Commentaar op advies TW Zorguitgaven

De Technische Werkgroep van rijksambtenaren (TW) heeft haar advies uitgebracht voor de kabinetsformatie: “Zorgen voor gezonde groei“.

bron: Zorgen voor gezonde groei

Haar advies voor de gehele zorg (Zvw, Wlz, Wmo, Jeugdzorg) is opgebouwd langs drie rode draden: 1. Gepast gebruik; 2. Zorg op de juiste plek: 3. Eenvoud en samenhang. Laten we op een andere, niet-ambtelijke manier kijken naar het inhoudelijke voorstel. Al was het maar om de discussies achter gesloten deuren te vergemakkelijken. Het gaat voor wat betreft het gehele pakket dat de TV de revue laat passeren voor meer dan 80% om maatregelen in de Zvw, de zorg van de gereguleerde marktwerking.

Het zwaartepunt van potentiële bezuinigingen ligt aan de aanbodzijde van de Zvw (45 miljard). Binnen hernieuwde zorgakkoorden met de sector is 1,2 miljard aan doelmatigheidswinst mogelijk door: a. standaardisatie dmv. minder praktijkvariatie, b. meer onderlinge samenwerking en c. focus op zinnige zorg (b. en c. betekenen samen impliciet: de patiënt wordt beter bediend) en 1 miljard aan besparingen door capaciteitsplanning van het zorgaanbod: verschuiving van de 2e naar de 1e lijn en concentratie van top specialistische zorg.

Voorgestelde aanvullende bezuinigingen worden ook binnen de aanbodzijde van de Zvw gehaald: 1,2 miljard aan doelmatigheidskortingen voor de Medisch Specialistische Zorg, de GGZ en de wijkverpleging.

Tot zover het mogelijke bezuinigingspakket op de publieke zorg, waarbij de rijksoverheid de regie pakt waar de zorgverzekeraars die kennelijk laten liggen.

Aan de vraagzijde is 1 miljard extra aan ‘inkomsten’ becijferd door het verhogen van het Eigen Risico in de Zvw met 110 euro. Een tweede miljard kan gevonden worden door te bezuinigingen op het verzekerde basispakket (Zvw): 0,6 miljard – in totaal kunnen de zorgverzekeraars dus 1,7 inboeken aan extra opbrengsten, dan wel besparingen op zorg – en nog 0,4 miljard kan gevonden worden buiten de Zvw.

Je kunt het ook zo zien. Enerzijds betreft het (voorgestelde) maatregelen die de kwaliteit zouden moeten verbeteren en wel op twee manieren: Verbetering van de  ‘doeltreffendheid van het zorgaanbod’, dit vergt bestuurlijke regie en dan gaat het om afspraken op het stelselniveau van de curatieve zorg (2e > 1e lijn; concentratie van topzorg), in termen van de rode draden: zorg op de juiste plek en eenvoud en samenhang en de bevordering van ‘gepast gebruik’: zinnige zorg, dus alleen behandelen wat nodig is en in overleg met de patiënt.

Anderzijds betreft het (voorgestelde) maatregelen die kwantitatief (dus puur financieel) zijn, bij gebrek aan beter kun je dit onder de noemer ‘doelmatigheid’ schuiven: in de eerste plaats het afknijpen van budgetten (MSZ, GGZ en wijkverpleging, de 1e lijn wordt ontzien) en volumebeperkingen (oftewel: kwantitatieve zorgplafonds) en in de tweede plaats het inkrimpen van het verzekerde basispakket (met kwalitatieve gevolgen).

De achterliggende vraag is natuurlijk altijd: wie draait voor de gevolgen op, wie krijgt er nu minder zorg? De werkgroep waarschuwt dat als de zorguitgaven niet harder mogen groeien dan het BBP er zelfs met een bestuurlijk akkoord extra maatregelen nodig zijn die resulteren in hogere individuele zorglasten voor de burger.

De TV constateert dat met name in de curatieve zorg ‘een nieuwe werkwijze van partijen wordt gevraagd’. Maar wat moeten wij ons daarbij voorstellen? Duidelijk is: Er moet meer worden samengewerkt. In een bijlage wijst men op de systeemverantwoordelijkheid van de overheid en worden aanpassingen van de structuur en mogelijkheden ter verbetering van de werking van de gereguleerde concurrentie/sturingsfilosofie opgesomd.

Het grote gevaar is, zie ook mijn eerder commentaar op de Agenda voor de Zorg, dat door om de hete brei heen te draaien het voorspelbare gevolg zal zijn: meer afspraken en regels dus meer bureaucratie, dus meer overhead en minder geld voor de zorgverlening zelf.

