Zorgstelselranglijsten

update 26/10/2017 – De oudste mij bekende diskwalificatie/ontmaskering van de EHCI-index staat in the British Medical Journal: http://blogs.bmj.com/bmj/2016/02/09/what-if-anything-does-the-eurohealth-consumer-index-actually-tell-us/ (feb. 2016). Tevens kwam ik op het spoor van The Lancethttp://www.thelancet.com/cms/attachment/2094714513/2077254606/gr2a_lrg.jpg , maar dit is een eerste lijst (geen jaarreeks). De analyse en conclusie m.b.t. zorgstelselranglijsten blijft onverkort geldig.

 

April vorig jaar berichtte ik hier over EHCI-zorgstelselranglijst van het European Consumer Powerhouse met de kop ‘Big Pharma betaalt voor European Health Consumer Index (met toppositie Nederland)’. Uit mijn blogs en publicaties kan worden opgemaakt dat ik vanaf dat moment zeer kritisch ben geworden op de kwaliteit/betrouwbaarheid/relevantie van de EHCI.

In september 2016 veranderde ik de inleiding van het veelgelezen essay ‘De Cure onder het mes’ van november 2015 (zie o.a.https://www.skipr.nl/blogs/id2469-een-patientgeorienteerd-zorgstelsel.html ) als volgt: Ons is lang voorgehouden dat onze gezondheidszorg excelleert door de combinatie van toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid. Volgens de Euro Health Consumer Index zou ze het beste van Europa zijn: Het is gewoon niet waar. 

 

 

 

 

 

 

 

 

Afbeeldingen boven: de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) houdt vast aan fake-news, zie website https://www.nvz-ziekenhuizen.nl/over-de-branche/rapport-kwaliteit-op-de-kaart/ 

Een maand later (oktober 2016) verscheen het rapport ‘De Zorgstelselcompetitie’ van de RVS en RIVM waarin een vergelijking wordt gemaakt van 5 zorgstelselranglijsten: de genoemde EHCI en de ranglijsten van de Europese Commissie (EC), Bloomberg, het CommonWealthFund (CMWF) en de OESO. Het rapport bevestigde mijn opvatting dat de EHCI ondeugdelijk is.

In december 2016 verschijnt een kritische beschouwing op Follow The Money: https://www.ftm.nl/artikelen/hoe-zinnig-zijn-internationale-zorgvergelijkingen-eigenlijk-echt

We zijn inmiddels bijna een jaar verder. Een goed moment om er nog eens in te duiken. Ik heb het rapport van oktober 2016 samengevat door de tekstblokken die expliciet over deze 5 Zorgstelselranglijsten gaan te kopiëren in onderstaand tekstdocument. Tevens heb ik een compacte weergave gemaakt in de onderstaande tabel, waarbij soms verwezen wordt naar het tekstdocument. Dit is dus geen nieuws. Maar het lijkt me niet verkeerd om nu een paar heldere lijnen te trekken. Immers, er komen weer nieuwe zorgranglijsten van deze (en wellicht andere?) instituties aan.

 

 

 

 

In essentie komt het oordeel van het Zorgstelselcompetitie rapport op het volgende neer:

Ondeugdelijke Zorgstelselranglijsten zijn: de EHCI en Bloomberg. Hier hoeven we het nooit meer over te hebben.

Een twijfelgeval is de Zorgstelselranglijst van de Europese Commissie: wetenschappelijk, maar volgens de auteurs te gesimplificeerd. Een probleem is ook dat bij EU-analyses 2 landen ontbreken die niet tot de EU behoren maar zonder enige twijfel wel tot de top van Europa: Noorwegen en Zwitserland.

Er zijn twee kwalitatief goede en wetenschappelijk gefundeerde Zorgstelselranglijsten: van de OESO en het CommonWealthFund. Het nadeel van het CMWF is echter dat slechts 7 moderne Europese landen worden beoordeeld, waardoor het niet mogelijk is een ranglijst van 14  ‘moderne’ Europese landen te maken – zoals ik heb kunnen doen o.b.v. de OESO – en de ranglijst wordt niet jaarlijks bijgewerkt. De OESO is compleet en wordt jaarlijks bijgewerkt. Ik zet de OESO daarom op de 1e plaats.

