Afgewezen: “Het Nederlandse zorgstelsel voldoet niet aan de drie fundamentele doelstellingen van de WHO”

bericht geplaatst op 24 sept. 2018

Op 10 mei 2018 heb ik een manuscript ingediend bij het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde o.b.v. een gehonoreerd presubmissieverzoek. Na 3 maanden en 3 peer review-ronden heeft de redactie uiteindelijk besloten het niet te plaatsen. De kritiek van de peer-reviewers is mij bekend. Deze kritiek heeft mij allerminst overtuigd, integendeel. Mijn poging om met de reviewers in contact te treden is niet gelukt. Durft men het debat in de openbaarheid niet aan te gaan? Het heeft er alle schijn van. Het past in het beeld van de ‘doofpotcultuur’ die in de zorg lijkt te heersen.
Maar ik laat me niet uit het veld slaan. Wordt vervolgd!
Het manuscript en de onderliggende documenten vindt u hier:

coi_disclosure GvL 10052018

NVtG Aanbiedingsbrief Perspectief GvL 10052018

NTvG summary GvL 10052018

NTvG Perspectief GvL 10052018

Het Platform Betrouwbare Zorgcijfers stelt zich aan U voor:


De leden van het platform (alfabetische volgorde): Corina Blankenstijn (zorgondernemer), Cock de Graaf (zorgverzekeringsdeskundige), Sophie Hankes (juriste-consultant patientveiligheid en kwaliteit van zorg), Peter Harteloh (arts niet-praktiserend/onderzoeker, kwaliteitskundige), John Jacobs (medical data scientist), Anton Maes (huisarts/publicist), Gijs van Loef (healthcare systems consultant), Marian Louppen (toezichthouder in de zorg), San Oei (orthopedisch chirurg), Roger Sorel (bestuurder geneesmiddelensector), Jan Terlouw (oud-politicus en bestuurder), Dick van der Zon (voormalig gemeenteaccountant).

12 Personen. Eenieder met een specifieke deskundigheid en inbreng. 

Een groep bezorgde burgers stelt vraagtekens bij de informatieverstrekking over het huidige gezondheidszorgbeleid. Wat zijn betrouwbare cijfers? Het is onduidelijk of het huidige systeem van de gezondheidszorg goed functioneert in termen van kwaliteit en kosten. Omdat de gezondheidszorg voor een belangrijk deel betaald wordt uit verplichte premieafdrachten, brengt het platform zijn verontrusting onder de aandacht en roept op tot een onafhankelijk onderzoek.

Goede gezondheidszorg begint bij betrouwbare cijfers

De Nederlandse gezondheidszorg heeft een goede naam. Keer op keer bericht het nieuws dat we in Europa zelfs koploper zijn. Maar is dat wel terecht? Let wel, het gaat hier niet om de inzet van artsen en verpleegkundigen, maar om de kwaliteit van de zorg als geheel.

Als men op onderzoek uitgaat, komt men heel andere cijfers tegen. Cijfers die in elk geval suggereren dat de gezondheidszorg helemaal niet zo goed is als wel wordt beweerd. En dat het Nederlandse systeem bovendien erg duur is en op termijn zelfs onhoudbaar. Zie het Pamflet

Deze cijfers, die zijn ontleend aan verschillende (internationale) onderzoeken, zijn voor ons aanleiding tot zorg. En als cijfers elkaar tegenspreken is er iets aan de hand. Iets dat nader onderzocht moet worden.

Als Platform Betrouwbare Zorgcijfers pleiten wij daarom voor onafhankelijk en waardevrij onderzoek naar de informatieverstrekking over de kwaliteit en kosten van de Nederlandse gezondheidszorg. Hierdoor wordt het beleid gebaseerd  op betrouwbare gegevens en cijfers. Ook de houdbaarheid en de draagkracht van het gezondheidssysteem wordt hiermee vergroot, en krijgt de Nederlandse samenleving nu en straks de best denkbare zorg voor het ingelegde premiegeld.

