Kort commentaar (10 punten & framing) van het MSZ-Onderhandelaarsakkoord


Commentaar op het MSZ-onderhandelaarsakkoord in 10 statements

• Zorgstelselwijziging (Transformatie) die de naam niet mag hebben
• De kool en de geit worden gespaard
• Gereguleerde marktwerking binnen de driehoek krijgt de genadeklap
• WNT Specialisten blijft, doekje voor het bloeden
• Kosten afgewenteld op de 1e lijn (2e hoofdlijnenakkoord!?)
• Arbeidsmarktmaatregelen zullen waarschijnlijk onvoldoende opleveren
• Alle organisaties en veranderprogramma’s blijven bestaan (werkgelegenheid in de overhead) en er komen nieuwe bij (ICT, transformatie-administratie), dit leidt tot meer bureaucratie in weerwil van de zo vurig beleden wens van administratieve lastenvermindering (OntRegelDeZorg?!)
• Het Zorginstituut wordt alsnog op het schild gehesen als coördinerende uitvoeringsinstantie
• Alles moet zijn beslag krijgen in regionale uitwerkingsakkoorden zorgverzekeraars( zorgkantoren/ gemeenten) <> zorgverleners
• De kwaliteit van de medische zorg staat onder grote druk, er dreigen langere wachtlijsten en een verslechtering van medische prestaties

Brief en Onderhandelaarsakkoord zijn hier te downloaden: VWS nieuwsbericht 26042018

Tendentieuze berichtgeving SCP over de Gezondheidszorg

Konsekwent tendentieuze berichtgeving van het SCP over de Gezondheidszorg.  Men ontwijkt wezenlijke vraagstukken en poetst de onderliggende feiten op tot positieve soundbites.

De one-liner op de voorpagina van Burgerperspectieven 2017/4 vh SCP luidt: “Samenleven, gezondheidszorg en economie zijn redenen voor zorg én trots” .

Maar als je de figuren 1.4 en 1.5 op pag. 19 bekijkt valt het volgende op:

Er worden vijf categorieen genoemd, in beide gevallen worden de drie categorieen ‘Samenleven’, ‘Economie en inkomen’ en de ‘Zorg’ genoemd. De Zorg vinden we dus een heel belangrijk onderwerp. Dat wisten we al en het wordt steeds weer bevestigd. Maar nu komt het >

De zorgen over de gezondheidszorg (‘nationaal probleembesef’) zijn zowel absoluut als procentueel sterk gestegen in de gemeten periode van 2008 >2017. Bij de trots (‘nationale trots’) is er eerder sprake van een fluctuatie rond de 10%, die 10% is een soort constante.

Het probleembesef mbt. de zorg is van de 5e en laatste plaats in 2008 gestegen naar de 3e plaats in 2017, dit is een stijging, dus een verslechtering. In procenten: Het nationale probleembesef m.b.t. de zorg is gestegen van ca. 7% naar ca. 14%, dit is een verdubbeling.

De nationale trots mbt. de zorg stond op een 4e plaats in 2008 en dit is onveranderd in 2017. De nationale trots m.b.t. de zorg is in het afgelopen jaar gestegen van ca. 7,5% naar 10%. Maar, daarvoor was ze hoger: in de periode 2009 t/m 2014  fluctueerde de nationale trots m.b.t. de zorg met verschillende pieken en dalen tussen ca. 9% en 14% .

Zie ook de Belangrijkste Bevindingen, 2e pagina, bovenste grafiek. Hier worden strakke lijnen getoond!?
bron: https://www.scp.nl/Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_2017/Burgerperspectieven_2017_4

Tendens daling Kwaliteit Medische Zorg t.o.v. EU14 zet door 2007 > 2017 (OESO)

update 30/10/2018 – De langjarenvergelijking van de OESO-data laat het zien: Qua aanbod van Health Suppliers (physicians; practising nurses) verliest Nederland steeds meer terrein t.o.v. de EU14 (zie tabel van een jaar geleden)

update 31/1/2018 – Patrick Jeurissen (Hoogleraar betaalbaarheid van de zorg, science officer minVWS) bevestigd de juistheid van de analyse.

update 13/12/2017 – Xander Koolman (Gezondheidseconoom Vrije Universiteit) : “Ik vind dit een verdedigbare aanpak voor de beoordeling van de ontwikkeling van de ‘performance’ van de medisch-curatieve zorg. Natuurlijk is de Gezondheidszorg als systeem nog veel omvattender dan de cure (zie bijvoorbeeld: http://apps.who.int/iris/bitstream/10665/57320/1/bu0542.pdf ), maar dat neemt niet weg dat dit een relevante analyse is.”

