Categorie archief: rijksoverheid
We haten de overheid heimelijk allemaal
Overpeinzing bij de VLUCHTELINGENCRISIS – De overheid moet handelen, de politiek schakelt noodgedwongen over op het kritische, oplossing zoekende brein voor de korte en lange termijn.
Oud-premier Lubbers zou ooit gezegd hebben: “We hebben allemaal een ding gemeen en dat is dat we allemaal een hekel aan de overheid hebben.” Hebben we allemaal een hekel aan de overheid, enkele uitzonderingen wellicht daargelaten, zoals immigranten en de 2% die lid is van een politieke partij? En hoe is deze weerzin tegen de overheid bij burgers èn ambtenaren dan te verklaren? Heeft het mischien te maken met een gebrek aan geloofwaardigheid van de overheid? Want hoe is het toch mogelijk dat de Nationale Ombudsman bij het PGB-debacle voor de zoveelste maal constateert dat de politiek de uitvoering en de ICT-aspecten zwaar heeft onderschat? Dat wisten we toch al, we hebben dit toch zien aankomen? Waarom loopt het dan weer mis? Hoe is het toch mogelijk dat onze politici de publieke sector zo schromelijk verwaarlozen?
Ik kom tot de volgende verklaring. Mensen functioneren op twee bewustzijnsnivo’s. In de basisstand domineert het oppervlakkige bewustzijn, het stelt ons in staat om snel te oordelen en te handelen (1). Indien nodig activeren we het kritische, nadenkende bewustzijn, dat ons in staat stelt om tot logisch samenhangende en doordachte inzichten te komen (2). De werking van het snelle en het kritische bewustzijn zijn door Daniel Kahneman als de two systems beschreven in zijn meesterwerk Thinking, Fast and Slow .
het snelle, uitgesproken brein
In ons alledaags denken en handelen staat het brein in de snelle basisstand. Het snelle brein beantwoordt de vraag die opiniepeilers stellen: waar gaat u op stemmen? Maar of dat ook zo is? In het snelle brein is democratie een kwestie van vierjaarlijks verkiezingen en dan kiezen we wie ons mag vertegenwoordigen en besturen. De politiek beslist, wetten worden aangenomen en de overheid voert deze wetten uit. Het snelle brein stelt ons in staat politiek correct te zijn als de sociale situatie daar om vraagt. Overheidscommunicatie richt zich op het snelle brein: “Dat soort vragen, daar is UWV voor. Kijk op uwv.nl. Je krijgt er duidelijke antwoorden, waarmee je verder kan”.
Politici zijn getraind in het werken met het snelle brein. Budgettaire kaders en positieve mediacommunicatie zijn bouwstenen voor het brein. Met prijsuitreikingen huldigen politici ambtenaren en best practices in het publieke domein en ze geven daarmee de boodschap af dat de politiek zich bekommert om de overheid. Mediatraining is voor elke politicus een conditio sine qua non. In het tijdperk van de social media is er altijd wel ergens brand: “Minister, wat vindt u hier nu van?” Het snelle politieke brein moet PowNed van repliek kunnen dienen.
het kritische, beschouwende brein
Het kritische brein wordt geactiveerd bij het verschijnen van rapporten van de Algemene Rekenkamer, de Nationale Ombudsman en bij Parlementaire enquêtes. Men neemt, als is het vluchtig, kennis van de belangrijkste, noodzakelijkerwijs scherp geformuleerde conclusies. Wie het interesseert verdiept zich in het onderzoek en de aanbevelingen. Nu moeten politici op hun tellen passen, er worden moeilijke vragen gesteld. De externe communicatie wordt grondig voor geëxerceerd. Men belooft beterschap, ja er worden al maatregelen getroffen om herhaling te voorkomen. In de media verschijnen deskundigen, iedereen doet zijn plas en de leercyclus is rond.
Als mensen in hun kritische bewustzijnsstand zitten realiseren ze zich dat de overheid complex is en dat er bij de uitvoering van taken veel komt kijken. Het gaat dan om de bedrijfsvoering, de noodzaak van ketensamenwerking en Good governance. Nu wordt het ingewikkeld, politici en het grote publiek haken af. In het volhardende kritische brein weten we dat de politiek deze complexiteit niet aan kan en er ook niet aan wil. Vrijwel alle politici opereren vanuit de snelle bewustzijnsmodus en zijn getraind in het ontwijken van lastige vragen die het dieperliggende bewustzijn triggeren. Hier zien we Rutte’s meesterschap.
