Levensverwachting; Zorgkosten %BNP; Publiek of Privaat

 

 

De drie variabelen en hun bron zijn:

  • Levensverwachting bij geboorte (gemiddelde van man en vrouw), OESO Health at a Glance 2016, cijfers van 2014;
  • Het % Bruto Nationaal Produkt van de totale zorgkosten (cure en care), OESO Health at a Glance 2016;
  • De benaming van het zorgstelsel volgens het CommonWealthFund, International Profiles of Health Care Systems 2017 (Niet genoemd worden Belgie, Finland, Oostenrijk, Portugal en Spanje. Ik beschouw de zorgstelsels van deze vijf landen als publieke zorgstelsels, dus National Health Care Systems. NB Zwitserland heeft een Mandatory Health Insurance System)

Wat opvalt:

    • Er is ogenschijnlijk geen verband tussen het %BNP en de levensverwachting
    • De landen met een Statutory Health Insurance System geven meer geld uit aan de zorg dan landen met een National Health Care System. Er is een duidelijk verband: Private zorgstelsels zijn duurder dan Publieke Zorgstelsels. 
    • Nederland is de beste in de groep landen met een levensverwachting tussen 81 en 82 jaar, met gepaste afstand tot de zes landen met een hogere levensverwachting dan 82 jaar, dit is gevisualiseerd met de opzet van de tabel

Advertenties

Zorgstelselranglijsten

April vorig jaar berichtte ik hier over EHCI-zorgstelselranglijst van het European Consumer Powerhouse met de kop ‘Big Pharma betaalt voor European Health Consumer Index (met toppositie Nederland)’. Uit mijn blogs en publicaties kan worden opgemaakt dat ik vanaf dat moment zeer kritisch ben geworden op de kwaliteit/betrouwbaarheid/relevantie van de EHCI.

In september 2016 veranderde ik de inleiding van het veelgelezen essay ‘De Cure onder het mes’ van november 2015 (zie o.a.https://www.skipr.nl/blogs/id2469-een-patientgeorienteerd-zorgstelsel.html ) als volgt: Ons is lang voorgehouden dat onze gezondheidszorg excelleert door de combinatie van toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid. Volgens de Euro Health Consumer Index zou ze het beste van Europa zijn: Het is gewoon niet waar. 

 

 

 

 

 

 

 

 

Afbeeldingen boven: de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) houdt vast aan fake-news, zie website https://www.nvz-ziekenhuizen.nl/over-de-branche/rapport-kwaliteit-op-de-kaart/ 

Een maand later (oktober 2016) verscheen het rapport ‘De Zorgstelselcompetitie’ van de RVS en RIVM waarin een vergelijking wordt gemaakt van 5 zorgstelselranglijsten: de genoemde EHCI en de ranglijsten van de Europese Commissie (EC), Bloomberg, het CommonWealthFund (CMWF) en de OESO. Het rapport bevestigde mijn opvatting dat de EHCI ondeugdelijk is.

In december 2016 verschijnt een kritische beschouwing op Follow The Money: https://www.ftm.nl/artikelen/hoe-zinnig-zijn-internationale-zorgvergelijkingen-eigenlijk-echt

We zijn inmiddels bijna een jaar verder. Een goed moment om er nog eens in te duiken. Ik heb het rapport van oktober 2016 samengevat door de tekstblokken die expliciet over deze 5 Zorgstelselranglijsten gaan te kopiëren in onderstaand tekstdocument. Tevens heb ik een compacte weergave gemaakt in de onderstaande tabel, waarbij soms verwezen wordt naar het tekstdocument. Dit is dus geen nieuws. Maar het lijkt me niet verkeerd om nu een paar heldere lijnen te trekken. Immers, er komen weer nieuwe zorgranglijsten van deze (en wellicht andere?) instituties aan.

 

 

 

 

In essentie komt het oordeel van het Zorgstelselcompetitie rapport op het volgende neer:

Ondeugdelijke Zorgstelselranglijsten zijn: de EHCI en Bloomberg. Hier hoeven we het nooit meer over te hebben.

