Op weg naar een patiënt-georiënteerd zorgstelsel

25 oktober 2015

Laten we Out-Of-The-Box durven denken. Een patiënt georiënteerd zorgstelsel is beter dan het huidige, internationaal geprezen, maar erg kostbare stelsel. De huidige cure leidt namelijk onder chronische markt- en overheid imperfecties en dat zou niet nodig hoeven zijn. Het is de uitkomst van mijn analyse van het huidige zorgstelsel in de cure waar prominente zorgexperts en zorgbestuurders op hebben gereflecteerd.  

De maatschappelijke discussie over de zorg is losgebarsten. Marktwerking!? De minister zei onlangs dat er geen marktwerking is, maar dat is niet waar. De markt creëert perverse prikkels waar de patiënt de dupe van wordt. Huisartsen hebben hun gelijk gehaald, het Roer Gaat Om. Dat betekent meer ruimte voor samenwerking met zorgverzekeraars op basis van gelijkwaardigheid. Dat kan niet anders, want de kennis zit bij de huisartsen, niet bij de verzekeraars. Toch gaat het eigen risico in 2016 omhoog naar 385 euro en mijden steeds meer arme mensen de zorg. De solidariteit in de zorg staat wel onder druk. Desalniettemin behoort onze gezondheidszorg door de combinatie van toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid in internationaal perspectief tot de top en is ze volgens de EuroHealth Consumer Index 2014 zelfs het beste in heel Europa. Maar ons zorgstelsel is ook erg kostbaar volgens de OESO, sinds de invoering van de zorgverzekeringswet en de ‘marktwerking’ in 2006 is ze vergeleken met het Europees gemiddelde zelfs nog duurder geworden! Dat de kosten niet de pan uitrijzen ligt aan het bestuursakkoord, er is een budgetplafond afspraak.
OECD health costs per capita
Enkele mediaberichten
-Het Roer Moet Om: Het Roer Moet Om
-De kern van de afscheidsrede van Prof.dr. Wynand van de Ven in een korte video (< 5 min.): Nederland het beste zorgstelsel?
-Bart Berden over de financiering van investeringen in ziekenhuizen: Ziekenhuizen krijgen moeilijk geld
-Zorgdebat georganiseerd door ONVZ (18 sept. 2015) – Jaap van den Heuvel, directeur van een hypermodern ziekenhuis, pleit tegen marktwerking (vanaf 7:25 min): DFT Zorgdebat met minister Schippers en 2 experts door de Telegraaf en ONVZ

 

We haten de overheid heimelijk allemaal

Overpeinzing bij de VLUCHTELINGENCRISIS – De overheid moet handelen, de politiek schakelt noodgedwongen over op het kritische, oplossing zoekende brein voor de korte en lange termijn.

Oud-premier Lubbers zou ooit gezegd hebben: “We hebben allemaal een ding gemeen en dat is dat we allemaal een hekel aan de overheid hebben.” Hebben we allemaal een hekel aan de overheid, enkele uitzonderingen wellicht daargelaten, zoals immigranten en de 2% die lid is van een politieke partij? En hoe is deze weerzin tegen de overheid bij burgers èn ambtenaren dan te verklaren? Heeft het mischien te maken met een gebrek aan geloofwaardigheid van de overheid? Want hoe is het toch mogelijk dat de Nationale Ombudsman bij het PGB-debacle voor de zoveelste maal constateert dat de politiek de uitvoering en de ICT-aspecten zwaar heeft onderschat? Dat wisten we toch al, we hebben dit toch zien aankomen? Waarom loopt het dan weer mis? Hoe is het toch mogelijk dat onze politici de publieke sector zo schromelijk verwaarlozen?

