Progressief Zorgpact: 9 Punten (aftrap)

Bericht ANP: PvdA-voorman Lodewijk Asscher wil samen met andere progressieve partijen een pact sluiten over de zorg. Hij stelt ze voor negen punten de gezamenlijke inzet te maken bij de onderhandelingen voor een toekomstig regeerakkoord. Volgens hem kennen de plannen van de progressieve partijen op het gebied van de zorg ”meer overeenkomsten dan verschillen”. Eerder kwamen PvdA, SP en GroenLinks al een pact voor de arbeidsmarkt overeen. Van de negen punten zijn er verscheidene die op brede steun in de Kamer kunnen rekenen. Het gaat dan om zaken zoals afschaffing van het eigen risico, minder bureaucratie, minder concurrentie en een verbod op winstuitkering voor zorgverzekeraars. Daarnaast moeten de progressieve partijen zich gaan inzetten voor meer vaste contracten in de zorg, medisch specialisten in loondienst en preventie in het basispakket. Verder moeten farmaceuten worden gedwongen medicijnen goedkoper te maken en moet er meer personeel in verpleeghuizen.
esb-kop-28012017
Ik maak alvast een begin:

* 1 Afschaffing eigen risico – Kosten ca. 4 miljard. Te betalen uit extra belastinginkomsten (kwetsbaar, want conjunctuurgevoelig), of als kostenbesparing door het invoeren van een Landelijk Zorgregisseur die de plaats inneemt van de zorgverzekeraars (zoals het Nationaal ZorgFonds), een structurele verbetering van het zorgstelsel. NB: Zorg is nooit gratis, flankerend beleid is noodzakelijk, een zeker remgeld lijkt gewenst.

* 2 Minder bureaucratie – Is makkelijk gezegd, maar De Adder Onder Het Gras. De bureaucratie wordt steeds omvangrijker, dit vergt fundamentele analyse van de (marktgedreven) mechanismen van het zorgstelsel. Een Landelijk Zorgregisseur (zoals het Nationaal ZorgFonds) is gebaseerd op deze fundamentele analyse en maakt een drastische vermindering van bureaucratie mogelijk.presentatie-22012017

* 3 Minder concurrentie – Is ook makkelijk gezegd, moet ook fundamenteel doordacht worden. Er zijn twee soorten concurrentie: A. de ongewenste commerciele concurrentie (de perverse prikkels, de focus op omzet en winst); B.  de gewenste kwalitatieve en wetenschappelijk gedreven competitie, het permanente streven naar betere zorg die noodzakelijk is en waar incentives bij horen. A. moet worden afgeschaft, B. moet worden gekoesterd.

* 4 Verbod op winstuitkering voor zorgverzekeraars – Gerealiseerd! Kunnen we afvinken.

* 5 Vaste contracten – Ja, er moeten langlopende contracten komen waardoor en rust en continuiteit onstaat bij zorgverleners.

* 6 Medisch specialisten in loondienst – Ja, dit is onvermijdelijk. Een verstandige, gefaseerde aanpak is voorgesteld door Guus Schrijvers: https://www.zorgvisie.nl/Personeel/Verdieping/2017/1/Alle-specialisten-over-twaalf-jaar-in-loondienst/

* 7 Preventie in het basispakket – Ja, preventie moet veel meer het uitgangspunt zijn van beleid en uitvoering. Het Nationaal ZorgFonds geeft het goede voorbeeld en maakt preventie tot een zesde pijler van een Excellente Gezondheidszorg, naast Zorgkwaliteit, Toegankelijkheid (fysiek en financieel), Betaalbaarheid (macro en micro), Doelmatigheid (Kwaliteit:Kosten) en Solidariteit.

