De onbegrijpelijke salamipolitiek van de Wet op de Langdurige Zorg

De decentralisatie van de ouderen- en gehandicaptenzorg is explosieve kost. Het raakt de kern van de afbouw van de verzorgingsstaat. Maar er is geen fundamentele bezinning geweest op de vraag wanneer er een recht op ouderenzorg is. De WLZ is de slotakte van een voor gewone mensen onbegrijpelijke salamipolitiek waarin gemeenten worden opgezadeld met nieuwe taken en van alles en nog wat zonder duidelijke argumentatie op het bordje van de burger wordt teruggelegd. Het oordeel over de Wet op de Langdurige Zorg is aan de Eerste Kamer. De senaat doet er verstandig aan het wetsontwerp niet aan te nemen.
Dit hoofdstuk in de verbouwing van de verzorgingsstaat heeft alleen kans van slagen op maatschappelijke acceptatie als een breed debat gevoerd wordt over wat publieke taken zijn en wat niet. Wat dat niet is, kan vervolgens bij burgers worden neergelegd. En daar kan de markt vervolgens op inspelen.
Natuurlijk is er een ratio voor de bezuinigingen. We worden steeds ouder en de kosten van de gezondheidszorg rijzen uit de pan.
In 1998 was het aandeel van de zorguitgaven op de totale uitgaven van de collectieve sector nog 16%, in 2003 was dit gestegen naar 21%, in 2015 bedragen de kosten 73 miljard op 260 miljard, dat is 28% van de gehele collectieve sector. Door de vergrijzing en medische innovaties stijgen de kosten van de zorg veel sneller dan de groei van het BNP en de collectieve sector. De wal moet het schip dus wel gaan keren.
Maar om maatschappelijk draagvlak te verwerven moet er toch eerst echt een inhoudelijk debat gevoerd worden. Nederlanders zullen met elkaar de vraag moeten beantwoorden: Wanneer is publiek georganiseerde ouderenzorg gerechtvaardigd en wanneer niet? Wie komt ervoor in aanmerking en op grond waarvan? Dat gezonde mensen een verantwoordelijkheid voor het verzorgen van hun behoevende ouders hebben zal bijna niemand durven ontkennen. Maar wanneer moet men aankloppen bij de zorgverzekeraar? En wanneer kan men een beroep doen op de overheid?
Als u op het internet zit, vind u een antwoord bij de overheid:

 

Een overzichtelijke webpagina, maar wordt u er wijzer van?
Als u nu in een zorginstelling woont blijft dat in principe zo. Misschien dat u moet verhuizen naar een andere locatie vanwege een verbouwing. Over de kwaliteit van de verzorging achter de muren zijn vele verontrustende berichten. Levert de overheid eigenlijk wel de zorgkwaliteit in het verpleeghuis waar u op zou moeten mogen vertrouwen?
Als u nu thuis woont en AWBZ-zorg krijgt verandert dit. Of de zorgverzekeraar, of de gemeente neemt dit over anderhalve maand over. Maar waar u straks nog recht op heeft, daarover is alleen in algemene zin iets te zeggen: medische hulp ligt bij de verzekeraar, andere hulp ligt bij de gemeente. En elke gemeente doet het anders.
Als u nu thuis van de gemeente Wmo-hulp krijgt, dan is de kans groot dat dit gaat veranderen. Huishoudelijke hulp wordt waarschijnlijk afgeschaft, ook dit verschilt overigens per gemeente. U kunt alvast een keukentafelgesprek aanvragen.
Als u nu thuis van de gemeente op grond van de Wmo een persoonsgebunden budget krijgt, dan kunt u hiermee zelf uw zorgbehoefte inkopen. U krijgt het budget niet zelf, u krijgt schriftelijk een pgb-recht toegewezen (beschikking). Maar de overheid gaat eerst beoordelen of de door u uitgekozen zorgverlener aan bepaalde kwaliteitseisen voldoet. Het is ongewis of u met het pgb krijgt waar u behoefte aan heeft. Het zal vaak heus goed gaan, maar garanties zijn er niet.
Als u nu nog geen zorg nodig heeft, maar in de toekomst wel, dan kan er van alles gebeuren. Het ligt er maar aan. Kunt u thuis blijven wonen en gaat het om medische zorg? U bent in beginsel verzekerd. Kunt u thuis blijven wonen en gaat het om andere zorg? Belt u de gemeente, als u geen computer heeft. Kunt u niet thuis blijven wonen? Schakel een accountant in en zoekt u het dan maar uit.

