Nationaal Zorgfonds bespaart 4,4 miljard per jaar en verlaagt CO2-footprint

update 6/11/2016 – De berekening van de besparingen op de overhead (2.25 miljard minimaal) is nu onderbouwd met internationaal wetenschappelijk onderzoek.

Een Nationaal Zorgfonds als nieuw op te richten Zelfstandige Bestuur Organisatie neemt de rol van Zorgregisseur op zich. Het zou een gigantische verbetering kunnen betekenen. Het is niet onaannemelijk dat de cure ruim 10% goedkoper kan zijn dan de huidige cure en een  betere zorgkwaliteit kan leveren, omdat samenwerkende zorgprofessionals geen eigen financiële belangen meer nastreven en de patiënt daardoor werkelijk centraal zullen kunnen stellen. Er is genoeg werkgelegenheid in de thuis-en ouderenzorg om het verlies aan banen door het opheffen van de zorgverzekeraars te kunnen compenseren. Ook worden door ICT-standaarden de mogelijkheden van e-Health beter benut en wordt een organisatorisch fundament gelegd voor een adaptief stelsel dat op technologische ontwikkelingen kan inspelen en ook voorwaarden daar aan kan stellen. Omdat zorgproductie niet meer centraal staat wordt doelmatiger omgegaan met beschikbare middelen, wat hoogstwaarschijnlijk een belangrijke bijdrage aan de klimaatdoelstelling kan opleveren. Een staatscommissie zou dit scenario moeten onderzoeken.
kostenbesparing-nzf-29102016

Toelichting 4,4 miljard jaarlijkse kostenbesparing Cure

De jaarlijkse kostenbesparing ten opzichte van het huidige stelsel wordt geraamd op ca. 4,4 miljard euro, dit is 10% van het macro-budget.

Het opgebouwde Eigen Vermogen bij de Zorgverzekeraars wordt afgezonderd (een Voorziening) voor de financiering van de transitie. De totale kostenbesparing komt er dan zo uit te zien. 

Directe kosten zorgverlening (80% van 45 miljard: 36 miljard):

• Minder vermijdbare heropnames: 45 miljoen
Berekend door het CPB in het rapport Zorgkeuzes in kaart, beleidsoptie 60: ‘Verminderen vermijdbare heropnames’. Zie hiervoor. Positief effect qua CO2-footprint.co2-footprint-19092016

• Substitutie eenvoudige 2e lijnszorg: 15 miljoen
Berekend door het CPB in het rapport Zorgkeuzes in kaart, beleidsoptie 51: ‘Substitutie eenvoudige tweedelijnszorg’. Zie hiervoor.

• Procesoptimalisatie door samenwerking en ICT-standaarden: 1.080 miljoen

Betreft de directe kosten: 80% van 45 miljard = 36 miljard. 3% Kostenbesparing door betere samenwerking tussen 1e, 2e en 3e lijn: 1.080 miljoen. Onderbouwing: 1. Prof. Gert Westert, Radboud UMC stelt dat 20% kostenbesparing in ziekenhuizen mogelijk is onder voorwaarden; 2. Argumentatie – Doordat (commercieël gedreven) concurrentie tussen zorginstellingen nagenoeg verdwijnt ontstaat een playing field voor optimale onderlinge samenwerking tussen zorgprofessionals; c. Argumentatie – ICT-standaarden helpen bij een effectieve en efficiënte informatie-uitwisseling, denk aan het EPD en persoonlijke en draagbare e-Health toepassingen (gezondheidsapp ’s  e.d.). De ICT-investeringskosten zullen aanzienlijk lager uitvallen. Het Rijk moet daartoe e-Standaarden opleggen. Het gaat hier in zijn totaliteit om een betere en functionelere inrichting van processen en organisaties in de medische zorg, het betreft alle primaire processen, de directe kosten. Schatting is waarschijnlijk nog te bescheiden.

co2-footprint-19092016

• Capaciteitsplanning: 85 miljoen
Berekend door het CPB in het rapport Zorgkeuzes in kaart, beleidsopties 41 en 42: ‘Capaciteitsregulering dure infrastructuur’ en ‘Capaciteitsplan spoedeisende hulp’. Zie hiervoor. Let wel, capaciteitsplanning is alleen goed mogelijk als er een centrale regisseur is, zoals een Nationaal ZorgFonds als een ZBO. De idee van concurrerende zorgverzekeraars sluit een capaciteitsplanning uit. Pure logica. Positief effect qua CO2-footprint.

