“Het Nederlandse gezondheidszorgsysteem in internationaal perspectief”: commentaar

Bron: https://www.rivm.nl/Documenten_en_publicaties/Algemeen_Actueel/Nieuwsberichten/2018/Nederlandse_gezondheid_vergelijkbaar_met_buurlanden

Reactie Anton Maes

Anton Maes (huisarts, bedrijfseconomisch deskundige en publicist) over de huisartsenzorg in het rapport: Mooie rapportcijfers voor de Nederlandse huisartsenzorg

Mijn commentaar

Mijn commentaar beperkt zich tot de cruciale zin op de website en in de Publiekssamenvatting van het onderliggende rapport “Het Nederlandse gezondheidszorgsysteem in internationaal perspectief” die luidt: “In Nederland is de kwaliteit en toegankelijkheid van de medische zorg over het algemeen beter of van een vergelijkbaar niveau ten opzichte van de andere landen.”  Deze tekst is m.i. niet onderbouwd v.w.b. het specifieke onderdeel “de kwaliteit van de medische zorg is over het algemeen beter (…)”. Dit kan niet zo worden gesteld. Het is tendentieus.

A propos, de titel van het onderliggende rapport dekt niet de lading: het rapport gaat niet over het GEZONDHEIDSZORGSYSTEEM, maar over de GEZONDHEIDSZORG. Over het ‘systeem’ (gereguleerde marktwerking in de Zvw, enz.) wordt niet uitgewijd. Het gaat over de prestaties van onze gezondheidszorg.

Toelichting – Alle bijlagen, allleen medische indicatoren (geen leefstijl, geen zorguitgaven, geen arbeidsmarkt), scores indicatoren t.o.v. de Mediaan:

commentaar Anton Maes bij de samenvattende tabel: 

Hogere sterfte kanker kan te maken hebben met lagere sterfte HVZ: je moet ergens aan dood gaan. En over ongevallen/suïcide als oorzaak overlijden zie ik geen cijfers.  Relatie slechte score longkanker te maken met roken. Foetale sterfte vanaf 28 weken maar iets hoger. Percentage statine bij DM, niet in jouw overzicht, heeft fors (positieve) invloed op kwaliteit leven, denk ik. Als veel 65-plus met langdurige zorg een positief fenomeen is, dan moeten we ook niet verbaasd zijn dat de kosten langdurige zorg hoger liggen. We scoren ook hoger op zorgmijden en niet afhalen medicijnen en dat laatste icm weinig apothekers: dat geeft negatieve bijdrage aan deze zorgindicatoren. Hogere zuigelingensterfte wordt m.i. afdoende verklaard. Er van uitgaand dat lagere frequentie sectio’s er niets mee te maken heeft.

NB1
• In 1980 had de Nederlander de op een na hoogste levensverwachting van de wereld en de hoogste in Europa. De relatieve levensverwachting is in internationaal opzicht sindsdien dramatisch gedaald.
• Zie ook tabel pag.14 – Het verschil in gezonde levensverwachting tussen hoog en laag opgeleiden is 18 jaar (oratie prof. M. van den Muijsenbergh, 4/20178). Hoog opgeleiden leven zeven jaar langer dan laagopgeleiden. De sociaal-economische gezondheidsverschillen lijken zelfs groter dan twaalf jaar geleden (NTvG, 6 jan. 2007, pag. 89). Hoger opgeleiden drinken meer alcohol, lager opgeleiden roken meer.

NB2
Zijn wachttijden voor electieve ingrepen even belangrijk als sterftecijfers?
Neen. Maar zo wordt het wel gepresenteerd

NB3
Cervical cancer (baarmoederhalskanker): Italie en Spanje beter dan Ned.
Borstkanker mortality niet genoemd: Ned. slechter dan Mediaan
Colorectal cancer mortality niet genoemd: Ned. slechter dan Mediaan

gevolg van NB2 en NB3
Aangepaste SUM, waarbij 3 wachttijden maar 1 score krijgen
Correctie 5-Jaarsoverleving kanker telt niet mee, vanwege bias tov. sterfte%

commentaar Anton Maes bij deze aangepaste samenvattende tabel: m.i. niet beter, niet slechter, veel niet onderzocht/meegeteld. Bijvoorbeeld: euthanasie.