Een twijfelgeval is de Zorgstelselranglijst van de Europese Commissie: wetenschappelijk, maar volgens de auteurs te gesimplificeerd. Een probleem is ook dat bij EU-analyses 2 landen ontbreken die niet tot de EU behoren maar zonder enige twijfel wel tot de top van Europa: Noorwegen en Zwitserland.

Er zijn twee kwalitatief goede en wetenschappelijk gefundeerde Zorgstelselranglijsten: van de OESO en het CommonWealthFund. Het nadeel van het CMWF is echter dat slechts 7 moderne Europese landen worden beoordeeld, waardoor het niet mogelijk is een ranglijst van 14  ‘moderne’ Europese landen te maken – zoals ik heb kunnen doen o.b.v. de OESO – en de ranglijst wordt niet jaarlijks bijgewerkt. De OESO is compleet en wordt jaarlijks bijgewerkt. Ik zet de OESO daarom op de 1e plaats.

 

 

Samenvatting ZORGSTELSELCOMPETITIE

NB Er is mij nog een andere Zorgstelselranglijst bekend, de Legatum Prosperity Index met ‘Health’ als een subindex. Deze is meegenomen in bovenstaande tabel

Links:

http://www.commonwealthfund.org/publications/fund-reports/2014/jun/mirror-mirror

http://www.commonwealthfund.org/~/media/files/publications/fund-report/2017/may/mossialos_intl_profiles_v5.pdf?la=en

(een recente uitgebreide kwalitatieve vergelijking van 19 landen, waaronder 9 moderne Europese landen)

http://www.oecd.org/els/health-systems/health-data.htm

https://www.bloomberg.com/news/articles/2017-03-20/italy-s-struggling-economy-has-world-s-healthiest-people

https://www.bloomberg.com/news/articles/2016-09-29/u-s-health-care-system-ranks-as-one-of-the-least-efficient

http://www.healthpowerhouse.com/

http://www.prosperity.com/rankings

EC 2015 Efficiency Health Systems

Publicatie van The Guardian:

https://www.theguardian.com/society/2016/feb/09/which-country-has-worlds-best-healthcare-system-this-is-the-nhs

Kosten beheersen in de zorg: wie draait ervoor op? (Skipr)

Mijn al eerder hier gepubliceerde commentaar op het advies “Zorgen voor gezonde groei” van de Technische Werkgroep Beheersinstrumentarium Zorguitgaven 2018 -2021 is als blog met de kop Kosten beheersen in de zorg: wie draait ervoor op? geplaatst op skipr: https://www.skipr.nl/blogs/id3124-kosten-beheersen-in-de-zorg-wie-draait-ervoor-op.html .

 

Commentaar op advies TW Zorguitgaven

De TW heeft haar advies uitgebracht voor de kabinetsformatie: “Zorgen voor gezonde groei“.

Haar advies voor de gehele zorg (Zvw, Wlz, Wmo, Jeugdzorg) is opgebouwd langs drie rode draden: 1. Gepast gebruik; 2. Zorg op de juiste plek: 3. Eenvoud en samenhang. Laten we op een andere, niet-ambtelijke manier kijken naar het inhoudelijke voorstel. Al was het maar om de discussies achter gesloten deuren te vergemakkelijken. Het gaat voor wat betreft het gehele pakket dat de TV de revue laat passeren voor meer dan 80% om maatregelen in de Zvw, de zorg van de gereguleerde marktwerking.

Het zwaartepunt van potentiële bezuinigingen ligt aan de aanbodzijde van de Zvw (45 miljard). Binnen hernieuwde zorgakkoorden met de sector is 1,2 miljard aan doelmatigheidswinst mogelijk door: a. standaardisatie dmv. minder praktijkvariatie, b. meer onderlinge samenwerking en c. focus op zinnige zorg (b. en c. betekenen samen impliciet: de patiënt wordt beter bediend) en 1 miljard aan besparingen door capaciteitsplanning van het zorgaanbod: verschuiving van de 2e naar de 1e lijn en concentratie van top specialistische zorg.