Achtergrond van de leden en websites: Achtergrond leden Platform 08092018

Het geactualiseerde Pamflet met detailbronnen: Pamflet geactualiseerd met detailbronnen 29042018

Het originele Pamflet: Oproep van het Platform Betrouwbare Zorgcijfers

Levensverwachting; Zorgkosten %BNP; Publiek of Privaat

 

 

De drie variabelen en hun bron zijn:

  • Levensverwachting bij geboorte (gemiddelde van man en vrouw), OESO Health at a Glance 2016, cijfers van 2014;
  • Het % Bruto Nationaal Produkt van de totale zorgkosten (cure en care), OESO Health at a Glance 2016;
  • De benaming van het zorgstelsel volgens het CommonWealthFund, International Profiles of Health Care Systems 2017 (Niet genoemd worden Belgie, Finland, Oostenrijk, Portugal en Spanje. Ik beschouw de zorgstelsels van deze vijf landen als publieke zorgstelsels, dus National Health Care Systems. NB Zwitserland heeft een Mandatory Health Insurance System)

Wat opvalt:

    • Er is ogenschijnlijk geen verband tussen het %BNP en de levensverwachting
    • De landen met een Statutory Health Insurance System geven meer geld uit aan de zorg dan landen met een National Health Care System. Er is een duidelijk verband: Private zorgstelsels zijn duurder dan Publieke Zorgstelsels. 
    • Nederland is de beste in de groep landen met een levensverwachting tussen 81 en 82 jaar, met gepaste afstand tot de zes landen met een hogere levensverwachting dan 82 jaar, dit is gevisualiseerd met de opzet van de tabel

Tien jaar marktwerking in de zorg in Arts en Auto 12/2016

In het kerstnummer van Arts en Auto verscheen Tien jaar marktwerking in de zorg: https://www.artsenauto.nl/tien-jaar-marktwerking/

 

Reacties per mail

van: Arnold Brouwer, apotheekhoudend huisarts – En nu lees ik in Arts en Auto, wat net in de bus valt, een artikel van jouw hand waarin alles nog eens heel duidelijk wordt verwoord. Prima!

van: Pieter van den Hombergh, IQhealthcare Radboud UMC Nijmegen – Jouw artikel was helder en relevant. Want er is bar weinig goed onderzoek naar de invoering van de marktwerking. Dat is een ideologisch besluit. Dus is jouw artikel al weer meer houvast.

 

 

‘Een patiëntgeoriënteerd zorgstelsel (De Cure onder het mes)’: Topblog SKIPR laatste 4 jaar!

Mijn jubileumblog (publicatie 1 jaar geleden) is nu de topblog op SKIPRhttps://www.skipr.nl/blogs/id2469-een-patintgeorinteerd-zorgstelsel.html

Lees hier nogmaals het onderliggende essay:download
de-cure-onder-het-mes-6x-14102016

zorgregisseur

 

Open brief aan Erik Gerritsen

19 oktober 2016

Aan: de secretaris-generaal van het ministerie van VWS

Beste Erik,

Zorg is geen micro-economie, homo sapiens is geen homo economicus. De prijselasticiteit van zorg is flauwekul, transparantie is van beperkte betekenis. Zorg is geen markt van onderling concurrerende leveranciers en shoppende zorgconsumenten. Zorgverleners moeten de cliënt centraal stellen en hun bedrijfsvoering in de gaten houden, dat wel, maar dat maakt de zorg nog geen markt. Zorg vraagt om de vrijheid van diagnose, behandeling en evaluatie in samenspel met de patiënt en met deskundige vakgenoten, want geen zorgprofessional heeft de waarheid in pacht. De zorg vraagt om vrijheid in verbondenheid.

Zorg is wel macro-economie. In geld uitgedrukt meer dan een kwart van de gehele collectieve sector en zonder budgetplafond op termijn onbetaalbaar. De grootste verschaffer van werkgelegenheid met 1,2 miljoen banen. De zorg is belasting- en zorgpremie gefinancierd en kent daarnaast ook nog eigen bijdragen. De zorg is een kennisintensieve sector, die grote investeringen vergt en dus kapitaalverschaffing. Dat laatste kan op verschillende manieren, het kan binnen het ‘publieke financiële systeem’ worden geregeld. Hoogstwaarschijnlijk is dat goedkoper dan financiering door middel van de internationale kapitaalmarkten. Zorg ligt binnen het publieke domein.

De werkgelegenheid in de zorg is een belangrijk thema. Er is te veel zorgbureaucratie, het zorgstelsel van gereguleerde marktwerking leidt tot een enorme overhead. Logisch, want je kunt concurrentie en samenwerking niet in een mal persen. Tienduizenden, wellicht meer dan honderdduizend duurbetaalde controllers, juristen, ICT-ers, marketeers, consultants e.a. nemen een grote hap uit het beschikbare macro-budget. Er is daardoor minder geld beschikbaar voor de zorg zelf. Het gaat om vele miljarden. Maar het is óók werkgelegenheid, alleen niet het soort werkgelegenheid dat in de zorg centraal moet staan. Laten we dat dan ook gewoon uitspreken.

