Cherry picking CPB bij ‘Zorgkeuzes in Kaart’

update 25/11/2020 – Een stille bekentenis?

Het CPB heeft met het rapport ‘Zorgkeuzes in Kaart, Analyse van beleidsopties van politieke partijen voor de zorg’ – wellicht onbedoeld – een eenzijdig beleidsadvies voor de politiek uitgebracht. Het gaat om het hoofdstuk Stelselwijzigingen.

Tijdlijn
Het CPB is op 27 juli via de contactpersoon om een reactie gevraagd. Vraag: “Hoe moet ik in de tabel ‘Vermijdbare sterfte per 100.000 inwoners 2015’ en ‘% gemelde onvervulde zorgbehoefte 2016’ herleiden naar OECD Health at a Glance 2019?”
Op 2 sept. kreeg ik het volgende antwoord: “We zijn eruit: het blijken de getallen uit Health at a Glance 2018 te zijn. Ten tijde van het schrijven van de tekst was Health at a Glance 2019 nog niet gepubliceerd. Het betreft dus een fout in de verwijzing. De tabel is illustratief gebruikt en vormt geen input voor verdere berekeningen. We gaan na hoe we de typefout kunnen corrigeren. Hartelijk dank voor de oplettendheid.”

Kritiek op hoofdlijnen

Het hoofdstuk Stelselwijzigingen gaat in een notedop in op het type stelselwijzigingen (vijf typen, waaronder vier met meer publieke (overheids)regie – voer voor fijnproevers – en het verbieden van de winstuitkering door zorgverzekeraars ) en de technisch-financiele gevolgen daarvan inclusief de transitieperiode.

Ik heb twee fundamentele punten van kritiek. Opmerkelijk is dat aan de kostenkant schattingen zijn gemaakt, maar dat die aan de opbrengstenkant ontbreken. (Zie pag. 445: ‘geen ex-ante besparingen worden toegekend’). De coronacrisis heeft duidelijk gemaakt dat samenwerking i.p.v. concurrentie (op de werkvloer en tussen (organisaties van) zorgverleners) nodig is. De ontstane ‘samenwerkingsgeest’ heeft onvermoede positieve krachten losgemaakt bij de bestrijding van de eerste golf, het ziekteverzuim (dat inmiddels historisch hoogten heeft bereikt en het hoogste is van alle bedrijfstakken, zie CBS) zou door de intrinsieke motivatie van zorgverleners de afgelopen maanden wel eens gedaald kunnen zijn (kan dit worden uitgerekend?), overwerk werd en wordt met inzet en zonder morren gedaan (Let wel: de voortslepende beloningsdiscussie NOS Virtueel protest zorgverleners , de politiek speelt met vuur). Welke baten zouden we hiervoor kunnen en moeten becijferen? De stelling lijkt me verdedigbaar dat de baten van een gezondere werkcultuur in de zorg door het uitgangspunt van samenwerking i.p.v. concurrentie eerder in de miljarden zullen lopen dan in de honderden miljoenen – op jaarbasis.
Verder. Lees de tekst onder de paragraaf Stelselwijzigingen (pag.446, rechts). Mijn inschatting is dat de genoemde voordelen van een ‘Publiek stelsel’ wel eens groter zouden kunnen zijn – ze zijn m.i. zeker tastbaarder – dan de voordelen van een ‘Privaat stelsel’.  Voor een ‘privaat stelsel’ pleiten onder meer de volgende argumenten: a. Het argument ‘meer vertrouwen op concurrentiële prikkels bij zorgaanbieders en uitvoerders om kwaliteit te verhogen’ is zonder meer twijfelachtig; b. het argument ‘kosten laag te houden’ lijkt mij inmiddels wel gefalsificeerd (> Hoofdlijnenakkoorden sinds 2011 om de kosten van het private stelsel van gereguleerde marktwerking te beteugelen)

Een tweede fundamenteel punt van kritiek betreft de opsomming van de technische aanpassingen die bij een stelselwijziging nodig zijn. Aanpassingen in wet- en regelgeving, in de ICT, in administraties, enzovoorts, het geheel onder de noemer van ‘bedrijfsvoering’. Natuurlijk moet er van alles gebeuren en het uitwerken en uitvoeren van een transitie levert veel werkgelegenheid (en omzet) op voor professionele dienstverleners, maar is dat voor het grote publiek relevant? Een stelselwijziging vergt politieke wil. Punt. In schema weergegeven de tekst  van het rapport (pag. 446):