Voorgestelde aanvullende bezuinigingen worden ook binnen de aanbodzijde van de Zvw gehaald: 1,2 miljard aan doelmatigheidskortingen voor de Medisch Specialistische Zorg, de GGZ en de wijkverpleging.

Tot zover het mogelijke bezuinigingspakket op de publieke zorg, waarbij de rijksoverheid de regie pakt waar de zorgverzekeraars die kennelijk laten liggen.

Aan de vraagzijde is 1 miljard extra aan ‘inkomsten’ becijferd door het verhogen van het Eigen Risico in de Zvw met 110 euro. Een tweede miljard kan gevonden worden door te bezuinigingen op het verzekerde basispakket (Zvw): 0,6 miljard – in totaal kunnen de zorgverzekeraars dus 1,7 inboeken aan extra opbrengsten, dan wel besparingen op zorg – en nog 0,4 miljard kan gevonden worden buiten de Zvw.

Je kunt het ook zo zien. Enerzijds betreft het (voorgestelde) maatregelen die de kwaliteit zouden moeten verbeteren en wel op twee manieren: Verbetering van de  ‘doeltreffendheid van het zorgaanbod’, dit vergt bestuurlijke regie en dan gaat het om afspraken op het stelselniveau van de curatieve zorg (2e > 1e lijn; concentratie van topzorg), in termen van de rode draden: zorg op de juiste plek en eenvoud en samenhang en de bevordering van ‘gepast gebruik’: zinnige zorg, dus alleen behandelen wat nodig is en in overleg met de patiënt.

Anderzijds betreft het (voorgestelde) maatregelen die kwantitatief (dus puur financieel) zijn, bij gebrek aan beter kun je dit onder de noemer ‘doelmatigheid’ schuiven: in de eerste plaats het afknijpen van budgetten (MSZ, GGZ en wijkverpleging, de 1e lijn wordt ontzien) en volumebeperkingen (oftewel: kwantitatieve zorgplafonds) en in de tweede plaats het inkrimpen van het verzekerde basispakket (met kwalitatieve gevolgen).

De achterliggende vraag is natuurlijk altijd: wie draait voor de gevolgen op, wie krijgt er nu minder zorg? De werkgroep waarschuwt dat als de zorguitgaven niet harder mogen groeien dan het BBP er zelfs met een bestuurlijk akkoord extra maatregelen nodig zijn die resulteren in hogere individuele zorglasten voor de burger.

De TV constateert dat met name in de curatieve zorg ‘een nieuwe werkwijze van partijen wordt gevraagd’. Maar wat moeten wij ons daarbij voorstellen? Duidelijk is: Er moet meer worden samengewerkt. In een bijlage wijst men op de systeemverantwoordelijkheid van de overheid en worden aanpassingen van de structuur en mogelijkheden ter verbetering van de werking van de gereguleerde concurrentie/sturingsfilosofie opgesomd.

Het grote gevaar is, zie ook mijn eerder commentaar op de Agenda voor de Zorg, dat door om de hete brei heen te draaien het voorspelbare gevolg zal zijn: meer afspraken en regels dus meer bureaucratie, dus meer overhead en minder geld voor de zorgverlening zelf.

 

Figuur 1: De autonome groei van de totale zorgkosten vs. de groei van het BBP, zonder politiek-bestuurlijk ingrijpen

Figuur 3: De voorgestelde maatregelen (blauwe blokken), resulterend in een evenwichtige groei van de zorgkosten conform het BBP.

Commentaar op de Agenda voor de Zorg

update 5 april – Gepubliceerd op skipr:https://www.skipr.nl/blogs/id3103-nationaal-zorgfonds-wel-concurrentie-geen-winstbejag.html “Nationaal Zorgfonds: wel concurrentie, geen winstbejag”. Een stipnotering: top 3 van de 100 meest recente blogs.