 

Figuur 1: De autonome groei van de totale zorgkosten vs. de groei van het BBP, zonder politiek-bestuurlijk ingrijpen

Figuur 3: De voorgestelde maatregelen (blauwe blokken), resulterend in een evenwichtige groei van de zorgkosten conform het BBP.

Commentaar op ‘Keuzes in Kaart’ (CPB): Het nieuwe publieke zorgstelsel

CPB: ‘Het nieuwe publieke zorgstelsel is niet beter of slechter dan het bestaande

 

Het CPB schrijft het volgende over het ‘Publiek stelsel met centrale aansturing en regionale uitvoerders’ (zie vooral pag. 88 en 89)

bron: Keuzes in Kaart 2018-2021

presentatie1

Voorziening i.p.v. Recht

Het recht op zorg (zvw) maakt plaats voor de professionele indicatie door de poortwachter (in beginsel de huisarts). De poortwachter stelt vast dat een zorg-’vraag’ zodanig gerechtvaardigd is dat er een zorgbehoefte bestaat (indicatiestelling). Dit leidt tot de noodzaak en uitvoering van passende zorgverlening. Anders gezegd, er komt een geïndiceerde zorgbehoefte i.p.v. de claim op zorg o.b.v. het verzekerd zijn (met deels zinloze en mogelijk kostbare zorgverlening tot gevolg, overbehandeling etc.).

 

Omvormen private ziektekostenverzekeraars tot publieke ziekenfondsen die regionaal opereren

Het woordgebruik van het CPB kan verwarring oproepen, het gaat om private zorgverzekeraars. Ook ‘publieke ziekenfondsen’ dekt de lading niet. Er komen m.i. regionale organisaties waarvan het bestuur gevormd wordt door gekozen vertegenwoordigers van zorgverleners en patiënten, nauw samenwerkend met het bestaande regionaal openbaar bestuur om integraal en preventief zorgbeleid optimaal mogelijk te maken. Het ligt daarom voor de hand aan te sluiten op de bestaande regionale bestuurlijke indeling van de GGD’en die al verantwoordelijk zijn voor de bestaande publieke gezondheidszorg (25 regio’s). Het gaat om een bestuurlijk model op basis van Zorgkennis en Legitimiteit.

 

Alternatieve werkwijzen zoals het buurtzorgconcept

De crux is dat de macht om de zorg te organiseren zoveel als mogelijk in handen van de zorgprofessionals en de patiënten zelf wordt gelegd. Dit leidt tot slankere en meer doelmatig werkende zorgorganisaties, de overhead neemt aanzienlijk af, waardoor evenredig meer geld beschikbaar is voor de zorgverlening (primair proces).

Buurtzorg is hiervan inderdaad een goed voorbeeld.

 

Transitiekosten gedurende 6 tot max. 10 jaar (800 miljoen per jaar)

De totale transitiekosten bedragen minimaal 4,8 en op zijn hoogst 8 miljard euro.

 

Het nieuwe publieke zorgstelsel is niet beter of slechter dan het bestaande

Het CPB gaat niet in op de berekening van de jaarlijkse kostenbesparing (10%, ca. 4,5 miljard euro) die met een zorgstelsel o.b.v. een Landelijke Zorgregisseur en regionale budgettering zoals het NZF-scenario bereikt kan worden. Deze kostenbesparing wordt voor de helft mogelijk door een drastische vermindering van de administratieve lasten (‘protocollitis’) en ruim 1 miljard doelmatigheidswinst die het gevolg is van betere onderlinge samenwerking tussen zorgprofessionals. De (operationele) uitvoeringskosten van dit stelsel moeten ook substantieel lager zijn dan de huidige uitvoeringskosten (de zorgverzekeraars kosten 1,5 miljard). Zie https://gijsvanloef.nl/2016/10/02/nationaal-zorgfonds-bespaart-4-4-miljard-per-jaar-10/ ‘Nationaal Zorgfonds bespaart 4,4 miljard per jaar en verlaagt CO2-footprint’.

 

Waardeoverdrachten van de overheid naar verzekeraars (-3,4 tot + 23,1 miljard) (pag. 246)

Het is onduidelijk wat er exact is afgesproken tussen de staat en de ziekenfondsen bij de overgang naar het huidige stelsel in 2006. De ziekenfondsen hadden een markt, die veranderde met de invoering van het zvw-stelsel. Het verwondert mij dat dit zo onduidelijk is.