Kritiek bij Tabel 1
Tabel 1 (pag. 446, afb. rechts hierboven) toont de score van NL t.o.v. enkele andere westeuropese landen op een viertal indicatoren. Algemeen geformuleerd: De indicatoren met voor NL de meest gunstige cijfers worden getoond en een aantal landen die over het algemeen hoog scoren: Noorwegen, Zwitserland, Oostenrijk, Spanje en Italie zijn overgeslagen (!). De tabel dient louter ‘ter illustratie’, weten we inmiddels – zie de correspondentie. Ik noem het cherry picking. Nemen we de indicator ‘vermijdbare sterfte‘, dit betreft ‘amenable mortality’, maar er is ook ‘preventable mortality’. Het CPB toont de ene en laat de andere weg. Het verschil in beide NL-scores is evident. Beide OECD-tabellen hier (links: preventable mortality; rechts: amenable mortality)
Qua ‘Levensverwachting‘ doet NL het minder goed dan wordt gesuggereerd.
Zie mijn eerdere blogs hierover Levensverwachting NL zakt naar 8e plaats in EU14
Sinds 2016 doe ik onderzoek naar de uitkomsten van medische zorg in internationaal vergelijkend opzicht. Publicaties in ESB (1/2017) en Medisch Contact (42/2018). Op deze website wordt een longitudinale tabel van beschikbare en relevante indicatoren bijgehouden van 14 moderne europese landen (EU14), gebaseerd op de OECD Health at a Glance publicaties vanaf 2005.
Bronnen: Zelfstandig onderzoek obv. OECD Health at a Glance: Kosten en kwaliteit EU14 obv OECD Health at a Glance
OECD ‘Mortality’ (2018): OECD Health at a Glance Mortality 2018
OECD ‘Chartset’ (2018): OECD Health at a Glance Chartset
Medisch Contact: Medisch Contact 42/2018 Nederlandse zorg valt van haar voetstuk

Categorieen zoekfunctie website: EU14, Eurostat, OECD Health at a Glance, Levensverwachting e.v.

Aanbod second opinion ‘zorg’ in verkiezingsprogramma’s: Aanbod second opinion zorg verkiezingsprogramma’s

Tweets

Bron CPB tijdlijn verkiezingen

second opinion Zorgparagraaf Verkiezingsprogramma’s

Politieke partijen kunnen mij benaderen voor een second opinion op hun zorgparagraaf van het verkiezingsprogramma.

Vanzelfsprekend zijn er uitgangspunten voor kwaliteit:
– onafhankelijke analyse
– transparantie: expliciete aannames, duiding van onzekerheid enz.; onderbouwing van berekeningen; bronnen en literatuurvermelding
– afspraken over publicatievorm, vertrouwelijkheid e.d.
Zie ook:
Cherry picking CPB bij ‘Zorgkeuzes in kaart’


mobiel: 06 5438 4195
email: gvanloef@ziggo.nl

Commentaar op advies TW Zorguitgaven

De Technische Werkgroep van rijksambtenaren (TW) heeft haar advies uitgebracht voor de kabinetsformatie: “Zorgen voor gezonde groei“.

bron: Zorgen voor gezonde groei

Haar advies voor de gehele zorg (Zvw, Wlz, Wmo, Jeugdzorg) is opgebouwd langs drie rode draden: 1. Gepast gebruik; 2. Zorg op de juiste plek: 3. Eenvoud en samenhang. Laten we op een andere, niet-ambtelijke manier kijken naar het inhoudelijke voorstel. Al was het maar om de discussies achter gesloten deuren te vergemakkelijken. Het gaat voor wat betreft het gehele pakket dat de TV de revue laat passeren voor meer dan 80% om maatregelen in de Zvw, de zorg van de gereguleerde marktwerking.

