Tendentieuze berichtgeving SCP over de Gezondheidszorg

70 views

Konsekwent tendentieuze berichtgeving van het SCP over de Gezondheidszorg.  Men ontwijkt wezenlijke vraagstukken en poetst de onderliggende feiten op tot positieve soundbites.

De one-liner op de voorpagina van Burgerperspectieven 2017/4 vh SCP luidt: “Samenleven, gezondheidszorg en economie zijn redenen voor zorg én trots” .

Maar als je de figuren 1.4 en 1.5 op pag. 19 bekijkt valt het volgende op:

Er worden vijf categorieen genoemd, in beide gevallen worden de drie categorieen ‘Samenleven’, ‘Economie en inkomen’ en de ‘Zorg’ genoemd. De Zorg vinden we dus een heel belangrijk onderwerp. Dat wisten we al en het wordt steeds weer bevestigd. Maar nu komt het >

De zorgen over de gezondheidszorg (‘nationaal probleembesef’) zijn zowel absoluut als procentueel sterk gestegen in de gemeten periode van 2008 >2017. Bij de trots (‘nationale trots’) is er eerder sprake van een fluctuatie rond de 10%, die 10% is een soort constante.

Het probleembesef mbt. de zorg is van de 5e en laatste plaats in 2008 gestegen naar de 3e plaats in 2017, dit is een stijging, dus een verslechtering. In procenten: Het nationale probleembesef m.b.t. de zorg is gestegen van ca. 7% naar ca. 14%, dit is een verdubbeling.

De nationale trots mbt. de zorg stond op een 4e plaats in 2008 en dit is onveranderd in 2017. De nationale trots m.b.t. de zorg is in het afgelopen jaar gestegen van ca. 7,5% naar 10%. Maar, daarvoor was ze hoger: in de periode 2009 t/m 2014  fluctueerde de nationale trots m.b.t. de zorg met verschillende pieken en dalen tussen ca. 9% en 14% .

Zie ook de Belangrijkste Bevindingen, 2e pagina, bovenste grafiek. Hier worden strakke lijnen getoond!?
bron: https://www.scp.nl/Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_2017/Burgerperspectieven_2017_4

Hoe Goed is Onze Gezondheidszorg? (Video met toelichting)

UPDATE 6/10/2018 – De video is meer dan 1000 x bekeken.

Alle reacties:

Prof. Rob BaltussenProfessor Global Health Economics Department for Health Evidence, RadboutUMC: ‘Beste Gijs, dank hiervoor. Heb de film gekeken, en vindt het een mooi uitgebalanceerd verhaal. Behalve op het laatst – waarin je op basis van de 54% van de bevolking die veranderingen wil, best grote conclusies trekt. Mijn vraag is dan altijd – zijn die respondenten goed geinformeerd? Ze willen fundamentele wijzigingen, maar hebben ze genoeg kennis van zaken om dat zo te stellen? Maar dat is een opmerking ter zijde.’

Prof. Patrick Jeurissen, Hoogleraar Betaalbaarheid van de zorg, RadboutUMC en Science Officer of the Ministry of Health: ‘Dank. Vindt je het leuk om een keer hierover in debat te gaan bij een college dat ik geef.’

Hennie Zonderland, huisarts, zowel werkzaam in Nederland als vroeger in Tanzania: ‘Aardige video voor huisartsenopleidingen, een mooi discussiestuk.’

Matthijs Dekker, huisarts: ‘Je hebt een waardevolle bijdrage geleverd aan het debat met je videopresentatie.’

Prof. Geert Blijham, emeritus hoogleraar Oncologie en voormalig voorzitter Raad van Bestuur UMCU: ‘Ons zorgstelsel is als onze democratie: er mankeert veel aan maar beter is er niet.’

Prof. Ben Zegers, emeritus hoogleraar Immunologie: ‘Ik vind het een evenwichtige en heldere boodschap die je naar voren brengt. Met name de geleidelijke achteruitgang  sinds de invoering van de marktwerking is opvallend consistent. Dat de eerste lijn het zo goed doet is heel mooi.’

Marion Frissen, gezondheidswetenschapper, interim manager/adviseur: ‘Steengoed. Video moet media-aandacht krijgen (…) Geeft mooi inzicht in de factoren die relevant zijn voor het beoordelen van stelsels van gezondheidszorg.’

