Vergrijzing in EU14: Nederland heeft jonge bevolking

Nederland heeft in vergelijking met de dertien andere moderne Europese landen een relatief jonge bevolking. Alleen van de Noren kun je zeggen dat ze minder ouderen hebben (65+; 80+). Bron: OECD http://stats.oecd.org/Index.aspx?DataSetCode=HEALTH_STAT# 

Zorguitgaven stijgen sterk met de leeftijd, volgens het RIVM:

http://www.eengezondernederland.nl/Heden_en_verleden/Zorg/Zorguitgaven_naar_leeftijd_en_ziektegroepen

NB: Er is geen relatie tussen zorgkosten en levensverwachting. Maar er is wèl een relatie tussen leeftijd en zorgkosten!

Levensverwachting; Zorgkosten %BNP; Publiek of Privaat

 

 

De drie variabelen en hun bron zijn:

  • Levensverwachting bij geboorte (gemiddelde van man en vrouw), OESO Health at a Glance 2016, cijfers van 2014;
  • Het % Bruto Nationaal Produkt van de totale zorgkosten (cure en care), OESO Health at a Glance 2016;
  • De benaming van het zorgstelsel volgens het CommonWealthFund, International Profiles of Health Care Systems 2017 (Niet genoemd worden Belgie, Finland, Oostenrijk, Portugal en Spanje. Ik beschouw de zorgstelsels van deze vijf landen als publieke zorgstelsels, dus National Health Care Systems. NB Zwitserland heeft een Mandatory Health Insurance System)

Wat opvalt:

    • Er is ogenschijnlijk geen verband tussen het %BNP en de levensverwachting
    • De landen met een Statutory Health Insurance System geven meer geld uit aan de zorg dan landen met een National Health Care System. Er is een duidelijk verband: Private zorgstelsels zijn duurder dan Publieke Zorgstelsels. 
    • Nederland is de beste in de groep landen met een levensverwachting tussen 81 en 82 jaar, met gepaste afstand tot de zes landen met een hogere levensverwachting dan 82 jaar, dit is gevisualiseerd met de opzet van de tabel

Onze Levensverwachting (2): het RIVM persisteert in tendentieuze berichtgeving

181 views

update 16/9/2017 – Het RIVM heeft een update gemaakt. De levensverwachting van de Nederlandse man is met 0,1 jaar gedaald naar 79,9, de levensverwachting van de vrouw is gedaald naar 83,2. Het zijn cijfers van 2015.

Een jaar geleden publiceerde ik de blog Onze Levensverwachting: hoog of laag in Europees opzicht?!https://gijsvanloef.nl/2016/09/27/levensverwachting-nederlander-hoog-of-laag-in-europa/ ) De conclusie was: 1) Bij de presentatie van de vergelijking van de levensverwachting in de EU-landen ontbreken twee landen die een zeer hoge levensverwachting hebben: Zwitserland en Noorwegen, dit vertekent het beeld waardoor de Nederlandse levensverwachting beter lijkt dan ze is; 2) Nederland moet vergeleken worden met de andere ‘moderne’ Europese landen (zeg maar: ten westen van het oude IJzeren Gordijn), dat is zuiverder dan een vergelijking met heel Europa (zeg maar: tot aan Rusland, het versnipperde Oost-Europa meegeteld). Dit tweede punt is een uitgangspunt van alle analyses op mijn website. Het RIVM werd door mij geattendeerd op deze tendentieuze berichtgeving.