Het kritische bewustzijn wordt getriggerd als de eigen wettelijke rechten in het geding zijn. Dan slaan we alarm en dienen een bezwaarschrift in. Desnoods stappen we naar de rechter.
5,5 Miljoen mensen hebben de afgelopen dagen van de Belastingdienst twee brieven na elkaar ontvangen. In de eerste brief staat het bedrag van de aanslag inkomstenbelasting van 2014. In de tweede brief staat dat we vier maanden uitstel van betaling hebben. Als je precies wilt weten wat dit betekent en of je wellicht toch invorderingsrente moet betalen kun je doorklikken op een link. Waarom krijgen we twee brieven plus een link voor de aanslag van de inkomstenbelasting, waarom niet één brief? Omdat het belastingsysteem het niet aankan. Het is te complex, er zijn meerdere systemen en er moet rekening worden gehouden met uitzonderingen. Zo maak je geen vrienden. Temeer daar diezelfde Belastingdienst mensen en bedrijven voortdurend met haar eigen interne problemen opzadelt. We kunnen het niet leuker maken, wel gemakkelijker (?).
De decentralisatie van hulp- en zorgtaken naar de gemeenten illustreert de slordige manier van werken bij de overheid. De kritische beschouwer denkt de dat hele operatie ingegeven is door bezuinigingen en het onvermogen om taken op centraal niveau goed te regelen en dat het verhaal van de participatiesamenleving er later bij verzonnen is. Over het beëindigen van de huishoudelijke hulp door individuele gemeenten worden nu verschillende rechtszaken gevoerd. De burger zoekt het voortaan zelf maar uit.
De marktwerking in de publieke domein is een ander, treffend voorbeeld van een falende centrale overheid die haar problemen over de schutting kiepert. De markt zou uitvoerende taken beter èn goedkoper doen dan de overheid. Maar beide claims, de markt doet het beter en de markt doet het goedkoper, zijn nog nooit bewezen. In 2013 concludeerde de TU Delft wel dat het nederlandse spoor na de opsplitsing minder efficiënt is geworden en dat de productiviteit van het spoor is gedaald.
Als niet direct het eigen belang meespeelt loopt de individuele kritische houding stuk op institutionele muren. Het raadgevend referendum is net bij wet geregeld. Maar de Tweede Kamer heeft geen oor naar een adviserend referendum over de manier waarop Nederland besluiten neemt in haar relatie tot de EU.
Steeds als we moeite doen om kritisch na te denken over het functioneren van de overheid (en de politiek) stuiten we op een geloofwaardigheidsprobleem. Er zijn zoveel voorbeelden te geven, denk bijvoorbeeld aan de aanpak van de topinkomens in de publieke sector. En men heeft de mond vol van integriteit. Maar politici die door de mand vallen (en daar moet heel wat voor gebeuren, zie staatssecretaris Martin van Rijn), krijgen na verloop van tijd toch weer een exclusief baantje toegeschoven. Geen wonder dat het vertrouwen in de overheid helemaal weg is. Landelijke politici zijn er klaarblijkelijk niet voor ons, ze zijn tegen ons. Het zijn de wachters van de overheid.
Natuurlijk, het individu beschikt over mogelijkheden om vermeend onrecht aan te vechten. Hij kan een bezwaarschrift indienen en desnoods naar de rechter stappen. Het gaat hier om de vraag wat de mens denkt en voelt. Emoties zijn onderdeel van het snelle brein. De individuele mens voelt zich machteloos tegenover een almachtige staat, die ongeloofwaardig en onbetrouwbaar is. Hoe reageert het emotionele brein hier op? In het openbaar houden we de overheid te vriend. Maar heimelijk haten we diezelfde overheid.
Dat is waar Lubbers op doelde.
Column op Z24.nl: Waarom we een hekel hebben aan de overheid
Tunnelvisie in de politiek: Het kan anders!