NB4

 

Samengevat in woorden

Uit het geheel van de medische indicatoren komt naar voren:

  • 1e lijnszorg (Huisarts) is uitstekend, zowel kwaliteit als toegankelijkheid, dus: Beter
  • 2e /3e lijnszorg is minder dan gemiddeld, dus: Slechter
  • 2e lijns electieve zorg (klinieken) zijn toegankelijk, dus: Beter (maar minder belangrijk dan 2e / 3e lijnszorg)

Doorvertaling naar zorgstelselsysteemkenmerken is eenvoudig – maar wordt nagelaten:

  1. 1e lijnszorg (huisarts) – weinig tot geen marktwerking
  2. 2e / 3e lijnszorg – marktwerking
  3. 2e lijns electieve zorg – veel marktwerking

Het Platform Betrouwbare Zorgcijfers wordt gehoord door de Algemene Rekenkamer

update 18/4/2018 – Reactie Algemene Rekenkamer: “Dank voor uw informatie. Deze is doorgeleid naar de betreffende onderzoeksdirectie en zal betrokken worden in de bredere afwegingen over onderzoek naar het Ministerie van VWS en de zorgsector.”

Een groep bezorgde burgers stelt vraagtekens bij de informatieverstrekking over het huidige gezondheidszorgbeleid. Wat zijn betrouwbare cijfers? Het is onduidelijk of het huidige systeem van de gezondheidszorg goed functioneert in termen van kwaliteit en kosten. Omdat de gezondheidszorg voor een belangrijk deel betaald wordt uit verplichte premieafdrachten, brengt het platform zijn verontrusting onder de aandacht en roept op tot een onafhankelijk onderzoek.

Goede gezondheidszorg begint bij betrouwbare cijfers

De Nederlandse gezondheidszorg heeft een goede naam. Keer op keer bericht het nieuws dat we in Europa zelfs koploper zijn. Maar is dat wel terecht? Let wel, het gaat hier niet om de inzet van artsen en verpleegkundigen, maar om de kwaliteit van de zorg als geheel.

Als men op onderzoek uitgaat, komt men heel andere cijfers tegen. Cijfers die in elk geval suggereren dat de gezondheidszorg helemaal niet zo goed is als wel wordt beweerd. En dat het Nederlandse systeem bovendien erg duur is en op termijn zelfs onhoudbaar.

Deze cijfers, die zijn ontleend aan verschillende (internationale) onderzoeken, zijn voor ons aanleiding tot zorg. En als cijfers elkaar tegenspreken is er iets aan de hand. Iets dat nader onderzocht moet worden.

Als Platform Betrouwbare Zorgcijfers pleiten wij daarom voor onafhankelijk en waardevrij onderzoek naar de informatieverstrekking over de kwaliteit en kosten van de Nederlandse gezondheidszorg. Hierdoor wordt het beleid gebaseerd  op betrouwbare gegevens en cijfers. Ook de houdbaarheid en de draagkracht van het gezondheidssysteem wordt hiermee vergroot, en krijgt de Nederlandse samenleving nu en straks de best denkbare zorg voor het ingelegde premiegeld.

Het Platform stelt op basis van uitkomsten van nationaal en internationaal onderzoek vast:

    • Er zijn twee evaluaties uitgevoerd van de Zorgverzekeringswet (Zvw, het medische zorgstelsel) in 2009 en 2014. Tot en met 2014 zijn er op reguliere basis rapporten van het RIVM (Zorgbalans) en het SCP (De sociale staat van Nederland, een vast hoofdstuk) over het zorgstelsel verschenen. Sinds 2015 zijn er geen serieuze publicaties meer vanuit de overheid over het zorgstelsel gemaakt.
    • Men kan beredeneren dat de burger sinds 2007 steeds minder zorg voor zijn geld krijgt. Wij komen op een verslechtering van zo’n 44% over de periode van 2007 t/m 2017. (OESO Health at a Glance 2007 t/m 2017)
    • De kwaliteit van onze medische zorg gaat in vergelijking met andere moderne Europese landen achteruit, sinds de invoering van de gereguleerde marktwerking in 2006. (OESO Health at a Glance 2007 t/m 2017; ESB 1/2017)
    • Het zorgstelsel is niet transparant. (OESO Health Data Governance 2015)
    • Er is een verviervoudiging van het aantal meldingen bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg in de periode 2004 – 2016. (IGz/IGj)
    • Private zorgstelsels (met weinig centrale sturing/planning en veel marktwerking, zoals concurrentie tussen zorgverzekeraars en concurrentie tussen zorgverleners) zijn duurder dan Publieke Zorgstelsels (met meer centrale sturing en minder marktwerking).
    • De Levensverwachting bij geboorte is de belangrijkste en meest gebruikte specifieke indicator van ‘gezondheid’ in internationale publicaties over zorgstelsels. In 1980 had de Nederlander de op een na hoogste levensverwachting van de wereld en de hoogste in Europa. Nu is de levensverwachting in 6 moderne Europese landen hoger dan die in Nederland. (WHO e.a.)
    • Het verschil in gezonde levensverwachting tussen hoog en laag opgeleiden is bijna 20 jaar. Hoog opgeleiden leven zeven jaar langer dan laagopgeleiden. De sociaal-economische gezondheidsverschillen zijn zeer groot en er is geen verbetering. (J. Mackenbach, EUR)
    • Nederland heeft in vergelijking met de dertien andere moderne Europese landen een relatief jonge bevolking, dus de zorgkosten zouden relatief laag moeten zijn. Maar de zorgkosten behoren tot de hoogste van modern Europa. (OESO;CBS)
    • De Nederlandse bevolking is in meerderheid ontevreden over het eigen zorgstelsel en wil fundamentele veranderingen (54%). (Commonwealthfund 2017)
    • Organisaties als het SCP en het RIVM geven een te rooskleurig beeld van de werkelijkheid.

(https://gijsvanloef.nl/2017/12/30/tendentieuze-berichtgeving-scp-over-de-gezondheidszorg/;https://gijsvanloef.nl/2017/09/10/onze-levensverwachting-2-het-rivm-persisteert-in-tendentieuze-berichtgeving/)

  • Het ministerie van VWS doet geen systematisch onderzoek naar de kwaliteit van het zorgstelsel, er wordt geen empirische basis opgebouwd. Er is geen tegenwicht voor de door belangen gedreven hype-achtige beeldvorming in de media.
  • Het geheel overziende lijkt er gebrek aan urgentiebesef bij het ministerie van VWS om het geheel echt goed in kaart te brengen.

Het Platform vindt dat dit overzicht meer dan voldoende aanleiding is om te pleiten voor een onafhankelijk onderzoek op basis van criteria die betekenis hebben voor de Nederlandse burger

11 maart 2018

Het Platform Betrouwbare Zorgcijfers (per 10 november 2018)Corina Blankenstijn (zorgondernemer), Dick Bijl (epidemioloog), Cock de Graaf (zorgverzekeringsdeskundige), Sophie Hankes (juriste-consultant patientveiligheid en kwaliteit van zorg), Peter Harteloh (arts niet-praktiserend/onderzoeker, kwaliteitskundige), John Jacobs (medical data scientist), Anton Maes (huisarts/publicist), Gijs van Loef (healthcare system consultant), Marian Louppen (toezichthouder in de zorg), San Oei (orthopedisch chirurg), Roger Sorel (bestuurder geneesmiddelensector), Jan Terlouw (oud-politicus en bestuurder), Dick van der Zon (voormalig gemeenteaccountant).
Achtergrond leden Platform: Achtergrond leden Platform 10112018

SCP negeert Gezondheidszorg als belangrijkste maatschappelijke probleem

update 3/4/2018 – Het SCP vindt het niet nodig om bij de “Belangrijkste Bevindingen” (3 pagina’s) van haar Burgerperspectieven 1/2018 te melden dat de Gezondheids- en ouderenzorg veruit het belangrijkste onderwerp is van de Nationale Politieke Agenda.

Bron: Burgerperspectieven 1/2018

 

Zie verder: https://gijsvanloef.nl/2018/02/21/onbevredigend-antwoord-van-het-scp-kim-putters-de-zorgleugen/

Het Platform Betrouwbare Zorgcijfers doet een oproep aan de landelijke media

Een groep bezorgde burgers stelt vraagtekens bij de informatieverstrekking over het huidige gezondheidszorgbeleid. Wat zijn betrouwbare cijfers? Het is onduidelijk of het huidige systeem van de gezondheidszorg goed functioneert in termen van kwaliteit en kosten. Omdat de gezondheidszorg voor een belangrijk deel betaald wordt uit verplichte premieafdrachten, brengt het platform zijn verontrusting onder de aandacht en roept op tot een onafhankelijk onderzoek.