* 8 Goedkopere medicijnen – Ja, de krachten moeten gebundeld worden: nationale inkoop van nieuwe dure medicijnen, indien mogelijk zelfs supranationaal. Maar er moet ook hier fundamenteel nagedacht worden over het bezit en het behoud van Kennis die in het publieke domein wordt opgebouwd. Waarom is, in het algemeen belang, de ontwikkeling en productie van medicijnen binnen de muren van de publieke sector niet mogelijk? En wat is er nodig om dit wel mogelijk te maken?

* 9 Meer personeel voor verpleeghuizen – Ja. Kosten zijn veel hoger dan 100 miljoen. Uitgangspunt de bezettingsnormen, zie https://www.zorginstituutnederland.nl/actueel/nieuws/2017/01/13/kwaliteitskader-verpleeghuiszorg-vastgesteld

Relatie tussen Marktwerking en Budget voor Zorg

Geen wetenschap, maar wel iets om over na te denken.

presentatie-22012017

Kwaliteit Medische Zorg 14 EU-landen 2016: Nederland 8e plaats (OESO) (5)

update 24/3/2017: tabellen zijn gekalibreerd

Wat zijn Nederlandse medische zorgprestaties in internationaal vergelijkend perspectief? Deze vraag is een maand geleden gesteld aan 12 artsen, werkzaam in de 1e, 2e en 3e lijn (de medische controlegroep). Op basis van  de gegevens van de OESO is een tabel opgesteld met 33 kwaliteitsindicatoren en deze tabel is aan de medische controlegroep voorgelegd. Op basis van de reacties uit de controlegroep zijn drie indicatoren geschrapt, de hier gepubliceerde tabel bestaat uit 30 kwaliteitsindicatoren. De onderzoeksmethodiek borduurt voort op de eerdere publicaties (1), (2), (3) en (4).

oecd_logo

De indicator ‘Levensverwachting bij geboorte’is de internationaal meest gehanteerde indicator en mag niet ontbreken, evenals de waardering van de eigen gezondheid. Er is verder gezocht naar en geselecteerd op indicatoren die daadwerkelijk iets zeggen over de kans op doodgaan aan een ziekte, of de overlevingskans (13 indicatoren). Ook is een drietal aanbodindicatoren geselecteerd (aantal artsen, aantal verpleegkundigen, aantal apothekers). Twee indicatoren betreffen inenteningsprogramma’s voor kleine kinderen en ouderen. De tien overige indicatoren worden door de medici ook als relevant beschouwd. In totaliteit ontstaat een robuust beeld van aantoonbare curatieve gezondheidskwaliteit van een land.

life-expectancy-health-spending-per-capita-toelichting-20092016

Gekozen is voor een selectie van de 14 ‘moderne’ Europese landen met een minimale bevolkingsomvang van 5 miljoen inwoners. De overweging is dat zo’n selectie zinvoller is dan de gebruikelijke vergelijking met de OESO-landen in totaliteit. Dit zijn 14 moderne Europese landen die een gedeelde politiek-democratische, sociaal-economische en technologische ontwikkeling doormaken, waardoor de vergelijkbaarheid toeneemt. Het betreft de landen België, Denemarken, Duitsland, Engeland (UK), Frankrijk, Finland, Italië, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Zweden en Zwitserland. Van deze 14 landen zijn data beschikbaar in de periodieke (jaarlijkse) OECD Health at a Glance rapportages die online raadpleegbaar zijn. Zie http://www.oecd-ilibrary.org/social-issues-migration-health/health-at-a-glance-europe-2016_9789264265592-en

De  OESO-tabel scores van de 14 landen zijn omgezet in punten: 1 punt voor het land met de beste score, 14 punten voor het land met de slechtste score. De scores op alle 30 indicatoren zijn opgeteld en gedeeld door 30, dit is de gemiddelde score per land. De gemiddelde score per land is vertaald naar de eindpositie: het land met de hoogste kwaliteit heeft de laagste score, het land met de laagste kwaliteit heeft de hoogste score. In de tabel staat Nederland op een 9e plaats (update 24/3/2017, de tabel is ‘gekalibreerd’ door bij ontbrekende data de scores van de andere landen van 1 tot en met 14 uit de middelen, dit is zuiverder):