Rutte-2 verliest zijn meerderheid in de senaat. De kranten koppen: Rutte krijgt het moeilijk. Het is de day after . Het politieke mediacircus hield heel even – een dag – de adem in. En het barst weer los. Zoals altijd. Het is weer paniek in de polder. Is Nederland nu onregeerbaar?
Laten we dit moment gebruiken voor bezinning.
Laten we voor even… anders denken.
Laat Rutte-2 de resterende twee jaar geen beleid meer maken. Geen wetten meer! Goed, alleen hoogst noodzakelijke wetten dan, om ervoor te zorgen dat de boel kan blijven draaien. Maar alsjeblieft geen zaken meer die de overbelaste overheidsbureaucratie nog dieper in de shit brengen. Er gaat zo ontzettend veel fout. Een greep uit een stroom van kleinere incidenten, het afgelopen jaar.
De betaling van hulpverleners door de SVB – De DUO stuurt ten onrechte deurwaarders naar 10.000 MBO studenten – Onterechte verkeersboetes door falende trajectcontroles – Corruptie bij de politie bij de aanbesteding en inkoop van wagens en pistool – Bij Defensie, containerdiefstal, roestende helicopters, chroomvergiftiging, de lijst is eindeloos – Onjuiste belastingaanslagen – Een subsidieregeling voor windmolens die de duurzaamheid afbreekt – De spoorwegenellende, dag in dag uit – Falende ICT-projecten – Valse autokentekenplaten van zware criminelen, waar de politie jaren niets aan doet –
Laat Rutte-2 de resterende twee jaar gebruiken om de krakkemikkige uitvoering van de taken, die ze zichzelf heeft opgelegd, iets minder krakkemikkig te maken. Die drie decentralisaties alleen al. En onze politie. En onze belastingdienst, maak die in elk geval klaar voor de toekomst, als het nieuwe belastingstelsel wordt ingevoerd. Zorg dat dit allemaal werkelijk goed geregeld wordt. Parlementen, wees daarbij behulpzaam en probeer uw scoringsdrift te beteugelen. U heeft een plicht: De meerderheid van de bevolking heeft weinig of geen vertrouwen in de overheid, neem dan ook uw controlerende rol als volksvertegenwoordiger!
De zwijgende meerderheid heeft gisteren bij de provinciale statenverkiezingen niet gestemd. Zij hadden daarvoor een reden. De minderheid die zijn stem wel heeft uitgebracht, had ook een reden. De media hebben er in ieder geval een landelijk politiek machtsvraagstuk van gemaakt.
Iedereen weet dat er een regering zit die er alles aan zal doen om de rit uit te blijven zitten. Probeer nu eens niet langs politieke lijnen te denken, maar denk nu eens als volgt.
De regering is verantwoordelijk voor een goed functionerende publieke sector. Dat wil iedereen toch: de VVD, de PvdA en de gehele oppositie. Geen politieke partij wil dat de overheid niet goed functioneert. De helft van ons bruto nationaal product stroomt ieder jaar in euro’s door de publieke sector. Iedereen betaalt daar aan mee, of dat nu wel of niet in (belasting )geld wordt uitgedrukt. Een goed functionerende overheid willen we toch werkelijk allemaal.
We moeten zeggen: regering, neem uw verantwoordelijkheid!
Wij, de Nederlanders, eisen dat de publieke sector goed functioneert!
Nu richt ik mij tot de landelijke politiek:
Zou u willen meewerken, zou u anders willen denken?
En doen?
En media, oud en nieuw, zou u dit willen faciliteren?
Kunnen we afspreken dat we twee jaar met elkaar de mouwen opstropen?
Om er samen sterker uit te komen?
Staatstoezicht op de Mijnen?
Het falen van de oudste toezichthouder van Nederland, Staatstoezicht op de Mijnen, legt de vinger op een structureel probleem: het overheidstoezicht op het naleven van de regels in marktsectoren schiet tekort. We hebben de afgelopen jaren veel voorbeelden van falend overheidstoezicht gezien: in de financiele sectoren, in de woningcorporatiesector, in de sector van het hoger onderwijs, bij de petrochemie (Chemiepack), bij de NZA (interne problemen), in de vleeshandel (paardenvlees).