 

 

Samenvatting ZORGSTELSELCOMPETITIE

NB Er is mij nog een andere Zorgstelselranglijst bekend, de Legatum Prosperity Index met ‘Health’ als een subindex. Deze is meegenomen in bovenstaande tabel

Links:

http://www.commonwealthfund.org/publications/fund-reports/2014/jun/mirror-mirror

http://www.commonwealthfund.org/~/media/files/publications/fund-report/2017/may/mossialos_intl_profiles_v5.pdf?la=en

(een recente uitgebreide kwalitatieve vergelijking van 19 landen, waaronder 9 moderne Europese landen)

http://www.oecd.org/els/health-systems/health-data.htm

https://www.bloomberg.com/news/articles/2017-03-20/italy-s-struggling-economy-has-world-s-healthiest-people

https://www.bloomberg.com/news/articles/2016-09-29/u-s-health-care-system-ranks-as-one-of-the-least-efficient

http://www.healthpowerhouse.com/

http://www.prosperity.com/rankings

EC 2015 Efficiency Health Systems

Publicatie van The Guardian:

https://www.theguardian.com/society/2016/feb/09/which-country-has-worlds-best-healthcare-system-this-is-the-nhs

Advertenties

‘Een patiëntgeoriënteerd zorgstelsel (De Cure onder het mes)’: Topblog SKIPR laatste 4 jaar!

Mijn jubileumblog (publicatie 1 jaar geleden) is nu de topblog op SKIPRhttps://www.skipr.nl/blogs/id2469-een-patintgeorinteerd-zorgstelsel.html

Lees hier nogmaals het onderliggende essay:download
de-cure-onder-het-mes-6x-14102016

zorgregisseur

 

3. Ons zorgverzekeringsstelsel is ondoelmatig

De OESO-tabel: OECD.Stat > Health expenditure and financing > Curative and rehabilitative care stelt ons in staat om tot een precieze berekening te komen van de kostenontwikkeling van de curatieve zorg (i.c. de Zorgverzekeringswet). De score van de 12 moderne Europese landen is berekend door het gemiddelde te nemen van de kostenontwikkeling over de periode 2006-2014 (%BNP) en het %BNP in 2014. Dit geeft een score van 1 t/m 12 op de horizontale (X, kosten) as (van Italie en UK zijn er geen longitudinale data). Het resultaat:

12-eu-qeneuro-cure-17102016Nogmaals de kwalitatieve scores:

19kpi-all-14-eu-06102016Het resultaat, grafisch weergegeven (doelmatigheidsindex):

12-eu-qeneuro-cure-17102016

 

Ten opzichte van de grafiek zonder Long-term care zijn de verschuivingen: Noorwegen, Zweden en Duitsland doen het beter, zij slagen er kennelijk in om de kostenontwikkeling in de cure te beheersen, terwijl Finland, Nederland en bovenal Denemarken het aanmerkelijk slechter doen in de cure.

Het Nederlandse zorgstelsel, gebaseerd op de verplichte zorgverzekering, is aantoonbaar een ondoelmatig zorgstelsel. Wie reageert op deze stelling? 

2. Nederland heeft een ondoelmatig zorgstelsel

update 13/9/2017 – Welkom lezers, u bent met tientallen aanwezig op deze en andere pagina’s. Alhoewel deze tekst bijna een jaar oud is, heeft ze niets aan betekenis ingeboet. Dat geldt voor het gehele feuilleton over de marktwerking in de curatieve zorg.

De verhouding tussen zorgprestaties (op geaggregeerd niveau) en macro-zorgkosten is wezenlijk om dichter bij een antwoord te komen op de vraag hoe goed een zorgstelsel van een land nu eigenlijk is. Er zijn twee niveau’s: het stelsel (macro) en concrete zorgverlening voor de patiënt (micro). De zorgprestaties liggen op het micro-niveau en daar zijn metingen van, net als de macro-kosten (ik baseer mij op de OESO, een onomstreden internationale bron).

De pijlers waar ons zorgstelsel op rust zijn, naast zorgkwaliteit: toegankelijkheid, betaalbaarheid (macro en micro) en solidariteit. Deze drie pijlers staan zwaar onder druk. De kwaliteit van de gezondheidszorg in zijn geheel wordt verder bepaald door contextvariabelen als de geografie van een land en het klimaat, rook-, drink- en eetgewoonten, culturele tradities, sociaaleconomische omstandigheden etc.

Internationale vergelijking van landen

In de hier gepresenteerde internationale vergelijking gaat het dus om de macro-kosten versus de micro-zorgprestaties in medische zin. De andere pijlers (naast de macro-zorgkosten) blijven buiten beschouwing. Daar zijn ook nauwelijks internationaal vergelijkbare gegevens van.