Ik kom tot de volgende verklaring. Mensen functioneren op twee bewustzijnsnivo’s. In de basisstand domineert het oppervlakkige bewustzijn, het stelt ons in staat om snel te oordelen en te handelen (1). Indien nodig activeren we het kritische, nadenkende bewustzijn, dat ons in staat stelt om tot logisch samenhangende en doordachte inzichten te komen (2). De werking van het snelle en het kritische bewustzijn zijn door Daniel Kahneman als de two systems beschreven in zijn meesterwerk Thinking, Fast and Slow .

het snelle, uitgesproken brein

In ons alledaags denken en handelen staat het brein in de snelle basisstand. Het snelle brein beantwoordt de vraag die opiniepeilers stellen: waar gaat u op stemmen? Maar of dat ook zo is? In het snelle brein is democratie een kwestie van vierjaarlijks verkiezingen en dan kiezen we wie ons mag vertegenwoordigen en besturen. De politiek beslist, wetten worden aangenomen en de overheid voert deze wetten uit. Het snelle brein stelt ons in staat politiek correct te zijn als de sociale situatie daar om vraagt. Overheidscommunicatie richt zich op het snelle brein: “Dat soort vragen, daar is UWV voor. Kijk op uwv.nl. Je krijgt er duidelijke antwoorden, waarmee je verder kan”.
Politici zijn getraind in het werken met het snelle brein. Budgettaire kaders en positieve mediacommunicatie zijn bouwstenen voor het brein. Met prijsuitreikingen huldigen politici ambtenaren en best practices in het publieke domein en ze geven daarmee de boodschap af dat de politiek zich bekommert om de overheid. Mediatraining is voor elke politicus een conditio sine qua non. In het tijdperk van de social media is er altijd wel ergens brand: “Minister, wat vindt u hier nu van?” Het snelle politieke brein moet PowNed van repliek kunnen dienen.

het kritische, beschouwende brein

Het kritische brein wordt geactiveerd bij het verschijnen van rapporten van de Algemene Rekenkamer, de Nationale Ombudsman en bij Parlementaire enquêtes. Men neemt, als is het vluchtig, kennis van de belangrijkste, noodzakelijkerwijs scherp geformuleerde conclusies. Wie het interesseert verdiept zich in het onderzoek en de aanbevelingen. Nu moeten politici op hun tellen passen, er worden moeilijke vragen gesteld. De externe communicatie wordt grondig voor geëxerceerd. Men belooft beterschap, ja er worden al maatregelen getroffen om herhaling te voorkomen. In de media verschijnen deskundigen, iedereen doet zijn plas en de leercyclus is rond.

Als mensen in hun kritische bewustzijnsstand zitten realiseren ze zich dat de overheid complex is en dat er bij de uitvoering van taken veel komt kijken. Het gaat dan om de bedrijfsvoering, de noodzaak van ketensamenwerking en Good governance. Nu wordt het ingewikkeld, politici en het grote publiek haken af. In het volhardende kritische brein weten we dat de politiek deze complexiteit niet aan kan en er ook niet aan wil. Vrijwel alle politici opereren vanuit de snelle bewustzijnsmodus en zijn getraind in het ontwijken van lastige vragen die het dieperliggende bewustzijn triggeren. Hier zien we Rutte’s meesterschap.
Het kritische bewustzijn wordt getriggerd als de eigen wettelijke rechten in het geding zijn. Dan slaan we alarm en dienen een bezwaarschrift in. Desnoods stappen we naar de rechter.

5,5 Miljoen mensen hebben de afgelopen dagen van de Belastingdienst twee brieven na elkaar ontvangen. In de eerste brief staat het bedrag van de aanslag inkomstenbelasting van 2014. In de tweede brief staat dat we vier maanden uitstel van betaling hebben. Als je precies wilt weten wat dit betekent en of je wellicht toch invorderingsrente moet betalen kun je doorklikken op een link. Waarom krijgen we twee brieven plus een link voor de aanslag van de inkomstenbelasting, waarom niet één brief? Omdat het belastingsysteem het niet aankan. Het is te complex, er zijn meerdere systemen en er moet rekening worden gehouden met uitzonderingen. Zo maak je geen vrienden. Temeer daar diezelfde Belastingdienst mensen en bedrijven voortdurend met haar eigen interne problemen opzadelt. We kunnen het niet leuker maken, wel gemakkelijker (?).