(1) Eerste indruk

Welnu, we zijn een jaartje verder en zowaar… Zwitserland en Noorwegen staan nu wel in de ranglijst. Boven Nederland, dat wel, dus Nederland is twee plaatsen gezakt op de ranglijst. Toevallig kwam ik er zondag achter.
Levensverwachting bij geboorte in de Europese Unie

(2) Bij nader inzien – De toelichtende tekst aan de rechterzijde van de grafiek is ongewijzigd, zowel bij de man als de vrouw en dat is toch raar. Dit zou een eerlijkere boodschap zijn:

Want als we gaan rekenen ontstaat opnieuw de indruk dat het RIVM het nog steeds niet zo nauw neemt met de waarheid. De Nederlandse vrouw komt er weer bekaaid van af. Waarom zegt het RIVM opnieuw: “De levensverwachting bij geboorte voor Nederlandse vrouwen is ongeveer gelijk aan het EU-gemiddelde van 83,6 jaar (EU28)”? De Nederlandse vrouw heeft een levensverwachting van 83, 5 jaar. Van de 14 moderne Europese landen zijn er maar twee waar de levensverwachting van de vrouw nog lager ligt dan in Nederland: Engeland/UK (83,2) en Denemarken (82,8). In Spanje (86,2), Frankrijk (86,0), Italie (85,6), Zwitserland (85,4), Portugal (84,4), Zweden (84,2), Noorwegen (84,2), Finland (84,1), Oostenrijk (84,0), Belgie (83,9) en Duitsland (83,6) heeft de vrouw bij geboorte een hogere levensverwachting dan de onze en het gemiddelde van de EU14 (met Nederland daarbij) is 84,36 jaar. Met andere woorden: De Nederlandse vrouw leeft bijna een jaar korter dan de gemiddelde vrouw in modern Europa. Hoezo: “Levensverwachting Nederlandse vrouw gemiddeld in de EU?” Als je als RIVM constateert dat er “een groot verschil is tussen de oude en de nieuwe EU-landen”, waarom zeg je dat dan ook niet in de HEADERS van je berichtgeving?

Maar ook de berichtgeving over de Nederlandse man blijft discutabel. Reken maar na: Met een levensverwachting van 80 jaar (16/9: correctie: 79,9 jaar) wordt de man 0,5 jaar (16/9: correctie: 0,4 jaar) ouder dan de gemiddelde man in de EU14 (79,5 jaar), dus die “twee jaar hoger” blijft de lezer op het verkeerde been zetten want dan reken je de mannelijke levensverwachting in landen als Roemenie, Bulgarije, Letland en Litouwen – die rond de 70 jaar is – mee om tot het EU-gemiddelde te komen (EU28). Dat de Nederlandse man een van de hoogste levensverwachtingen in die grote EU heeft klopt op zich wel, er zijn maar 5 landen die beter presteren (Zwitserland, Italie, Spanje, Zweden en Noorwegen; Zwitserland en Noorwegen horen niet bij de EU), maar je kunt ook zeggen dat de Nederlandse man in vijf andere moderne Europese landen een hogere levensverwachting heeft dan in Nederland.

(3) Duik in onderbouwing van de statistiek

  • Waarom ontbreken de cijfers van onze mannen en vrouwen in het laatste jaar (2014) van de grafieken ‘Trend in levensverwachting in de Europese Unie, mannen/vrouwen’?
  • Waarom is het cijfer van 2013 van de man (79,5 jaar, zie het printscreen bij het item van vorig jaar, hier opnieuw weergegeven, met excuses voor de slechte kwaliteit) nu opgehoogd/gecorrigeerd naar 79,7 jaar?

 

Zorgstelselranglijsten

update 26/10/2017 – De oudste mij bekende diskwalificatie/ontmaskering van de EHCI-index staat in the British Medical Journal: http://blogs.bmj.com/bmj/2016/02/09/what-if-anything-does-the-eurohealth-consumer-index-actually-tell-us/ (feb. 2016). Tevens kwam ik op het spoor van The Lancethttp://www.thelancet.com/cms/attachment/2094714513/2077254606/gr2a_lrg.jpg , maar dit is een eerste lijst (geen jaarreeks). De analyse en conclusie m.b.t. zorgstelselranglijsten blijft onverkort geldig.

 

April vorig jaar berichtte ik hier over EHCI-zorgstelselranglijst van het European Consumer Powerhouse met de kop ‘Big Pharma betaalt voor European Health Consumer Index (met toppositie Nederland)’. Uit mijn blogs en publicaties kan worden opgemaakt dat ik vanaf dat moment zeer kritisch ben geworden op de kwaliteit/betrouwbaarheid/relevantie van de EHCI.