Deze column is verschenen op http://www.joop.nl

De digitale puinhoop bij de overheid

De ICT-organisatie van het Rijk rammelt aan alle kanten. Het kost miljarden euro’s en onze privacy gaat er aan. Bedankt, overheid.Kiezen tussen overheid en markt - Gijs van Loef

De onderzoekscommissie ICT van de Tweede Kamer presenteert vandaag haar eindrapport over ICT-projecten bij de Rijksoverheid. Conclusie: De ICT-organisatie van het Rijk is chaotisch. Dat weten we al jaren.
In 2007 en 2008 concludeerde de Algemene Rekenkamer al dat ICT-projecten van de overheid te complex en te ambitieus zijn. De projecten blijken veel duurder dan gedacht, vragen meer tijd dan gepland en leveren niet op wat ervan verwacht wordt. Bij deze te complexe projecten is er geen balans tussen ambitie, beschikbare mensen, middelen en tijd. De informatie ontbreekt om deze projecten te kunnen plannen en calculeren. De Algemene Rekenkamer becijferde dat er door de overheid jaarlijks circa 4 tot 5 miljard euro verspild wordt aan mislukte ICT-projecten. Heeft de overheid zichzelf na deze spijkerharde kritiek van de Algemene Rekenkamer verbeterd? Nee.

Digitale echtheidscertificaten
De voorbeelden van recentelijk ICT-falen zijn legio. De overheid verstrekt tegenwoordig digitale ‘echtheidscertificaten’, die de online gebruiker de zekerheid geeft dat een overheidwebsite ook daadwerkelijk de overheidwebsite is die de site zegt te zijn. Met andere woorden: de online gebruiker krijgt de zekerheid dat de overheidwebsite niet gekraakt is en dat er geen criminele organisatie achter verscholen zit die vertrouwelijke digitale gegevens verzamelt voor haar criminele praktijken. De verstrekking van deze digitale echtheidscertificaten heeft de Rijksoverheid uitbesteed aan een commercieel bedrijf, DigiNotar. Deze instantie bleek een gammele, onbeveiligde dienstverlener te zijn. Inloggen met behulp van DigiD is ook niet veilig. De OV-chipkaart kan gekraakt worden door elke slimme student. Hypermoderne verkeersinfrastructuur, zoals tunnels en viaducten, ligt regelmatig plat omdat er computerstoringen zijn.

Digitale puinhoop
En dan zijn er de talloze mislukte ICT-bouwsels bij de Belastingdienst, bij het UWV, bij de waterschappen, bij grote gemeenten die denken dat ze eigen computersystemen kunnen bouwen. De belastingdienst heeft in het tweede kwartaal 2012 opnieuw massaal digitaal verkeerde aanslagen verstuurd. Het is onvoorstelbaar maar waar: het is nog steeds een digitale puinhoop bij de overheid, terwijl de afhankelijkheid alleen maar groter wordt. Terwijl burgers en bedrijven door de overheid steeds meer gedwongen worden om digitaal te communiceren met de overheid, blijft het een janboel bij diezelfde overheid die nalaat om deze taaksystemen goed te organiseren. De kennis in eigen huis ontbreekt, de wil eveneens.

Niemand wil het oplossen
Hoe is het mogelijk? De reden is, het is bekend, dat niemand er belang bij heeft om dit falen aan te pakken. Politici en bestuurders niet, want ICT is niet sexy. Ze weten überhaupt van toeten noch blazen. Ambtenaren niet, want bestuurders zitten niet te wachten op slecht nieuws over mislukte planningen, falende projecten, krakkemikkig onderhoud, veiligheidslekken en kostenoverschrijdingen. Bestuurlijke rapportages moeten dus worden opgefleurd en jaarlijkse budgetten veiliggesteld. En ook externe consultant hebben geen belang bij het aanpakken van het probleem, want dit is juist hun profijtelijke business.