Indirecte kosten zorgverlening (20% van 45 miljard: 9 miljard):     2,25 miljard

In 2014 berekende een internationale groep van gezondheidszorgexperts dat Nederland op de VS na de hoogste administratieve kosten bij ziekenhuizen heeft: 19,8%.  https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/25201663 We nemen het percentage van 20% over voor de gehele cure. De indirecte kosten kunnen structureel met 25% omlaag door lagere administratieve lasten in twee opzichten: 1. Vereenvoudiging van de financiering van zorginstellingen: 1.1. er is slechts een opdrachtgever, ipv. verschillende opdrachtgevers (Nationaal ZorgFonds ipv. verschillende zorgverzekeraars); 1.2. er komt per zorginstelling een lump-sum als ‘bestaansbudget’; 1.3. een betaling voor verrichte behandelingen (zgn. operating fund); 1.4 als gevolg hiervan ontstaat een veel simpeler administratieve organisatie bij alle zorginstellingen. 2. Vereenvoudiging van verplichte registraties en toelatingsvereisten (twee toezichthouders komen te vervallen: NZa en ACM). Een verlaging van de administratieve lastendruk met 25% komt overeen met een bedrag van    2,25 miljard. Dit bedrag kan nog hoger gaan uitvallen.

Beëindigen zorgverzekeraarsco2-footprint-19092016

• Beëindigen zorg bij overige zorgverzekeraars: 133 miljoen
Dit is 10% van de totale kostenbesparing bij de grote 4 Zorgverzekeraars die 90% van de zorgmarkt in handen hebben, een zuiver verhoudingsgetal.

• Afstoten zorgdeel Achmea: 344 miljoen
De totale formatie van de zorgdivisie van Achmea is niet bekend, omdat Zorg niet de enige verzekeringstak is. Uitgegaan is van een formatie van 2500 fte., dit is waarschijnlijk aan de lage kant. De gemiddelde kosten per formatie van VGZ/CG/Menzis zijn genomen om de totale bedrijfskosten van Achmea-Zorg te berekenen, dit leidt tot 334 miljoen (kosten/fte. * aantal fte.: 2500 * 133.699= 334,248 miljoen).

• Beëindigen VGZ, CZ en Menzis: totaal 996 miljoen
Deze drie grote zorgverzekeraars houden op te bestaan. Er gaat werkgelegenheid verloren, de kosten van een Sociaal Plan zijn niet meegenomen: onderdeel van de transitiekosten. Op basis van de geconsolideerde winst- en verliesrekeningen in de Jaarrekeningen van 2015 zijn de totaalbedragen genomen van de ‘Bedrijfskosten uit gewone bedrijfsvoering: acquisitiekosten, Beheers- en personeelskosten, afschrijvingen bedrijfsmiddelen’. Deze totalen zijn per zorgverzekeraar gedeeld op het aantal fte., dit geeft de kosten/fte. per zorgverzekeraar. De gemiddelde kosten/fte. zijn 133.699.

Beeindigen NZa

De Nationale Zorgautoriteit houdt op te bestaan. Omdat de gereguleerde marktwerking met onderlinge prijsconcurrentie tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders wordt beëindigd, komen de markt-toezichthoudende taken te vervallen. De ACM heeft ook geen rol meer. Kostprijzen kunnen worden opgesteld door het NZF binnen budgettaire kaders van de rijksoverheid. Het opheffen van de NZa geeft een besparing van 47 miljoen op jaarbasis (Jaarrekening 2014, Exploitatierekening, totaal Baten en Lasten), de kosten van een Sociaal Plan zijn niet meegenomen: onderdeel van de transitiekosten.

Kosten NZF

Dit is een stelpost. De jaarlijkse kosten van de op te richten ZBO ‘Nationaal Zorgfonds’ en een aantal regionale uitvoeringskantoren wordt geraamd op 600 miljoen.

  • Kosten Nationaal ZorgFonds             -100 miljoen

Stelpost. De jaarlijkse kosten van de op te richten Rijksdienst ‘Nationaal ZorgFonds’ worden vooralsnog geraamd op 100 miljoen. Dit is voldoende voor een organisatie van 800 fte. Uitgangspunt is een slanke organisatie. Het takenpakket moet nader worden uitgewerkt en op basis daarvan moet een calculatie worden opgesteld.