In september 2016 veranderde ik de inleiding van het veelgelezen essay ‘De Cure onder het mes’ van november 2015 (zie o.a.https://www.skipr.nl/blogs/id2469-een-patientgeorienteerd-zorgstelsel.html ) als volgt: Ons is lang voorgehouden dat onze gezondheidszorg excelleert door de combinatie van toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid. Volgens de Euro Health Consumer Index zou ze het beste van Europa zijn: Het is gewoon niet waar. 

update 27/7/2018 – Nog steeds toont de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) het fake-news in het rapport ‘Kwaliteit op de kaart’ uit 2014 (?). bron: https://www.nvz-ziekenhuizen.nl/over-de-branche/rapport-kwaliteit-op-de-kaart/ 

Een maand later (oktober 2016) verscheen het rapport ‘De Zorgstelselcompetitie’ van de RVS en RIVM waarin een vergelijking wordt gemaakt van 5 zorgstelselranglijsten: de genoemde EHCI en de ranglijsten van de Europese Commissie (EC), Bloomberg, het CommonWealthFund (CMWF) en de OESO. Het rapport bevestigde mijn opvatting dat de EHCI ondeugdelijk is.

In december 2016 verschijnt een kritische beschouwing op Follow The Money: https://www.ftm.nl/artikelen/hoe-zinnig-zijn-internationale-zorgvergelijkingen-eigenlijk-echt

We zijn inmiddels bijna een jaar verder. Een goed moment om er nog eens in te duiken. Ik heb het rapport van oktober 2016 samengevat door de tekstblokken die expliciet over deze 5 Zorgstelselranglijsten gaan te kopiëren in onderstaand tekstdocument. Tevens heb ik een compacte weergave gemaakt in de onderstaande tabel, waarbij soms verwezen wordt naar het tekstdocument. Dit is dus geen nieuws. Maar het lijkt me niet verkeerd om nu een paar heldere lijnen te trekken. Immers, er komen weer nieuwe zorgranglijsten van deze (en wellicht andere?) instituties aan.

 

 

 

 

In essentie komt het oordeel van het Zorgstelselcompetitie rapport op het volgende neer:

Ondeugdelijke Zorgstelselranglijsten zijn: de EHCI en Bloomberg. Hier hoeven we het nooit meer over te hebben.

Een twijfelgeval is de Zorgstelselranglijst van de Europese Commissie: wetenschappelijk, maar volgens de auteurs te gesimplificeerd. Een probleem is ook dat bij EU-analyses 2 landen ontbreken die niet tot de EU behoren maar zonder enige twijfel wel tot de top van Europa: Noorwegen en Zwitserland.

Er zijn twee kwalitatief goede en wetenschappelijk gefundeerde Zorgstelselranglijsten: van de OESO en het CommonWealthFund. Het nadeel van het CMWF is echter dat slechts 7 moderne Europese landen worden beoordeeld, waardoor het niet mogelijk is een ranglijst van 14  ‘moderne’ Europese landen te maken – zoals ik heb kunnen doen o.b.v. de OESO – en de ranglijst wordt niet jaarlijks bijgewerkt. De OESO is compleet en wordt jaarlijks bijgewerkt. Ik zet de OESO daarom op de 1e plaats.