Maar het volledig verzaken van de toezichtrol door Staatstoezicht op de Mijnen slaat alles. De Mijnwet van 1810 is de oudste Nederlandse wet. Het Staatstoezicht op de Mijnen werd in hetzelfde jaar opgericht. Staatstoezicht op de Mijnen houdt onafhankelijk toezicht op de mijnbouw en het transport van gas, zodanig dat het op een maatschappelijk verantwoorde wijze wordt uitgevoerd.
Enkele feiten: In 1972 blijkt uit onderzoek van de NAM dat Groningen tot maximaal 1 meter verzakt in 2050 (de Volkskrant, 18 feb.). In december 1986 is er een aardbeving met de kracht van 3.0 (schaal van Richter) in Assen. Sindsdien zijn er 1000 aardbevingen in het noorden geregistreerd.
In 2002 werd de stokoude wetgeving vernieuwd en gebundeld in de nieuwe Mijnbouwwet en het Mijnbouwbesluit met uitvoeringsbepalingen. De nieuwe mijnbouwwet verplicht de concessiehouder een winningsplan op te stellen met een kaart van de te verwachten bodemdaling en deze bodembeweging ook te meten, op een zorgvuldige en betrouwbare wijze en hierover te rapporteren. Het Staatstoezicht op de Mijnen heeft als toezichthouder de taak ervoor te zorgen dat dit ook gebeurd.
Zes jaar later, in 2008, stelt de Technische commissie bodembeweging (adviesorgaan van de minister van EZ, art. 35 Mijnbouwwet) dat er ‘Betere meetnetten voor bodemdaling nodig zijn’.
Het Staatstoezicht op de Mijnen stelt in het Jaarverslag 2009 vast dat (citaat) ‘de veiligheid van de delfstofwinning in Nederland op een hoog niveau ligt. De hoge veiligheidsstandaard is te danken aan een goede risicobeheersing. De oliemaatschappijen hebben voor al hun activiteiten de risico’s in kaart gebracht en maatregelen genomen om die risico’s in te dammen. Daarbij werken ze volgens het principe van continue verbetering. Voortdurend kijken ze of een bepaald proces nog veiliger kan worden ingericht. Staatstoezicht op de Mijnen inspecteert of de oliemaatschappijen hun zorgsystemen op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu goed op orde hebben. Die inspectie vindt zowel op afstand als op locatie plaats.’
In het Jaarverslag 2011 spreekt het Staatstoezicht op de Mijnen van (citaat) ‘de hoge veiligheidsstandaard in de delfstoffenindustrie. Er zijn geen dodelijke ongevallen.’ De Inspecteur-Generaal der Mijnen zegt daarbij dat hij het als toezichthouder op de gaswinning (citaat) ‘de moeite waard vind om de achtergrond van de concentratie van aardbevingen serieus te laten onderzoeken’.
In 2013 stelt de Inspecteur-Generaal naar aanleiding van de zware Huizinge beving van 2012 dat het onderzoek naar de toedracht (citaat) ‘uiteraard in eerste instantie de verantwoordelijkheid van oliemaatschappijen zelf is. Daar hebben wij ook constant bij hen op aangedrongen. Maar toen dat uitbleef hebben wij het zelf opgepakt.’
Dus tien jaar na de inwerkingtreding van de nieuwe Mijnbouwwet (en meer dan 40 jaar na het NAM-rapport) begon het Staatstoezicht op de Mijnen ten langen leste met de uitvoering van haar primaire taak: toezicht en handhaving van de regels met betrekking tot de gaswinning.
Tot zover deze column.
Twee jaar geleden heb ik een boek geschreven over marktwerking in het publieke domein, waarvan dit een treffend voorbeeld is. In dit boek, ‘Kiezen tussen overheid en markt’, maak ik onderscheid tussen vier principes van overheidshandelen, vier soorten publieke waarden, die door de overheid gewaarborgd moeten worden. Alle technische infrastructuren die het algemeen maatschappelijk belang dienen, zoals energiesystemen waaronder de gaswinning in de Nederlandse bodem, moeten voldoen aan de eisen van collectieve veiligheid en zekerheid. Dat wil zeggen dat deze systemen operationeel veilig moeten zijn, de volksgezondheid mag niet bedreigd worden en operationeel gegarandeerd, de systemen mogen niet haperen of uitvallen. Ik noem dit het principe van ‘collectieve veiligheid en zekerheid’ van technische infrastructuren met een algemene maatschappelijke functie (zoals de drinkwater- en energievoorziening, het openbaar vervoer, essentiele communicatienetwerken).