——————————————————————————————————————————————————————————————————————————-

Het Framework van de World Health Organization (WHO) –Behaald Nederland de 3 fundamentele doelstellingen van een goede gezondheidszorg?


bron: World Health Organization 2000

Beantwoording van de vraag: “Hoe Goed is Onze Gezondheidszorg?” (8:55 min.):

Geciteerde websites:

URL: Nederlandse zorg scoort hoog in nieuw internationaal onderzoek

URL: NVZ-ziekenhuizen: Over de branche: Rapport kwaliteit op de kaart

Score in het Framework:

Foto van het Framework:

 

Tendens daling Kwaliteit Medische Zorg t.o.v. EU14 zet door 2007 > 2017 (OESO)

280 views

update 30/10/2018 – De langjarenvergelijking van de OESO-data laat het zien: Qua aanbod van Health Suppliers (physicians; practising nurses) verliest Nederland steeds meer terrein t.o.v. de EU14 (zie tabel van een jaar geleden)

update 31/1/2018 – Patrick Jeurissen (Hoogleraar betaalbaarheid van de zorg, science officer minVWS) bevestigd de juistheid van de analyse.

update 13/12/2017 – Xander Koolman (Gezondheidseconoom Vrije Universiteit) : “Ik vind dit een verdedigbare aanpak voor de beoordeling van de ontwikkeling van de ‘performance’ van de medisch-curatieve zorg. Natuurlijk is de Gezondheidszorg als systeem nog veel omvattender dan de cure (zie bijvoorbeeld: http://apps.who.int/iris/bitstream/10665/57320/1/bu0542.pdf ), maar dat neemt niet weg dat dit een relevante analyse is.”

Op basis van gegevens van OECD Health at a Glance 2017 (publicatie 10 november 2017) is een update gemaakt van de landenvergelijking  van de medisch-curatieve zorg (in Nederland: de zorgverzekeringswet). De kwaliteit van de medische zorg in Nederland gaat achteruit, een tendens die is ingezet met de invoering van de gereguleerde marktwerking in 2006.

 

On request translation in English can be made – Data retrieved from OECD Health at a Glance, 2007, 2009, 2011, 2013, 2015, 2017.

Opzet van de landenvergelijking
Wat zijn Nederlandse medische zorgprestaties in internationaal vergelijkend perspectief?

Gekozen is voor een selectie van de 14 ‘moderne’ Europese landen met een minimale bevolkingsomvang van 5 miljoen inwoners. De overweging is dat zo’n selectie zinvoller is dan de gebruikelijke vergelijking met de OECD-landen in totaliteit. De 14 moderne Europese landen die onderling worden vergeleken zijn: België, Denemarken, Duitsland, Engeland (UK), Frankrijk, Finland, Italië, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Zweden en Zwitserland. Dit zijn 14 moderne Europese landen die een gedeelde politiek-democratische, sociaal-economische en technologische ontwikkeling doormaken, waardoor de vergelijkbaarheid toeneemt.

Van deze 14 landen zijn data beschikbaar in de periodieke (jaarlijkse) OECD Health at a Glance rapportages die online raadpleegbaar zijn.

Selectie van indicatoren van medische kwaliteit

Op basis van de online tabellen van OESO Health at a Glance is een selectie gemaakt van bruikbare kwaliteitsindicatoren.  Daarbij is als volgt te werk gegaan:

  • Indicatoren komen in alle opeenvolgende OESO rapportages voor (in 2007 was er een veel beperktere verzameling indicatoren dan in 2016)
  • uitsluitend selectie van indicatoren met data van minimaal 12 van de 14 moderne EU-landen
  • selectie van indicatoren die daadwerkelijk iets zeggen over kwaliteit (zoals het aantal docters/nurses, mortality ratescancer survivalavoidable hospital admissions en vaccinations); 12 Medische specialisten zijn als controlepanel geraadpleegd bij de bepaling van de indicatoren.
  • Non-medical determinants of health (zoals smoking, alcohol consumption en overweight and obesity) zijn uiteraard van invloed, maar niet meegenomen in de vergelijking.