De zorg vereist op macroniveau een strakke en intelligente regie. Het lijkt erop dat die nu ontbreekt, of de schijn bedriegt. De planning van het noodzakelijke aanbod (vergeef me deze term) van het modern en hoogwaardig geheel van 1e, 1,5e, 2e en 3e-lijnszorg is omslachtig en gefragmenteerd.  Waarin wordt geïnvesteerd? Door wie? Op welke plek? Hoe zorgen we ervoor dat investeringen in medische technologie ook kunnen renderen?  Hoe maken we slim gebruik van de digitale mogelijkheden (eHealth) met inachtneming van privacy? Zeker, er worden stappen gezet. Maar wat kost het ongelofelijk veel tijd, energie en dus (zorg)geld. Terwijl alle ingrediënten aanwezig zijn om het goed aan te pakken. Op nationaal niveau kunnen we slim samenwerken, maar dan wel met vertegenwoordigers van zorgverleners en patiënten aan tafel. Immers, zij zijn de belichaming van de gezondheidszorg. Binnen een landelijke planning en verdeling ligt een regionale besturing, financiering, samenwerking en uitvoering voor de hand. Dit werkt goed in enkele Europese landen waar wij veel van kunnen leren.

Het brengt mij tot de kern: kennis. Kennis zit in de hoofden van artsen, verpleegkundigen en therapeuten, maar in de eerste plaats in de mens zelf die zich ziek voelt en na behandeling weer beter. Alles moet gericht zijn op het goede samenspel van patiënt en arts, de organisatie van de zorg en het bestuur zijn daaraan ondersteunend. Er zijn 34 medische specialismen, superspecialisatie is de norm en daarom draait het om samenwerking! Perverse prikkels zijn uit den boze. Kennis betekent ook de ruimte voor kennisontwikkeling en kennisoverdracht. Er moeten voldoende opleidingsplaatsen zijn en kunstmatige schaarste van specialismen moet worden bestreden. We richten de zorg in rondom zelfstandig samenwerkende zorgprofessionals en hun patiënten. Zij vormen ook het bestuur en zij kiezen vertegenwoordigers uit hun midden. Hun landelijk bestuur krijgt de rol van zorgregisseur. Natuurlijk binnen een verstandig stelsel van checks and balances (Gezondheidsraad, Zorginstituut, Inspectie GZ e.a.). En binnen politieke randvoorwaarden: de financiering (via de belastingen), het beschikbare zorgbudget en de regionale verdeling, het zorgpakket (welke zorg heeft iedereen recht op) en organisatorische afspraken, zoals de ICT. Dit is het publieke zorgdomein.

In de arts-patiënt relatie komt de zorg tot uiting. Ze is niet in een formule te vatten. Soms ligt kennis en beoordelingsvermogen geheel bij de patiënt zelf die ondraaglijk lijdt, soms ligt de kennis en het oordeel geheel bij de arts, het team van experts, zoals bij een hoog specialistische behandeling, waar perfecte techniek de uitvoering dicteert. Het impliceert de vrije artsenkeuze. Zorgverleners willen zich thuis kunnen voelen in de organisatie van hun zorg. De zorg kan alleen bottom-up gestalte krijgen, het leidt tot een prachtige variatie in de dynamische organisatie van het gehele zorgveld.

Kennis in het publieke domein is noodzakelijk om te kunnen beoordelen wat markten aanbieden. Welke medicijnen zijn goed en welke nieuwe behandeltechnieken passen we toe? Binnen de veilige omheining van het publieke kennisdomein en zonder persoonlijk belangen beoordelen experts over nut en noodzaak van innovaties.

Kennis in het publieke domein is ook noodzakelijk voor goede publieksvoorlichting en preventie. Er moet een deskundig en objectief tegenwicht zijn tegenover de medische wonderen die de markt belooft. De verleidingen zijn te groot en het wordt onbetaalbaar.

Het is volstrekt duidelijk dat onze zorg een publieke taak is. De markt ligt daarbuiten.

Als we het hierover eens zijn, dan moet het toch mogelijk zijn om met elkaar een excellent en toekomstbestendig zorgstelsel uit te werken?

Hartelijke groet,

Gijs

19/10 – reactie Erik Gerritsen: Had hem al gezien. Dank.

21/10 – reactie opinie NRC: Hartelijk dank voor uw deskundige inzending. Voor nu geven we de voorkeur aan andere kwesties/artikelen. 

22/10 – reactie opinie Trouw: Hartelijk dank voor het opinieartikel dat u hebt aangeboden (…). We sturen uw mail door naar de collega’s van de zorgredactie zodat ze kennis kunnen nemen van uw analyse.