NB: de titel kan verkeerd geinterpreteerd worden, ik spreek niet (meer) namens het Nationaal Zorgfonds. Er zijn verkiezingen geweest, ik heb mij teruggetrokken uit de denktank en speel dus geen actieve rol meer. Maar natuurlijk zijn mijn opvattingen niet opeens veranderd. Ik zou er dan ook van willen maken: “Andere agenda voor de zorg: wel concurrentie, geen winstbejag.” Of, korter: “Een Publiek zorgstelsel: met concurrentie, maar zonder winstbejag.

De eerste alinea op skipr: “Het streven naar steeds betere zorg op basis van een gezonde competitie is een hoeksteen van het publieke zorgstelsel. Het Nationaal Zorgfonds stimuleert dat ook. Het grote verschil is, de concurrentie uit winstbejag is er uit gehaald.”

Vanaf hier volgt de blog deze tekst >>>

De zorgpolder heeft voor de tweede maal een gezamenlijke agenda voor de zorg geformuleerd, als advies voor de komende kabinetsformatie: Investeren in Vernieuwende Zorg ( https://www.nvz-ziekenhuizen.nl/_library/36652 ). Het betreft de zorg in de meest brede zin, Zvw, WLz, de gemeentelijke zorg en dit alles in de nog bredere context van een integraal rijksbeleid. De zeven punten zijn stuk voor stuk relevant, de onderliggende analyse is steekhoudend. Samenwerken is het sleutelwoord, het gaat om Samenwerking & Vertrouwen.

Er is een aardig filmpje van gemaakt: https://www.youtube.com/watch?v=SpSFpBiLQpc

De Agenda voor de Zorg is het vleesgeworden poldermodel. Een unieke verworvenheid van onze politiek-bestuurlijke cultuur. Tot zover: uitstekend.

Maar er is een probleem, er is één woord dat angstvallig vermeden wordt: Concurrentie. Anders gezegd: de Marktwerking. Primair in de Zvw, maar een dominant kenmerk in het gehele zorgstelsel. Bestaande wetten gebieden: U zult onderling concurreren, verzekeraars en u zult ook zorgaanbieders dwingen tot concurrentie! Concurrentie betekent wantrouwen, het niet delen van informatie. Omzichtig wordt om dit heikele punt heen geredeneerd. Wantrouwen is een sta in de weg voor samenwerking, zowel op het bestuurlijke, als het operationele vlak. Polderen zit in ons bloed, dus we breien de bestuurlijke samenwerking er wel omheen. Daar slagen we natuurlijk uiteindelijk altijd in, maar het heeft een prijs: torenhoge systeemkosten. Ons marktgeoriënteerd zorgstelsel is duur, de overhead is meer dan 20%.

Maar het marktdenken tast ook het vertrouwen van de burger in zijn of haar zorg aan, als zorg nodig is. Die gewenste ‘transparantie’ is een farce. Een patiënt is geen zorgconsument, op zoek naar prijsvoordeel. Dit probleem is onoplosbaar. Een meerderheid van alle Nederlanders wil daarom dat de zorg weer een publiek stelsel wordt:  https://www.trouw.nl/samenleving/kiezers-willen-dat-de-overheid-de-zorg-weer-in-handen-neemt~a4117ce1/

Met het Nationaal ZorgFonds heeft een coalitie van politieke partijen een publiek stelsel vormgegeven. Primair gericht op de Zvw, maar impliciet een blauwdruk voor de gehele zorg. De punten van de Agenda voor de Zorg zijn evenzovele pijlers van dit publieke zorgstelsel: Preventie, Samenwerking, Zorg op maat voor de Patiënt, de Arts-Patiënt  relatie als uitgangspunt, Hernieuwde arbeidsvreugde voor zorgprofessionals, Regie op innovatie, Sanering van de protocollitis, Organisatorische vereenvoudiging en logisch vormgegeven bestuurlijke samenwerking met de Care (25 zorgregio’s gekoppeld aan de GGD-regio’s).