 

 

Samenvatting ZORGSTELSELCOMPETITIE

NB Er is mij nog een andere Zorgstelselranglijst bekend, de Legatum Prosperity Index met ‘Health’ als een subindex. Deze is meegenomen in bovenstaande tabel

Links:

http://www.commonwealthfund.org/publications/fund-reports/2014/jun/mirror-mirror

http://www.commonwealthfund.org/~/media/files/publications/fund-report/2017/may/mossialos_intl_profiles_v5.pdf?la=en

(een recente uitgebreide kwalitatieve vergelijking van 19 landen, waaronder 9 moderne Europese landen)

http://www.oecd.org/els/health-systems/health-data.htm

https://www.bloomberg.com/news/articles/2017-03-20/italy-s-struggling-economy-has-world-s-healthiest-people

https://www.bloomberg.com/news/articles/2016-09-29/u-s-health-care-system-ranks-as-one-of-the-least-efficient

http://www.healthpowerhouse.com/

http://www.prosperity.com/rankings

EC 2015 Efficiency Health Systems

Publicatie van The Guardian:

https://www.theguardian.com/society/2016/feb/09/which-country-has-worlds-best-healthcare-system-this-is-the-nhs

Kosten versus Kwaliteit van de marktgedreven curatieve zorg (ESB)

update 29 november – Reactie van Dr. Peter Harteloh (arts-onderzoeker CBS): “Ik heb je resultaten bekeken en onderschrijf deze: de kwaliteit loopt terug en de kosten nemen toe.
Het is in overeenstemming met geluiden uit het veld, maar niet met het beeld dat de politiek bevalt.”

update 19 april – Contact met CBS. Bevestiging dat dit onderzoek relevant is en dat er nog geen onderzoek naar gedaan is. Bevestiging dat de internationaal vergelijkbare data pas sinds een jaar of 10 beschikbaar zijn en dat een dergelijk onderzoek daardoor nu pas mogelijk is geworden. Het gebruik van een medische controlegroep om te bepalen wat relevante medische outputindicatoren zijn is een goede aanpak. Men zal binnenkort inhoudelijk regeren. Tevens contact met CPB. Bevestiging dat er nog nader gekeken wordt naar het onderzoek. Melding van mijn kant dat er ook direct contact met CBS is.
update 5 april – Contact met CBS. Binnen 2 tot 4 weken kan ik een reactie verwachten op dit onderzoek en de onderzoeksmethode. Men onderkent de relevantie en bevestigd mijn stelling dat er pas sinds circa 10 jaar (OESO-)data beschikbaar zijn waardoor dit soort longitudinaal onderzoek over een reeks van jaren nu pas goed mogelijk is.

update 23 maart – De conclusie uit het ESB-artikel staat voorlopig recht overeind na een eerste afstemmingsronde met CPB en CBS: “Samenvattend, sinds de invoering van het systeem van gereguleerde marktwerking is de kwaliteit van de medische zorg in internationaal perspectief verslechterd, terwijl de kosten juist disproportioneel zijn gestegen.” 

Het CPB heeft op een tweetal wijzigingen rond 2013 gewezen in de Nederlandse situatie die op het eerste oog ongunstig lijken voor de score van Nederland in de internationale vergelijking. Maar bij eliminatie van deze twee voor Nederland ongunstige veranderingen in 2013 en 2014 (verplichte herregistratie van verpleegkundigen, zie: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2016/11/minder-geregistreerde-verpleegkundigen en de overgang  van handmatige op automatische codering dat een negatief effect heeftop de stroke mortality rate; zie https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2017/06/veranderingen-in-de-doodsoorzakenstatistiek-2013-2015 en verder, hierover is nader contact geweest met auteurs van het CBS) blijkt het totaalbeeld zelfs minder gunstig voor Nederland uit te komen dan in de oorspronkelijk tabel die als Figuur 1. gepubliceerd is in het ESB-artikel van januari 2017. Dit geeft het volgende beeld bij het weglaten van de data voor 2014 (OESO 2016):

Indien de twee indicatoren practising nurses per 1000 en stroke mortality rate geheel uit de longitudinale reeks geëlimineerd worden (de kwaliteitsindicatoren gaan van 13 naar 11) is dit het beeld:

In het kort
▶ Nederland heeft relatief dure zorg van middelmatige kwaliteit.
▶ Dat komt omdat het huidige stelsel omzet beloont in plaats van zorgkwaliteit.
▶ Een nieuw stelsel dat start bij samenwerking tussen professionals en dat de patiënt centraal stelt, is nodig.