 

Bron: OECD Health at a Glance 2016 http://www.oecd-ilibrary.org/social-issues-migration-health/health-at-a-glance-europe-2016_9789264265592-en Organ Donationhttp://public.tableau.com/views/BOTnet/OrganDonorMap?:embed=y&:toolbar=no&:display_count=yes&:showVizHome=no#2

update 27/1/2017 – Er is specifieke kritiek op het gebruik van een tweetal Supply-indicatoren: het aantal artsen per 1000 en apothekers per 1000. Als we deze twee indicatoren elimineren komt Nederland gunstiger naar voren, een zesde plaats op de ranglijst (update 24/3/2017, de tabel is gekalibreerd). Er zijn een aantal verschuivingen die het volgende totaalbeeld opleveren:

 

Vinkjes zetten in het ziekenhuis – De Groene 49

dscn2657k

dscn2656k

Met dank aan De Groene, Jef Poortmans voor zijn uitstekende journalistieke speurwerk en Kamagurka.

4. Kwaliteit Medische Zorg gedaald tov. ‘modern Europees’ gemiddelde van 2007 > 2016

On request translation in English can be made – Data retrieved from OECD Health at a Glance, 2007, 2009, 2011, 2013, 2015, 2016. Published in ESB 1/2017.

update 23 maart – De conclusie uit het ESB-artikel staat recht overeind na een eerste afstemmingsronde met CPB en CBS: Samenvattend, sinds de invoering van het systeem van gereguleerde marktwerking is de kwaliteit van de medische zorg in internationaal perspectief verslechterd, terwijl de kosten juist disproportioneel zijn gestegen.

 

Hoe ontwikkelen Nederlandse medische zorgprestaties zich in internationaal vergelijkend perspectief?  

Gekozen is voor een selectie van de 14 ‘moderne’ Europese landen met een minimale bevolkingsomvang van 5 miljoen inwoners. De overweging is dat zo’n selectie zinvoller is dan de gebruikelijke vergelijking met de OECD-landen in totaliteit. Dit zijn 14 moderne Europese landen die een gedeelde politiek-democratische, sociaal-economische en technologische ontwikkeling doormaken, waardoor de vergelijkbaarheid toeneemt. Het betreft de landen België, Denemarken, Duitsland, Engeland (UK), Frankrijk, Finland, Italië, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Zweden en Zwitserland. Van deze 14 landen zijn data beschikbaar in de periodieke (jaarlijkse) OECD Health at a Glance rapportages die online raadpleegbaar zijn. In 2007 waren van Belgie nog maar 7 van de 13 indicatoren bekend. Desalniettemin is Belgie meegenomen in de tabel.

Selectie van indicatoren van medische kwaliteit

Op basis van de online tabellen van OESO Health at a Glance is een selectie gemaakt van bruikbare kwaliteitsindicatoren.  Daarbij is als volgt te werk gegaan:

  • Indicatoren komen in alle opeenvolgende OESO rapportages voor (in 2007 was er een veel beperktere verzameling indicatoren dan in 2016)
  • uitsluitend selectie van indicatoren met data van minimaal 12 van de 14 moderne EU-landen
  • selectie van indicatoren die daadwerkelijk iets zeggen over kwaliteit (zoals mortality ratescancer survivalavoidable hospital admissions )
  • Non-medical determinants of health (zoals smoking, alcohol consumption en overweight and obesity) zijn uiteraard van invloed, maar niet meegenomen in de vergelijking.

Aldus is een tabel samengesteld onderverdeeld in vier clusters: Absolute healthHealth SuppliersHealth Status en Quality of Care.