Het zwaartepunt van potentiële bezuinigingen ligt aan de aanbodzijde van de Zvw (45 miljard). Binnen hernieuwde zorgakkoorden met de sector is 1,2 miljard aan doelmatigheidswinst mogelijk door: a. standaardisatie dmv. minder praktijkvariatie, b. meer onderlinge samenwerking en c. focus op zinnige zorg (b. en c. betekenen samen impliciet: de patiënt wordt beter bediend) en 1 miljard aan besparingen door capaciteitsplanning van het zorgaanbod: verschuiving van de 2e naar de 1e lijn en concentratie van top specialistische zorg.

Voorgestelde aanvullende bezuinigingen worden ook binnen de aanbodzijde van de Zvw gehaald: 1,2 miljard aan doelmatigheidskortingen voor de Medisch Specialistische Zorg, de GGZ en de wijkverpleging.

Tot zover het mogelijke bezuinigingspakket op de publieke zorg, waarbij de rijksoverheid de regie pakt waar de zorgverzekeraars die kennelijk laten liggen.

Aan de vraagzijde is 1 miljard extra aan ‘inkomsten’ becijferd door het verhogen van het Eigen Risico in de Zvw met 110 euro. Een tweede miljard kan gevonden worden door te bezuinigingen op het verzekerde basispakket (Zvw): 0,6 miljard – in totaal kunnen de zorgverzekeraars dus 1,7 inboeken aan extra opbrengsten, dan wel besparingen op zorg – en nog 0,4 miljard kan gevonden worden buiten de Zvw.

Je kunt het ook zo zien. Enerzijds betreft het (voorgestelde) maatregelen die de kwaliteit zouden moeten verbeteren en wel op twee manieren: Verbetering van de  ‘doeltreffendheid van het zorgaanbod’, dit vergt bestuurlijke regie en dan gaat het om afspraken op het stelselniveau van de curatieve zorg (2e > 1e lijn; concentratie van topzorg), in termen van de rode draden: zorg op de juiste plek en eenvoud en samenhang en de bevordering van ‘gepast gebruik’: zinnige zorg, dus alleen behandelen wat nodig is en in overleg met de patiënt.

Anderzijds betreft het (voorgestelde) maatregelen die kwantitatief (dus puur financieel) zijn, bij gebrek aan beter kun je dit onder de noemer ‘doelmatigheid’ schuiven: in de eerste plaats het afknijpen van budgetten (MSZ, GGZ en wijkverpleging, de 1e lijn wordt ontzien) en volumebeperkingen (oftewel: kwantitatieve zorgplafonds) en in de tweede plaats het inkrimpen van het verzekerde basispakket (met kwalitatieve gevolgen).

De achterliggende vraag is natuurlijk altijd: wie draait voor de gevolgen op, wie krijgt er nu minder zorg? De werkgroep waarschuwt dat als de zorguitgaven niet harder mogen groeien dan het BBP er zelfs met een bestuurlijk akkoord extra maatregelen nodig zijn die resulteren in hogere individuele zorglasten voor de burger.

De TV constateert dat met name in de curatieve zorg ‘een nieuwe werkwijze van partijen wordt gevraagd’. Maar wat moeten wij ons daarbij voorstellen? Duidelijk is: Er moet meer worden samengewerkt. In een bijlage wijst men op de systeemverantwoordelijkheid van de overheid en worden aanpassingen van de structuur en mogelijkheden ter verbetering van de werking van de gereguleerde concurrentie/sturingsfilosofie opgesomd.

Het grote gevaar is, zie ook mijn eerder commentaar op de Agenda voor de Zorg, dat door om de hete brei heen te draaien het voorspelbare gevolg zal zijn: meer afspraken en regels dus meer bureaucratie, dus meer overhead en minder geld voor de zorgverlening zelf.

 

Figuur 1: De autonome groei van de totale zorgkosten vs. de groei van het BBP, zonder politiek-bestuurlijk ingrijpen

Figuur 3: De voorgestelde maatregelen (blauwe blokken), resulterend in een evenwichtige groei van de zorgkosten conform het BBP.