Het grote verschil is, de concurrentie uit winstbejag is er uit gehaald. Maar het streven naar steeds betere zorg op basis van een gezonde competitie is juist een hoeksteen van het publieke zorgstelsel. Innovatie wordt gestimuleerd. Vanuit een gezonde eerzucht en beroepstrots, niet vanwege de centen.

Als de partijen van de zorg diep in hun hart kijken kunnen ze zich hier waarschijnlijk prima in vinden.

Met een paar uitzonderingen. De twee commercieel gedreven zorgverzekeraars en de leveranciers van al die peperdure hulpmiddelen: medicijnen, instrumenten en automatisering. Maar zij zijn geen zelfstandige partij in deze coalitie.

Een publiek medisch zorgstelsel bespaart 4 miljard jaarlijks

Medici Cobie Groenendijk, Armand Girbes, Lewi Vogelpoel, Herman Suichies en Gijs van Loef over de voordelen van publieke gezondheidszorg

Lees op Joop.nl: http://www.joop.nl/opinies/publiek-medisch-zorgstelsel-bespaart-4-miljard-jaarlijks 

Het CPB heeft zijn voorwerk gedaan, de laatste ronde voor de verkiezingen is ingegaan. Het CPB becijfert de transitiekosten van een publiek zorgstelsel op 800 miljoen per jaar voor een aantal jaren, maar laat zich met het oordeel ‘neutraal’ niet uit over de merites van een publiek zorgstelsel als het Nationaal Zorgfonds.

Een meerderheid van de Nederlanders (57%) wil dat de overheid de zorg weer gaat regelen,[1] hetgeen het einde betekent van het private zorgverzekeringsstelsel. Ook ‘rechtse’ stemmers hebben genoeg van de marktwerking. De politieke partijen bewegen mee, de meesten willen de marktwerking in de zorg terugdringen en het eigen risico omlaag. Het CPB becijfert deze kosten.

De belofte van het zorgverzekeringsstelsel in 2006 was dat de kwaliteit omhoog zou gaan en de kosten omlaag. Beide doelstellingen zijn niet gehaald. De kwaliteit is in verhouding tot andere moderne Europese landen gedaald.[2] De kosten stegen de eerste jaren zo hard dat Rutte-II moest ingrijpen met een bestuurlijk akkoord, een meerjarig budgetplatfond. De Algemene Rekenkamer constateerde onlangs dat geen zinnig woord gezegd kan worden over de doelmatigheid van deze uitgaven van 46 miljard.[3][4]

En daar komt nog bij de enorme toename van de bureaucratie.[5] [6]Zorgverzekeraars, bestuurders, managers en hordes van regelgevende en controlerende instanties dicteren in toenemende mate hoe artsen en verpleegkundigen moeten werken. Omdat deze niet-medische geschoolden de inhoud van het medische vak onvoldoende kennen en er daarnaast sprake is van gestold wantrouwen is het aantal regels, verplichte checklists, protocollen, indicatoren tot enorme proporties gegroeid. De wetenschappelijke verenigingen van artsen hebben hier vreemd genoeg aan meegewerkt. Het ziekteverzuim in de zorg is inmiddels het grootst van alle bedrijfstakken. Er zijn grote (opleidings-) tekorten aan medisch geschoold personeel. De samenleving vraagt terecht aan dokters en verpleegkundigen dat zij verantwoording afleggen en daar hoort ook toezicht bij. Maar de verhouding tussen waar het om gaat, het primair proces van zorgverlening en de randzaken eromheen is volledig zoek geraakt.

Het zorgstelsel is een van de duurste in Europa, de medische kwaliteit is behoorlijk, maar niet een van de beste. De prijs/kwaliteit verhouding valt tegen. Door de enorme werkdruk haken zorgverleners gedesillusioneerd af. Dit alles komt omdat het huidige stelsel omzet in plaats van zorgkwaliteit beloont. Het gaat uit van verkeerde principes, een patiënt is geen zorgconsument en een arts is geen administrateur. Een stelsel dat de samenwerking tussen professionals bevordert en de patiënt centraal stelt, met vrije artsenkeuze, is nodig.