De OESO-tabel scores van de 14 landen zijn omgezet in punten: 1 punt voor het land met de beste score, 14 punten voor het land met de slechtste score. De scores op alle 13 indicatoren zijn opgeteld en gedeeld door 13, dit is de gemiddelde score per land. De gemiddelde score per land is vertaald naar de eindpositie: het land met de hoogste kwaliteit heeft de laagste score, het land met de laagste kwaliteit heeft de hoogste score. De tabel is hier als (onleesbaar) plaatje weergegeven en als apart document bijgevoegd.

Nederland is in de afgelopen drie jaar gezakt op de ranglijst (update 24/3/2017:  de tabel is ‘gekalibreerd’ door bij ontbrekende data de scores van de andere landen van 1 tot en met 14 uit de middelen, het is de basis van Figuur 1. in de ESB-publicatie).

 

 

 

 

 

 

Tien jaar marktwerking in de zorg in Arts en Auto 12/2016

In het kerstnummer van Arts en Auto verscheen Tien jaar marktwerking in de zorg: https://www.artsenauto.nl/tien-jaar-marktwerking/

 

Reacties per mail

van: Arnold Brouwer, apotheekhoudend huisarts – En nu lees ik in Arts en Auto, wat net in de bus valt, een artikel van jouw hand waarin alles nog eens heel duidelijk wordt verwoord. Prima!

van: Pieter van den Hombergh, IQhealthcare Radboud UMC Nijmegen – Jouw artikel was helder en relevant. Want er is bar weinig goed onderzoek naar de invoering van de marktwerking. Dat is een ideologisch besluit. Dus is jouw artikel al weer meer houvast.

 

 

Nationaal Zorgfonds bespaart 4,4 miljard per jaar en verlaagt CO2-footprint

update 6/11/2016 – De berekening van de besparingen op de overhead (2.25 miljard minimaal) is nu onderbouwd met internationaal wetenschappelijk onderzoek.

Een Nationaal Zorgfonds als nieuw op te richten Zelfstandige Bestuur Organisatie neemt de rol van Zorgregisseur op zich. Het zou een gigantische verbetering kunnen betekenen. Het is niet onaannemelijk dat de cure ruim 10% goedkoper kan zijn dan de huidige cure en een  betere zorgkwaliteit kan leveren, omdat samenwerkende zorgprofessionals geen eigen financiële belangen meer nastreven en de patiënt daardoor werkelijk centraal zullen kunnen stellen. Er is genoeg werkgelegenheid in de thuis-en ouderenzorg om het verlies aan banen door het opheffen van de zorgverzekeraars te kunnen compenseren. Ook worden door ICT-standaarden de mogelijkheden van e-Health beter benut en wordt een organisatorisch fundament gelegd voor een adaptief stelsel dat op technologische ontwikkelingen kan inspelen en ook voorwaarden daar aan kan stellen. Omdat zorgproductie niet meer centraal staat wordt doelmatiger omgegaan met beschikbare middelen, wat hoogstwaarschijnlijk een belangrijke bijdrage aan de klimaatdoelstelling kan opleveren. Een staatscommissie zou dit scenario moeten onderzoeken.
kostenbesparing-nzf-29102016

Toelichting 4,4 miljard jaarlijkse kostenbesparing Cure

De jaarlijkse kostenbesparing ten opzichte van het huidige stelsel wordt geraamd op ca. 4,4 miljard euro, dit is 10% van het macro-budget.

Het opgebouwde Eigen Vermogen bij de Zorgverzekeraars wordt afgezonderd (een Voorziening) voor de financiering van de transitie. De totale kostenbesparing komt er dan zo uit te zien. 

Directe kosten zorgverlening (80% van 45 miljard: 36 miljard):

• Minder vermijdbare heropnames: 45 miljoen
Berekend door het CPB in het rapport Zorgkeuzes in kaart, beleidsoptie 60: ‘Verminderen vermijdbare heropnames’. Zie hiervoor. Positief effect qua CO2-footprint.co2-footprint-19092016

• Substitutie eenvoudige 2e lijnszorg: 15 miljoen
Berekend door het CPB in het rapport Zorgkeuzes in kaart, beleidsoptie 51: ‘Substitutie eenvoudige tweedelijnszorg’. Zie hiervoor.

