Tendens daling Kwaliteit Medische Zorg t.o.v. EU14 zet door 2007 > 2017 (OESO)
280 views
update 30/10/2018 – De langjarenvergelijking van de OESO-data laat het zien: Qua aanbod van Health Suppliers (physicians; practising nurses) verliest Nederland steeds meer terrein t.o.v. de EU14 (zie tabel van een jaar geleden)
update 31/1/2018 – Patrick Jeurissen (Hoogleraar betaalbaarheid van de zorg, science officer minVWS) bevestigd de juistheid van de analyse.
update 13/12/2017 – Xander Koolman (Gezondheidseconoom Vrije Universiteit) : “Ik vind dit een verdedigbare aanpak voor de beoordeling van de ontwikkeling van de ‘performance’ van de medisch-curatieve zorg. Natuurlijk is de Gezondheidszorg als systeem nog veel omvattender dan de cure (zie bijvoorbeeld: http://apps.who.int/iris/bitstream/10665/57320/1/bu0542.pdf ), maar dat neemt niet weg dat dit een relevante analyse is.”
Op basis van gegevens van OECD Health at a Glance 2017 (publicatie 10 november 2017) is een update gemaakt van de landenvergelijking van de medisch-curatieve zorg (in Nederland: de zorgverzekeringswet). De kwaliteit van de medische zorg in Nederland gaat achteruit, een tendens die is ingezet met de invoering van de gereguleerde marktwerking in 2006.
On request translation in English can be made – Data retrieved from OECD Health at a Glance, 2007, 2009, 2011, 2013, 2015, 2017.
Opzet van de landenvergelijking
Wat zijn Nederlandse medische zorgprestaties in internationaal vergelijkend perspectief?
Gekozen is voor een selectie van de 14 ‘moderne’ Europese landen met een minimale bevolkingsomvang van 5 miljoen inwoners. De overweging is dat zo’n selectie zinvoller is dan de gebruikelijke vergelijking met de OECD-landen in totaliteit. De 14 moderne Europese landen die onderling worden vergeleken zijn: België, Denemarken, Duitsland, Engeland (UK), Frankrijk, Finland, Italië, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Zweden en Zwitserland. Dit zijn 14 moderne Europese landen die een gedeelde politiek-democratische, sociaal-economische en technologische ontwikkeling doormaken, waardoor de vergelijkbaarheid toeneemt.
Van deze 14 landen zijn data beschikbaar in de periodieke (jaarlijkse) OECD Health at a Glance rapportages die online raadpleegbaar zijn.
Selectie van indicatoren van medische kwaliteit
Op basis van de online tabellen van OESO Health at a Glance is een selectie gemaakt van bruikbare kwaliteitsindicatoren. Daarbij is als volgt te werk gegaan:
- Indicatoren komen in alle opeenvolgende OESO rapportages voor (in 2007 was er een veel beperktere verzameling indicatoren dan in 2016)
- uitsluitend selectie van indicatoren met data van minimaal 12 van de 14 moderne EU-landen
- selectie van indicatoren die daadwerkelijk iets zeggen over kwaliteit (zoals het aantal docters/nurses, mortality rates, cancer survival, avoidable hospital admissions en vaccinations); 12 Medische specialisten zijn als controlepanel geraadpleegd bij de bepaling van de indicatoren.
- Non-medical determinants of health (zoals smoking, alcohol consumption en overweight and obesity) zijn uiteraard van invloed, maar niet meegenomen in de vergelijking.
Dertien medische kwaliteitsindicatoren zijn in een longitudinale tabel weergegeven, data uit OECD Health at a Glance van de jaren 2007, 2009, 2011, 2013, 2016 en 2017. Aldus is een tabel samengesteld onderverdeeld in vier clusters: Absolute health; Health Suppliers; Health Status en Quality of Care.