‘Functionele grootheidswaanzin’
In 2012 concludeerde de Onderzoeksraad voor de Veiligheid dat de ICT-veiligheid bij de overheid sterk moet verbeteren, maar dat een complicerende factor is dat de overheid zelf weinig expertise in huis heeft, waardoor ze sterk leunt op externe experts. ICT wordt door politieke bestuurders en topambtenaren als ‘bedrijfsvoering’ gezien net als de administratie en het personeelsbeleid, zeg maar ‘de achterkant van de organisatie’. En dat vindt men ingewikkeld en niet interessant. Politici realiseren zich niet dat hun bedenksels -‘functionele grootheidswaan’ noemt René Veldwijk dit – en almaar veranderende eisen het onmogelijk maken om betrouwbare systemen te kunnen bouwen die al die bedenksels ook kunnen uitvoeren. Zie de Belastingdienst waar enorm bezuinigd is op formatie en expertise.

Maar het gaat niet alleen om de jaarlijkse verspilling van miljarden euro’s. Het gaat ook om de veiligheid van ICT-systemen en de bescherming van uw en mijn persoonlijke gegevens. Er zit rot in de fundamenten van het gebouw van overheidsinformatie.

Deze column staat ook op JOOP.nl De digitale puinhoop bij de overheid
Column staat in verkorte vorm ook op de ondernemers-website Z24.nl Politiek zelf schuldig aan ICT-puinhoop

Taxi-APP moet mogen, mits met DigiVignet! (Opinie in de Volkskrant)

Uber roept -begrijpelijk!- weerstand op door de rucksichtlose Amerikaanse manier van zakendoen. Laat andere bedrijven vergelijkbare app-vervoersdiensten aanbieden en er ontstaat een nieuwe markt zonder ongewenste machtsstructuren en laat de consument een eigen afweging maken.

Ga hier naar de opiniepagina van de Volkskrant Ubertaxi mag, als klant weet wat hij niet krijgt

DSCN5416
Uber Amsterdam 18082014

Het PAROOL: ‘De markt is niet de oplossing voor alle zaken’

Het neoliberalisme heeft het publieke domein veroverd. Zonder principieel politiek debat over wat publieke taken zijn en wat de markt kan doen. Er rest geen andere conclusie. In 2012 publiceerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid het rapport met de veelzeggende titel  ‘Publieke zaken in de marktsamenleving’. Is het begrip ‘marktsamenleving’ niet een andere duiding van het begrip ‘neoliberalisme’, maar dan in zijn concrete verschijningsvorm? Welke publieke zaken zijn er zoal en waar komen we het neoliberalisme tegen? Ik kijk vanuit vijf verschillende invalshoeken.[1]

Laten we beginnen met de uitvoering van (publieke) taken: We kennen de publieke sector van de nutsvoorzieningen, met vraag en aanbod, waar overheid monopolies gedeeltelijk zijn geprivatiseerd (de spoorwegen, de energievoorziening, telecom). We kennen ook de van oudsher levensbeschouwelijk gefundeerde maatschappelijke sectoren van het onderwijs, de langdurige zorg (care) en de sociale huisvesting, waar ook vraag en aanbod bestaan. Het zijn twee heel verschillende typen markten in het publieke domein. (De genezingsgerichte gezondheidszorg (cure) heeft altijd een gedeeltelijk marktkarakter gehad en laat ik daarom in deze beschouwing over het neoliberalisme buiten beschouwing)

De kritiek van de Eerste Kamer (parlementaire enquête in 2012) op de verkoop van de PTT, de opsplitsing van de spoorwegen en de gedeeltelijke uitverkoop van de elektriciteitsbedrijven loog er niet om. Over de gevolgen van de privatiseringen van deze overheidsmonopolies voor de samenleving werd nauwelijks nagedacht. De burger werd vooral beschouwd als consument. De parlementaire onderzoekscommissie concludeerde dat er weinig is geleerd van eerdere ervaringen. De privatiseringen pasten binnen een tijdsgewricht waarin een blind geloof bestond dat de markt uitvoerende taken beter èn goedkoper zou kunnen doen dan de overheid (Reagonomics, Thatcherism). Beide claims, de markt doet het beter en de markt doet het goedkoper, zijn echter nooit onderbouwd. In 2013 concludeerde een werkgroep van de TU Delft echter wel dat het nederlandse spoor na de verzelfstandiging en opsplitsing minder efficiënt is geworden en dat de productiviteit van het spoor is gedaald.