Lees hier het artikel uit het januarinummer van ESB (pdf): vanloef-leijten-esb4745-026-029

Lees hier her artikel op de website van ESB: https://www.esb.nu/esb/20022201/zorgstelsel-op-basis-van-samenwerking-stelt-patient-centraal

 

Figuur 1 uit het artikel:

esb-figuur-1-06012017

De oude figuur, eerder gepubliceerd:kosten-kwaliteit-grafiek-30122016

 

 

Kwaliteit Medische Zorg 14 EU-landen 2016: Nederland 8e plaats (OESO) (5)

update 24/3/2017: tabellen zijn gekalibreerd

Wat zijn Nederlandse medische zorgprestaties in internationaal vergelijkend perspectief? Deze vraag is een maand geleden gesteld aan 12 artsen, werkzaam in de 1e, 2e en 3e lijn (de medische controlegroep). Op basis van  de gegevens van de OESO is een tabel opgesteld met 33 kwaliteitsindicatoren en deze tabel is aan de medische controlegroep voorgelegd. Op basis van de reacties uit de controlegroep zijn drie indicatoren geschrapt, de hier gepubliceerde tabel bestaat uit 30 kwaliteitsindicatoren. De onderzoeksmethodiek borduurt voort op de eerdere publicaties (1), (2), (3) en (4).

oecd_logo

De indicator ‘Levensverwachting bij geboorte’is de internationaal meest gehanteerde indicator en mag niet ontbreken, evenals de waardering van de eigen gezondheid. Er is verder gezocht naar en geselecteerd op indicatoren die daadwerkelijk iets zeggen over de kans op doodgaan aan een ziekte, of de overlevingskans (13 indicatoren). Ook is een drietal aanbodindicatoren geselecteerd (aantal artsen, aantal verpleegkundigen, aantal apothekers). Twee indicatoren betreffen inenteningsprogramma’s voor kleine kinderen en ouderen. De tien overige indicatoren worden door de medici ook als relevant beschouwd. In totaliteit ontstaat een robuust beeld van aantoonbare curatieve gezondheidskwaliteit van een land.

life-expectancy-health-spending-per-capita-toelichting-20092016

Gekozen is voor een selectie van de 14 ‘moderne’ Europese landen met een minimale bevolkingsomvang van 5 miljoen inwoners. De overweging is dat zo’n selectie zinvoller is dan de gebruikelijke vergelijking met de OESO-landen in totaliteit. Dit zijn 14 moderne Europese landen die een gedeelde politiek-democratische, sociaal-economische en technologische ontwikkeling doormaken, waardoor de vergelijkbaarheid toeneemt. Het betreft de landen België, Denemarken, Duitsland, Engeland (UK), Frankrijk, Finland, Italië, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Zweden en Zwitserland. Van deze 14 landen zijn data beschikbaar in de periodieke (jaarlijkse) OECD Health at a Glance rapportages die online raadpleegbaar zijn. Zie http://www.oecd-ilibrary.org/social-issues-migration-health/health-at-a-glance-europe-2016_9789264265592-en

De  OESO-tabel scores van de 14 landen zijn omgezet in punten: 1 punt voor het land met de beste score, 14 punten voor het land met de slechtste score. De scores op alle 30 indicatoren zijn opgeteld en gedeeld door 30, dit is de gemiddelde score per land. De gemiddelde score per land is vertaald naar de eindpositie: het land met de hoogste kwaliteit heeft de laagste score, het land met de laagste kwaliteit heeft de hoogste score. In de tabel staat Nederland op een 9e plaats (update 24/3/2017, de tabel is ‘gekalibreerd’ door bij ontbrekende data de scores van de andere landen van 1 tot en met 14 uit de middelen, dit is zuiverder):

 