De decentralisatie van hulp- en zorgtaken naar de gemeenten illustreert de slordige manier van werken bij de overheid. De kritische beschouwer denkt de dat hele operatie ingegeven is door bezuinigingen en het onvermogen om taken op centraal niveau goed te regelen en dat het verhaal van de participatiesamenleving er later bij verzonnen is. Over het beëindigen van de huishoudelijke hulp door individuele gemeenten worden nu verschillende rechtszaken gevoerd. De burger zoekt het voortaan zelf maar uit.

De marktwerking in de publieke domein is een ander, treffend voorbeeld van een falende centrale overheid die haar problemen over de schutting kiepert. De markt zou uitvoerende taken beter èn goedkoper doen dan de overheid. Maar beide claims, de markt doet het beter en de markt doet het goedkoper, zijn nog nooit bewezen. In 2013 concludeerde de TU Delft wel dat het nederlandse spoor na de opsplitsing minder efficiënt is geworden en dat de productiviteit van het spoor is gedaald.
Als niet direct het eigen belang meespeelt loopt de individuele kritische houding stuk op institutionele muren. Het raadgevend referendum is net bij wet geregeld. Maar de Tweede Kamer heeft geen oor naar een adviserend referendum over de manier waarop Nederland besluiten neemt in haar relatie tot de EU.

Steeds als we moeite doen om kritisch na te denken over het functioneren van de overheid (en de politiek) stuiten we op een geloofwaardigheidsprobleem. Er zijn zoveel voorbeelden te geven, denk bijvoorbeeld aan de aanpak van de topinkomens in de publieke sector. En men heeft de mond vol van integriteit. Maar politici die door de mand vallen (en daar moet heel wat voor gebeuren, zie staatssecretaris Martin van Rijn), krijgen na verloop van tijd toch weer een exclusief baantje toegeschoven. Geen wonder dat het vertrouwen in de overheid helemaal weg is. Landelijke politici zijn er klaarblijkelijk niet voor ons, ze zijn tegen ons. Het zijn de wachters van de overheid.
Natuurlijk, het individu beschikt over mogelijkheden om vermeend onrecht aan te vechten. Hij kan een bezwaarschrift indienen en desnoods naar de rechter stappen. Het gaat hier om de vraag wat de mens denkt en voelt. Emoties zijn onderdeel van het snelle brein. De individuele mens voelt zich machteloos tegenover een almachtige staat, die ongeloofwaardig en onbetrouwbaar is. Hoe reageert het emotionele brein hier op? In het openbaar houden we de overheid te vriend. Maar heimelijk haten we diezelfde overheid.
Dat is waar Lubbers op doelde.

Column op Z24.nl: Waarom we een hekel hebben aan de overheidZ24nl

Het moest wel mis gaan met de Fyra (5 juni in de Volkskrant)

opinie deVolkskrant
De slotconclusie van de parlementaire enquête naar het Fyra-debacle staat wel zo’n beetje vast. De belangrijkste politici en bestuurders zijn de afgelopen weken voor de commissie verschenen. Deze week komt nog het toezicht op de bouw, de certificering en de toelating van de Fyra tot het Nederlandse spoor aan bod, de start van de commerciële dienstregeling en de samenwerking met de Belgische Spoorwegen. Het zal ongetwijfeld nog smeuïge details opleveren. Maar het verhaal  is op hoofdlijnen wel duidelijk.1

De chronologie van gebeurtenissen beslaat zo’n 25 jaar. Het politiek denken over marktsuperioriteit begon met Reaganomics. In 1991 werd de EU-richtlijn aangenomen over de scheiding van de administratie van infrastructuur en exploitatie bij spoorwegen. In dit decennium werd juridische veranderingen doorgevoerd bij de Nederlandse Spoorwegen, de zogenaamde verzelfstandiging van de NS, die erop neer kwamen dat het geïntegreerde staatsbedrijf van de spoorwegen werd gesplitst in twee staatsbedrijven, het latere ProRail voor de infrastructuur en de nieuwe NS voor het treinverkeer, waarbij concurrentie om het treinverkeer mogelijk werd gemaakt. Deze verzelfstandiging geschiedde in een aantal stappen en er werd een nieuwe topman bij de nog geïntegreerde NS aangesteld om de taakorganisatie af te splitsen en de marktonderneming NS verder door te ontwikkelen. De kiem van alle ellende was daarmee gelegd.