In het onderwijs, de langdurige zorg en de sociale volkshuisvesting ligt de zaak anders. Ook in deze voorheen not-for-profit sectoren is het marktdenken diep doorgedrongen. Hier worden echter geen staatsmonopolies afgebroken, maar is sprake van een erosie van de levensbeschouwelijke grondslag. Door de ontzuiling en de bezuinigingen op budgetten zijn deze dienstverlenende sectoren steeds meer gedwongen te denken in termen van omzet, productie en klanten. De maatschappelijke commotie over zichzelf verrijkende publieke bestuurders zit vooral hier.

De burger wordt consument en gaat steeds meer betalen

We zien een trend waarbij de burger als gebruiker (consument) van (voormalige publieke) diensten steeds meer gaat betalen. Het patroon is dat de exploitant – die in veel gevallen nog steeds monopolist is, of oligopolist – toestemming krijgt van de overheid (dat kan ook de toezichthouder zijn) om het basistarief te verhogen: het prijskaartje van de NS, de maximaal toegestane huurverhoging, de prijs van de postzegel, de eigen bijdrage in de zorg.

Beleidsmakers geloven sterk in het marktmechanisme als instrument om ongewenste maatschappelijke effecten van economische processen te bestrijden. Het marktmechanisme wordt als beleidstool ingezet bij de bestrijding van milieuvraagstukken, zoals bij de CO2-uitstoot (emissiehandel), de filebestrijding (spitsvrij) en de recycling van verpakkingsmaterialen (statiegeld). Maar waar het in het nederlandse beleidsdenken juist aan ontbreekt is de wil om bij bedrijven innovatieve veranderingen af te dwingen door middel van ‘dynamische regulering’. In ons economisch denken bestaat een afkeer tegen staatsinterventies en gedwongen regulering. De markt moet het ‘regelen’, het geloof in de invisible hand is kennelijk groot. Het Planbureau van de Leefomgeving wijst al jaren op het probleem dat Nederland in Europa qua verduurzaming achterloopt.

Het beheersen van marktwerking is ook een belangrijk thema van wetgeving. Recent zijn wetten aangenomen als de wet markt en overheid (2012) en de wet normering topinkomens (2013). Over de wet normering topinkomens wordt veel geschreven en heftig debat gevoerd. Begrijpelijk, topbestuurders zijn tastbaar en meningen over personen zijn snel gevormd. Minder bekend is de wet overheid en markt die tot doel heeft het ondernemerschap van overheden zoals gemeenten en provincies te reguleren. De wet bevat ‘gedragsregels voor centrale en decentrale overhe­den en publiekrechtelijke zelfstandige bestuursorganen als zij goederen of diensten op de markt willen aanbieden’ (citaat). Let wel: de wetgever legt dus sinds kort het ondernemerschap in het huis van Thorbecke aan banden. Het ondernemerschap is kennelijk diep in de ambtelijke cultuur doorgedrongen!

Het politieke debat over marktwerking is een debat achteraf

Dit brengt ons tot het politieke debat over marktwerking. Het is een ex post debat, de politiek probeert vooral achteraf ongewenste neoliberale effecten te beheersen. In 2012 deed de Eerste Kamer een uniek  parlementair onderzoek naar de privatiseringen van enkele staatsmonopolies. De parlementaire enquête van de Tweede Kamer naar de Fyra zit nu in de onderzoeksfase. Er wordt in de landelijke politiek door de sectorspecialisten dus wel nagedacht over enkele ‘ontsporingen’. En af en toe halen privatiseringen in negatieve zin het nieuws, zoals recent het verbrassen van de eenmalige opbrengsten uit verkoop van nutsdeelnemingen door de gemeente ’s Hertogenbosch.

Het marktdenken is klaarblijkelijk diep in het publieke domein doorgedrongen. Publieke zaken zijn ermee doordrenkt. De markt is de oplossing voor zo’n beetje elk maatschappelijk vraagstuk en iedere maatschappelijke activiteit waar een financiële component aan zit. De idee van een overheid als hoeder van het algemeen belang is compleet uitgehold. Het brede maatschappelijke onbehagen waar de landelijke politiek geen vat op krijgt heeft er natuurlijk alles mee te maken. Uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau in 2012 bleek dat 38% negatief en slechts 23% van de Nederlanders positief over de privatisering van staatsbedrijven denkt. Krijgen we de neoliberale geest ooit nog terug in de fles?