Bij de gaswinning in Groningse bodem heeft de rijksoverheid dit principe consequent verloochend: het ging alleen om de zekerheid van de gaswinning, veiligheid speelde geen enkele rol, met uitzondering van de veiligheid van de mensen die direct bij de uitvoering van de gaswinning zelf betrokken zijn.
Column staat ook op:
http://www.z24.nl/columnisten/gijs-van-loef-zwak-toezicht-gaswinning-groningen-exemplarisch-voor-falen-overheid-540161
Kabinet snijdt en bezuinigt, maar overheid wordt niet goedkoper
De politiek is de baas van de overheid. Het was vroeger overzichtelijk: De overheid moet kleiner, vond de VVD en ze vindt het nog steeds. De overheid moet groter, vond de PvdA. De overheid moet anders, vond het CDA. En de overheid moet democratischer, vond D66.
De overheid moet kleiner en moet minder geld kosten is de inzet van de VVD in dit kabinet. Wat de PvdA vindt, dat is gissen. Het kabinetsbeleid is duidelijk. Wat is de sociaaldemocratische visie op de overheid? Wat zien we daarvan terug in het kabinetsbeleid? Het zijn – voor iedereen – onbeantwoorde vragen.
Het CDA wil de overheid nog steeds anders, met dat zelfbesturend maatschappelijk middenveld en zo. Wat vindt D66 eigenlijk, de partij van de bestuurlijke vernieuwing? Het lijkt erop dat D66 vindt dat het met de overheid wel de goede kant opgaat. Je gedoogt tenslotte.
Het kabinet vindt dat de overheid kleiner moet, dat ze geen geluksmachine is en handelt daar ook naar.
Hoe wordt de overheid kleiner?
De overheid bezuinigt en decentraliseert taken naar gemeenten. Daar is te weinig tijd voor, maar toch doet ze het. Er vallen wel ontslagen in de uitvoering. Maar de winst moet uiteraard komen uit minder landelijke bureaucratie, … gebeurt dat ook?
De overheid privatiseert omdat ze denkt dat taken met een publiek tintje beter door de markt kunnen worden gedaan. Dit is goedkoper is de gedachte, door de kracht van concurrentie. Die privatiseringen zijn inmiddels grotendeels gerealiseerd. Er zijn natuurlijk wel hier en daar wat ontslagen geweest, waar gehakt wordt vallen immers spaanders.
Maar is het nu allemaal goedkoper geworden – voor de burger (kiezer, consument)? Ik denk aan die ICT, de Fyra, de volkshuisvesting en kom met spijt tot de conclusie: Nee, dat niet, het wordt eerder duurder.
De zorg (ook overheid) wordt ook alleen maar duurder, maar daar heeft de politiek vanaf 2005 ook marktwerking op losgelaten. De kosten zijn sindsdien weliswaar blijven stijgen, maar nu wordt het toch echt nog maar een beetje meer. Om er nog een miljardje (1% van de kosten) extra uit te persen wordt geen machtsmiddel onbeproefd gelaten. Dat doen we desnoods zonder het staatsrecht, vind het kabinet.
Ik maak de balans op. De overheid wordt niet kleiner en ook niet goedkoper, zoveel is zeker. De VVD scoort alleen met retoriek over een kleinere overheid, die terugslaat op de PvdA . De overheid wordt wel ingewikkelder. Weifelend vraag ik me af, wordt ze ook democratischer? Nee, dat zeker niet. D66 vind het eigenlijk allemaal wel goed. Gaat goed zo met de overheid! En nu vooruit! Misschien is het CDA stilletjes (ook) best tevreden.
Deze column staat ook op Z24.nl
De column is als een oproep aan de partijleider van D66 geplaatst op JOOP.nl.
Zie:
Pechtold, zeg er wat van!