Commentaar op ‘Keuzes in Kaart’ (CPB): Het nieuwe publieke zorgstelsel

CPB: ‘Het nieuwe publieke zorgstelsel is niet beter of slechter dan het bestaande

 

Het CPB schrijft het volgende over het ‘Publiek stelsel met centrale aansturing en regionale uitvoerders’ (zie vooral pag. 88 en 89)

bron: Keuzes in Kaart 2018-2021

presentatie1

Voorziening i.p.v. Recht

Het recht op zorg (zvw) maakt plaats voor de professionele indicatie door de poortwachter (in beginsel de huisarts). De poortwachter stelt vast dat een zorg-’vraag’ zodanig gerechtvaardigd is dat er een zorgbehoefte bestaat (indicatiestelling). Dit leidt tot de noodzaak en uitvoering van passende zorgverlening. Anders gezegd, er komt een geïndiceerde zorgbehoefte i.p.v. de claim op zorg o.b.v. het verzekerd zijn (met deels zinloze en mogelijk kostbare zorgverlening tot gevolg, overbehandeling etc.).

 

Omvormen private ziektekostenverzekeraars tot publieke ziekenfondsen die regionaal opereren

Het woordgebruik van het CPB kan verwarring oproepen, het gaat om private zorgverzekeraars. Ook ‘publieke ziekenfondsen’ dekt de lading niet. Er komen m.i. regionale organisaties waarvan het bestuur gevormd wordt door gekozen vertegenwoordigers van zorgverleners en patiënten, nauw samenwerkend met het bestaande regionaal openbaar bestuur om integraal en preventief zorgbeleid optimaal mogelijk te maken. Het ligt daarom voor de hand aan te sluiten op de bestaande regionale bestuurlijke indeling van de GGD’en die al verantwoordelijk zijn voor de bestaande publieke gezondheidszorg (25 regio’s). Het gaat om een bestuurlijk model op basis van Zorgkennis en Legitimiteit.

 

Alternatieve werkwijzen zoals het buurtzorgconcept

De crux is dat de macht om de zorg te organiseren zoveel als mogelijk in handen van de zorgprofessionals en de patiënten zelf wordt gelegd. Dit leidt tot slankere en meer doelmatig werkende zorgorganisaties, de overhead neemt aanzienlijk af, waardoor evenredig meer geld beschikbaar is voor de zorgverlening (primair proces).

Buurtzorg is hiervan inderdaad een goed voorbeeld.

 

Transitiekosten gedurende 6 tot max. 10 jaar (800 miljoen per jaar)

De totale transitiekosten bedragen minimaal 4,8 en op zijn hoogst 8 miljard euro.

 

Het nieuwe publieke zorgstelsel is niet beter of slechter dan het bestaande

Het CPB gaat niet in op de berekening van de jaarlijkse kostenbesparing (10%, ca. 4,5 miljard euro) die met een zorgstelsel o.b.v. een Landelijke Zorgregisseur en regionale budgettering zoals het NZF-scenario bereikt kan worden. Deze kostenbesparing wordt voor de helft mogelijk door een drastische vermindering van de administratieve lasten (‘protocollitis’) en ruim 1 miljard doelmatigheidswinst die het gevolg is van betere onderlinge samenwerking tussen zorgprofessionals. De (operationele) uitvoeringskosten van dit stelsel moeten ook substantieel lager zijn dan de huidige uitvoeringskosten (de zorgverzekeraars kosten 1,5 miljard). Zie https://gijsvanloef.nl/2016/10/02/nationaal-zorgfonds-bespaart-4-4-miljard-per-jaar-10/ ‘Nationaal Zorgfonds bespaart 4,4 miljard per jaar en verlaagt CO2-footprint’.

 

Waardeoverdrachten van de overheid naar verzekeraars (-3,4 tot + 23,1 miljard) (pag. 246)

Het is onduidelijk wat er exact is afgesproken tussen de staat en de ziekenfondsen bij de overgang naar het huidige stelsel in 2006. De ziekenfondsen hadden een markt, die veranderde met de invoering van het zvw-stelsel. Het verwondert mij dat dit zo onduidelijk is.