Dertien medische kwaliteitsindicatoren zijn in een longitudinale tabel weergegeven, data uit OECD Health at a Glance van de jaren 2007, 2009, 2011, 2013, 2016 en 2017. Aldus is een tabel samengesteld onderverdeeld in vier clusters: Absolute healthHealth SuppliersHealth Status en Quality of Care.

De OESO-tabel scores van de 14 landen zijn omgezet in punten: 1 punt voor het land met de beste score, 14 punten voor het land met de slechtste score. De scores op alle 13 indicatoren zijn opgeteld en gedeeld door 13, dit is de gemiddelde score per land. De gemiddelde score per land is vertaald naar de eindpositie: het land met de hoogste kwaliteit heeft de laagste score, het land met de laagste kwaliteit heeft de hoogste score. De tabel is voor de leesbaarheid opgesplitst in 5 delen:

NB laatste rij POSITION CHANGE in de eerste 4 tabellen 2007 > 2016, m/z 2007 > 2017 

 

Zie ook: https://gijsvanloef.nl/2016/12/09/kwaliteit-medische-zorg-gedaald-tov-europees-gemiddelde-van-20072016

 

Kostenkant EU14

Aan de kostenkant zien we een bevriezing van het %BNP is vrijwel alle landen. Nationale overheden zien geen andere mogelijkheid om de macrokosten en budgettaire lasten in de hand te houden. Kosten hebben soms betrekking op 2015, soms op 2016. De grafiek (o.b.v. het ESB-artikel van 1/2017):

https://gijsvanloef.nl/wp-content/uploads/2017/01/vanloef-leijten-esb4745-026-029.pdf


Zie verder: Kosten * Kwaliteit

Kosten * Kwaliteit van de Medisch-curatieve zorg: Nederland glijdt weg

Kosten * Kwaliteit als maatstaf van de Zorgwaarde?

Als we de kosten (laagste waarde = aantrekkelijkst, mits de geleverde kwaliteit niet minder is) maal de kwaliteit (laagste waarde = hoogste kwaliteit) berekenen ontstaat een beeld van de waarde van geleverde zorg. K x Q = Z . Hoe lager dit getal, hoe hoger de zorgwaarde. Hoe hoger dit getal, hoe lager de zorgwaarde. Per land, per jaar. (NB Het jaar heeft betrekking op de publicatiedatum van het OESO-rapport)

  • Als kosten ‘K‘ nemen we het getal op basis van het %BNP, maar dan als een heel getal (geen %). Dus: K voor Nederland in 2017 wordt (5,5%BNP): 5,5
  • Als kwaliteit ‘Q‘ nemen we de uitkomsten van de OESO-tabel. Dus: Q voor Nederland in 2017 is 7,58
  • De Zorgwaarde van Nederland in 2017 is dan: K x Q = 41,69 (zie onderstaande tabel)

Nederland had in 2007 een zorgwaarde van 29, in 2017 heeft Nederland een zorgwaarde van 41,69. Daarbij valt op dat de zorgwaarde van Nederland systematisch verslechterd, de reeks is ononderbroken oplopend. Dit betekent dat de burger in Nederland in 2007 meer zorg kreeg voor zijn geld, dan in 2009, in 2009 meer zorg kreeg voor zijn geld dan in 2011, enzovoorts, tot en met het laatste jaar 2017. De verslechtering in Zorgwaarde in Nederland over de gehele periode van 2007 t/m 2017 is dan rekenkundig (-) 44%.

De drie landen die er het beste uitkomen omdat ze de meeste zorgwaarde leveren (‘de prijs:prestatie is het beste’) zijn: 1. Zweden (score: 28), 2. Noorwegen (29) en 3. Zwitserland (31). Vervolgens komen 4. Spanje (36), 5. Belgie (40), 6. Finland (41), 7. Italie (41) , dan op de 8e plaats Nederland (42), 9. Frankrijk (43), 10. Portugal (48), 11. Denemarken (51), 12. Oostenrijk (52), 13. Duitsland (54) en hekkesluiter is afgetekend Engeland/UK (59).

Zie de grafiek en de onderliggende cijfers:

bron: OECD, 2007, 2009, 2011, 2013, 2015, 2017.

