Hoe Goed is Onze Gezondheidszorg? (Video met toelichting)

UPDATE 5/4/2018 – Er komt een uitgebreidere tekstversie met meer ondersteunend bewijsmateriaal.

Alle reacties:

Prof. Rob BaltussenProfessor Global Health Economics Department for Health Evidence, RadboutUMC: ‘Beste Gijs, dank hiervoor. Heb de film gekeken, en vindt het een mooi uitgebalanceerd verhaal. Behalve op het laatst – waarin je op basis van de 54% van de bevolking die veranderingen wil, best grote conclusies trekt. Mijn vraag is dan altijd – zijn die respondenten goed geinformeerd? Ze willen fundamentele wijzigingen, maar hebben ze genoeg kennis van zaken om dat zo te stellen? Maar dat is een opmerking ter zijde.’

Prof. Patrick Jeurissen, Hoogleraar Betaalbaarheid van de zorg, RadboutUMC en Science Officer of the Ministry of Health: ‘Dank. Vindt je het leuk om een keer hierover in debat te gaan bij een college dat ik geef.’

Hennie Zonderland, huisarts, zowel werkzaam in Nederland als vroeger in Tanzania: ‘Aardige video voor huisartsenopleidingen, een mooi discussiestuk.’

Matthijs Dekker, huisarts: ‘Je hebt een waardevolle bijdrage geleverd aan het debat met je videopresentatie.’

Prof. Geert Blijham, emeritus hoogleraar Oncologie en voormalig voorzitter Raad van Bestuur UMCU: ‘Ons zorgstelsel is als onze democratie: er mankeert veel aan maar beter is er niet.’

Prof. Ben Zegers, emeritus hoogleraar Immunologie: ‘Ik vind het een evenwichtige en heldere boodschap die je naar voren brengt. Met name de geleidelijke achteruitgang  sinds de invoering van de marktwerking is opvallend consistent. Dat de eerste lijn het zo goed doet is heel mooi.’

Marion Frissen, gezondheidswetenschapper, interim manager/adviseur: ‘Steengoed. Video moet media-aandacht krijgen (…) Geeft mooi inzicht in de factoren die relevant zijn voor het beoordelen van stelsels van gezondheidszorg.’

——————————————————————————————————————————————————————————————————————————-

Het Framework van de World Health Organization (WHO) –Behaald Nederland de 3 fundamentele doelstellingen van een goede gezondheidszorg?


bron: World Health Organization 2000

Beantwoording van de vraag: “Hoe Goed is Onze Gezondheidszorg?” (8:55 min.):

Geciteerde websites:

URL: Nederlandse zorg scoort hoog in nieuw internationaal onderzoek

URL: NVZ-ziekenhuizen: Over de branche: Rapport kwaliteit op de kaart

Score in het Framework:

Foto van het Framework:

 

Kosten * Kwaliteit van de Medisch-curatieve zorg: Nederland glijdt weg

Kosten * Kwaliteit als maatstaf van de Zorgwaarde?

Als we de kosten (laagste waarde = aantrekkelijkst, mits de geleverde kwaliteit niet minder is) maal de kwaliteit (laagste waarde = hoogste kwaliteit) berekenen ontstaat een beeld van de waarde van geleverde zorg. K x Q = Z . Hoe lager dit getal, hoe hoger de zorgwaarde. Hoe hoger dit getal, hoe lager de zorgwaarde. Per land, per jaar. (NB Het jaar heeft betrekking op de publicatiedatum van het OESO-rapport)

  • Als kosten ‘K‘ nemen we het getal op basis van het %BNP, maar dan als een heel getal (geen %). Dus: K voor Nederland in 2017 wordt (5,5%BNP): 5,5
  • Als kwaliteit ‘Q‘ nemen we de uitkomsten van de OESO-tabel. Dus: Q voor Nederland in 2017 is 7,58
  • De Zorgwaarde van Nederland in 2017 is dan: K x Q = 41,69 (zie onderstaande tabel)

Nederland had in 2007 een zorgwaarde van 29, in 2017 heeft Nederland een zorgwaarde van 41,69. Daarbij valt op dat de zorgwaarde van Nederland systematisch verslechterd, de reeks is ononderbroken oplopend. Dit betekent dat de burger in Nederland in 2007 meer zorg kreeg voor zijn geld, dan in 2009, in 2009 meer zorg kreeg voor zijn geld dan in 2011, enzovoorts, tot en met het laatste jaar 2017. De verslechtering in Zorgwaarde in Nederland over de gehele periode van 2007 t/m 2017 is dan rekenkundig (-) 44%.