  • Kosten regio’s             -500 miljoen

Stelpost. Eerst moeten de regio’s gedefinieerd worden. Uitgangspunt is een slanke regionale organisatie van verenigingen met een ondersteunend apparaat. Het takenpakket moet nader worden uitgewerkt en op basis daarvan moet een calculatie worden opgesteld.

Voorziening Transitiefonds

Het zorgkapitaal van de zorgverzekeraars.

 

Inkomen zorgverleners

Essentieel onderdeel van het Nationaal ZorgFonds-model is de betaling van zorgverleners (uitvoerende rechtspersonen). Het huidige betalingsmodel van de 1e lijn dat gebaseerd is op een abonnementstarief (Huisartsenmodel): een jaarlijks bedrag per inwoner/patiënt, aangevuld met een klein consulttarief werkt adequaat. De achterliggende gedachte, dat een vergoeding primair gebaseerd behoort te zijn op de beschikbaarheid (beschikbare capaciteit) van deskundige expertise die zorg kan verlenen indien nodig, aangevuld met een kleine vergoeding (‘prikkel’) voor daadwerkelijke geleverde zorg/verrichtingen, is een gezonde en werkbare gedachte. Daarbij moet er een bonus zijn voor bijzondere prestaties: innovatieve doorbraken, exceptionele kwaliteit (niet: zorgvolume!). Ik denk onder meer aan publicaties van emeritus-hoogleraar Guus Schrijvers (‘het capuccino-model’).

Het gaat met andere woorden om een uitwerking van een vorm van ‘Populatiebekostiging’.

 

Open brief aan Erik Gerritsen

19 oktober 2016

Aan: de secretaris-generaal van het ministerie van VWS

Beste Erik,

Zorg is geen micro-economie, homo sapiens is geen homo economicus. De prijselasticiteit van zorg is flauwekul, transparantie is van beperkte betekenis. Zorg is geen markt van onderling concurrerende leveranciers en shoppende zorgconsumenten. Zorgverleners moeten de cliënt centraal stellen en hun bedrijfsvoering in de gaten houden, dat wel, maar dat maakt de zorg nog geen markt. Zorg vraagt om de vrijheid van diagnose, behandeling en evaluatie in samenspel met de patiënt en met deskundige vakgenoten, want geen zorgprofessional heeft de waarheid in pacht. De zorg vraagt om vrijheid in verbondenheid.

Zorg is wel macro-economie. In geld uitgedrukt meer dan een kwart van de gehele collectieve sector en zonder budgetplafond op termijn onbetaalbaar. De grootste verschaffer van werkgelegenheid met 1,2 miljoen banen. De zorg is belasting- en zorgpremie gefinancierd en kent daarnaast ook nog eigen bijdragen. De zorg is een kennisintensieve sector, die grote investeringen vergt en dus kapitaalverschaffing. Dat laatste kan op verschillende manieren, het kan binnen het ‘publieke financiële systeem’ worden geregeld. Hoogstwaarschijnlijk is dat goedkoper dan financiering door middel van de internationale kapitaalmarkten. Zorg ligt binnen het publieke domein.

De werkgelegenheid in de zorg is een belangrijk thema. Er is te veel zorgbureaucratie, het zorgstelsel van gereguleerde marktwerking leidt tot een enorme overhead. Logisch, want je kunt concurrentie en samenwerking niet in een mal persen. Tienduizenden, wellicht meer dan honderdduizend duurbetaalde controllers, juristen, ICT-ers, marketeers, consultants e.a. nemen een grote hap uit het beschikbare macro-budget. Er is daardoor minder geld beschikbaar voor de zorg zelf. Het gaat om vele miljarden. Maar het is óók werkgelegenheid, alleen niet het soort werkgelegenheid dat in de zorg centraal moet staan. Laten we dat dan ook gewoon uitspreken.