• Procesoptimalisatie door samenwerking en ICT-standaarden: 1.080 miljoen

Betreft de directe kosten: 80% van 45 miljard = 36 miljard. 3% Kostenbesparing door betere samenwerking tussen 1e, 2e en 3e lijn: 1.080 miljoen. Onderbouwing: 1. Prof. Gert Westert, Radboud UMC stelt dat 20% kostenbesparing in ziekenhuizen mogelijk is onder voorwaarden; 2. Argumentatie – Doordat (commercieël gedreven) concurrentie tussen zorginstellingen nagenoeg verdwijnt ontstaat een playing field voor optimale onderlinge samenwerking tussen zorgprofessionals; c. Argumentatie – ICT-standaarden helpen bij een effectieve en efficiënte informatie-uitwisseling, denk aan het EPD en persoonlijke en draagbare e-Health toepassingen (gezondheidsapp ’s  e.d.). De ICT-investeringskosten zullen aanzienlijk lager uitvallen. Het Rijk moet daartoe e-Standaarden opleggen. Het gaat hier in zijn totaliteit om een betere en functionelere inrichting van processen en organisaties in de medische zorg, het betreft alle primaire processen, de directe kosten. Schatting is waarschijnlijk nog te bescheiden.

co2-footprint-19092016

• Capaciteitsplanning: 85 miljoen
Berekend door het CPB in het rapport Zorgkeuzes in kaart, beleidsopties 41 en 42: ‘Capaciteitsregulering dure infrastructuur’ en ‘Capaciteitsplan spoedeisende hulp’. Zie hiervoor. Let wel, capaciteitsplanning is alleen goed mogelijk als er een centrale regisseur is, zoals een Nationaal ZorgFonds als een ZBO. De idee van concurrerende zorgverzekeraars sluit een capaciteitsplanning uit. Pure logica. Positief effect qua CO2-footprint.

Indirecte kosten zorgverlening (20% van 45 miljard: 9 miljard):     2,25 miljard

In 2014 berekende een internationale groep van gezondheidszorgexperts dat Nederland op de VS na de hoogste administratieve kosten bij ziekenhuizen heeft: 19,8%.  https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/25201663 We nemen het percentage van 20% over voor de gehele cure. De indirecte kosten kunnen structureel met 25% omlaag door lagere administratieve lasten in twee opzichten: 1. Vereenvoudiging van de financiering van zorginstellingen: 1.1. er is slechts een opdrachtgever, ipv. verschillende opdrachtgevers (Nationaal ZorgFonds ipv. verschillende zorgverzekeraars); 1.2. er komt per zorginstelling een lump-sum als ‘bestaansbudget’; 1.3. een betaling voor verrichte behandelingen (zgn. operating fund); 1.4 als gevolg hiervan ontstaat een veel simpeler administratieve organisatie bij alle zorginstellingen. 2. Vereenvoudiging van verplichte registraties en toelatingsvereisten (twee toezichthouders komen te vervallen: NZa en ACM). Een verlaging van de administratieve lastendruk met 25% komt overeen met een bedrag van    2,25 miljard. Dit bedrag kan nog hoger gaan uitvallen.

Beëindigen zorgverzekeraarsco2-footprint-19092016

• Beëindigen zorg bij overige zorgverzekeraars: 133 miljoen
Dit is 10% van de totale kostenbesparing bij de grote 4 Zorgverzekeraars die 90% van de zorgmarkt in handen hebben, een zuiver verhoudingsgetal.

• Afstoten zorgdeel Achmea: 344 miljoen
De totale formatie van de zorgdivisie van Achmea is niet bekend, omdat Zorg niet de enige verzekeringstak is. Uitgegaan is van een formatie van 2500 fte., dit is waarschijnlijk aan de lage kant. De gemiddelde kosten per formatie van VGZ/CG/Menzis zijn genomen om de totale bedrijfskosten van Achmea-Zorg te berekenen, dit leidt tot 334 miljoen (kosten/fte. * aantal fte.: 2500 * 133.699= 334,248 miljoen).