In 1998 werd een marktconsultatie van de HSL-zuid gehouden. In 2000 besloot het 2e kabinet Kok om de HSL-zuid aan te besteden. Gezien het voorgaande een logisch en consequent besluit. Hoe het verder ging weten we.

Specialistenwerk

Je kunt jarenlang politieke discussies voeren over de verzelfstandiging van de spoorwegen, maar uiteindelijk komt het neer op het schrijven van een juridisch construct en het maken van enkele rekensommen over investeringen en afschrijvingen, kosten en opbrengsten en dit verwerken in een begroting. Specialistenwerk. Inhoudelijk wellicht niet makkelijk, maar in de praktijk een kwestie van kennismanagement en dat is, vergeleken met het doorvoeren van een culturele revolutie toch echt a peace of cake. Je past een paar wetten aan en maakt een business-case en klaar is kees.

Daarmee heb je als politiek nog niet het denken over de reizigerstrein als middel van openbaar vervoer bij het personeel voor ook maar een millimeter veranderd. Je stelt vervolgens een Alpha-man als chief executive officer aan en die mag het in de praktijk gaan doen. Maar ook daarmee heb je nog niets bereikt.

Botsing van overtuigingen

Elke fundamentele wijziging in de opvatting over een publieke taak is alleen mogelijk als daar een breed maatschappelijk draagvlak voor bestaat. Dit draagvlak komt alleen tot stand als dit geschraagd wordt door een overtuigend verhaal gebaseerd op gedeelde publieke waarden. Dit verhaal ontbrak in 1990 en dit verhaal ontbreekt nog steeds.

De politiek dacht dit varkentje wel even te wassen, met het Haagsche ambtelijke apparaat als haar altijd trouwe dienaar. En dus ging een ambtelijke delegatie in 1999 uit eigen initiatief op bezoek bij de samenwerkende directies van de Franse en de Belgische spoorwegen om het voorstel te doen of zij de HSL-zuid wilden laten rijden over het Hollandsche spoor. Het is maar vanuit welk perspectief je ernaar kijkt: als markt-fetisjist denk je: goeie zaak! Als treinconducteur, of als mecanicien denk je bij jezelf: zijn ze nu helemaal krankjorum geworden!?

De interne spanningen binnen het staatsbedrijf NS liepen in de loop der jaren op tot het kookpunt. Logisch: commercieel denken implanteer je niet zomaar in de hoofden van andersdenkende mensen. Dit is een botsing van overtuigingen. Niet religieus, maar het scheelt weinig. Het is ongelofelijk moeilijk om een dergelijke turn-around in de publieke sector te realiseren, zodanig dat achteraf zowel de cijfertjes positief zijn als de mensen tevreden.

Moeder van alle kwaad

Wie dit inzicht het scherpst verwoord heeft kan geen politicus zijn, het was Jan Timmer (President-commissaris van de NS tijdens de roerige verzelfstandigingsjaren en de concessieverlening) die het als volgt zei: “De privatisering van de NS is de moeder van alle kwaad.”

Het Fyra-debacle toont de onthechtheid van landelijke politici aan, die nog steeds tegen beter weten in geloven in de heilzame werking van concurrentie om het spoor. En het toont hun desinteresse voor de praktijk van de publieke zaak, die hun verantwoordelijkheid als benoemde bestuurder is.

http://www.volkskrant.nl/opinie/fyra-debacle-gevolg-van-gebrek-aan-draagvlak-voor-privatisering-van-ns~a4055048/

Column staat ook op:

Z24.nl Fyra toont failliet marktwerking aan

Joop.nl Waarom het wel mis moest gaan met de Fyra

Heimwee naar de PTT? (reactie op De kwestie in de Volkskrant)

