute healthHealth SuppliersHealth Status en Quality of Care.

De OESO-tabel scores van de 14 landen zijn omgezet in punten: 1 punt voor het land met de beste score, 14 punten voor het land met de slechtste score. De scores op alle 13 indicatoren zijn opgeteld en gedeeld door 13, dit is de gemiddelde score per land. De gemiddelde score per land is vertaald naar de eindpositie: het land met de hoogste kwaliteit heeft de laagste score, het land met de laagste kwaliteit heeft de hoogste score. De tabel is voor de leesbaarheid opgesplitst in 5 delen:

NB laatste rij POSITION CHANGE in de eerste 4 tabellen 2007 > 2016, m/z 2007 > 2017 

 

Zie ook: https://gijsvanloef.nl/2016/12/09/kwaliteit-medische-zorg-gedaald-tov-europees-gemiddelde-van-20072016

 

Kostenkant EU14

Aan de kostenkant zien we een bevriezing van het %BNP is vrijwel alle landen. Nationale overheden zien geen andere mogelijkheid om de macrokosten en budgettaire lasten in de hand te houden. Kosten hebben soms betrekking op 2015, soms op 2016. De grafiek (o.b.v. het ESB-artikel van 1/2017):

https://gijsvanloef.files.wordpress.com/2017/01/vanloef-leijten-esb4745-026-029.pdf


Zie verder: Kosten * Kwaliteit