De OESO-tabel scores van de 14 landen zijn omgezet in punten: 1 punt voor het land met de beste score, 14 punten voor het land met de slechtste score. De scores op alle 13 indicatoren zijn opgeteld en gedeeld door 13, dit is de gemiddelde score per land. De gemiddelde score per land is vertaald naar de eindpositie: het land met de hoogste kwaliteit heeft de laagste score, het land met de laagste kwaliteit heeft de hoogste score. De tabel is voor de leesbaarheid opgesplitst in 5 delen:
NB laatste rij POSITION CHANGE in de eerste 4 tabellen 2007 > 2016, m/z 2007 > 2017
Kostenkant EU14
Aan de kostenkant zien we een bevriezing van het %BNP is vrijwel alle landen. Nationale overheden zien geen andere mogelijkheid om de macrokosten en budgettaire lasten in de hand te houden. Kosten hebben soms betrekking op 2015, soms op 2016. De grafiek (o.b.v. het ESB-artikel van 1/2017):
https://gijsvanloef.nl/wp-content/uploads/2017/01/vanloef-leijten-esb4745-026-029.pdf

Zie verder: Kosten * Kwaliteit
Kosten * Kwaliteit van de Medisch-curatieve zorg: Nederland glijdt weg
Kosten * Kwaliteit als maatstaf van de Zorgwaarde?
Als we de kosten (laagste waarde = aantrekkelijkst, mits de geleverde kwaliteit niet minder is) maal de kwaliteit (laagste waarde = hoogste kwaliteit) berekenen ontstaat een beeld van de waarde van geleverde zorg. K x Q = Z . Hoe lager dit getal, hoe hoger de zorgwaarde. Hoe hoger dit getal, hoe lager de zorgwaarde. Per land, per jaar. (NB Het jaar heeft betrekking op de publicatiedatum van het OESO-rapport)
- Als kosten ‘K‘ nemen we het getal op basis van het %BNP, maar dan als een heel getal (geen %). Dus: K voor Nederland in 2017 wordt (5,5%BNP): 5,5
- Als kwaliteit ‘Q‘ nemen we de uitkomsten van de OESO-tabel. Dus: Q voor Nederland in 2017 is 7,58
- De Zorgwaarde van Nederland in 2017 is dan: K x Q = 41,69 (zie onderstaande tabel)
Nederland had in 2007 een zorgwaarde van 29, in 2017 heeft Nederland een zorgwaarde van 41,69. Daarbij valt op dat de zorgwaarde van Nederland systematisch verslechterd, de reeks is ononderbroken oplopend. Dit betekent dat de burger in Nederland in 2007 meer zorg kreeg voor zijn geld, dan in 2009, in 2009 meer zorg kreeg voor zijn geld dan in 2011, enzovoorts, tot en met het laatste jaar 2017. De verslechtering in Zorgwaarde in Nederland over de gehele periode van 2007 t/m 2017 is dan rekenkundig (-) 44%.
De drie landen die er het beste uitkomen omdat ze de meeste zorgwaarde leveren (‘de prijs:prestatie is het beste’) zijn: 1. Zweden (score: 28), 2. Noorwegen (29) en 3. Zwitserland (31). Vervolgens komen 4. Spanje (36), 5. Belgie (40), 6. Finland (41), 7. Italie (41) , dan op de 8e plaats Nederland (42), 9. Frankrijk (43), 10. Portugal (48), 11. Denemarken (51), 12. Oostenrijk (52), 13. Duitsland (54) en hekkesluiter is afgetekend Engeland/UK (59).
Zie de grafiek en de onderliggende cijfers:
bron: OECD, 2007, 2009, 2011, 2013, 2015, 2017.
NB: De OECD heeft waarden in de tabel Health expenditure and financing op enig moment aangepast. Meestal gaat het om een klein verschil van max. 0,2% BNP (bij Denemarken, Frankrijk, Duitsland), maar in het geval van Zwitserland zijn de wijzigingen significant (verlagingen van de waarden vanaf 2010 van 0,4% tot 0,7%BNP!) . Ik heb daar geen verklaring voor.
On request translation in English can be made – Data retrieved from OECD Health at a Glance, 2007, 2009, 2011, 2013, 2016, 2017.