Geachte heer de Waard,
De bezoldiging van bestuurders in voormalige (?) publieke sectoren zorgt al jaren voor commotie en media-aandacht. Het ingewikkelde vraagstuk van overheid en markt wordt platgeslagen tot de bonus van de CEO en daar spuit iedereen zijn mening over.
Begrijpelijk. Maar zo simplificerend.
Technologische ontwikkelingen (ICT en Communicatie) stuwen innovatie en het ontstaan van nieuwe business modellen en nieuwe concurrentie. Binnen de beschermde omgeving van de overheid, de wereld van gestolde machtsverhoudingen, zouden de oude PTT en de Rijkspostspaarbank zich waarschijnlijk niet snel genoeg hebben kunnen aanpassen aan de nieuwe (technisch gedreven) werkelijkheid. De keerzijde is dat met de privatiseringen de oude gedachte dat sommige diensten van algemeen nut zijn, is verdwenen. De meervoudige burger (belastingbetaler, kiezer, gebruiker van diensten) veranderde tot eenvoudige consument.
De kernvraag zou moeten zijn: vinden Nederlanders dat sommige diensten van algemeen nut zijn? Ik denk aan openbaar vervoer (wordt buiten de Randstad afgebouwd), geld- en betalingsverkeer (pinautomaten buiten de Randstad: idem; generatie 70+: onhandig met computer), postbezorging.
Dit zijn politieke vragen.
Maar – vrees ik – te moeilijk voor deze generatie politici.
Ik kan mij voorstellen dat we opnieuw enkele publieke diensten voor dit soort nutsvoorzieningen inrichten. Dan moet aan een aantal randvoorwaarden worden voldaan. Cruciaal is: deze diensten moeten een zeker innovatievermogen hebben – daar moeten arbeidsvoorwaarden op zijn toegesneden -, maar ze behoeven geen state-of-the-art dienstverlening te bieden. Voorop zouden moeten staan: toegankelijkheid, betrouwbaarheid, veiligheid, duidelijke informatie voor de burger. Deze diensten moeten bedrijfsmatig bestuurd worden. De politiek stelt een beperkt aantal meetbare eisen binnen een maatschappelijk meerjarenperspectief. Ik heb er een boek over geschreven.

Reactie Peter de Waard:
Beste Gijs
Dank voor je reactie. Ik vind dat telecom en pakjes bezorgen ook aan de marktwerking moeten worden overgelaten. Ik heb twijfels over de post en vooral banken.
groet
Peter de Waard

Tunnelvisie in de politiek: Het kan anders!

Rutte-2 verliest zijn meerderheid in de senaat. De kranten koppen: Rutte krijgt het moeilijk. Het is de day after . Het politieke mediacircus hield heel even – een dag – de adem in. En het barst weer los. Zoals altijd. Het is weer paniek in de polder. Is Nederland nu onregeerbaar?
Laten we dit moment gebruiken voor bezinning.
Laten we voor even… anders denken.

Laat Rutte-2 de resterende twee jaar geen beleid meer maken. Geen wetten meer! Goed, alleen hoogst noodzakelijke wetten dan, om ervoor te zorgen dat de boel kan blijven draaien. Maar alsjeblieft geen zaken meer die de overbelaste overheidsbureaucratie nog dieper in de shit brengen. Er gaat zo ontzettend veel fout. Een greep uit een stroom van kleinere incidenten, het afgelopen jaar.

De betaling van hulpverleners door de SVB – De DUO stuurt ten onrechte deurwaarders naar 10.000 MBO studenten – Onterechte verkeersboetes door falende trajectcontroles – Corruptie bij de politie bij de aanbesteding en inkoop van wagens en pistool – Bij Defensie, containerdiefstal, roestende helicopters, chroomvergiftiging, de lijst is eindeloos – Onjuiste belastingaanslagen – Een subsidieregeling voor windmolens die de duurzaamheid afbreekt – De spoorwegenellende, dag in dag uit – Falende ICT-projecten – Valse autokentekenplaten van zware criminelen, waar de politie jaren niets aan doet –

???????????????????????????????

Laat Rutte-2 de resterende twee jaar gebruiken om de krakkemikkige uitvoering van de taken, die ze zichzelf heeft opgelegd, iets minder krakkemikkig te maken. Die drie decentralisaties alleen al. En onze politie. En onze belastingdienst, maak die in elk geval klaar voor de toekomst, als het nieuwe belastingstelsel wordt ingevoerd. Zorg dat dit allemaal werkelijk goed geregeld wordt. Parlementen, wees daarbij behulpzaam en probeer uw scoringsdrift te beteugelen. U heeft een plicht: De meerderheid van de bevolking heeft weinig of geen vertrouwen in de overheid, neem dan ook uw controlerende rol als volksvertegenwoordiger!