• Beëindigen VGZ, CZ en Menzis: totaal 996 miljoen
Deze drie grote zorgverzekeraars houden op te bestaan. Er gaat werkgelegenheid verloren, de kosten van een Sociaal Plan zijn niet meegenomen: onderdeel van de transitiekosten. Op basis van de geconsolideerde winst- en verliesrekeningen in de Jaarrekeningen van 2015 zijn de totaalbedragen genomen van de ‘Bedrijfskosten uit gewone bedrijfsvoering: acquisitiekosten, Beheers- en personeelskosten, afschrijvingen bedrijfsmiddelen’. Deze totalen zijn per zorgverzekeraar gedeeld op het aantal fte., dit geeft de kosten/fte. per zorgverzekeraar. De gemiddelde kosten/fte. zijn 133.699.

Beeindigen NZa

De Nationale Zorgautoriteit houdt op te bestaan. Omdat de gereguleerde marktwerking met onderlinge prijsconcurrentie tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders wordt beëindigd, komen de markt-toezichthoudende taken te vervallen. De ACM heeft ook geen rol meer. Kostprijzen kunnen worden opgesteld door het NZF binnen budgettaire kaders van de rijksoverheid. Het opheffen van de NZa geeft een besparing van 47 miljoen op jaarbasis (Jaarrekening 2014, Exploitatierekening, totaal Baten en Lasten), de kosten van een Sociaal Plan zijn niet meegenomen: onderdeel van de transitiekosten.

Kosten NZF

Dit is een stelpost. De jaarlijkse kosten van de op te richten ZBO ‘Nationaal Zorgfonds’ en een aantal regionale uitvoeringskantoren wordt geraamd op 600 miljoen.

  • Kosten Nationaal ZorgFonds             -100 miljoen

Stelpost. De jaarlijkse kosten van de op te richten Rijksdienst ‘Nationaal ZorgFonds’ worden vooralsnog geraamd op 100 miljoen. Dit is voldoende voor een organisatie van 800 fte. Uitgangspunt is een slanke organisatie. Het takenpakket moet nader worden uitgewerkt en op basis daarvan moet een calculatie worden opgesteld.

  • Kosten regio’s             -500 miljoen

Stelpost. Eerst moeten de regio’s gedefinieerd worden. Uitgangspunt is een slanke regionale organisatie van verenigingen met een ondersteunend apparaat. Het takenpakket moet nader worden uitgewerkt en op basis daarvan moet een calculatie worden opgesteld.

Voorziening Transitiefonds

Het zorgkapitaal van de zorgverzekeraars.

 

Inkomen zorgverleners

Essentieel onderdeel van het Nationaal ZorgFonds-model is de betaling van zorgverleners (uitvoerende rechtspersonen). Het huidige betalingsmodel van de 1e lijn dat gebaseerd is op een abonnementstarief (Huisartsenmodel): een jaarlijks bedrag per inwoner/patiënt, aangevuld met een klein consulttarief werkt adequaat. De achterliggende gedachte, dat een vergoeding primair gebaseerd behoort te zijn op de beschikbaarheid (beschikbare capaciteit) van deskundige expertise die zorg kan verlenen indien nodig, aangevuld met een kleine vergoeding (‘prikkel’) voor daadwerkelijke geleverde zorg/verrichtingen, is een gezonde en werkbare gedachte. Daarbij moet er een bonus zijn voor bijzondere prestaties: innovatieve doorbraken, exceptionele kwaliteit (niet: zorgvolume!). Ik denk onder meer aan publicaties van emeritus-hoogleraar Guus Schrijvers (‘het capuccino-model’).

Het gaat met andere woorden om een uitwerking van een vorm van ‘Populatiebekostiging’.