Kabinet snijdt en bezuinigt, maar overheid wordt niet goedkoper
De digitale puinhoop bij de overheid
De ICT-organisatie van het Rijk rammelt aan alle kanten. Het kost miljarden euro’s en onze privacy gaat er aan. Bedankt, overheid.
De onderzoekscommissie ICT van de Tweede Kamer presenteert vandaag haar eindrapport over ICT-projecten bij de Rijksoverheid. Conclusie: De ICT-organisatie van het Rijk is chaotisch. Dat weten we al jaren.
In 2007 en 2008 concludeerde de Algemene Rekenkamer al dat ICT-projecten van de overheid te complex en te ambitieus zijn. De projecten blijken veel duurder dan gedacht, vragen meer tijd dan gepland en leveren niet op wat ervan verwacht wordt. Bij deze te complexe projecten is er geen balans tussen ambitie, beschikbare mensen, middelen en tijd. De informatie ontbreekt om deze projecten te kunnen plannen en calculeren. De Algemene Rekenkamer becijferde dat er door de overheid jaarlijks circa 4 tot 5 miljard euro verspild wordt aan mislukte ICT-projecten. Heeft de overheid zichzelf na deze spijkerharde kritiek van de Algemene Rekenkamer verbeterd? Nee.
Digitale echtheidscertificaten
De voorbeelden van recentelijk ICT-falen zijn legio. De overheid verstrekt tegenwoordig digitale ‘echtheidscertificaten’, die de online gebruiker de zekerheid geeft dat een overheidwebsite ook daadwerkelijk de overheidwebsite is die de site zegt te zijn. Met andere woorden: de online gebruiker krijgt de zekerheid dat de overheidwebsite niet gekraakt is en dat er geen criminele organisatie achter verscholen zit die vertrouwelijke digitale gegevens verzamelt voor haar criminele praktijken. De verstrekking van deze digitale echtheidscertificaten heeft de Rijksoverheid uitbesteed aan een commercieel bedrijf, DigiNotar. Deze instantie bleek een gammele, onbeveiligde dienstverlener te zijn. Inloggen met behulp van DigiD is ook niet veilig. De OV-chipkaart kan gekraakt worden door elke slimme student. Hypermoderne verkeersinfrastructuur, zoals tunnels en viaducten, ligt regelmatig plat omdat er computerstoringen zijn.
Digitale puinhoop
En dan zijn er de talloze mislukte ICT-bouwsels bij de Belastingdienst, bij het UWV, bij de waterschappen, bij grote gemeenten die denken dat ze eigen computersystemen kunnen bouwen. De belastingdienst heeft in het tweede kwartaal 2012 opnieuw massaal digitaal verkeerde aanslagen verstuurd. Het is onvoorstelbaar maar waar: het is nog steeds een digitale puinhoop bij de overheid, terwijl de afhankelijkheid alleen maar groter wordt. Terwijl burgers en bedrijven door de overheid steeds meer gedwongen worden om digitaal te communiceren met de overheid, blijft het een janboel bij diezelfde overheid die nalaat om deze taaksystemen goed te organiseren. De kennis in eigen huis ontbreekt, de wil eveneens.
Niemand wil het oplossen
Hoe is het mogelijk? De reden is, het is bekend, dat niemand er belang bij heeft om dit falen aan te pakken. Politici en bestuurders niet, want ICT is niet sexy. Ze weten überhaupt van toeten noch blazen. Ambtenaren niet, want bestuurders zitten niet te wachten op slecht nieuws over mislukte planningen, falende projecten, krakkemikkig onderhoud, veiligheidslekken en kostenoverschrijdingen. Bestuurlijke rapportages moeten dus worden opgefleurd en jaarlijkse budgetten veiliggesteld. En ook externe consultant hebben geen belang bij het aanpakken van het probleem, want dit is juist hun profijtelijke business.