Op basis van gegevens van OECD Health at a Glance 2017 (publicatie 10 november 2017) is een update gemaakt van de landenvergelijking  van de medisch-curatieve zorg (in Nederland: de zorgverzekeringswet). De kwaliteit van de medische zorg in Nederland gaat achteruit, een tendens die is ingezet met de invoering van de gereguleerde marktwerking in 2006.

 

On request translation in English can be made – Data retrieved from OECD Health at a Glance, 2007, 2009, 2011, 2013, 2015, 2017.

Opzet van de landenvergelijking
Wat zijn Nederlandse medische zorgprestaties in internationaal vergelijkend perspectief?

Gekozen is voor een selectie van de 14 ‘moderne’ Europese landen met een minimale bevolkingsomvang van 5 miljoen inwoners. De overweging is dat zo’n selectie zinvoller is dan de gebruikelijke vergelijking met de OECD-landen in totaliteit. De 14 moderne Europese landen die onderling worden vergeleken zijn: België, Denemarken, Duitsland, Engeland (UK), Frankrijk, Finland, Italië, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Zweden en Zwitserland. Dit zijn 14 moderne Europese landen die een gedeelde politiek-democratische, sociaal-economische en technologische ontwikkeling doormaken, waardoor de vergelijkbaarheid toeneemt.

Van deze 14 landen zijn data beschikbaar in de periodieke (jaarlijkse) OECD Health at a Glance rapportages die online raadpleegbaar zijn.

Selectie van indicatoren van medische kwaliteit

Op basis van de online tabellen van OESO Health at a Glance is een selectie gemaakt van bruikbare kwaliteitsindicatoren.  Daarbij is als volgt te werk gegaan:

  • Indicatoren komen in alle opeenvolgende OESO rapportages voor (in 2007 was er een veel beperktere verzameling indicatoren dan in 2016)
  • uitsluitend selectie van indicatoren met data van minimaal 12 van de 14 moderne EU-landen
  • selectie van indicatoren die daadwerkelijk iets zeggen over kwaliteit (zoals het aantal docters/nurses, mortality ratescancer survivalavoidable hospital admissions en vaccinations); 12 Medische specialisten zijn als controlepanel geraadpleegd bij de bepaling van de indicatoren.
  • Non-medical determinants of health (zoals smoking, alcohol consumption en overweight and obesity) zijn uiteraard van invloed, maar niet meegenomen in de vergelijking.

Dertien medische kwaliteitsindicatoren zijn in een longitudinale tabel weergegeven, data uit OECD Health at a Glance van de jaren 2007, 2009, 2011, 2013, 2016 en 2017. Aldus is een tabel samengesteld onderverdeeld in vier clusters: Absolute healthHealth SuppliersHealth Status en Quality of Care.

De OESO-tabel scores van de 14 landen zijn omgezet in punten: 1 punt voor het land met de beste score, 14 punten voor het land met de slechtste score. De scores op alle 13 indicatoren zijn opgeteld en gedeeld door 13, dit is de gemiddelde score per land. De gemiddelde score per land is vertaald naar de eindpositie: het land met de hoogste kwaliteit heeft de laagste score, het land met de laagste kwaliteit heeft de hoogste score. De tabel is voor de leesbaarheid opgesplitst in 5 delen:

NB laatste rij POSITION CHANGE in de eerste 4 tabellen 2007 > 2016, m/z 2007 > 2017 

 

Zie ook: https://gijsvanloef.nl/2016/12/09/kwaliteit-medische-zorg-gedaald-tov-europees-gemiddelde-van-20072016

 

Kostenkant EU14

Aan de kostenkant zien we een bevriezing van het %BNP is vrijwel alle landen. Nationale overheden zien geen andere mogelijkheid om de macrokosten en budgettaire lasten in de hand te houden. Kosten hebben soms betrekking op 2015, soms op 2016. De grafiek (o.b.v. het ESB-artikel van 1/2017):

https://gijsvanloef.files.wordpress.com/2017/01/vanloef-leijten-esb4745-026-029.pdf


Zie verder: Kosten * Kwaliteit

Commentaar op advies TW Zorguitgaven

De Technische Werkgroep van rijksambtenaren (TW) heeft haar advies uitgebracht voor de kabinetsformatie: “Zorgen voor gezonde groei“.

bron: Zorgen voor gezonde groei

Haar advies voor de gehele zorg (Zvw, Wlz, Wmo, Jeugdzorg) is opgebouwd langs drie rode draden: 1. Gepast gebruik; 2. Zorg op de juiste plek: 3. Eenvoud en samenhang. Laten we op een andere, niet-ambtelijke manier kijken naar het inhoudelijke voorstel. Al was het maar om de discussies achter gesloten deuren te vergemakkelijken. Het gaat voor wat betreft het gehele pakket dat de TV de revue laat passeren voor meer dan 80% om maatregelen in de Zvw, de zorg van de gereguleerde marktwerking.