De zorg vereist op macroniveau een strakke en intelligente regie. Het lijkt erop dat die nu ontbreekt, of de schijn bedriegt. De planning van het noodzakelijke aanbod (vergeef me deze term) van het modern en hoogwaardig geheel van 1e, 1,5e, 2e en 3e-lijnszorg is omslachtig en gefragmenteerd.  Waarin wordt geïnvesteerd? Door wie? Op welke plek? Hoe zorgen we ervoor dat investeringen in medische technologie ook kunnen renderen?  Hoe maken we slim gebruik van de digitale mogelijkheden (eHealth) met inachtneming van privacy? Zeker, er worden stappen gezet. Maar wat kost het ongelofelijk veel tijd, energie en dus (zorg)geld. Terwijl alle ingrediënten aanwezig zijn om het goed aan te pakken. Op nationaal niveau kunnen we slim samenwerken, maar dan wel met vertegenwoordigers van zorgverleners en patiënten aan tafel. Immers, zij zijn de belichaming van de gezondheidszorg. Binnen een landelijke planning en verdeling ligt een regionale besturing, financiering, samenwerking en uitvoering voor de hand. Dit werkt goed in enkele Europese landen waar wij veel van kunnen leren.

Het brengt mij tot de kern: kennis. Kennis zit in de hoofden van artsen, verpleegkundigen en therapeuten, maar in de eerste plaats in de mens zelf die zich ziek voelt en na behandeling weer beter. Alles moet gericht zijn op het goede samenspel van patiënt en arts, de organisatie van de zorg en het bestuur zijn daaraan ondersteunend. Er zijn 34 medische specialismen, superspecialisatie is de norm en daarom draait het om samenwerking! Perverse prikkels zijn uit den boze. Kennis betekent ook de ruimte voor kennisontwikkeling en kennisoverdracht. Er moeten voldoende opleidingsplaatsen zijn en kunstmatige schaarste van specialismen moet worden bestreden. We richten de zorg in rondom zelfstandig samenwerkende zorgprofessionals en hun patiënten. Zij vormen ook het bestuur en zij kiezen vertegenwoordigers uit hun midden. Hun landelijk bestuur krijgt de rol van zorgregisseur. Natuurlijk binnen een verstandig stelsel van checks and balances (Gezondheidsraad, Zorginstituut, Inspectie GZ e.a.). En binnen politieke randvoorwaarden: de financiering (via de belastingen), het beschikbare zorgbudget en de regionale verdeling, het zorgpakket (welke zorg heeft iedereen recht op) en organisatorische afspraken, zoals de ICT. Dit is het publieke zorgdomein.

In de arts-patiënt relatie komt de zorg tot uiting. Ze is niet in een formule te vatten. Soms ligt kennis en beoordelingsvermogen geheel bij de patiënt zelf die ondraaglijk lijdt, soms ligt de kennis en het oordeel geheel bij de arts, het team van experts, zoals bij een hoog specialistische behandeling, waar perfecte techniek de uitvoering dicteert. Het impliceert de vrije artsenkeuze. Zorgverleners willen zich thuis kunnen voelen in de organisatie van hun zorg. De zorg kan alleen bottom-up gestalte krijgen, het leidt tot een prachtige variatie in de dynamische organisatie van het gehele zorgveld.

Kennis in het publieke domein is noodzakelijk om te kunnen beoordelen wat markten aanbieden. Welke medicijnen zijn goed en welke nieuwe behandeltechnieken passen we toe? Binnen de veilige omheining van het publieke kennisdomein en zonder persoonlijk belangen beoordelen experts over nut en noodzaak van innovaties.

Kennis in het publieke domein is ook noodzakelijk voor goede publieksvoorlichting en preventie. Er moet een deskundig en objectief tegenwicht zijn tegenover de medische wonderen die de markt belooft. De verleidingen zijn te groot en het wordt onbetaalbaar.

Het is volstrekt duidelijk dat onze zorg een publieke taak is. De markt ligt daarbuiten.

Als we het hierover eens zijn, dan moet het toch mogelijk zijn om met elkaar een excellent en toekomstbestendig zorgstelsel uit te werken?

Hartelijke groet,

Gijs

19/10 – reactie Erik Gerritsen: Had hem al gezien. Dank.

21/10 – reactie opinie NRC: Hartelijk dank voor uw deskundige inzending. Voor nu geven we de voorkeur aan andere kwesties/artikelen. 

22/10 – reactie opinie Trouw: Hartelijk dank voor het opinieartikel dat u hebt aangeboden (…). We sturen uw mail door naar de collega’s van de zorgredactie zodat ze kennis kunnen nemen van uw analyse.

Onze Levensverwachting: hoog of laag in Europees opzicht?!