14 april 2014

[1] De vijf perspectieven komen overeen met het denkmodel in mijn boek, waarin ik vijf bouwstenen van activiteiten onderken: Willen (politiek), Mogen (wetgeving), Kunnen (middelen en kennis), Denken (beleid) en Doen (uitvoering van taken).
Joop.nl Neoliberalisme is al de keiharde werkelijkheid

Geweldsmonopolie staat? Dan geen eigen bijdrage!

Over het verschil tussen piraten en hooligans (PvdA blokkeert private beveiliging koopvaardij tegen piraterijcoverE.jpeg)

Voor leger en politie geldt: zij hebben het geweldsmonopolie van de staat. Het leger verdedigt de (inter-) nationale landsgrenzen en de marine beveiligd de koopvaardij tegen de piraterij voor de Somalische kust. De politie verdedigt de openbare orde in de openbare ruimte buiten de voetbalstadions.

De politie moet dat helemaal zelf betalen. Er mogen geen kosten worden verhaald, noch op de hooligans, noch op de voetbalverenigingen. Het geweldsmonopolie is van de staat – in dit geval ligt de uitvoering bij de politie – en de staat betaalt. Principieel. En daardoor logisch.

De marine brengt 5000 euro per dag in rekening. Het geweldsmonopolie van de staat is in dit geval niet principieel, want het kost geld. Dat kunnen kleine schepen waar geen 11 mariniers op passen niet betalen. Grote schepen kunnen dat wel betalen. De conclusie is dat het geweldsmonopolie van de staat hier selectief geldt. De groten worden beschermd – tegen betaling-, de kleintjes niet. Niet principieel. Immoreel.

De PvdA beaamt dat de marine het geweldsmonopolie heeft bij de bescherming van de koopvaardij. Maar over de selectieve toepassing (alleen tegen vergoeding van kosten beschikbaar), daar hoor je ze niet over. Niet principieel. Laf.

Het is exemplarisch voor de alomtegenwoordige verwarring in de publieke sector over de vraag wat de overheid moet doen en wat niet en wat onder voorwaarden aan de markt  kan worden overgelaten. Als de markt iets doet waarbij de veiligheid van burgers in het geding is, dan hoort daar altijd stringent toezicht door de staat bij. Als dat te gevaarlijk is, is de bescherming van de veiligheid volledig een overheidstaak, dan geldt het geweldsmonopolie. Dan is er geen markt en dus ook geen rekening aan derden. Principieel.

 

De reders hebben – als de politieke meerderheid zich zo opstelt – het volste gelijk als ze om toestemming voor private protection  vragen. De verenigde naties hebben international rules of engagement opgesteld waaraan private beveiligers moeten voldoen. Wat let onze politici?.

Vrij varen (commentaar op de Volkskrant over monopolie veerdienst Terschelling)

De Volkskrant stelt vandaag in haar commentaar dat de staatssecretaris de vrije markt tegenwerkt door de concurrentie van Doeksen af te kopen. Met een concessie van 15 jaar voor Doeksens’ alleenheerschappij op de veerdienst naar Terschelling zouden zowel de belastingbetaler als de reizende eilanders verliezers zijn.

De krant mist de pointe als ze vreest voor de gevolgen voor de klantvriendelijkheid van de dienstverlening bij weer 15 jaar monopolie. Elk monopolie behoeft handhaving en toezicht door de staat. Deze dure les is men bij de rijksoverheid (en de landelijke politiek!) vergeten. Er kunnen lessen worden getrokken uit de privatiseringen  van de rijksoverheid: er werd door het ministerie niet goed nagedacht over de vraag onder welke voorwaarden privatiseringen mogelijk zijn en de noodzakelijke kennis die de overheid moet hebben om een monopolist in het gareel te kunnen houden was niet aanwezig, of verdween. De staat faalde dus omdat het haar aan essentiële expertise ontbrak. (zie: parlementair onder zoek eerste kamer en mijn boek over marktwerking in de publieke sector). Dit gebrek aan kennis bij het ministerie speelt ook hier.