Bron: OECD Health at a Glance 2016 http://www.oecd-ilibrary.org/social-issues-migration-health/health-at-a-glance-europe-2016_9789264265592-en Organ Donationhttp://public.tableau.com/views/BOTnet/OrganDonorMap?:embed=y&:toolbar=no&:display_count=yes&:showVizHome=no#2

update 27/1/2017 – Er is specifieke kritiek op het gebruik van een tweetal Supply-indicatoren: het aantal artsen per 1000 en apothekers per 1000. Als we deze twee indicatoren elimineren komt Nederland gunstiger naar voren, een zesde plaats op de ranglijst (update 24/3/2017, de tabel is gekalibreerd). Er zijn een aantal verschuivingen die het volgende totaalbeeld opleveren:

 

4. Kwaliteit Medische Zorg gedaald tov. ‘modern Europees’ gemiddelde van 2007 > 2016

On request translation in English can be made – Data retrieved from OECD Health at a Glance, 2007, 2009, 2011, 2013, 2015, 2016. Published in ESB 1/2017.

update 23 maart – De conclusie uit het ESB-artikel staat recht overeind na een eerste afstemmingsronde met CPB en CBS: Samenvattend, sinds de invoering van het systeem van gereguleerde marktwerking is de kwaliteit van de medische zorg in internationaal perspectief verslechterd, terwijl de kosten juist disproportioneel zijn gestegen.

 

Hoe ontwikkelen Nederlandse medische zorgprestaties zich in internationaal vergelijkend perspectief?  

Gekozen is voor een selectie van de 14 ‘moderne’ Europese landen met een minimale bevolkingsomvang van 5 miljoen inwoners. De overweging is dat zo’n selectie zinvoller is dan de gebruikelijke vergelijking met de OECD-landen in totaliteit. Dit zijn 14 moderne Europese landen die een gedeelde politiek-democratische, sociaal-economische en technologische ontwikkeling doormaken, waardoor de vergelijkbaarheid toeneemt. Het betreft de landen België, Denemarken, Duitsland, Engeland (UK), Frankrijk, Finland, Italië, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Zweden en Zwitserland. Van deze 14 landen zijn data beschikbaar in de periodieke (jaarlijkse) OECD Health at a Glance rapportages die online raadpleegbaar zijn. In 2007 waren van Belgie nog maar 7 van de 13 indicatoren bekend. Desalniettemin is Belgie meegenomen in de tabel.

Selectie van indicatoren van medische kwaliteit

Op basis van de online tabellen van OESO Health at a Glance is een selectie gemaakt van bruikbare kwaliteitsindicatoren.  Daarbij is als volgt te werk gegaan:

  • Indicatoren komen in alle opeenvolgende OESO rapportages voor (in 2007 was er een veel beperktere verzameling indicatoren dan in 2016)
  • uitsluitend selectie van indicatoren met data van minimaal 12 van de 14 moderne EU-landen
  • selectie van indicatoren die daadwerkelijk iets zeggen over kwaliteit (zoals mortality ratescancer survivalavoidable hospital admissions )
  • Non-medical determinants of health (zoals smoking, alcohol consumption en overweight and obesity) zijn uiteraard van invloed, maar niet meegenomen in de vergelijking.

Aldus is een tabel samengesteld onderverdeeld in vier clusters: Absolute healthHealth SuppliersHealth Status en Quality of Care.

De OESO-tabel scores van de 14 landen zijn omgezet in punten: 1 punt voor het land met de beste score, 14 punten voor het land met de slechtste score. De scores op alle 13 indicatoren zijn opgeteld en gedeeld door 13, dit is de gemiddelde score per land. De gemiddelde score per land is vertaald naar de eindpositie: het land met de hoogste kwaliteit heeft de laagste score, het land met de laagste kwaliteit heeft de hoogste score. De tabel is hier als (onleesbaar) plaatje weergegeven en als apart document bijgevoegd.

Nederland is in de afgelopen drie jaar gezakt op de ranglijst (update 24/3/2017:  de tabel is ‘gekalibreerd’ door bij ontbrekende data de scores van de andere landen van 1 tot en met 14 uit de middelen, het is de basis van Figuur 1. in de ESB-publicatie).