De drie landen die er het beste uitkomen omdat ze de meeste zorgwaarde leveren (‘de prijs:prestatie is het beste’) zijn: 1. Zweden (score: 28), 2. Noorwegen (29) en 3. Zwitserland (31). Vervolgens komen 4. Spanje (36), 5. Belgie (40), 6. Finland (41), 7. Italie (41) , dan op de 8e plaats Nederland (42), 9. Frankrijk (43), 10. Portugal (48), 11. Denemarken (51), 12. Oostenrijk (52), 13. Duitsland (54) en hekkesluiter is afgetekend Engeland/UK (59).

Zie de grafiek en de onderliggende cijfers:

bron: OECD, 2007, 2009, 2011, 2013, 2015, 2017.

NB: De OECD heeft waarden in de tabel Health expenditure and financing op enig moment aangepast. Meestal gaat het om een klein verschil van max. 0,2% BNP (bij Denemarken, Frankrijk, Duitsland), maar in het geval van Zwitserland zijn de wijzigingen significant (verlagingen van de waarden vanaf 2010 van 0,4% tot 0,7%BNP!) . Ik heb daar geen verklaring voor.

On request translation in English can be made – Data retrieved from OECD Health at a Glance, 2007, 2009, 2011, 2013, 2016, 2017.

 

Eerder publiceerde ik de ‘Doelmatigheidsindex’ als houtkoolschets (er lagen geen exacte waarden onder, maar alleen de relatieve positie tov. andere landen) en de overeenkomst is denk ik wel duidelijk. Toch zal ik deze zo niet meer publiceren, omdat het beeld te onnauwkeurig is. Je kunt wel zeggen: er is een kopgroep, er is een middengroep (met wat beweging naar de kop of de staart) en er is een staartgroep. Het beeld was als eerste schets wel verhelderend denk ik:

Hoe kom ik hier nu op? Lees verder op deze website, scroll naar beneden voor berichten in chronologische volgorde terug in de tijd

Tendens daling Kwaliteit Medische Zorg t.o.v. EU14 zet door 2007 > 2017 (OESO)

update 31/1/2018 – Patrick Jeurissen (Hoogleraar betaalbaarheid van de zorg, science officer minVWS) bevestigd de juistheid van de analyse. 

update 13/12/2017 – Xander Koolman (Gezondheidseconoom Vrije Universiteit) : “Ik vind dit een verdedigbare aanpak voor de beoordeling van de ontwikkeling van de ‘performance’ van de medisch-curatieve zorg. Natuurlijk is de Gezondheidszorg als systeem nog veel omvattender dan de cure (zie bijvoorbeeld: http://apps.who.int/iris/bitstream/10665/57320/1/bu0542.pdf ), maar dat neemt niet weg dat dit een relevante analyse is.”

Op basis van gegevens van OECD Health at a Glance 2017 (publicatie 10 november 2017) is een update gemaakt van de landenvergelijking  van de medisch-curatieve zorg (in Nederland: de zorgverzekeringswet). De kwaliteit van de medische zorg in Nederland gaat achteruit, een tendens die is ingezet met de invoering van de gereguleerde marktwerking in 2006.

 

On request translation in English can be made – Data retrieved from OECD Health at a Glance, 2007, 2009, 2011, 2013, 2015, 2017.

Opzet van de landenvergelijking
Wat zijn Nederlandse medische zorgprestaties in internationaal vergelijkend perspectief?