Het afkopen van EVT en potentiele concurrenten kun je zien als  de kostbare afronding van jarenlang gestuntel van opeenvolgende ministeries (EZ ,I&M). Om voortaan niet weer in oude fouten te vervallen moet het ministerie intern kennis opbouwen en kwaliteitseisen stellen bij de concessieverlening (cruciale eisen zijn: een maximum tariefstelling, de continuiteit van dienstverlening (zekerheid) en gewaarborgde veiligheid) en zorgen voor deugdelijk staatstoezicht. De uiterste sanctie bij elke concessie is uiteraard het intrekken van die concessie.coverE.jpeg

opinie de Volkskrant: “ZZP’ers in ziekenhuis worden slecht behandeld”

deVolkskrant opinie
Zzp’ers in ziekenhuis worden slecht behandeld

Vrije beroepen gezondheidszorg: meten met twee maten
In de Volkskrant van 26 feb. pleiten twee gynaecologen er voor om medische specialisten in loondienst te nemen voor een salaris van 2 tot 2,5 ton bij een 40-urige werkweek plus een bonus/malus-regeling van 25%. Medisch specialisten hebben zich goed georganiseerd. Het is een tamelijk riant inkomen voor een werknemer, me dunkt.  Het argument van de gynaecologen is dat het vrije specialistenberoep voor de gezondheidszorg kostenverhogend werkt, door de beloning van produktie (het ‘verrichtingensysteem’) en het ontbreken van een rem op kostbaar onderzoek.

Tegelijkertijd wordt tienduizenden ZZP’ers in de zorg door de Belastingdienst hun zelfstandigheid ontnomen door het intrekken van hun VAR-WUO. De Belastingdienst vindt dat deze ZZP’ers eigenlijk in loondienst zijn van zorgbemiddelingsbureau ’s.  Een heel ander argument, hier gaat het om de arbeidsrelatie.  ZZP’ers zijn veel kwetsbaarder dan de goed georganiseerde beroepsgroep van de medisch specialisten.  Het is wel vreemd: als de Belastingdienst bezig is met loondienstverbanden, waarom pakt de Belastingdienst dan niet tegelijkertijd de medisch specialisten aan, die meestal slechts één opdrachtgever hebben, het ziekenhuis,  en een eenduidige arbeidsrelatie?

Je kunt het ook anders zien.

De hoogopgeleide medisch specialist, wiens peperdure opleiding wordt betaald door de overheid, creëert schaarste voor zichzelf door beperking van het aantal opleidingsplaatsen en bereikt daarmee voor zichzelf in de praktijk een bijna onaantastbare machtspositie. Hij heeft zich genesteld in de belangrijke lobbycircuits en belangenorganisaties en kan zich als vrij gevestigde zorgondernemer in de lengte van jaren duur verkopen, de vraag naar gespecialiseerde zorg is immers in beginsel onbegrensd.

De relatief laagopgeleide (HBO-) zorgverlener, wiens relatief goedkope opleiding ook wordt betaald door de overheid, kan geen schaarste voor de eigen beroepsgroep creëren. Hij of zij opereert in een echte, grillige markt waar de tarieven nog minder dan 1/10e bedragen van de tarieven van de medisch specialist. En die tarieven staan zwaar onder druk. Hij heeft nauwelijks een positie in de polder en hij is voor zijn werk afhankelijk van intermediaire  bemiddelingsbureau’s om aan klanten te komen.

Het grote verschil zit in de macht die de twee beroepsgroepen hebben. Medisch specialisten zijn machtig en hebben grote invloed op de gereguleerde zorgverzekeringswet-markt en houden potentiele concurrenten èn de fiscus buiten de poort. ZorgZZP’ers zijn onmachtig en ongeorganiseerd en zijn overgeleverd aan de grillen van de (steeds meer gemeentelijke) zorgmarkt en worden door de fiscus geringeloord.

Een schril contrast. En bijzonder onrechtvaardig!

——————————————————————————————————————————————————————————————-

Lees hier het hoofdstuk over marktwerking in de gezondheidszorg: Hoofdstuk Gezondheidszorg