Het huidige zorgstelsel mist een centrale regisseur, de planning van het gewenste integrale zorgaanbod is niet goed geregeld. De gezondheidszorg is publiek domein, ze wordt gefinancierd uit publieke middelen en is er voor de gehele bevolking. Private activiteiten behoren op basis van heldere afspraken en regels bij te dragen aan de totale zorg, inclusief innovatie en ontwikkeling. Academische ziekenhuizen hebben een publieke verantwoordelijkheid. Het publieke belang moet bovengeschikt zijn, het private belang ondergeschikt. Nu is het andersom.

Een publiek zorgstelsel moet de rol van zorgregisseur op zich nemen. Samenwerking tussen zorgprofessionals in het belang van de (potentiële) patiënt moet het uitgangspunt zijn, niet omzet of productie. Er zullen dus ook andere bekostigingsstructuren moeten komen. De publieke zorgregisseur geeft een adaptief stelsel vorm dat optimaal is ingericht op het continuüm van nulde lijn, huisarts tot en met topklinische, specialistische zorg en dat op technologische ontwikkelingen inspeelt maar daar wel (ethische) voorwaarden aan stelt. Er wordt niet meer afgerekend in DOT’s, er zijn reële budgetten en zorginhoudelijke afspraken. In de bureaucratie wordt diep het mes gezet.

De politiek bepaalt het macrobudget voor de zorg en welke zaken vergoed worden vanuit het basispakket, op basis van advies van het Zorginstituut en andere wetenschappelijke adviesorganen. Zij adviseren ook over gewenste innovaties (medicijnen, technieken), de financiering en borging daarvan binnen het publieke domein. Binnen het landelijke totaalbeeld vullen regionale fondsen met een bestuurlijke vertegenwoordiging van zorgverleners en patiënten de zorgbehoefte nader in.

De kosten van een publiek zorgstelsel zullen substantieel lager zijn dan het huidige en de zorgkwaliteit zal hoger zijn wanneer de miljardenbesparing op de overhead (bureaucratie) wordt ingezet voor kwaliteitsverbetering en werkvreugde in de zorg zelf. De potentiele besparing op de overhead is op ruim 2 miljard becijferd, maar kan nog veel hoger zijn.[7] Doordat samenwerking tussen zorgprofessionals niet meer de heimelijke ballast van marktwerking en ongewenste omzetprikkels kent zullen ook de werkprocessen in de zorg efficiënter en beter worden: 1 miljard (3% efficiency verbetering, een bescheiden schatting). De kosten van het zorgverzekeraarssysteem bedragen thans 1,5 miljard. De totale kosten van een publiek zorgstelsel met een landelijke zorgregisseur en regionale uitvoeringsfondsen moet taakstellend veel lager zijn, wij denken aan een half miljard minder.[8]

De conclusie is dat een publiek zorgstelsel het zorgverzekeringsstelsel kan vervangen met een besparing van zeker zo’n 4 miljard op jaarbasis en een betere kwaliteit voor patiënt èn zorgverlener. Zo’n zorgstelsel is ook meer toekomstbestendig, gefundeerd op solidariteit en blijvend toegankelijk voor alle Nederlanders.

[1] Maurice de Hond, 2016; Ipsos, 2017.

[2] OECD Health at a Glance, 2007 > 2016

[3] Algemene Rekenkamer, 2016.

[4] Zie verder: ESB, 1/2017.

[5] De Groene Amsterdammer, 49/2016.

[6] HealthManagement.org The Journal, 2016;4:304-307 https://iii.hm/5ev

[7] De overhead in de curatieve sector is 20% (9 miljard), in de deelsector GGZ bedraagt de overhead zelfs 30%.

[8] Aansluiting op 25 GGD-regio’s ligt voor de hand, is bestuurlijk doelmatig en kwalitatief sterk.