Gekozen is voor een selectie van de 14 ‘moderne’ Europese landen met een minimale bevolkingsomvang van 5 miljoen inwoners. De overweging is dat zo’n selectie zinvoller is dan de gebruikelijke vergelijking met de OECD-landen in totaliteit. De 14 moderne Europese landen die onderling worden vergeleken zijn: België, Denemarken, Duitsland, Engeland (UK), Frankrijk, Finland, Italië, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Zweden en Zwitserland. Dit zijn 14 moderne Europese landen die een gedeelde politiek-democratische, sociaal-economische en technologische ontwikkeling doormaken, waardoor de vergelijkbaarheid toeneemt.

Van deze 14 landen zijn data beschikbaar in de periodieke (jaarlijkse) OECD Health at a Glance rapportages die online raadpleegbaar zijn.

Selectie van indicatoren van medische kwaliteit

Op basis van de online tabellen van OESO Health at a Glance is een selectie gemaakt van bruikbare kwaliteitsindicatoren.  Daarbij is als volgt te werk gegaan:

  • Indicatoren komen in alle opeenvolgende OESO rapportages voor (in 2007 was er een veel beperktere verzameling indicatoren dan in 2016)
  • uitsluitend selectie van indicatoren met data van minimaal 12 van de 14 moderne EU-landen
  • selectie van indicatoren die daadwerkelijk iets zeggen over kwaliteit (zoals het aantal docters/nurses, mortality ratescancer survivalavoidable hospital admissions en vaccinations); 12 Medische specialisten zijn als controlepanel geraadpleegd bij de bepaling van de indicatoren.
  • Non-medical determinants of health (zoals smoking, alcohol consumption en overweight and obesity) zijn uiteraard van invloed, maar niet meegenomen in de vergelijking.

Dertien medische kwaliteitsindicatoren zijn in een longitudinale tabel weergegeven, data uit OECD Health at a Glance van de jaren 2007, 2009, 2011, 2013, 2016 en 2017. Aldus is een tabel samengesteld onderverdeeld in vier clusters: Absolute healthHealth SuppliersHealth Status en Quality of Care.

De OESO-tabel scores van de 14 landen zijn omgezet in punten: 1 punt voor het land met de beste score, 14 punten voor het land met de slechtste score. De scores op alle 13 indicatoren zijn opgeteld en gedeeld door 13, dit is de gemiddelde score per land. De gemiddelde score per land is vertaald naar de eindpositie: het land met de hoogste kwaliteit heeft de laagste score, het land met de laagste kwaliteit heeft de hoogste score. De tabel is voor de leesbaarheid opgesplitst in 5 delen:

NB laatste rij POSITION CHANGE in de eerste 4 tabellen 2007 > 2016, m/z 2007 > 2017 

 

Zie ook: https://gijsvanloef.nl/2016/12/09/kwaliteit-medische-zorg-gedaald-tov-europees-gemiddelde-van-20072016

 

Kostenkant EU14

Aan de kostenkant zien we een bevriezing van het %BNP is vrijwel alle landen. Nationale overheden zien geen andere mogelijkheid om de macrokosten en budgettaire lasten in de hand te houden. Kosten hebben soms betrekking op 2015, soms op 2016. De grafiek (o.b.v. het ESB-artikel van 1/2017):

https://gijsvanloef.files.wordpress.com/2017/01/vanloef-leijten-esb4745-026-029.pdf


Zie verder: Kosten * Kwaliteit

Nederlands private zorgstelsel is inferieur: dure zorg van middelmatige kwaliteit, laag opgeleid de klos

update 31/1/2017 – Prof. Dr. P. Jeurissen bevestigd de juistheid van mijn analyse (3e punt)!

update 5/1/2018 – Reactie op de video ‘Hoe Goed is Onze Gezondheidszorg’ van Prof. Dr. P. Jeurissen: ‘Vindt je het leuk om een keer hierover in debat te gaan bij een college dat ik geef.’ Ik heb toegestemd, maar dit duurt nog een jaar.

update 13/12/2017 – reactie van Xander Koolman (zie hiervoor), bevestigend commentaar bij het 3e punt

update 6/11/2017 – De gezondheidsverschillen tussen laag- en hoogopgeleiden zijn structureel zeer groot: een verschil van zeven jaar voor de levensverwachting bij geboorte en een verschil van bijna twintig jaar (!) v.w.b. de levensverwachting in goede gezondheid. Dit is de afgelopen 10 jaar gelijk gebleven (Prof. Dr. J. Mackenbach, EUR).