97 views

28/9/2016 – Het RIVM is geattendeerd op deze berichtgeving

Volgens de overheid is de Levensverwachting van de Nederlandse man één van de hoogste in de EU en de Levensverwachting van de Nederlandse vrouw gemiddeld. (zie https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/levensverwachting/regionaal-internationaal/internationaal#node-levensverwachting-bij-geboorte-de-europese-unie ) 

download-manOver de levensverwachting van de man lezen we: “De levensverwachting bij geboorte voor Nederlandse mannen is één van de hoogste in de Europese Unie. De levensverwachting voor Nederlandse mannen is ongeveer twee jaar hoger dan het EU-gemiddelde. Het verschil tussen de oude en de nieuwe EU-landen is groot.” De cijfers kloppen uiteraard. De lezer wordt wel op het verkeerde been gezet. De 28 EU-landen bestaan voor de helft uit landen die sociaal-economisch minder ver ontwikkeld zijn dan de moderne helft. Nederland vergelijken met Bulgarije, Letland, Litouwen e.a. mag uiteraard, het wordt de lezer ook verteld, maar het krikt het gemiddelde aardig op. Twee landen ontbreken in de lijst, de niet-EU-landen Zwitserland en Noorwegen. In beide landen heeft de man een hogere levensverwachting dan de Nederlandse man. Als we die meerekenen dan komt de Nederlandse man met 79,5 jaar qua levensverwachting op een 9e plaats. Vanwaar: “Één van de hoogste”?

download-vrouwWe lezen over de levensverwachting van de vrouw: “De levensverwachting bij geboorte voor Nederlandse vrouwen is ongeveer gelijk aan het EU-gemiddelde. Nederlandse vrouwen doen het dus relatief slechter dan mannen in de EU.” De eerste zin is strikt genomen wel juist, maar tendentieus. Als we Zwitserland en Noorwegen meerekenen en we elimineren de onderste tien landen in de EU-rij (vanaf Tsjechië t/m Litouwen) en Malta en Cyprus dan hebben we in totaal 18 Europese landen waarbij alle ‘moderne’ landen.  De levensverwachting van de Nederlandse vrouw van 83,2 jaar staat dan op een gedeelde 13e plaats, ex aequo met België en Duitsland. Het gemiddelde van deze 18 landen is 83,94, afgerond 84 jaar. De levensverwachting van de Nederlandse vrouw ligt dus ver onder het gemiddelde van alle moderne Europese landen.

Van deze 18 landen is de gemiddelde levensverwachting van de man 79,04 jaar. De Nederlandse man wordt dus een half jaar ouder, dat leest toch anders dan “twee jaar hoger dan het EU-gemiddelde.”

Misschien dat er nog eens naar de berichtgeving op volksgezondheidenzorg.nl kan worden gekeken.

Overpeinzing bij een Nationaal ZorgFonds?

Heimelijk heeft de bestaande brede politieke coalitie met de zorgverzekeraars binnenboord besloten dat de zorgverzekeringswet nog 10 jaar vooruit kan. Inmiddels behoort onze gezondheidszorg met het unieke nederlandse gedachtengoed van gereguleerde marktwerking na 10 jaar ploeteren en heel veel rekenen en andersoortige overhead in internationaal opzicht tot een van de allerduurste van de wereld (OESO).DSCN1145knationaal_zorgfonds_logo

Onze gezondheidszorg is gebouwd op een fundament van betaalbaarheid, solidariteit en toegankelijkheid van een goede basiszorg. Dit geeft de bevolking de zekerheid van een veilige gezondheidszorg, waarbij kwaliteit als het ware intrinsiek gewaarborgd is, of zou moeten zijn. De bestaande transparantie-cultuur bevordert het cijferfetisjisme en beloont niet-medische belangen maar breekt het vertrouwen van de mensen in de kwaliteit van onze gezondheidszorg af.

 

Topfiscalist Leo Stevens: “Betaal de basiszorg uit de schatkist”

Emeritus-hoogleraar fiscale economie Leo Stevens pleit in de Volkskrant voor een samenhangende visie op een Eenvoudig, Efficiënt en Eerlijk belastingstelsel.

Over de zorg zegt hij het volgende: “Betaal de basiszorg uit de schatkist. Dat betekent een eind aan het ingewikkelde hybride systeem van nu, met de helft markt en de andere helft inkomensafhankelijke premieheffing via de Belastingdienst, gecombineerd met een zorgtoeslagsysteem dat weer andere parameters hanteert. Plus extra regels voor de meebetalende werkgever. Complexer kan niet.”