‘Functionele grootheidswaanzin’
In 2012 concludeerde de Onderzoeksraad voor de Veiligheid dat de ICT-veiligheid bij de overheid sterk moet verbeteren, maar dat een complicerende factor is dat de overheid zelf weinig expertise in huis heeft, waardoor ze sterk leunt op externe experts. ICT wordt door politieke bestuurders en topambtenaren als ‘bedrijfsvoering’ gezien net als de administratie en het personeelsbeleid, zeg maar ‘de achterkant van de organisatie’. En dat vindt men ingewikkeld en niet interessant. Politici realiseren zich niet dat hun bedenksels -‘functionele grootheidswaan’ noemt René Veldwijk dit – en almaar veranderende eisen het onmogelijk maken om betrouwbare systemen te kunnen bouwen die al die bedenksels ook kunnen uitvoeren. Zie de Belastingdienst waar enorm bezuinigd is op formatie en expertise.
Maar het gaat niet alleen om de jaarlijkse verspilling van miljarden euro’s. Het gaat ook om de veiligheid van ICT-systemen en de bescherming van uw en mijn persoonlijke gegevens. Er zit rot in de fundamenten van het gebouw van overheidsinformatie.
Deze column staat ook op JOOP.nl De digitale puinhoop bij de overheid
Column staat in verkorte vorm ook op de ondernemers-website Z24.nl Politiek zelf schuldig aan ICT-puinhoop
Het PAROOL: ‘De markt is niet de oplossing voor alle zaken’
86 views (hernieuwde belangstelling – mei ’26)

Het neoliberalisme heeft het publieke domein veroverd. Zonder principieel politiek debat over wat publieke taken zijn en wat de markt kan doen. Er rest geen andere conclusie. In 2012 publiceerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid het rapport met de veelzeggende titel ‘Publieke zaken in de marktsamenleving’. Is het begrip ‘marktsamenleving’ niet een andere duiding van het begrip ‘neoliberalisme’, maar dan in zijn concrete verschijningsvorm? Welke publieke zaken zijn er zoal en waar komen we het neoliberalisme tegen? Ik kijk vanuit vijf verschillende invalshoeken.[1]
Laten we beginnen met de uitvoering van (publieke) taken: We kennen de publieke sector van de nutsvoorzieningen, met vraag en aanbod, waar overheid monopolies gedeeltelijk zijn geprivatiseerd (de spoorwegen, de energievoorziening, telecom). We kennen ook de van oudsher levensbeschouwelijk gefundeerde maatschappelijke sectoren van het onderwijs, de langdurige zorg (care) en de sociale huisvesting, waar ook vraag en aanbod bestaan. Het zijn twee heel verschillende typen markten in het publieke domein. (De genezingsgerichte gezondheidszorg (cure) heeft altijd een gedeeltelijk marktkarakter gehad en laat ik daarom in deze beschouwing over het neoliberalisme buiten beschouwing)
De kritiek van de Eerste Kamer (parlementaire enquête in 2012) op de verkoop van de PTT, de opsplitsing van de spoorwegen en de gedeeltelijke uitverkoop van de elektriciteitsbedrijven loog er niet om. Over de gevolgen van de privatiseringen van deze overheidsmonopolies voor de samenleving werd nauwelijks nagedacht. De burger werd vooral beschouwd als consument. De parlementaire onderzoekscommissie concludeerde dat er weinig is geleerd van eerdere ervaringen. De privatiseringen pasten binnen een tijdsgewricht waarin een blind geloof bestond dat de markt uitvoerende taken beter èn goedkoper zou kunnen doen dan de overheid (Reagonomics, Thatcherism). Beide claims, de markt doet het beter en de markt doet het goedkoper, zijn echter nooit onderbouwd. In 2013 concludeerde een werkgroep van de TU Delft echter wel dat het nederlandse spoor na de verzelfstandiging en opsplitsing minder efficiënt is geworden en dat de productiviteit van het spoor is gedaald.
In het onderwijs, de langdurige zorg en de sociale volkshuisvesting ligt de zaak anders. Ook in deze voorheen not-for-profit sectoren is het marktdenken diep doorgedrongen. Hier worden echter geen staatsmonopolies afgebroken, maar is sprake van een erosie van de levensbeschouwelijke grondslag. Door de ontzuiling en de bezuinigingen op budgetten zijn deze dienstverlenende sectoren steeds meer gedwongen te denken in termen van omzet, productie en klanten. De maatschappelijke commotie over zichzelf verrijkende publieke bestuurders zit vooral hier.