NB: De OECD heeft waarden in de tabel Health expenditure and financing op enig moment aangepast. Meestal gaat het om een klein verschil van max. 0,2% BNP (bij Denemarken, Frankrijk, Duitsland), maar in het geval van Zwitserland zijn de wijzigingen significant (verlagingen van de waarden vanaf 2010 van 0,4% tot 0,7%BNP!) . Ik heb daar geen verklaring voor.

On request translation in English can be made – Data retrieved from OECD Health at a Glance, 2007, 2009, 2011, 2013, 2016, 2017.

 

Eerder publiceerde ik de ‘Doelmatigheidsindex’ als houtkoolschets (er lagen geen exacte waarden onder, maar alleen de relatieve positie tov. andere landen) en de overeenkomst is denk ik wel duidelijk. Toch zal ik deze zo niet meer publiceren, omdat het beeld te onnauwkeurig is. Je kunt wel zeggen: er is een kopgroep, er is een middengroep (met wat beweging naar de kop of de staart) en er is een staartgroep. Het beeld was als eerste schets wel verhelderend denk ik:

Hoe kom ik hier nu op? Lees verder op deze website, scroll naar beneden voor berichten in chronologische volgorde terug in de tijd

Nederlands zorgstelsel is niet transparant (OESO)

Over het belang van transparantie. Waarom? Wanneer? De relatie met een publiek, dan wel privaat zorgstelsel. Twee vragen aan U, lezers, om de gedachten te prikkelen:

a. Waar is transparantie een cruciale randvoorwaarde voor een zorgstelsel, in een publiek of een privaat zorgstelsel?

b. Waar is transparantie het beste geregeld/het meeste aanwezig, in een publiek of een privaat zorgstelsel?

Via een twitter-interactie met een partner van KPMG Health (Dhr. David Ikkersheim) ben ik op het spoor gekomen van de volgende OECD-publicatie: OECD Health Data Governance
Het rapport is uit 2015. Naar mijn weten is er geen aandacht aan besteed.

In deze studie wordt de transparantie van zorgstelsels van landen onderling vergeleken. De conclusie is dat Nederland erg slecht presteert vergeleken met andere moderne Europese landen. Zie bijvoorbeeld de pagina’s 17 (19; 3e alinea), 31 (32) en 67 (69, alle hieronder weergegeven) en 104 (Nederland wordt niet eens genoemd in de landentabel).

 

Zie ook: https://gijsvanloef.nl/2016/08/05/transparantie-soap-zorgprijzen-van-ziekenhuizen/

RVS maakt gehakt van marktwerking (d.m.v. zorgverzekeraars) in de zorg

179 views

Zojuist verschenen op skipr:https://www.skipr.nl/blogs/id3311-de-raad-heeft-de-klok-horen-luiden.html

Begin oktober verscheen het belangwekkende rapport van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving: “ZORGRELATIE CENTRAAL, Partnerschap leidend voor zorginkoop” https://www.raadrvs.nl/uploads/docs/Zorgrelatie_centraal.pdf

Met enkele bijlagen, waaronder: “INKOOPSAFARI – Verkenning van de praktijk van zorginkoop”https://www.raadrvs.nl/uploads/docs/Inkoopsafari.pdf

Mijn commentaar hier beperkt zich tot deze bijlage, die alleszeggend is. Aangezien mijn analyse en visie bekend is, geef ik hier slechts een letterlijke weergave van enkele teksten uit INKOOPSAFARI. Toelichting: De inkoop betreft de contractering door zorgverzekeraars van zorg door zorgverleners, waarmee zij contracten sluiten, de zgn. zorginkoopmarkt (de ‘driehoek’, zie tekst onderaan).

De accentuering in de geciteerde tekst is van mij.

pag. 62 e.v.