De vraag is: Wat zijn de medische zorgprestaties en hoeveel geld geven we in zijn totaliteit aan zorg uit? Er is natuurlijk een verband. Anders geformuleerd: Wat is de verhouding tussen prijs en prestaties? Hoe doet Nederland het qua prijs : prestaties in vergelijking met de 13 andere moderne Europese landen? (zie mijn vorige blog ‘Nederland heeft niet de beste zorg van Europa’). Dit is het tweede deel van mijn onderzoek.

De kosten-KPI’s zijn:

  • A0: % kostenontwikkeling BNP 2006-2014 (Wereld Bank)
  • A1: % uitgaven BNP (OESO, Wereld Bank) en
  • A2: uitgaven per hoofd vd bevolking (OESO, Wereld Bank)

Selectie van indicatoren van medische kwaliteit

Op basis van de online tabellen van OESO Health at a Glance is op basis van alle hoofdstukken (van Health Status t/m Ageing and long-term care) een selectie gemaakt van bruikbare kwaliteitsindicatoren, naast de in deel 1 al genoemde Life expectancy at birthNumber of Physicians en Perceived helath status/Self-reported health.

Daarbij is als volgt te werk gegaan:

  • uitsluitend selectie van indicatoren met data van alle 14 moderne EU-landen
  • selectie van indicatoren die daadwerkelijk iets zeggen over kwaliteit (mortalitycancer survivalavoidable hospital admissions )
  • Non-medical determinants of health zijn niet meegenomen
  • Het aantal Pharmacists and pharmacies is meegenomen als tweede indicator van de aanbodzijde: Health Suppliers
  • Organ donation is als aparte indicator meegenomen (geen OESO; http://public.tableau.com/views/BOTnet/OrganDonorMap?:showVizHome=no )

Aldus is een tabel samengesteld met 19 indicatoren, onderverdeeld in vier clusters: Absolute healthHealth SuppliersHealth Status en Quality of Care.

Opzet van de tabel

De OESO-tabel scores van de 14 landen zijn omgezet in punten: 1 punt voor het land met de beste score, 14 punten voor het land met de slechtste score. De scores op alle 19 indicatoren zijn opgeteld en gedeeld door 19, dit is de gemiddelde score per land. De gemiddelde score per land is vertaald naar de eindpositie: het land met de hoogste kwaliteit heeft de laagste score, het land met de laagste kwaliteit heeft de hoogste score.

19kpi-all-14-eu-06102016Doelmatigheid van de 14 Europese zorgstelsels

Nu er een gekwantificeerd beeld is van de kwaliteit van verschillende medische zorgprestaties is het mogelijk om een prijs : prestatie verhouding te kwantificeren. Op dezelfde wijze zijn de drie kosten-KPI’s omgezet in punten van 1 t/m 14. Het land met de hoogste uitgave aan zorg als % BNP krijgt 1 punt, het land met de laagste uitgave aan zorg als % BNP krijgt 14 punten. De scores op de 3 KPI’s zijn opgeteld en gedeeld door 3, dit is opnieuw de gemiddelde score per land.

Als de medische zorg in alle landen even doelmatig georganiseerd is zijn de kosten en de prestaties recht evenredig, dan geldt: X=Y. Het land met de beste medische zorg (1 punt) geeft het meeste geld uit aan zorg (1 punt). Het land met de slechtste medische zorg (14 punten), geeft het minste geld uit aan zorg (14 punten). Maar de werkelijkheid is anders, er zijn landen die veel medische zorgkwaliteit leveren voor het geld en er zijn landen die weinig medische zorgkwaliteit leveren voor het geld. Dit wordt grafisch weergegeven met een ‘landenwolk’ (puntenwolk) rondom de diagonaal X (Kosten) = Y (Zorgkwaliteit).

De twee score-reeksen van 1 t/m 14 zijn gelijkmatig verdeeld over de twee assen. Het land dat verticaal aan de top staat (Zwitserland) heeft de beste zorgkwaliteit, het land dat horizontaal het meest naar rechts staat (Zweden) heeft de hoogste zorgkosten. De landenwolk geeft een beeld van de relatieve positie van de 14 landen ten opzichte van elkaar. Dit is de landenwolk:

q-en-euro-14-eu-schema-oeso-website-a-07102016

 

Zonder Long-term care (ouderenzorg)

De hoge zorgkosten van Nederland zijn voor een deel het gevolg van de hoge uitgaven aan Long-term care (oa. de ouderenzorg). Er is dus een reden om een variant van de landenwolk te maken zonder de Long-term care. Noodgedwongen vallen dan twee landen af omdat er geen data zijn, Italië en Engeland. Bij de kosten-KPI’s is het aandeel van de Long-term care (%) afgetrokken (%BNP; per capita).