De zwijgende meerderheid heeft gisteren bij de provinciale statenverkiezingen niet gestemd. Zij hadden daarvoor een reden. De minderheid die zijn stem wel heeft uitgebracht, had ook een reden. De media hebben er in ieder geval een landelijk politiek machtsvraagstuk van gemaakt.

Iedereen weet dat er een regering zit die er alles aan zal doen om de rit uit te blijven zitten. Probeer nu eens niet langs politieke lijnen te denken, maar denk nu eens als volgt.

De regering is verantwoordelijk voor een goed functionerende publieke sector. Dat wil iedereen toch: de VVD, de PvdA en de gehele oppositie. Geen politieke partij wil dat de overheid niet goed functioneert. De helft van ons bruto nationaal product stroomt ieder jaar in euro’s door de publieke sector. Iedereen betaalt daar aan mee, of dat nu wel of niet in (belasting )geld wordt uitgedrukt. Een goed functionerende overheid willen we toch werkelijk allemaal.
We moeten zeggen: regering, neem uw verantwoordelijkheid!
Wij, de Nederlanders, eisen dat de publieke sector goed functioneert!

Nu richt ik mij tot de landelijke politiek:
Zou u willen meewerken, zou u anders willen denken?
En doen?
En media, oud en nieuw, zou u dit willen faciliteren?
Kunnen we afspreken dat we twee jaar met elkaar de mouwen opstropen?
Om er samen sterker uit te komen?

Staatstoezicht op de Mijnen?

Het falen van de oudste toezichthouder van Nederland, Staatstoezicht op de Mijnen, legt de vinger op een structureel probleem: het overheidstoezicht op het naleven van de regels in marktsectoren schiet tekort. We hebben de afgelopen jaren veel voorbeelden van falend overheidstoezicht gezien: in de financiele sectoren, in de woningcorporatiesector, in de sector van het hoger onderwijs, bij de petrochemie (Chemiepack), bij de NZA (interne problemen), in de vleeshandel (paardenvlees).

Maar het volledig verzaken van de toezichtrol door Staatstoezicht op de Mijnen slaat alles. De Mijnwet van 1810 is de oudste Nederlandse wet. Het Staatstoezicht op de Mijnen werd in hetzelfde jaar opgericht. Staatstoezicht op de Mijnen houdt onafhankelijk toezicht op de mijnbouw en het transport van gas, zodanig dat het op een maatschappelijk verantwoorde wijze wordt uitgevoerd.

Enkele feiten: In 1972 blijkt uit onderzoek van de NAM dat Groningen tot maximaal 1 meter verzakt in 2050 (de Volkskrant, 18 feb.). In december 1986 is er een aardbeving met de kracht van 3.0 (schaal van Richter) in Assen. Sindsdien zijn er 1000 aardbevingen in het noorden geregistreerd.

In 2002 werd de stokoude wetgeving vernieuwd en gebundeld in de nieuwe Mijnbouwwet en het Mijnbouwbesluit met uitvoeringsbepalingen. De nieuwe mijnbouwwet verplicht de concessiehouder een winningsplan op te stellen met een kaart van de te verwachten bodemdaling en deze bodembeweging ook te meten, op een zorgvuldige en betrouwbare wijze en hierover te rapporteren. Het Staatstoezicht op de Mijnen heeft als toezichthouder de taak ervoor te zorgen dat dit ook gebeurd.

Zes jaar later, in 2008, stelt de Technische commissie bodembeweging (adviesorgaan van de minister van EZ, art. 35 Mijnbouwwet) dat er ‘Betere meetnetten voor bodemdaling nodig zijn’.