Het zwaartepunt van potentiële bezuinigingen ligt aan de aanbodzijde van de Zvw (45 miljard). Binnen hernieuwde zorgakkoorden met de sector is 1,2 miljard aan doelmatigheidswinst mogelijk door: a. standaardisatie dmv. minder praktijkvariatie, b. meer onderlinge samenwerking en c. focus op zinnige zorg (b. en c. betekenen samen impliciet: de patiënt wordt beter bediend) en 1 miljard aan besparingen door capaciteitsplanning van het zorgaanbod: verschuiving van de 2e naar de 1e lijn en concentratie van top specialistische zorg.

Voorgestelde aanvullende bezuinigingen worden ook binnen de aanbodzijde van de Zvw gehaald: 1,2 miljard aan doelmatigheidskortingen voor de Medisch Specialistische Zorg, de GGZ en de wijkverpleging.

Tot zover het mogelijke bezuinigingspakket op de publieke zorg, waarbij de rijksoverheid de regie pakt waar de zorgverzekeraars die kennelijk laten liggen.

Aan de vraagzijde is 1 miljard extra aan ‘inkomsten’ becijferd door het verhogen van het Eigen Risico in de Zvw met 110 euro. Een tweede miljard kan gevonden worden door te bezuinigingen op het verzekerde basispakket (Zvw): 0,6 miljard – in totaal kunnen de zorgverzekeraars dus 1,7 inboeken aan extra opbrengsten, dan wel besparingen op zorg – en nog 0,4 miljard kan gevonden worden buiten de Zvw.

Je kunt het ook zo zien. Enerzijds betreft het (voorgestelde) maatregelen die de kwaliteit zouden moeten verbeteren en wel op twee manieren: Verbetering van de  ‘doeltreffendheid van het zorgaanbod’, dit vergt bestuurlijke regie en dan gaat het om afspraken op het stelselniveau van de curatieve zorg (2e > 1e lijn; concentratie van topzorg), in termen van de rode draden: zorg op de juiste plek en eenvoud en samenhang en de bevordering van ‘gepast gebruik’: zinnige zorg, dus alleen behandelen wat nodig is en in overleg met de patiënt.

Anderzijds betreft het (voorgestelde) maatregelen die kwantitatief (dus puur financieel) zijn, bij gebrek aan beter kun je dit onder de noemer ‘doelmatigheid’ schuiven: in de eerste plaats het afknijpen van budgetten (MSZ, GGZ en wijkverpleging, de 1e lijn wordt ontzien) en volumebeperkingen (oftewel: kwantitatieve zorgplafonds) en in de tweede plaats het inkrimpen van het verzekerde basispakket (met kwalitatieve gevolgen).

De achterliggende vraag is natuurlijk altijd: wie draait voor de gevolgen op, wie krijgt er nu minder zorg? De werkgroep waarschuwt dat als de zorguitgaven niet harder mogen groeien dan het BBP er zelfs met een bestuurlijk akkoord extra maatregelen nodig zijn die resulteren in hogere individuele zorglasten voor de burger.

De TV constateert dat met name in de curatieve zorg ‘een nieuwe werkwijze van partijen wordt gevraagd’. Maar wat moeten wij ons daarbij voorstellen? Duidelijk is: Er moet meer worden samengewerkt. In een bijlage wijst men op de systeemverantwoordelijkheid van de overheid en worden aanpassingen van de structuur en mogelijkheden ter verbetering van de werking van de gereguleerde concurrentie/sturingsfilosofie opgesomd.

Het grote gevaar is, zie ook mijn eerder commentaar op de Agenda voor de Zorg, dat door om de hete brei heen te draaien het voorspelbare gevolg zal zijn: meer afspraken en regels dus meer bureaucratie, dus meer overhead en minder geld voor de zorgverlening zelf.

 

Figuur 1: De autonome groei van de totale zorgkosten vs. de groei van het BBP, zonder politiek-bestuurlijk ingrijpen

Figuur 3: De voorgestelde maatregelen (blauwe blokken), resulterend in een evenwichtige groei van de zorgkosten conform het BBP.

Commentaar op de Agenda voor de Zorg

update 5 april – Gepubliceerd op skipr:https://www.skipr.nl/blogs/id3103-nationaal-zorgfonds-wel-concurrentie-geen-winstbejag.html “Nationaal Zorgfonds: wel concurrentie, geen winstbejag”. Een stipnotering: top 3 van de 100 meest recente blogs.