Eerder publiceerde ik de ‘Doelmatigheidsindex’ als houtkoolschets (er lagen geen exacte waarden onder, maar alleen de relatieve positie tov. andere landen) en de overeenkomst is denk ik wel duidelijk. Toch zal ik deze zo niet meer publiceren, omdat het beeld te onnauwkeurig is. Je kunt wel zeggen: er is een kopgroep, er is een middengroep (met wat beweging naar de kop of de staart) en er is een staartgroep. Het beeld was als eerste schets wel verhelderend denk ik:
Hoe kom ik hier nu op? Lees verder op deze website, scroll naar beneden voor berichten in chronologische volgorde terug in de tijd
Aftellen naar OECD Health at a Glance 2017!
Verschenen op 10 november 2017: OECD Health at a Glance 2017. http://www.oecd-ilibrary.org/social-issues-migration-health/health-at-a-glance-2017_health_glance-2017-en
Lees deze tekst: “It also places greater emphasis on time trend analysis. Alongside indicator-by-indicator analysis, this edition offers snapshots and dashboard indicators that summarise the comparative performance of countries,...”
Ik ben ontzettend benieuwd naar de uitkomsten. Wordt mijn analyse bevestigd, of moet ik ze herzien? Met open vizier ga ik verder. Als ik de plank heb misgeslagen, zal ik dat ruiterlijk moeten toegeven. Volledige transparantie is mijn leitmotiv.
Hooggeleerde heer professor Putters,
Bent u bereid toe te geven dat de beleidstheorie van de gereguleerde marktwerking een dwaalspoor is geweest, de leer waar u de afgelopen decennia als hoogleraar van de Erasmus Universiteit bij betrokken bent geweest?
Net als uw collega Pauline Meurs, voorzitter van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, die twee jaar geleden nog beweerde dat wij “een fantastisch zorgstelsel” hebben, inmiddels toegeeft dat het driehoekig marktenconstruct de essentie van de zorgrelatie ondermijnt en niet werkt? (‘Patiënt centraal’, okt. 2017).
U heeft het rapport ongetwijfeld ook gelezen, ik citeer: “De Raad constateert dat zorginkoop binnen de Zvw en Wlz niet werkt zoals achter de tekentafel bedacht is. De Raad adviseert om af te stappen van het maken van beleid op basis van de onrealistische aannames en van de verwachting dat door het beleid te optimaliseren, de praktijk alsnog volgens deze logica gaat werken.” Kortom, de Raad zet de bijl aan de wortel van het private zorgstelsel, alhoewel ze bezweert “niet het ene stelsel door het andere te willen vervangen”.
De meerderheid van de Nederlanders wil dat het geprivatiseerde zorgstelsel fundamenteel veranderd. Een radicale ommekeer sinds 2013 (SCP 2013; Commonwealthfund 2017).
U bent beiden prominent wetenschapper, bestuurder en ook politicus van de PvdA. In 2015 deed het Sociaal Cultureel Planbureau in de tweejaarlijkse ‘Sociale Staat van Nederland’ opvallend genoeg geen uitspraken over het functioneren van ons zorgstelsel. Ik ben zeer benieuwd naar de komende editie van de Sociale Staat.
Ik wacht uw reactie met belangstelling af.
Hoogachtend,
Gijs van Loef
Onafhankelijk adviseur zorgstelsel en specialist marktwerking publieke sector
Interview: https://www.skipr.nl/actueel/id23957-nieuwe-raad-wil-antenne-voor-onderbelichte-kwesties-
Nederlands zorgstelsel is niet transparant (OESO)
Over het belang van transparantie. Waarom? Wanneer? De relatie met een publiek, dan wel privaat zorgstelsel. Twee vragen aan U, lezers, om de gedachten te prikkelen:
a. Waar is transparantie een cruciale randvoorwaarde voor een zorgstelsel, in een publiek of een privaat zorgstelsel?
b. Waar is transparantie het beste geregeld/het meeste aanwezig, in een publiek of een privaat zorgstelsel?
Via een twitter-interactie met een partner van KPMG Health (Dhr. David Ikkersheim) ben ik op het spoor gekomen van de volgende OECD-publicatie: OECD Health Data Governance
Het rapport is uit 2015. Naar mijn weten is er geen aandacht aan besteed.