update 24/10/2017 – Bewijslast stapelt zich op: Nederlands zorgstelsel is niet transparant (OESO, 2015)

update 8/10/2017 – Conclusie Raad voor Volksgezondheid en Samenleving m.b.t. de driehoek van zorginkoop(markt), zorgverzekering(-smarkt) en zorgverlening(-smarkt) die “niet werkt” meegenomen bij het 5e punt, met korte toelichting.

update 15/9/2017 – Eerste reactie van Prof. Dr. P. Jeurissen (Hoogleraar Betaalbaarheid van de zorg, Celsus Academie): Eens met 1e, 2e, 3e, 4e en 6e punt. Deels oneens met 5e punt.

 

In de afgelopen week heb ik belangrijke, wetenschappelijke bevindingen op een gecomprimeerde wijze samengevat in blogs.

Samenvatting:

1e – Er zijn twee kwalitatief goede en wetenschappelijk gefundeerde Zorgstelselranglijsten: OESO Health at a Glance en het CommonWealthFund (CMWF). Het CMWF rapporteert over 7 moderne Europese landen, de OESO rapporteert over alle 14  moderne Europese landen met data die jaarlijks worden bijgewerkt en online beschikbaar zijn. bron: VWS, 2016. Zie verder: https://gijsvanloef.nl/2016/09/21/de-gezondheidszorg-in-14-moderne-europese-landen-kwaliteit-versus-kosten/

2e – De Nederlandse levensverwachting bij geboorte is 81,8 jaar, zes moderne Europese landen hebben een hogere levensverwachting (Spanje, Zwitserland, Italie, Frankrijk, Zweden, Noorwegen). De Nederlandse man heeft een levensverwachting van 80 jaar (6e plaats), de Nederlandse vrouw heeft een levensverwachting van 83,5 jaar (12e plaats). bron: OESO, 2016 (ook: RIVM). Nota Bene: dit punt gaat over een belangrijk detail, de levensverwachting bij geboorte. De reden dat ik het noem, is om een tegenwicht te geven aan de gekleurde berichtgeving van de beleidsoverheid over de levensverwachting. Zie verder: https://gijsvanloef.nl/2017/09/10/onze-levensverwachting-2-het-rivm-persisteert-in-tendentieuze-berichtgeving/

3e – Sinds de invoering van het systeem van gereguleerde marktwerking in 2006 (Zorgverzekeringswet) is de kwaliteit van de medische zorg in Nederland vanuit (modern) Europees perspectief verslechterd, terwijl de kosten disproportioneel zijn gestegen. bron: https://gijsvanloef.files.wordpress.com/2017/01/vanloef-leijten-esb4745-026-029.pdf Dr. Xander Koolman meent: “Ik vind dit een verdedigbare aanpak voor de beoordeling van de ontwikkeling van de ‘performance’ van de medisch-curatieve zorg.”


4e – Er lijkt geen verband te bestaan tussen de totale zorgkosten als %BNP en de levensverwachting (dit was al bekend).

5e – Moderne Europese landen met een Statutory Health Insurance System (verplicht privaat verzekeringsstelsel) geven meer geld uit aan de zorg dan landen met een National Health Care System (publiek zorgstelsel): Private zorgstelsels zijn duurder dan Publieke Zorgstelsels. bron: OESO, CMWF, 2017.http://www.commonwealthfund.org/~/media/files/publications/fund-report/2017/may/mossialos_intl_profiles_v5.pdf?la=en


Reactie Patrick Jeurissen: “Private zijn inderdaad duurder, maar eigenlijk zou je ook moeten corrigeren voor mate van vergrijzing… (enz.)”