De burger wordt consument en gaat steeds meer betalen
We zien een trend waarbij de burger als gebruiker (consument) van (voormalige publieke) diensten steeds meer gaat betalen. Het patroon is dat de exploitant – die in veel gevallen nog steeds monopolist is, of oligopolist – toestemming krijgt van de overheid (dat kan ook de toezichthouder zijn) om het basistarief te verhogen: het prijskaartje van de NS, de maximaal toegestane huurverhoging, de prijs van de postzegel, de eigen bijdrage in de zorg.
Beleidsmakers geloven sterk in het marktmechanisme als instrument om ongewenste maatschappelijke effecten van economische processen te bestrijden. Het marktmechanisme wordt als beleidstool ingezet bij de bestrijding van milieuvraagstukken, zoals bij de CO2-uitstoot (emissiehandel), de filebestrijding (spitsvrij) en de recycling van verpakkingsmaterialen (statiegeld). Maar waar het in het nederlandse beleidsdenken juist aan ontbreekt is de wil om bij bedrijven innovatieve veranderingen af te dwingen door middel van ‘dynamische regulering’. In ons economisch denken bestaat een afkeer tegen staatsinterventies en gedwongen regulering. De markt moet het ‘regelen’, het geloof in de invisible hand is kennelijk groot. Het Planbureau van de Leefomgeving wijst al jaren op het probleem dat Nederland in Europa qua verduurzaming achterloopt.
Het beheersen van marktwerking is ook een belangrijk thema van wetgeving. Recent zijn wetten aangenomen als de wet markt en overheid (2012) en de wet normering topinkomens (2013). Over de wet normering topinkomens wordt veel geschreven en heftig debat gevoerd. Begrijpelijk, topbestuurders zijn tastbaar en meningen over personen zijn snel gevormd. Minder bekend is de wet overheid en markt die tot doel heeft het ondernemerschap van overheden zoals gemeenten en provincies te reguleren. De wet bevat ‘gedragsregels voor centrale en decentrale overheden en publiekrechtelijke zelfstandige bestuursorganen als zij goederen of diensten op de markt willen aanbieden’ (citaat). Let wel: de wetgever legt dus sinds kort het ondernemerschap in het huis van Thorbecke aan banden. Het ondernemerschap is kennelijk diep in de ambtelijke cultuur doorgedrongen!
Het politieke debat over marktwerking is een debat achteraf
Dit brengt ons tot het politieke debat over marktwerking. Het is een ex post debat, de politiek probeert vooral achteraf ongewenste neoliberale effecten te beheersen. In 2012 deed de Eerste Kamer een uniek parlementair onderzoek naar de privatiseringen van enkele staatsmonopolies. De parlementaire enquête van de Tweede Kamer naar de Fyra zit nu in de onderzoeksfase. Er wordt in de landelijke politiek door de sectorspecialisten dus wel nagedacht over enkele ‘ontsporingen’. En af en toe halen privatiseringen in negatieve zin het nieuws, zoals recent het verbrassen van de eenmalige opbrengsten uit verkoop van nutsdeelnemingen door de gemeente ’s Hertogenbosch.
Het marktdenken is klaarblijkelijk diep in het publieke domein doorgedrongen. Publieke zaken zijn ermee doordrenkt. De markt is de oplossing voor zo’n beetje elk maatschappelijk vraagstuk en iedere maatschappelijke activiteit waar een financiële component aan zit. De idee van een overheid als hoeder van het algemeen belang is compleet uitgehold. Het brede maatschappelijke onbehagen waar de landelijke politiek geen vat op krijgt heeft er natuurlijk alles mee te maken. Uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau in 2012 bleek dat 38% negatief en slechts 23% van de Nederlanders positief over de privatisering van staatsbedrijven denkt. Krijgen we de neoliberale geest ooit nog terug in de fles?
14 april 2014
[1] De vijf perspectieven komen overeen met het denkmodel in mijn boek, waarin ik vijf bouwstenen van activiteiten onderken: Willen (politiek), Mogen (wetgeving), Kunnen (middelen en kennis), Denken (beleid) en Doen (uitvoering van taken).
Joop.nl Neoliberalisme is al de keiharde werkelijkheid
Recente publicatie