NB: de titel kan verkeerd geinterpreteerd worden, ik spreek niet (meer) namens het Nationaal Zorgfonds. Er zijn verkiezingen geweest, ik heb mij teruggetrokken uit de denktank en speel dus geen actieve rol meer. Maar natuurlijk zijn mijn opvattingen niet opeens veranderd. Ik zou er dan ook van willen maken: “Andere agenda voor de zorg: wel concurrentie, geen winstbejag.” Of, korter: “Een Publiek zorgstelsel: met concurrentie, maar zonder winstbejag.

De eerste alinea op skipr: “Het streven naar steeds betere zorg op basis van een gezonde competitie is een hoeksteen van het publieke zorgstelsel. Het Nationaal Zorgfonds stimuleert dat ook. Het grote verschil is, de concurrentie uit winstbejag is er uit gehaald.”

Vanaf hier volgt de blog deze tekst >>>

De zorgpolder heeft voor de tweede maal een gezamenlijke agenda voor de zorg geformuleerd, als advies voor de komende kabinetsformatie: Investeren in Vernieuwende Zorg ( https://www.nvz-ziekenhuizen.nl/_library/36652 ). Het betreft de zorg in de meest brede zin, Zvw, WLz, de gemeentelijke zorg en dit alles in de nog bredere context van een integraal rijksbeleid. De zeven punten zijn stuk voor stuk relevant, de onderliggende analyse is steekhoudend. Samenwerken is het sleutelwoord, het gaat om Samenwerking & Vertrouwen.

Er is een aardig filmpje van gemaakt: https://www.youtube.com/watch?v=SpSFpBiLQpc

De Agenda voor de Zorg is het vleesgeworden poldermodel. Een unieke verworvenheid van onze politiek-bestuurlijke cultuur. Tot zover: uitstekend.

Maar er is een probleem, er is één woord dat angstvallig vermeden wordt: Concurrentie. Anders gezegd: de Marktwerking. Primair in de Zvw, maar een dominant kenmerk in het gehele zorgstelsel. Bestaande wetten gebieden: U zult onderling concurreren, verzekeraars en u zult ook zorgaanbieders dwingen tot concurrentie! Concurrentie betekent wantrouwen, het niet delen van informatie. Omzichtig wordt om dit heikele punt heen geredeneerd. Wantrouwen is een sta in de weg voor samenwerking, zowel op het bestuurlijke, als het operationele vlak. Polderen zit in ons bloed, dus we breien de bestuurlijke samenwerking er wel omheen. Daar slagen we natuurlijk uiteindelijk altijd in, maar het heeft een prijs: torenhoge systeemkosten. Ons marktgeoriënteerd zorgstelsel is duur, de overhead is meer dan 20%.

Maar het marktdenken tast ook het vertrouwen van de burger in zijn of haar zorg aan, als zorg nodig is. Die gewenste ‘transparantie’ is een farce. Een patiënt is geen zorgconsument, op zoek naar prijsvoordeel. Dit probleem is onoplosbaar. Een meerderheid van alle Nederlanders wil daarom dat de zorg weer een publiek stelsel wordt:  https://www.trouw.nl/samenleving/kiezers-willen-dat-de-overheid-de-zorg-weer-in-handen-neemt~a4117ce1/

Met het Nationaal ZorgFonds heeft een coalitie van politieke partijen een publiek stelsel vormgegeven. Primair gericht op de Zvw, maar impliciet een blauwdruk voor de gehele zorg. De punten van de Agenda voor de Zorg zijn evenzovele pijlers van dit publieke zorgstelsel: Preventie, Samenwerking, Zorg op maat voor de Patiënt, de Arts-Patiënt  relatie als uitgangspunt, Hernieuwde arbeidsvreugde voor zorgprofessionals, Regie op innovatie, Sanering van de protocollitis, Organisatorische vereenvoudiging en logisch vormgegeven bestuurlijke samenwerking met de Care (25 zorgregio’s gekoppeld aan de GGD-regio’s).

Het grote verschil is, de concurrentie uit winstbejag is er uit gehaald. Maar het streven naar steeds betere zorg op basis van een gezonde competitie is juist een hoeksteen van het publieke zorgstelsel. Innovatie wordt gestimuleerd. Vanuit een gezonde eerzucht en beroepstrots, niet vanwege de centen.

Als de partijen van de zorg diep in hun hart kijken kunnen ze zich hier waarschijnlijk prima in vinden.

Met een paar uitzonderingen. De twee commercieel gedreven zorgverzekeraars en de leveranciers van al die peperdure hulpmiddelen: medicijnen, instrumenten en automatisering. Maar zij zijn geen zelfstandige partij in deze coalitie.