 

 

 

Progressief Zorgpact: 9 Punten (aftrap)

Bericht ANP: PvdA-voorman Lodewijk Asscher wil samen met andere progressieve partijen een pact sluiten over de zorg. Hij stelt ze voor negen punten de gezamenlijke inzet te maken bij de onderhandelingen voor een toekomstig regeerakkoord. Volgens hem kennen de plannen van de progressieve partijen op het gebied van de zorg ”meer overeenkomsten dan verschillen”. Eerder kwamen PvdA, SP en GroenLinks al een pact voor de arbeidsmarkt overeen. Van de negen punten zijn er verscheidene die op brede steun in de Kamer kunnen rekenen. Het gaat dan om zaken zoals afschaffing van het eigen risico, minder bureaucratie, minder concurrentie en een verbod op winstuitkering voor zorgverzekeraars. Daarnaast moeten de progressieve partijen zich gaan inzetten voor meer vaste contracten in de zorg, medisch specialisten in loondienst en preventie in het basispakket. Verder moeten farmaceuten worden gedwongen medicijnen goedkoper te maken en moet er meer personeel in verpleeghuizen.
esb-kop-28012017
Ik maak alvast een begin:

* 1 Afschaffing eigen risico – Kosten ca. 4 miljard. Te betalen uit extra belastinginkomsten (kwetsbaar, want conjunctuurgevoelig), of als kostenbesparing door het invoeren van een Landelijk Zorgregisseur die de plaats inneemt van de zorgverzekeraars (zoals het Nationaal ZorgFonds), een structurele verbetering van het zorgstelsel. NB: Zorg is nooit gratis, flankerend beleid is noodzakelijk, een zeker remgeld lijkt gewenst.

* 2 Minder bureaucratie – Is makkelijk gezegd, maar De Adder Onder Het Gras. De bureaucratie wordt steeds omvangrijker, dit vergt fundamentele analyse van de (marktgedreven) mechanismen van het zorgstelsel. Een Landelijk Zorgregisseur (zoals het Nationaal ZorgFonds) is gebaseerd op deze fundamentele analyse en maakt een drastische vermindering van bureaucratie mogelijk.presentatie-22012017

* 3 Minder concurrentie – Is ook makkelijk gezegd, moet ook fundamenteel doordacht worden. Er zijn twee soorten concurrentie: A. de ongewenste commerciele concurrentie (de perverse prikkels, de focus op omzet en winst); B.  de gewenste kwalitatieve en wetenschappelijk gedreven competitie, het permanente streven naar betere zorg die noodzakelijk is en waar incentives bij horen. A. moet worden afgeschaft, B. moet worden gekoesterd.

* 4 Verbod op winstuitkering voor zorgverzekeraars – Gerealiseerd! Kunnen we afvinken.

* 5 Vaste contracten – Ja, er moeten langlopende contracten komen waardoor en rust en continuiteit onstaat bij zorgverleners.

* 6 Medisch specialisten in loondienst – Ja, dit is onvermijdelijk. Een verstandige, gefaseerde aanpak is voorgesteld door Guus Schrijvers: https://www.zorgvisie.nl/Personeel/Verdieping/2017/1/Alle-specialisten-over-twaalf-jaar-in-loondienst/

* 7 Preventie in het basispakket – Ja, preventie moet veel meer het uitgangspunt zijn van beleid en uitvoering. Het Nationaal ZorgFonds geeft het goede voorbeeld en maakt preventie tot een zesde pijler van een Excellente Gezondheidszorg, naast Zorgkwaliteit, Toegankelijkheid (fysiek en financieel), Betaalbaarheid (macro en micro), Doelmatigheid (Kwaliteit:Kosten) en Solidariteit.

* 8 Goedkopere medicijnen – Ja, de krachten moeten gebundeld worden: nationale inkoop van nieuwe dure medicijnen, indien mogelijk zelfs supranationaal. Maar er moet ook hier fundamenteel nagedacht worden over het bezit en het behoud van Kennis die in het publieke domein wordt opgebouwd. Waarom is, in het algemeen belang, de ontwikkeling en productie van medicijnen binnen de muren van de publieke sector niet mogelijk? En wat is er nodig om dit wel mogelijk te maken?

* 9 Meer personeel voor verpleeghuizen – Ja. Kosten zijn veel hoger dan 100 miljoen. Uitgangspunt de bezettingsnormen, zie https://www.zorginstituutnederland.nl/actueel/nieuws/2017/01/13/kwaliteitskader-verpleeghuiszorg-vastgesteld