Commentaar: M.b.t. de vergrijzing – Nederland heeft in vergelijking met de dertien andere moderne Europese landen een relatief jonge bevolking. Alleen van de Noren kun je zeggen dat ze minder ouderen hebben. Als we corrigeren voor de vergrijzing dan komt Nederland er (nog) slechter vanaf. Immers, een jonge bevolking heeft minder zorg nodig dan een oude bevolking. Zie de tabel:

M.b.t. het private zorgstelsel met zorgverzekeraars – De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) concludeert in haar advies (2 oktober jl.) Zorgrelatie centraal “dat zorginkoop binnen de Zvw en Wlz niet werkt zoals achter de tekentafel bedacht is. De Raad adviseert om af te stappen van het maken van beleid op basis van de onrealistische aannames en van de verwachting dat door het beleid te optimaliseren, de praktijk alsnog volgens deze logica gaat werken.” En: “Samenvattend, inkoop heeft binnen de medisch-specialistische zorg, de kraamzorg en de intramurale ouderen zorg de kosten op macroniveau niet weten te verminderen. Integendeel, de kosten zijn toegenomen. Binnen de Zvw blijkt er slechts beperkt een relatie te zijn tussen het gedrag van verzekerden en zorggebruikers enerzijds en zorginkoop anderzijds. De driehoek werkt niet.”

 

 

Toelichting: Het beleid is de beleidstheorie van de gereguleerde marktwerking met private zorgverzekeraars als ‘hoeders’ van het zorgaanbod. Dit werkt niet en het heeft geen zin om te proberen om dit alsnog te laten werken, aldus de RVS.

Mijn al eerder geformuleerde conclusie dat het Nederlandse private zorgverzekeringsstelsel ondoelmatig is krijgt dus steeds meer bevestiging vanuit de beleidswetenschap en het overheidsbestuur.

Lees ook: https://joop.bnnvara.nl/opinies/publiek-medisch-zorgstelsel-bespaart-4-miljard-jaarlijks

6e – De bevolking in Zweden (66%), Nederland (54%) en het Verenigd Koninkrijk (53%) is in meerderheid ontevreden over het eigen zorgstelsel en wil fundamentele veranderingen. De bevolking in Duitsland (60%), Noorwegen (59%), Zwitserland (58%) en Frankrijk (54%) is in meerderheid tevreden over het eigen zorgstelsel. bron: CMWF, 2017.

http://www.commonwealthfund.org/~/media/files/publications/fund-report/2017/may/mossialos_intl_profiles_v5.pdf?la=en

RVS maakt gehakt van marktwerking (d.m.v. zorgverzekeraars) in de zorg

Zojuist verschenen op skipr:https://www.skipr.nl/blogs/id3311-de-raad-heeft-de-klok-horen-luiden.html

Begin oktober verscheen het belangwekkende rapport van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving: “ZORGRELATIE CENTRAAL, Partnerschap leidend voor zorginkoop” https://www.raadrvs.nl/uploads/docs/Zorgrelatie_centraal.pdf

Met enkele bijlagen, waaronder: “INKOOPSAFARI – Verkenning van de praktijk van zorginkoop”https://www.raadrvs.nl/uploads/docs/Inkoopsafari.pdf

Mijn commentaar hier beperkt zich tot deze bijlage, die alleszeggend is. Aangezien mijn analyse en visie bekend is, geef ik hier slechts een letterlijke weergave van enkele teksten uit INKOOPSAFARI. Toelichting: De inkoop betreft de contractering door zorgverzekeraars van zorg door zorgverleners, waarmee zij contracten sluiten, de zgn. zorginkoopmarkt (de ‘driehoek’, zie tekst onderaan).

De accentuering in de geciteerde tekst is van mij.

pag. 62 e.v.