Het geeft een aantal horizontale verschuivingen op de X-as. Noorwegen, Zweden, België en Nederland worden goedkoper, Oostenrijk, Duitsland en vooral Frankrijk worden duurder. Spanje heeft kwalitatief de op een na beste zorg en de laagste kosten, daardoor steekt Spanje er met kop en schouders bovenuit. Zwitserland is de top, zowel qua kosten als kwaliteit van de zorg. Duitsland komt er het slechtste uit (zeer hoge kosten, zeer lage zorgkwaliteit).  Nederland heeft kwalitatief matige medische zorg en gemiddelde kosten. Nederland staat daardoor onder de diagonaal en hoort bij de vier landen met een ‘ondoelmatig’ zorgstelsel.

 

12-eu-2kostenkpi-ltc-11102016

 

Conclusie

De conclusie van de twee deelonderzoeken is dat de kwaliteit van de Nederlandse medische zorg onder het gemiddelde niveau van de 14 landen ligt en dat de kosten, niet gecorrigeerd voor de Long-term care, hoog zijn. Maar ook  als de Long-term care  eruit gehaald wordt blijft Nederland aan de verkeerde kant van de diagonaal (12 landen). Het bevestigt het beeld dat het Nederlandse zorgstelsel van gereguleerde marktwerking een ondoelmatig zorgstelsel is.

Nederlanders betalen letterlijk en figuurlijk een hoge prijs voor een matige medische gezondheidszorg. Nederlanders krijgen geen waar voor hun geld. Het roept de grote vraag op, op welke inzichten deze (en andere officiële) publicaties van de overheid en de wetenschap gebaseerd zijn?

zorgbalans-2014-0-30092016  zorgbalans-2014-1-30092016   dscn2595k

Reactie op Commentaar de Volkskrant (18 augustus)

DSCN2228 kOp het redactioneel commentaar van de Volkskrant van 18 augustus ‘De zorgstrijd’ is qua weging van argumenten pro en contra nogal wat af te dingen. De financiering van de zorg is inderdaad een belangrijk thema.

De genoemde argumenten van ‘het SP-kamp’ kloppen (Zorg is publiek domein – Stelsel is oligopolie – Hoge marketingkosten – Veel onnodige bureaucratie). Dat zorg publiek domein is, is juist. De meerderheid van de bevolking vindt dat de gezondheidszorg primair een taak van de overheid is (SCP 2014). Zelfs in het puur theoretisch geval van een verregaand commercieel zorgstelsel (waarvoor geen draagvlak onder de bevolking bestaat) zal zo’n stelsel ingesnoerd zijn door veel wetgeving en publieke controlemechanismen.

Maar de SP is naïef als ze het eigen risico wil schrappen. De menselijke zorgbehoefte is in beginsel onbegrensd, er moet een tegenwicht, een financieel beheers mechanisme zijn, want de markt lust wel pap van de belofte van een hogere levensverwachting. Een eigen risico kan daarvoor een goed instrument zijn.

De genoemde argumenten van het ‘het VVD-kamp’ zijn veel discutabeler (Wachtlijsten nagenoeg verdwenen – Wordt beter op kosten gelet – Inkomenverschil tussen artsen en gemiddelde patient is gehalveerd – Premiestelsel is nivellerender – Kwaliteit zorg scoort onverminderd hoog internationaal). Er zijn wachtlijsten in de GGZ en de jeugdzorg met ernstige negatieve maatschappelijke effecten. Dat er beter op de kosten wordt gelet is pure noodzaak, het nederlandse zorgstelsel is in de afgelopen 10 jaar onder de gereguleerde marktwerking een van de duurste van de wereld geworden. Het inkomensverschil tussen arts en patiënt lijkt me een nogal gezocht argument. Met het nivellerende premiestelsel wordt waarschijnlijk bedoeld dat hoge inkomens meebetalen aan de zorg van lage inkomens: correct, maar mensen met hoge inkomens leven wel langer. En de kwaliteit van de zorg scoort in internationaal opzicht met plussen en minnen niet meer dan ‘gemiddeld’ voor een hoogontwikkelde economie als de onze. Zo zijn er 13 landen met een hogere levensverwachting dan Nederland.

 

Ingezonden brief, maar teveel woorden voor plaatsing (ca. 280). Dit commentaar is aangescherpt op 19 augustus (cursieve tekst).