Wouter Bos zei in zijn laatste column in de Volkskrant: “De betaalbaarheid van de zorg is de volgende pijler van de verzorgingsstaat die zal gaan wankelen.”

Voetnoot: De totale kosten van de zorg zijn zo hoog, omdat de extreme complexiteit zich vertaalt in een hoge overhead/indirecte kosten. Dit is een feit, geen mening.

We haten de overheid heimelijk allemaal

Overpeinzing bij de VLUCHTELINGENCRISIS – De overheid moet handelen, de politiek schakelt noodgedwongen over op het kritische, oplossing zoekende brein voor de korte en lange termijn.

Oud-premier Lubbers zou ooit gezegd hebben: “We hebben allemaal een ding gemeen en dat is dat we allemaal een hekel aan de overheid hebben.” Hebben we allemaal een hekel aan de overheid, enkele uitzonderingen wellicht daargelaten, zoals immigranten en de 2% die lid is van een politieke partij? En hoe is deze weerzin tegen de overheid bij burgers èn ambtenaren dan te verklaren? Heeft het mischien te maken met een gebrek aan geloofwaardigheid van de overheid? Want hoe is het toch mogelijk dat de Nationale Ombudsman bij het PGB-debacle voor de zoveelste maal constateert dat de politiek de uitvoering en de ICT-aspecten zwaar heeft onderschat? Dat wisten we toch al, we hebben dit toch zien aankomen? Waarom loopt het dan weer mis? Hoe is het toch mogelijk dat onze politici de publieke sector zo schromelijk verwaarlozen?

Ik kom tot de volgende verklaring. Mensen functioneren op twee bewustzijnsnivo’s. In de basisstand domineert het oppervlakkige bewustzijn, het stelt ons in staat om snel te oordelen en te handelen (1). Indien nodig activeren we het kritische, nadenkende bewustzijn, dat ons in staat stelt om tot logisch samenhangende en doordachte inzichten te komen (2). De werking van het snelle en het kritische bewustzijn zijn door Daniel Kahneman als de two systems beschreven in zijn meesterwerk Thinking, Fast and Slow .

het snelle, uitgesproken brein

In ons alledaags denken en handelen staat het brein in de snelle basisstand. Het snelle brein beantwoordt de vraag die opiniepeilers stellen: waar gaat u op stemmen? Maar of dat ook zo is? In het snelle brein is democratie een kwestie van vierjaarlijks verkiezingen en dan kiezen we wie ons mag vertegenwoordigen en besturen. De politiek beslist, wetten worden aangenomen en de overheid voert deze wetten uit. Het snelle brein stelt ons in staat politiek correct te zijn als de sociale situatie daar om vraagt. Overheidscommunicatie richt zich op het snelle brein: “Dat soort vragen, daar is UWV voor. Kijk op uwv.nl. Je krijgt er duidelijke antwoorden, waarmee je verder kan”.
Politici zijn getraind in het werken met het snelle brein. Budgettaire kaders en positieve mediacommunicatie zijn bouwstenen voor het brein. Met prijsuitreikingen huldigen politici ambtenaren en best practices in het publieke domein en ze geven daarmee de boodschap af dat de politiek zich bekommert om de overheid. Mediatraining is voor elke politicus een conditio sine qua non. In het tijdperk van de social media is er altijd wel ergens brand: “Minister, wat vindt u hier nu van?” Het snelle politieke brein moet PowNed van repliek kunnen dienen.

het kritische, beschouwende brein

Het kritische brein wordt geactiveerd bij het verschijnen van rapporten van de Algemene Rekenkamer, de Nationale Ombudsman en bij Parlementaire enquêtes. Men neemt, als is het vluchtig, kennis van de belangrijkste, noodzakelijkerwijs scherp geformuleerde conclusies. Wie het interesseert verdiept zich in het onderzoek en de aanbevelingen. Nu moeten politici op hun tellen passen, er worden moeilijke vragen gesteld. De externe communicatie wordt grondig voor geëxerceerd. Men belooft beterschap, ja er worden al maatregelen getroffen om herhaling te voorkomen. In de media verschijnen deskundigen, iedereen doet zijn plas en de leercyclus is rond.