5 Zorginkoop als haarlemmerolie voor de organisatie van de zorg?

5.1 Zorginkoop binnen de verschillende wettelijke kaders

Met de komst van de Zorgverzekeringswet (Zvw) is het belang van inkoop als sturingsmechanisme toegenomen. Binnen de Zvw heeft het model van gereguleerde marktwerking (managed competition) een belangrijke plaats. Het model gaat uit van drie interacterende markten: de zorgverzekeringsmarkt, de zorginkoopmarkt en de zorgverleningsmarkt. Op de zorgverzekeringsmarkt concurreren verzekeraars om de gunst van de verzekerde. Dit doen ze mede door op de zorginkoopmarkt doelmatige zorg in te kopen bij  concurrerende zorgaanbieders. Vervolgens kiezen patiënten op de zorgverleningsmarkt voor een zorgverlener. Dit kan zowel een door de zorgverzekeraar gecontracteerde aanbieder zijn als een niet-gecontracteerde aanbieder. De hoogte van de vergoeding van nietgecontracteerde zorg is afhankelijk van de polis die de verzekerde heeft gekozen: een natura-, een restitutie- of een combinatiepolis. Een belangrijke constatering uit de verkenning is dat dit model in de praktijk anders uitwerkt. Verzekerden laten zich niet of heel beperkt door de zorgverzekeraar naar een zorgverlener sturen. Daarnaast kiezen verzekerden hun verzekeraar niet op basis van kwaliteit van zorginkoop, maar vooral op de hoogte van de premie. De vraag is wat dit betekent voor de verwachtingen. Beperkt dit de zorgverzekeraar in de mate waarin hij afspraken kan maken met zorgverleners en leidt dit ertoe dat kwaliteit in elk geval via de inkoop niet bevorderd wordt?

Pag. 64: Tabel: Zorginkoop en -verkoop binnen verschillende wettelijke kaders

Pag. 68

Samenvattend, inkoop heeft binnen de medisch-specialistische zorg, de kraamzorg en de intramurale ouderen zorg de kosten op macroniveau niet weten te verminderen. Integendeel, de kosten zijn toegenomen. Gemeenten lijken de uitgaven aan begeleiding wel binnen een korte periode teruggedrongen te hebben.

Pag. 69

Kortom, zorginkoop heeft geleid tot standaardisering en massa-inkoop met weinig ruimte voor pluriformiteit van de zorgvraag.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5.4 Een interveniërende overheid en een driehoek die niet werkt

Met zorginkoop als sturingsmechanisme heeft de rijksoverheid de borging van publieke belangen bij andere partijen belegd: zorgverzekeraar, zorgkantoor en gemeenten. In de praktijk blijkt de overheid het echter lastig te vinden om niet te interveniëren. Zodra de uitgaven harder stijgen dan verwacht (hoofdlijnenakkoord), resultaten tegen lijken te vallen (geboortezorg), er calamiteiten zijn of maatschappelijke onrust ontstaat (bijvoorbeeld bij thuiszorgorganisatie TSN), zien we dat de rijksoverheid maatregelen neemt. Doordat decentrale partijen dit weten, zijn ze terughoudend met investeringen. De rijksoverheid en de landelijke politiek houden daarmee vast aan de maakbaarheid in de totale zorg. De organisatie van de zorg moet via interventies van de minister of de staatssecretaris beïnvloed kunnen worden, terwijl dat niet de gekozen inrichting is. Veel zorginkoop bestaat eigenlijk uit het uitvoeren van beleidsregels van de NZa, het invulling geven aan wensen van de minister of het naleven van bestuurlijke hoofdlijnenakkoorden. Ten slotte betreft een belangrijke bevinding uit de inkoopsafari dat de rol van de inkopende partij – de verzekeraar, het zorgkantoor en de gemeente – niet onomstreden is: de toegevoegde waarde van inkoop door een derde partij wordt betwist. Binnen de Zvw blijkt er slechts beperkt een relatie te zijn tussen het gedrag van verzekerden en zorggebruikers enerzijds en zorginkoop anderzijds. De driehoek werkt niet. Verzekerden kiezen hun verzekeraar niet op basis van de kwaliteit van de zorginkoop, maar vooral op basis van de hoogte van de premie. Patiënten en burgers zijn niet of nauwelijks betrokken bij zorginkoop.

Nb

De literatuurlijst bij de rapporten van de RVS is niet indrukwekkend. Belangrijke recente rappporten ontbreken, evenals relevante publicaties/blogs op mediaplatforms als skipr en zorgvisie (terwijl er wel verwijzing naar is) en er wordt ook naar publicaties van een tamelijk onbekend adviesburo verwezen.