De digitale puinhoop bij de overheid

De ICT-organisatie van het Rijk rammelt aan alle kanten. Het kost miljarden euro’s en onze privacy gaat er aan. Bedankt, overheid.Kiezen tussen overheid en markt - Gijs van Loef

De onderzoekscommissie ICT van de Tweede Kamer presenteert vandaag haar eindrapport over ICT-projecten bij de Rijksoverheid. Conclusie: De ICT-organisatie van het Rijk is chaotisch. Dat weten we al jaren.
In 2007 en 2008 concludeerde de Algemene Rekenkamer al dat ICT-projecten van de overheid te complex en te ambitieus zijn. De projecten blijken veel duurder dan gedacht, vragen meer tijd dan gepland en leveren niet op wat ervan verwacht wordt. Bij deze te complexe projecten is er geen balans tussen ambitie, beschikbare mensen, middelen en tijd. De informatie ontbreekt om deze projecten te kunnen plannen en calculeren. De Algemene Rekenkamer becijferde dat er door de overheid jaarlijks circa 4 tot 5 miljard euro verspild wordt aan mislukte ICT-projecten. Heeft de overheid zichzelf na deze spijkerharde kritiek van de Algemene Rekenkamer verbeterd? Nee.

Digitale echtheidscertificaten
De voorbeelden van recentelijk ICT-falen zijn legio. De overheid verstrekt tegenwoordig digitale ‘echtheidscertificaten’, die de online gebruiker de zekerheid geeft dat een overheidwebsite ook daadwerkelijk de overheidwebsite is die de site zegt te zijn. Met andere woorden: de online gebruiker krijgt de zekerheid dat de overheidwebsite niet gekraakt is en dat er geen criminele organisatie achter verscholen zit die vertrouwelijke digitale gegevens verzamelt voor haar criminele praktijken. De verstrekking van deze digitale echtheidscertificaten heeft de Rijksoverheid uitbesteed aan een commercieel bedrijf, DigiNotar. Deze instantie bleek een gammele, onbeveiligde dienstverlener te zijn. Inloggen met behulp van DigiD is ook niet veilig. De OV-chipkaart kan gekraakt worden door elke slimme student. Hypermoderne verkeersinfrastructuur, zoals tunnels en viaducten, ligt regelmatig plat omdat er computerstoringen zijn.

Digitale puinhoop
En dan zijn er de talloze mislukte ICT-bouwsels bij de Belastingdienst, bij het UWV, bij de waterschappen, bij grote gemeenten die denken dat ze eigen computersystemen kunnen bouwen. De belastingdienst heeft in het tweede kwartaal 2012 opnieuw massaal digitaal verkeerde aanslagen verstuurd. Het is onvoorstelbaar maar waar: het is nog steeds een digitale puinhoop bij de overheid, terwijl de afhankelijkheid alleen maar groter wordt. Terwijl burgers en bedrijven door de overheid steeds meer gedwongen worden om digitaal te communiceren met de overheid, blijft het een janboel bij diezelfde overheid die nalaat om deze taaksystemen goed te organiseren. De kennis in eigen huis ontbreekt, de wil eveneens.

Niemand wil het oplossen
Hoe is het mogelijk? De reden is, het is bekend, dat niemand er belang bij heeft om dit falen aan te pakken. Politici en bestuurders niet, want ICT is niet sexy. Ze weten überhaupt van toeten noch blazen. Ambtenaren niet, want bestuurders zitten niet te wachten op slecht nieuws over mislukte planningen, falende projecten, krakkemikkig onderhoud, veiligheidslekken en kostenoverschrijdingen. Bestuurlijke rapportages moeten dus worden opgefleurd en jaarlijkse budgetten veiliggesteld. En ook externe consultant hebben geen belang bij het aanpakken van het probleem, want dit is juist hun profijtelijke business.

‘Functionele grootheidswaanzin’
In 2012 concludeerde de Onderzoeksraad voor de Veiligheid dat de ICT-veiligheid bij de overheid sterk moet verbeteren, maar dat een complicerende factor is dat de overheid zelf weinig expertise in huis heeft, waardoor ze sterk leunt op externe experts. ICT wordt door politieke bestuurders en topambtenaren als ‘bedrijfsvoering’ gezien net als de administratie en het personeelsbeleid, zeg maar ‘de achterkant van de organisatie’. En dat vindt men ingewikkeld en niet interessant. Politici realiseren zich niet dat hun bedenksels -‘functionele grootheidswaan’ noemt René Veldwijk dit – en almaar veranderende eisen het onmogelijk maken om betrouwbare systemen te kunnen bouwen die al die bedenksels ook kunnen uitvoeren. Zie de Belastingdienst waar enorm bezuinigd is op formatie en expertise.

Maar het gaat niet alleen om de jaarlijkse verspilling van miljarden euro’s. Het gaat ook om de veiligheid van ICT-systemen en de bescherming van uw en mijn persoonlijke gegevens. Er zit rot in de fundamenten van het gebouw van overheidsinformatie.