In deze studie wordt de transparantie van zorgstelsels van landen onderling vergeleken. De conclusie is dat Nederland erg slecht presteert vergeleken met andere moderne Europese landen. Zie bijvoorbeeld de pagina’s 17 (19; 3e alinea), 31 (32) en 67 (69, alle hieronder weergegeven) en 104 (Nederland wordt niet eens genoemd in de landentabel).
Zie ook: https://gijsvanloef.nl/2016/08/05/transparantie-soap-zorgprijzen-van-ziekenhuizen/
De Raad heeft de klok horen luiden
Gepubliceerd op skipr: https://www.skipr.nl/blogs/id3311-de-raad-heeft-de-klok-horen-luiden.html Hier de aangeleverde tekst met afbeeldingen.
Reacties
Alexander Rinnooij Kan – Heel interessant, Gijs!
Bart Bruijn (apotheekhoudend huisarts) – DIT! Gijs van Loef fileert messcherp het zorgstelsel en de onwil van de Raad om man en paard te noemen
Jean Bronzwaer (cardioloog) – Dank je, Gijs. Interessant
Marian Loupen (zorgbestuurder en politica D66) – Het is ongelofelijk hoe keiharde waarheden stelselmatig worden genegeerd en/of ontkend. Marktwerking is een dogma, een religie.
Roger Sorel (topbestuurder Farma) – Beide stukken met belangstelling gelezen. Ben benieuwd of je daar nog reactie op krijgt. M.n. stuk over ‘ de Raad heeft de klok horen luiden’ leent zich daar zeer voor!
De Raad heeft de klok horen luiden
Met het vorige week verschenen rapport “Zorgrelatie centraal, Partnerschap leidend voor zorginkoop” legt de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS, verder: de Raad) de bijl aan de wortel van het private zorgstelsel (Zvw en Wlz) en de beleidstheorie van de gereguleerde marktwerking.
De Raad stelt de vraag of de huidige inkooppraktijk die met Zorgverzekeringswet (Zvw) is ingevoerd (en overgenomen in de Wmo en de Wlz) de kwaliteit van de zorgrelatie versterkt. “De zorgrelatie is verworden tot een transactie tussen zorginkoper en zorgaanbieder”, meent de Raad, “de essentie van die zorgrelatie wordt ondermijnd.”
De zorginkoop leidt tot een eenheidsworst, ontbeert draagvlak bij burgers/patiënten, geeft hoge administratieve lasten en werkt verbetering via innovatie en preventie tegen. Binnen de medisch-specialistische zorg, de kraamzorg en de intramurale ouderenzorg zijn de kosten op macroniveau ook nog eens toegenomen, terwijl kostenverlaging de bedoeling was.
Het is – voor de goede verstaander – een vernietigend oordeel over de institutionele opzet van de aansturing van de totale gezondheidszorg. Maar het wordt verteld in besmuikt taalgebruik, ‘zorginkoop’ doet immers in eerste instantie denken aan een specifieke activiteit ‘waar inkopers hun ding doen’.
Een driehoek die niet werkt
De Raad tilt haar analyse expliciet naar een hoger niveau als de rijksoverheid en de landelijke politiek erbij worden gehaald: “Die houden vast aan de maakbaarheid in de totale zorg. De organisatie van de zorg moet via interventies van de minister of de staatssecretaris beïnvloed kunnen worden, terwijl dat niet de gekozen inrichting is.”
Men durft de regie kennelijk niet over te laten aan zorgverzekeraars en hun zorgkantoren. Daarmee wordt feitelijk het DNA van het private zorgstelsel, de driehoeksverhouding van de drie interacterende markten, de zorgverzekeringsmarkt, de zorginkoopmarkt en de zorgverleningsmarkt, ter discussie gesteld: “Binnen de Zvw blijkt er slechts beperkt een relatie te zijn tussen het gedrag van verzekerden en zorggebruikers enerzijds en zorginkoop anderzijds. De driehoek werkt niet.”
Hoe moet het dan wel?