 

 

 

Progressief Zorgpact: 9 Punten (aftrap)

Bericht ANP: PvdA-voorman Lodewijk Asscher wil samen met andere progressieve partijen een pact sluiten over de zorg. Hij stelt ze voor negen punten de gezamenlijke inzet te maken bij de onderhandelingen voor een toekomstig regeerakkoord. Volgens hem kennen de plannen van de progressieve partijen op het gebied van de zorg ”meer overeenkomsten dan verschillen”. Eerder kwamen PvdA, SP en GroenLinks al een pact voor de arbeidsmarkt overeen. Van de negen punten zijn er verscheidene die op brede steun in de Kamer kunnen rekenen. Het gaat dan om zaken zoals afschaffing van het eigen risico, minder bureaucratie, minder concurrentie en een verbod op winstuitkering voor zorgverzekeraars. Daarnaast moeten de progressieve partijen zich gaan inzetten voor meer vaste contracten in de zorg, medisch specialisten in loondienst en preventie in het basispakket. Verder moeten farmaceuten worden gedwongen medicijnen goedkoper te maken en moet er meer personeel in verpleeghuizen.
esb-kop-28012017
Ik maak alvast een begin:

* 1 Afschaffing eigen risico – Kosten ca. 4 miljard. Te betalen uit extra belastinginkomsten (kwetsbaar, want conjunctuurgevoelig), of als kostenbesparing door het invoeren van een Landelijk Zorgregisseur die de plaats inneemt van de zorgverzekeraars (zoals het Nationaal ZorgFonds), een structurele verbetering van het zorgstelsel. NB: Zorg is nooit gratis, flankerend beleid is noodzakelijk, een zeker remgeld lijkt gewenst.

* 2 Minder bureaucratie – Is makkelijk gezegd, maar De Adder Onder Het Gras. De bureaucratie wordt steeds omvangrijker, dit vergt fundamentele analyse van de (marktgedreven) mechanismen van het zorgstelsel. Een Landelijk Zorgregisseur (zoals het Nationaal ZorgFonds) is gebaseerd op deze fundamentele analyse en maakt een drastische vermindering van bureaucratie mogelijk.presentatie-22012017

* 3 Minder concurrentie – Is ook makkelijk gezegd, moet ook fundamenteel doordacht worden. Er zijn twee soorten concurrentie: A. de ongewenste commerciele concurrentie (de perverse prikkels, de focus op omzet en winst); B.  de gewenste kwalitatieve en wetenschappelijk gedreven competitie, het permanente streven naar betere zorg die noodzakelijk is en waar incentives bij horen. A. moet worden afgeschaft, B. moet worden gekoesterd.

* 4 Verbod op winstuitkering voor zorgverzekeraars – Gerealiseerd! Kunnen we afvinken.

* 5 Vaste contracten – Ja, er moeten langlopende contracten komen waardoor en rust en continuiteit onstaat bij zorgverleners.

* 6 Medisch specialisten in loondienst – Ja, dit is onvermijdelijk. Een verstandige, gefaseerde aanpak is voorgesteld door Guus Schrijvers: https://www.zorgvisie.nl/Personeel/Verdieping/2017/1/Alle-specialisten-over-twaalf-jaar-in-loondienst/

* 7 Preventie in het basispakket – Ja, preventie moet veel meer het uitgangspunt zijn van beleid en uitvoering. Het Nationaal ZorgFonds geeft het goede voorbeeld en maakt preventie tot een zesde pijler van een Excellente Gezondheidszorg, naast Zorgkwaliteit, Toegankelijkheid (fysiek en financieel), Betaalbaarheid (macro en micro), Doelmatigheid (Kwaliteit:Kosten) en Solidariteit.

* 8 Goedkopere medicijnen – Ja, de krachten moeten gebundeld worden: nationale inkoop van nieuwe dure medicijnen, indien mogelijk zelfs supranationaal. Maar er moet ook hier fundamenteel nagedacht worden over het bezit en het behoud van Kennis die in het publieke domein wordt opgebouwd. Waarom is, in het algemeen belang, de ontwikkeling en productie van medicijnen binnen de muren van de publieke sector niet mogelijk? En wat is er nodig om dit wel mogelijk te maken?

* 9 Meer personeel voor verpleeghuizen – Ja. Kosten zijn veel hoger dan 100 miljoen. Uitgangspunt de bezettingsnormen, zie https://www.zorginstituutnederland.nl/actueel/nieuws/2017/01/13/kwaliteitskader-verpleeghuiszorg-vastgesteld