5 Zorginkoop als haarlemmerolie voor de organisatie van de zorg?

5.1 Zorginkoop binnen de verschillende wettelijke kaders

Met de komst van de Zorgverzekeringswet (Zvw) is het belang van inkoop als sturingsmechanisme toegenomen. Binnen de Zvw heeft het model van gereguleerde marktwerking (managed competition) een belangrijke plaats. Het model gaat uit van drie interacterende markten: de zorgverzekeringsmarkt, de zorginkoopmarkt en de zorgverleningsmarkt. Op de zorgverzekeringsmarkt concurreren verzekeraars om de gunst van de verzekerde. Dit doen ze mede door op de zorginkoopmarkt doelmatige zorg in te kopen bij  concurrerende zorgaanbieders. Vervolgens kiezen patiënten op de zorgverleningsmarkt voor een zorgverlener. Dit kan zowel een door de zorgverzekeraar gecontracteerde aanbieder zijn als een niet-gecontracteerde aanbieder. De hoogte van de vergoeding van nietgecontracteerde zorg is afhankelijk van de polis die de verzekerde heeft gekozen: een natura-, een restitutie- of een combinatiepolis. Een belangrijke constatering uit de verkenning is dat dit model in de praktijk anders uitwerkt. Verzekerden laten zich niet of heel beperkt door de zorgverzekeraar naar een zorgverlener sturen. Daarnaast kiezen verzekerden hun verzekeraar niet op basis van kwaliteit van zorginkoop, maar vooral op de hoogte van de premie. De vraag is wat dit betekent voor de verwachtingen. Beperkt dit de zorgverzekeraar in de mate waarin hij afspraken kan maken met zorgverleners en leidt dit ertoe dat kwaliteit in elk geval via de inkoop niet bevorderd wordt?

Pag. 64: Tabel: Zorginkoop en -verkoop binnen verschillende wettelijke kaders

Pag. 68

Samenvattend, inkoop heeft binnen de medisch-specialistische zorg, de kraamzorg en de intramurale ouderen zorg de kosten op macroniveau niet weten te verminderen. Integendeel, de kosten zijn toegenomen. Gemeenten lijken de uitgaven aan begeleiding wel binnen een korte periode teruggedrongen te hebben.

Pag. 69

Kortom, zorginkoop heeft geleid tot standaardisering en massa-inkoop met weinig ruimte voor pluriformiteit van de zorgvraag.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5.4 Een interveniërende overheid en een driehoek die niet werkt

Met zorginkoop als sturingsmechanisme heeft de rijksoverheid de borging van publieke belangen bij andere partijen belegd: zorgverzekeraar, zorgkantoor en gemeenten. In de praktijk blijkt de overheid het echter lastig te vinden om niet te interveniëren. Zodra de uitgaven harder stijgen dan verwacht (hoofdlijnenakkoord), resultaten tegen lijken te vallen (geboortezorg), er calamiteiten zijn of maatschappelijke onrust ontstaat (bijvoorbeeld bij thuiszorgorganisatie TSN), zien we dat de rijksoverheid maatregelen neemt. Doordat decentrale partijen dit weten, zijn ze terughoudend met investeringen. De rijksoverheid en de landelijke politiek houden daarmee vast aan de maakbaarheid in de totale zorg. De organisatie van de zorg moet via interventies van de minister of de staatssecretaris beïnvloed kunnen worden, terwijl dat niet de gekozen inrichting is. Veel zorginkoop bestaat eigenlijk uit het uitvoeren van beleidsregels van de NZa, het invulling geven aan wensen van de minister of het naleven van bestuurlijke hoofdlijnenakkoorden. Ten slotte betreft een belangrijke bevinding uit de inkoopsafari dat de rol van de inkopende partij – de verzekeraar, het zorgkantoor en de gemeente – niet onomstreden is: de toegevoegde waarde van inkoop door een derde partij wordt betwist. Binnen de Zvw blijkt er slechts beperkt een relatie te zijn tussen het gedrag van verzekerden en zorggebruikers enerzijds en zorginkoop anderzijds. De driehoek werkt niet. Verzekerden kiezen hun verzekeraar niet op basis van de kwaliteit van de zorginkoop, maar vooral op basis van de hoogte van de premie. Patiënten en burgers zijn niet of nauwelijks betrokken bij zorginkoop.

Nb

De literatuurlijst bij de rapporten van de RVS is niet indrukwekkend. Belangrijke recente rappporten ontbreken, evenals relevante publicaties/blogs op mediaplatforms als skipr en zorgvisie (terwijl er wel verwijzing naar is) en er wordt ook naar publicaties van een tamelijk onbekend adviesburo verwezen.