Platform Betrouwbare ZorgcijfersCorina Blankenstijn, Cock de Graaf, Sophie Hankes, Peter Harteloh, John Jacobs, Gijs van Loef, Marian Louppen, Anton Maes, San Oei, Roger Sorel, Jan Terlouw, Dick van der Zon

Achtergrond leden Platform 23062020

Document met de namen en achtergronden van alle leden van het Platform. Er zijn nieuwe leden bijgekomen sinds deze oproep.

———————————————————————————————————————————————————————-

Goede gezondheidszorg begint bij betrouwbare cijfers

De Nederlandse gezondheidszorg heeft een goede naam. Keer op keer bericht het nieuws dat we in Europa zelfs koploper zijn. Maar is dat wel terecht? Let wel, het gaat hier niet om de inzet van artsen en verpleegkundigen, maar om de kwaliteit van de zorg als geheel.

Als men op onderzoek uitgaat, komt men heel andere cijfers tegen. Cijfers die in elk geval suggereren dat de gezondheidszorg helemaal niet zo goed is als wel wordt beweerd. En dat het Nederlandse systeem bovendien erg duur is en op termijn zelfs onhoudbaar.

Deze cijfers, die zijn ontleend aan verschillende (internationale) onderzoeken, zijn voor ons aanleiding tot zorg. En als cijfers elkaar tegenspreken is er iets aan de hand. Iets dat nader onderzocht moet worden.

Als Platform Betrouwbare Zorgcijfers pleiten wij daarom voor onafhankelijk en waardevrij onderzoek naar de informatieverstrekking over de kwaliteit en kosten van de Nederlandse gezondheidszorg. Hierdoor wordt het beleid gebaseerd  op betrouwbare gegevens en cijfers. Ook de houdbaarheid en de draagkracht van het gezondheidssysteem wordt hiermee vergroot, en krijgt de Nederlandse samenleving nu en straks de best denkbare zorg voor het ingelegde premiegeld.

Het Platform stelt op basis van uitkomsten van nationaal en internationaal onderzoek vast:

  • Er zijn twee evaluaties uitgevoerd van de Zorgverzekeringswet (Zvw, het medische zorgstelsel) in 2009 en 2014. Tot en met 2014 zijn er op reguliere basis rapporten van het RIVM (Zorgbalans) en het SCP (De sociale staat van Nederland, een vast hoofdstuk) over het zorgstelsel verschenen. Sinds 2015 zijn er geen serieuze publicaties meer vanuit de overheid over het zorgstelsel gemaakt.
  • Men kan beredeneren dat de burger sinds 2007 steeds minder zorg voor zijn geld krijgt. Wij komen op een verslechtering van zo’n 44% over de periode van 2007 t/m 2017. (OESO Health at a Glance 2007 t/m 2017)
  • De kwaliteit van onze medische zorg gaat in vergelijking met andere moderne Europese landen achteruit, sinds de invoering van de gereguleerde marktwerking in 2006. (OESO Health at a Glance 2007 t/m 2017; ESB 1/2017)
  • Het zorgstelsel is niet transparant. (OESO Health Data Governance 2015)
  • Er is een verviervoudiging van het aantal meldingen bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg in de periode 2004 – 2016. (IGz/IGj)
  • Private zorgstelsels (met weinig centrale sturing/planning en veel marktwerking, zoals concurrentie tussen zorgverzekeraars en concurrentie tussen zorgverleners) zijn duurder dan Publieke Zorgstelsels (met meer centrale sturing en minder marktwerking).
  • De Levensverwachting bij geboorte is de belangrijkste en meest gebruikte specifieke indicator van ‘gezondheid’ in internationale publicaties over zorgstelsels. In 1980 had de Nederlander de op een na hoogste levensverwachting van de wereld en de hoogste in Europa. Nu is de levensverwachting in 6 moderne Europese landen hoger dan die in Nederland. (WHO e.a.)
  • Het verschil in gezonde levensverwachting tussen hoog en laag opgeleiden is bijna 20 jaar. Hoog opgeleiden leven zeven jaar langer dan laagopgeleiden. De sociaal-economische gezondheidsverschillen zijn zeer groot en er is geen verbetering. (J. Mackenbach, EUR)
  • Nederland heeft in vergelijking met de dertien andere moderne Europese landen een relatief jonge bevolking, dus de zorgkosten zouden relatief laag moeten zijn. Maar de zorgkosten behoren tot de hoogste van modern Europa. (OESO;CBS)
  • De Nederlandse bevolking is in meerderheid ontevreden over het eigen zorgstelsel en wil fundamentele veranderingen (54%). (Commonwealthfund 2017)
  • Organisaties als het SCP en het RIVM geven een te rooskleurig beeld van de werkelijkheid. (https://gijsvanloef.nl/2017/12/30/tendentieuze-berichtgeving-scp-over-de-gezondheidszorg/