De Raad wil de zorgrelatie tussen de cliënt/patiënt en de professional weer centraal stellen. Daarbij gaat de Raad holistisch te werk en schetst een nieuwe inkoopfilosofie die toepasbaar moet zijn voor alle drie deelstelsels: Zvw, Wlz en Wmo/Jeugd (gemeentelijke domein). Het maakt het 3e hoofdstuk (“Ander perspectief”) moeilijk leesbaar. Het is voer voor bestuursfilosofen.
In de Zvw moeten niet meer protocollen/standaarden en DBC’s de concrete, individuele zorg bepalen en de norm zijn voor het betalen, maar concrete zorg die tot stand komt in de as patiënt-zorgverlener moet het uitgangspunt zijn en vervolgens, dus achteraf, geadministreerd en uitbetaald.
De Raad draait de driehoek letterlijk om en maakt in tekst en beeld de zorgverzekeraars ondersteunend/faciliterend aan de as patiënt-zorgverlener, waarbij budgettaire meerjarenafspraken met zorgverleners het uitgangspunt zijn. Ze constateert dat er allerlei waarborgen zijn waardoor er vertrouwen mag zijn (!) in het beoordelings- en handelingsvermogen van zorgprofessionals in hun interactie met de zorgcliënt. Alsof dat een eyeopener is.
Impliciet lees je tussen de regels door dat de Raad wil afrekenen met de doorgeslagen wantrouwcultuur – die natuurlijk alles te maken heeft met het geïnstitutionaliseerde concurrentie denken. De Raad spreekt van een “strategische inkooprol op de achtergrond” van zorgverzekeraars.
Dit deel van het rapport, waarin de Raad allerlei denkbare taken opsomt voor – laat ik het zo noemen – Zorgverzekeraars 2.0 roept veel vragen op. Het is een abstracte woordenbrij. Zorginkopers 2.0 zouden over een “goudmijn aan kennis en informatie beschikken doordat ze de zorg en hulp betalen op basis van prestaties. Ze hebben de bijzondere positie dat ze overzicht over het geheel hebben en ze kunnen dit gebruiken om zorg en ondersteuning te verbeteren” (Big Data?)
Dit gaat voorbij aan het fundamentele kennisverschil tussen hoogopgeleide zorgprofessionals die hun werk naar eigen, professioneel ontwikkeld inzicht doen en eenzijdig geschoolde en op afstand staande zorginkopers 2.0, een tegenstelling die de Raad met haar advies niet oplost.
In de Zvw wil de Raad overgaan tot regionale inkoop van de acute zorg door één zorgverzekeraar en daarmee het concurrentiebeginsel uitschakelen. Als de 1e lijn en een belangrijk deel van de 2e lijn geregisseerd worden en er per definitie al geen concurrentie bestaat tussen regioziekenhuizen, blijft er weinig zorglandschap over waar het concurrentieprincipe ons tot het wensbeeld van hogere zorgkwaliteit en lagere kosten zal kunnen brengen.
Ook in de 3e lijn van de academische ziekenhuizen worden natuurlijk al lang landelijk dekkende afspraken gemaakt, wat er dan overblijft voor de markt zijn supergespecialiseerde electieve behandelklinieken, maar dit terzijde (NB: natuurlijk zijn er wel inkoopmarkten van medische hulpmiddelen en medicijnen).
Afrondend
De Raad concludeert: “In dit advies constateert de Raad dat zorginkoop binnen de Zvw en Wlz niet werkt zoals achter de tekentafel bedacht is. De Raad adviseert om af te stappen van het maken van beleid op basis van de onrealistische aannames en van de verwachting dat door het beleid te optimaliseren, de praktijk alsnog volgens deze logica gaat werken.”
Kortom, de Raad zet de bijl aan de wortel van het private zorgstelsel, alhoewel ze bezweert “niet het ene stelsel door het andere te willen vervangen”. Het is uiteindelijk een politiek verhaal. De zorgstelseldiscussie is eindelijk heropend.
Verwijzingen:
Nieuwe Raad wil antenne voor onderbelichte kwesties zijn Interview met Pauline Meurs