Het Staatstoezicht op de Mijnen stelt in het Jaarverslag 2009 vast dat (citaat) ‘de veiligheid van de delfstofwinning in Nederland op een hoog niveau ligt. De hoge veiligheidsstandaard is te danken aan een goede risicobeheersing. De oliemaatschappijen hebben voor al hun activiteiten de risico’s in kaart gebracht en maatregelen genomen om die risico’s in te dammen. Daarbij werken ze volgens het principe van continue verbetering. Voortdurend kijken ze of een bepaald proces nog veiliger kan worden ingericht. Staatstoezicht op de Mijnen inspecteert of de oliemaatschappijen hun zorgsystemen op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu goed op orde hebben. Die inspectie vindt zowel op afstand als op locatie plaats.’

In het Jaarverslag 2011 spreekt het Staatstoezicht op de Mijnen van (citaat) ‘de hoge veiligheidsstandaard in de delfstoffenindustrie. Er zijn geen dodelijke ongevallen.’  De Inspecteur-Generaal der Mijnen zegt daarbij dat hij het als toezichthouder op de gaswinning (citaat) ‘de moeite waard vind om de achtergrond van de concentratie van aardbevingen serieus te laten onderzoeken’.

In 2013 stelt de Inspecteur-Generaal naar aanleiding van de zware Huizinge beving van 2012 dat het onderzoek naar de toedracht (citaat) ‘uiteraard in eerste instantie de verantwoordelijkheid van oliemaatschappijen zelf is. Daar hebben wij ook constant bij hen op aangedrongen. Maar toen dat uitbleef hebben wij het zelf opgepakt.’

Dus tien jaar na de inwerkingtreding van de nieuwe Mijnbouwwet (en meer dan 40 jaar na het NAM-rapport) begon het Staatstoezicht op de Mijnen ten langen leste met de uitvoering van haar primaire taak: toezicht en handhaving van de regels met betrekking tot de gaswinning.

Kiezen tussen overheid en markt - Gijs van Loef

Tot zover deze column.

Twee jaar geleden heb ik een boek geschreven over marktwerking in het publieke domein, waarvan dit een treffend voorbeeld is. In dit boek, ‘Kiezen tussen overheid en markt’, maak ik onderscheid tussen vier principes van overheidshandelen, vier soorten publieke waarden, die door de overheid gewaarborgd moeten worden. Alle technische infrastructuren die het algemeen maatschappelijk belang dienen, zoals energiesystemen waaronder de gaswinning in de Nederlandse bodem, moeten voldoen aan de eisen van collectieve veiligheid en zekerheid. Dat wil zeggen dat deze systemen operationeel veilig moeten zijn, de volksgezondheid mag niet bedreigd worden en operationeel gegarandeerd, de systemen mogen niet haperen of uitvallen. Ik noem dit het principe van ‘collectieve veiligheid en zekerheid’ van technische infrastructuren met een algemene maatschappelijke functie (zoals de drinkwater- en energievoorziening, het openbaar vervoer, essentiele communicatienetwerken).

Bij de gaswinning in Groningse bodem heeft de rijksoverheid dit principe consequent verloochend: het ging alleen om de zekerheid van de gaswinning, veiligheid speelde geen enkele rol, met uitzondering van de veiligheid van de mensen die direct bij de uitvoering van de gaswinning zelf betrokken zijn.

Column staat ook op:
http://www.z24.nl/columnisten/gijs-van-loef-zwak-toezicht-gaswinning-groningen-exemplarisch-voor-falen-overheid-540161

column op Joop.nl

Sanquin: Publiek en Privaat?

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan.

De zaterdagse Volkskrant staat er uitgebreid bij stil: De stichting Sanquin bloedvoorziening, die het wettelijk monopolie op de bloedvoorziening heeft, wil commercieel in het buitenland gaan opereren. Sanquin is van plan in de Verenigde Staten bloedplasma te gaan verkopen, als de FDA (Food and Drug Administration) het toestaat. Maar moeten we dit wel goed vinden?