https://gijsvanloef.nl/2017/09/10/onze-levensverwachting-2-het-rivm-persisteert-in-tendentieuze-berichtgeving/)

  • Het ministerie van VWS doet geen systematisch onderzoek naar de kwaliteit van het zorgstelsel, er wordt geen empirische basis opgebouwd. Er is geen tegenwicht voor de door belangen gedreven hype-achtige beeldvorming in de media.
  • Het geheel overziende lijkt er gebrek aan urgentiebesef bij het ministerie van VWS om het geheel echt goed in kaart te brengen.

Het Platform vindt dat dit overzicht meer dan voldoende aanleiding is om te pleiten voor een onafhankelijk onderzoek op basis van criteria die betekenis hebben voor de Nederlandse burger.

 

Onbevredigend antwoord van het SCP

update 3/4/2018 – Het SCP vindt het niet nodig om bij de “Belangrijkste Bevindingen” (3 pagina’s) van haar Burgerperspectieven 1/2018 te melden dat de Gezondheids- en ouderenzorg veruit het belangrijkste onderwerp is van de Nationale Politieke Agenda.

Op 21 februari jl. heeft het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) per mailwisseling geantwoord op gestelde vragen (zie pdf).Stellingen en vragen aan Kim Putters 09022018

Zie de eerdere blogs:

SCP 2
ESHPM 2
SCP 1

De mailwisseling geeft verwijzingen naar publicaties van het SCP, ZonMW, de NZa en ESHPM, maar geen bevredigende antwoorden.

Ook schept het SCP verwarring met de uitspraak dat ze (citaat) “geen onderzoekonderzoek doen naar het stelsel van gereguleerde werking en de doelmatigheid van het zorgstelsel. Het aandachtsgebied van het SCP is vooral de langdurige zorg en de informele zorg. De ziekenhuiszorg ligt buiten het aandachtsgebied van het SCP, omdat andere onderzoeksinstanties daar al veel onderzoek naar doen.” Dit is aantoonbaar onjuist. Eerdere SCP-publicaties uit 2011 en 2013 gaan in op de thematiek van medische zorgstelsel en de mening van de bevolking dienaangaande.

Sinds 2014 zijn er geen serieuze publicaties meer vanuit de overheid over het zorgstelsel, dus het SCP stuurt mij het bos in, waar niets te vinden is. Het spoor loopt dood. Vanaf dat moment is het louter de vermarketing van ons unieke zorgstelsel, exportproduct van de BV Holland, waar tientallen miljoenen worden uitgegeven aan pseudo-wetenschappelijke organisaties die de claim moeten onderbouwen. OmzetWaarde: 45 Miljard euro, op te hoesten door de mensen die daartoe wettelijk verplicht zijn en geacht worden consument te zijn van hun eigen zorgbehoefte. Is dit de ontmaskering van de zogenaamde heilzame marktwerking in de zorg?

 

Commentaar op advies TW Zorguitgaven

De Technische Werkgroep van rijksambtenaren (TW) heeft haar advies uitgebracht voor de kabinetsformatie: “Zorgen voor gezonde groei“.

bron: Zorgen voor gezonde groei

Haar advies voor de gehele zorg (Zvw, Wlz, Wmo, Jeugdzorg) is opgebouwd langs drie rode draden: 1. Gepast gebruik; 2. Zorg op de juiste plek: 3. Eenvoud en samenhang. Laten we op een andere, niet-ambtelijke manier kijken naar het inhoudelijke voorstel. Al was het maar om de discussies achter gesloten deuren te vergemakkelijken. Het gaat voor wat betreft het gehele pakket dat de TV de revue laat passeren voor meer dan 80% om maatregelen in de Zvw, de zorg van de gereguleerde marktwerking.