Als mensen in hun kritische bewustzijnsstand zitten realiseren ze zich dat de overheid complex is en dat er bij de uitvoering van taken veel komt kijken. Het gaat dan om de bedrijfsvoering, de noodzaak van ketensamenwerking en Good governance. Nu wordt het ingewikkeld, politici en het grote publiek haken af. In het volhardende kritische brein weten we dat de politiek deze complexiteit niet aan kan en er ook niet aan wil. Vrijwel alle politici opereren vanuit de snelle bewustzijnsmodus en zijn getraind in het ontwijken van lastige vragen die het dieperliggende bewustzijn triggeren. Hier zien we Rutte’s meesterschap.
Het kritische bewustzijn wordt getriggerd als de eigen wettelijke rechten in het geding zijn. Dan slaan we alarm en dienen een bezwaarschrift in. Desnoods stappen we naar de rechter.

5,5 Miljoen mensen hebben de afgelopen dagen van de Belastingdienst twee brieven na elkaar ontvangen. In de eerste brief staat het bedrag van de aanslag inkomstenbelasting van 2014. In de tweede brief staat dat we vier maanden uitstel van betaling hebben. Als je precies wilt weten wat dit betekent en of je wellicht toch invorderingsrente moet betalen kun je doorklikken op een link. Waarom krijgen we twee brieven plus een link voor de aanslag van de inkomstenbelasting, waarom niet één brief? Omdat het belastingsysteem het niet aankan. Het is te complex, er zijn meerdere systemen en er moet rekening worden gehouden met uitzonderingen. Zo maak je geen vrienden. Temeer daar diezelfde Belastingdienst mensen en bedrijven voortdurend met haar eigen interne problemen opzadelt. We kunnen het niet leuker maken, wel gemakkelijker (?).

De decentralisatie van hulp- en zorgtaken naar de gemeenten illustreert de slordige manier van werken bij de overheid. De kritische beschouwer denkt de dat hele operatie ingegeven is door bezuinigingen en het onvermogen om taken op centraal niveau goed te regelen en dat het verhaal van de participatiesamenleving er later bij verzonnen is. Over het beëindigen van de huishoudelijke hulp door individuele gemeenten worden nu verschillende rechtszaken gevoerd. De burger zoekt het voortaan zelf maar uit.

De marktwerking in de publieke domein is een ander, treffend voorbeeld van een falende centrale overheid die haar problemen over de schutting kiepert. De markt zou uitvoerende taken beter èn goedkoper doen dan de overheid. Maar beide claims, de markt doet het beter en de markt doet het goedkoper, zijn nog nooit bewezen. In 2013 concludeerde de TU Delft wel dat het nederlandse spoor na de opsplitsing minder efficiënt is geworden en dat de productiviteit van het spoor is gedaald.
Als niet direct het eigen belang meespeelt loopt de individuele kritische houding stuk op institutionele muren. Het raadgevend referendum is net bij wet geregeld. Maar de Tweede Kamer heeft geen oor naar een adviserend referendum over de manier waarop Nederland besluiten neemt in haar relatie tot de EU.

Steeds als we moeite doen om kritisch na te denken over het functioneren van de overheid (en de politiek) stuiten we op een geloofwaardigheidsprobleem. Er zijn zoveel voorbeelden te geven, denk bijvoorbeeld aan de aanpak van de topinkomens in de publieke sector. En men heeft de mond vol van integriteit. Maar politici die door de mand vallen (en daar moet heel wat voor gebeuren, zie staatssecretaris Martin van Rijn), krijgen na verloop van tijd toch weer een exclusief baantje toegeschoven. Geen wonder dat het vertrouwen in de overheid helemaal weg is. Landelijke politici zijn er klaarblijkelijk niet voor ons, ze zijn tegen ons. Het zijn de wachters van de overheid.
Natuurlijk, het individu beschikt over mogelijkheden om vermeend onrecht aan te vechten. Hij kan een bezwaarschrift indienen en desnoods naar de rechter stappen. Het gaat hier om de vraag wat de mens denkt en voelt. Emoties zijn onderdeel van het snelle brein. De individuele mens voelt zich machteloos tegenover een almachtige staat, die ongeloofwaardig en onbetrouwbaar is. Hoe reageert het emotionele brein hier op? In het openbaar houden we de overheid te vriend. Maar heimelijk haten we diezelfde overheid.
Dat is waar Lubbers op doelde.

Column op Z24.nl: Waarom we een hekel hebben aan de overheidZ24nl