In het boek Kiezen tussen overheid en markt maak ik onderscheid tussen vier principes van overheidshandelen, vier publieke waarden, die door de overheid gewaarborgd moeten worden. ‘Individuele rechtvaardigheid’ en ‘collectieve veiligheid en zekerheid’ zijn twee (van de vier) publieke waarden, die in de Nederlandse bloedvoorziening samen komen. Er is een georganiseerd taaksysteem voor de bloedvoorziening waarmee de samenleving beschermd wordt tegen gevaren: collectieve veiligheid en zekerheid van een goede en continue bloedvoorziening. Dit georganiseerde taaksysteem maakt het mogelijk dat elk individu goed bloed toegediend kan krijgen indien dit noodzakelijk is: individuele rechtvaardigheid.

Sanquin heeft het wettelijk monopolie op de publieke bloedvoorziening. De publieke bloedvoorziening wordt geschraagd door donoren uit vrije wil. Hieruit volgt dat publieke bloedvoorziening geen commerciële taak is. Sanquin noemt zichzelf op haar website dan ook terecht een not-for-profit organisatie.

Een goede en betrouwbare bloedvoorziening vereist, naast kapitaal, specifieke kennis en deskundigheid. Sanquin beschikt over deze kennis en deze kennis en deskundigheid staat in dienst van de publieke bloedvoorziening. Sanquin heeft een nieuwe produktiefaciliteit in gebruik genomen met een capaciteit die veel groter is dan wat voor de Nederlandse bloedvoorziening nodig is. Daar valt natuurlijk geld mee te verdienen.

Mag Sanquin nu als commerciële onderneming gaan opereren in het buitenland? Nee, want de continuiteit van de nederlandse bloedvoorziening is haar wettelijke taak, haar enige missie, de ultieme opdracht. Dit mag nimmer door een ongewis commercieel avontuur in de waagschaal worden gelegd. Kennelijk is er al fors geïnvesteerd in schaalvergroting om meer omzet te genereren. Nu blijken er mogelijk onvoorziene risico’s te kleven aan het Amerikaanse avontuur. Daar mag de publieke bloedvoorziening natuurlijk nooit de dupe van worden. Beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald.

Enkele citaten uit de Volkskrant van afgelopen zaterdag:

De deal die Sanquin en Baxter sloten moest de plasmaproductie van Sanquin tussen 2013 en 2016 opschroeven van 300 duizend naar twee miljoen liter per jaar. De mega-investering van 30 miljoen euro zou ruimschoots terugverdiend worden.
Maar het liep anders…
Door de miljoenen verslindende operatie om de FDA tevreden te stellen, stroomt het geld in rap tempo uit de doorgaans goedgevulde kas.” (…) “Intern bij Sanquin viel zelfs te beluisteren dat de publieke bloedvoorziening failliet zou kunnen gaan als gevolg van de gefnuikte Amerikaanse ambities”.
Geruststellend lijkt het volgende citaat.
Sanquin gaat sowieso niet failliet”, zegt hoogleraar Rob Slappendel. “Ze maken het bloed gewoon duurder”.
Tja… Het bloed kruipt kennelijk waar het niet gaan kan.

Er zit niets anders op dan de commerciële activiteiten volledig los te laten. Sanquin moet juridisch opgesplitst worden en de overcapaciteit moet in de verkoop. Voor een kennisdrain hoeven we niet bang te zijn. Een systematische en volledige kennisborging bij de nederlandse organisatie van de publieke bloedvoorziening (incl. opleidingen bij medische universiteiten) ten behoeve van de publieke bloedvoorziening moet contractueel geregeld worden. En vanzelfsprekend moet er een fatsoenlijke, marktconforme prijs worden betaald voor de delen van Sanquin die worden verkocht.

Reactie van Sanquin: Het in Amerika te verkopen hoogwaardig bloedplasma is als ‘laagwaardig bloedplasma’ uit Amerika afkomstig en niet afkomstig van Nederlandse donoren.

Op Z24.nl verscheen Publiek bloed Sanquin moet publiek blijven en een POLL met een opvallende uitslag:

Mag een publieke bloedinstelling ook commercieel bezig zijn?

Nee, publieke bloedvoorziening mag nooit risico lopen door commerciële bloedhandel    91%    956  stemmen

Ja, als je de twee maar goed gescheiden houdt                                                                           9%       97 stemmen

 

Deze column is ook te lezen op Joop.nl . Bloedgeld winst maken met vrijwillige donoren