Het zwaartepunt van potentiële bezuinigingen ligt aan de aanbodzijde van de Zvw (45 miljard). Binnen hernieuwde zorgakkoorden met de sector is 1,2 miljard aan doelmatigheidswinst mogelijk door: a. standaardisatie dmv. minder praktijkvariatie, b. meer onderlinge samenwerking en c. focus op zinnige zorg (b. en c. betekenen samen impliciet: de patiënt wordt beter bediend) en 1 miljard aan besparingen door capaciteitsplanning van het zorgaanbod: verschuiving van de 2e naar de 1e lijn en concentratie van top specialistische zorg.

Voorgestelde aanvullende bezuinigingen worden ook binnen de aanbodzijde van de Zvw gehaald: 1,2 miljard aan doelmatigheidskortingen voor de Medisch Specialistische Zorg, de GGZ en de wijkverpleging.

Tot zover het mogelijke bezuinigingspakket op de publieke zorg, waarbij de rijksoverheid de regie pakt waar de zorgverzekeraars die kennelijk laten liggen.

Aan de vraagzijde is 1 miljard extra aan ‘inkomsten’ becijferd door het verhogen van het Eigen Risico in de Zvw met 110 euro. Een tweede miljard kan gevonden worden door te bezuinigingen op het verzekerde basispakket (Zvw): 0,6 miljard – in totaal kunnen de zorgverzekeraars dus 1,7 inboeken aan extra opbrengsten, dan wel besparingen op zorg – en nog 0,4 miljard kan gevonden worden buiten de Zvw.

Je kunt het ook zo zien. Enerzijds betreft het (voorgestelde) maatregelen die de kwaliteit zouden moeten verbeteren en wel op twee manieren: Verbetering van de  ‘doeltreffendheid van het zorgaanbod’, dit vergt bestuurlijke regie en dan gaat het om afspraken op het stelselniveau van de curatieve zorg (2e > 1e lijn; concentratie van topzorg), in termen van de rode draden: zorg op de juiste plek en eenvoud en samenhang en de bevordering van ‘gepast gebruik’: zinnige zorg, dus alleen behandelen wat nodig is en in overleg met de patiënt.

Anderzijds betreft het (voorgestelde) maatregelen die kwantitatief (dus puur financieel) zijn, bij gebrek aan beter kun je dit onder de noemer ‘doelmatigheid’ schuiven: in de eerste plaats het afknijpen van budgetten (MSZ, GGZ en wijkverpleging, de 1e lijn wordt ontzien) en volumebeperkingen (oftewel: kwantitatieve zorgplafonds) en in de tweede plaats het inkrimpen van het verzekerde basispakket (met kwalitatieve gevolgen).

De achterliggende vraag is natuurlijk altijd: wie draait voor de gevolgen op, wie krijgt er nu minder zorg? De werkgroep waarschuwt dat als de zorguitgaven niet harder mogen groeien dan het BBP er zelfs met een bestuurlijk akkoord extra maatregelen nodig zijn die resulteren in hogere individuele zorglasten voor de burger.

De TV constateert dat met name in de curatieve zorg ‘een nieuwe werkwijze van partijen wordt gevraagd’. Maar wat moeten wij ons daarbij voorstellen? Duidelijk is: Er moet meer worden samengewerkt. In een bijlage wijst men op de systeemverantwoordelijkheid van de overheid en worden aanpassingen van de structuur en mogelijkheden ter verbetering van de werking van de gereguleerde concurrentie/sturingsfilosofie opgesomd.

Het grote gevaar is, zie ook mijn eerder commentaar op de Agenda voor de Zorg, dat door om de hete brei heen te draaien het voorspelbare gevolg zal zijn: meer afspraken en regels dus meer bureaucratie, dus meer overhead en minder geld voor de zorgverlening zelf.

 

Figuur 1: De autonome groei van de totale zorgkosten vs. de groei van het BBP, zonder politiek-bestuurlijk ingrijpen

Figuur 3: De voorgestelde maatregelen (blauwe blokken), resulterend in een evenwichtige groei van de zorgkosten conform het BBP.