Deze column staat ook op JOOP.nl De digitale puinhoop bij de overheid
Column staat in verkorte vorm ook op de ondernemers-website Z24.nl Politiek zelf schuldig aan ICT-puinhoop

3D’s: Bestuurlijk in control, in Praktijk chaos

Er heerst verwarring omtrent de drie decentralisaties van taken van het rijk naar gemeenten. Is het nu bestuurlijk in control en liggen de gemeenten op schema, of dreigt er een chaos? Een antwoord op deze vraag noopt te denken langs meerdere gedachtelijnen: de politiek-bestuurlijke lijn met haar bestuurlijke werkelijkheid en de realiteit, de concrete praktijk waarin zaken moeten worden voorbereid en vanaf 1 januari 2015 meteen goed zouden moeten worden uitgevoerd.
Vooropgesteld, de werkelijkheid is complex. De drie decentralisaties (3D) komen voort uit de totale verbouwing van de verzorgingsstaat, waarin de centrale overheid steeds meer loslaat en afstoot en marktwerking in het publieke domein als enige manier ziet om een balans te bewaren tussen een ogenschijnlijk ongeremde vraag vanuit de samenleving en beperkende financiële kaders. Dat loslaten en afstoten door de centrale overheid moet de participatiesamenleving in statu nascendi oppakken. De markt- en participatiesamenleving komt dus in de plaats van de verzorgingsstaat. Maar de landelijke politiek sticht verwarring door geen duidelijke uitspraken te doen over waarom iets een eigen verantwoordelijkheid van burgers is, waar ergens de markt begint en wat de overheid zelf blijft doen. Dit is meer dan een communicatieprobleem.

De schoen wringt nu vooral bij de jeugdzorg. De jeugdzorg is grotendeels een markt van hulpvraag en aanbod, waar ouders met keuzevrijheid en hulpverleners elkaar vinden, waarbij provinciale bureaus jeugdzorg veel publieke taken uitvoeren en de overheid kaderstellend en kwaliteitsbewakend optreedt. De rest van de jeugdzorg heet het ‘gedwongen kader’, hier wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid (en de markt) overruled door de overheid en de rechterlijke macht. Toch is de enige echte verandering in de jeugdzorg dat gemeenten de rol van de provincies overnemen.
Bestuurlijk zou dit geen ingewikkelde operatie moeten zijn, maar klaarblijkelijk is het dat wel. In februari stemde de Eerste Kamer in met de nieuwe wet. Het lijkt bestuurlijk op orde: Er zijn 42 regio’s van samenwerkende gemeenten die jeugdzorg regionaal inkopen, de huidige zorgcontracten lopen gewoon door in 2015, er is een Transitieautoriteit Jeugd, de macro-structurele bezuiniging is zeer beperkt (5%). Volgens Binnenlands Bestuur liggen 11 regio’s niet op schema.
De praktijk is dat de wethouders van de 36 grootste gemeenten (G4 + G32) de alarmbel luidden omdat gemeenten nog steeds niet weten wie hulpbehoevend is, wat de (kwalitatief zeer verscheiden) hulpvraag is en wat het toegewezen budget. Dus sluiten gemeenten nog geen contracten met zorghulpverleners, heerst financiële onzekerheid bij honderden zorgorganisaties en baanonzekerheid bij duizenden zorgprofessionals en onrust bij alle tienduizenden kinderen en hun ouders die afhankelijk zijn van jeugdhulp. Onvermijdelijk. Immers, geen enkele organisatie, publiek of privaat, kan het zich permitteren contracten te sluiten met leveranciers als essentiële informatie over aantallen en kwaliteiten ontbreekt. Complicerende realiteit is dat ICT-systemen moeten worden omgebouwd (invoering persoonsgebonden budget (PGB)-trekkingsrechten door de Sociale Verzekerings Bank) en de privacybescherming vormt een tweede obstakel. Elk programma of project kent de beheersaspecten tijd, geld, organisatie, informatie en kwaliteit. Bij het jeugdzorgproject zijn de beheersaspecten tijd, informatie en daardoor ook het beheersaspect kwaliteit onvoldoende geborgd. In de zakelijke wereld een garantie voor mislukking en schadeclaims, maar in de politiek-bestuurlijke wereld ligt dit anders.

Ziehier twee realiteiten, de bestuurlijke die op basis van abstracte informatie hokjes afvinkt en de organisatorische werkelijkheid waarin essentiële beheersaspecten ontbreken. En de voorbereiding van het transitieproces jeugdzorg loopt al vanaf februari.

De nieuwe wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) – met de overheveling van de extramurale zorg vanuit de nieuwe wet op de Langdurige Zorg (oude AWBZ), een lopend wetgevend traject – en de Participatiewet zijn pas in juli door de Eerste Kamer aangenomen. Vooral de nieuwe, uitgebreidere WMO wordt qua aanpassingen in de (geautomatiseerde) werkprocessen en de bedrijfsvoering een zeer complexe operatie. De participatiewet en de gedwongen afbouw van de gemeentelijke sociale werkvoorziening is weer van een andere orde. Daar lijkt de meest prangende vraag: waar is al het werk voor die honderdduizenden arbeidsgehandicapten?

Het zal uiteindelijk met de jeugdzorg wel goedkomen. Maar ten koste van wat? Het gaat niet om de productie van spullen conform technische specificaties. Het gaat om jonge mensen en hun ouders die hulp nodig hebben.

Ook op Joop.nl: http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/28779_jeugdzorg_lijdt_flink_onder_chaos_decentralisaties/