Nederlands private zorgstelsel is inferieur: dure zorg van middelmatige kwaliteit, laag opgeleid de klos

update 31/1/2017 – Prof. Dr. P. Jeurissen bevestigd de juistheid van mijn analyse (3e punt)!

update 5/1/2018 – Reactie op de video ‘Hoe Goed is Onze Gezondheidszorg’ van Prof. Dr. P. Jeurissen: ‘Vindt je het leuk om een keer hierover in debat te gaan bij een college dat ik geef.’ Ik heb toegestemd, maar dit duurt nog een jaar.

update 13/12/2017 – reactie van Xander Koolman (zie hiervoor), bevestigend commentaar bij het 3e punt

update 6/11/2017 – De gezondheidsverschillen tussen laag- en hoogopgeleiden zijn structureel zeer groot: een verschil van zeven jaar voor de levensverwachting bij geboorte en een verschil van bijna twintig jaar (!) v.w.b. de levensverwachting in goede gezondheid. Dit is de afgelopen 10 jaar gelijk gebleven (Prof. Dr. J. Mackenbach, EUR).

update 24/10/2017 – Bewijslast stapelt zich op: Nederlands zorgstelsel is niet transparant (OESO, 2015)

update 8/10/2017 – Conclusie Raad voor Volksgezondheid en Samenleving m.b.t. de driehoek van zorginkoop(markt), zorgverzekering(-smarkt) en zorgverlening(-smarkt) die “niet werkt” meegenomen bij het 5e punt, met korte toelichting.

update 15/9/2017 – Eerste reactie van Prof. Dr. P. Jeurissen (Hoogleraar Betaalbaarheid van de zorg, Celsus Academie): Eens met 1e, 2e, 3e, 4e en 6e punt. Deels oneens met 5e punt.

 

In de afgelopen week heb ik belangrijke, wetenschappelijke bevindingen op een gecomprimeerde wijze samengevat in blogs.

Samenvatting:

1e – Er zijn twee kwalitatief goede en wetenschappelijk gefundeerde Zorgstelselranglijsten: OESO Health at a Glance en het CommonWealthFund (CMWF). Het CMWF rapporteert over 7 moderne Europese landen, de OESO rapporteert over alle 14  moderne Europese landen met data die jaarlijks worden bijgewerkt en online beschikbaar zijn. bron: VWS, 2016. Zie verder: https://gijsvanloef.nl/2016/09/21/de-gezondheidszorg-in-14-moderne-europese-landen-kwaliteit-versus-kosten/

2e – De Nederlandse levensverwachting bij geboorte is 81,8 jaar, zes moderne Europese landen hebben een hogere levensverwachting (Spanje, Zwitserland, Italie, Frankrijk, Zweden, Noorwegen). De Nederlandse man heeft een levensverwachting van 80 jaar (6e plaats), de Nederlandse vrouw heeft een levensverwachting van 83,5 jaar (12e plaats). bron: OESO, 2016 (ook: RIVM). Nota Bene: dit punt gaat over een belangrijk detail, de levensverwachting bij geboorte. De reden dat ik het noem, is om een tegenwicht te geven aan de gekleurde berichtgeving van de beleidsoverheid over de levensverwachting. Zie verder: https://gijsvanloef.nl/2017/09/10/onze-levensverwachting-2-het-rivm-persisteert-in-tendentieuze-berichtgeving/

3e – Sinds de invoering van het systeem van gereguleerde marktwerking in 2006 (Zorgverzekeringswet) is de kwaliteit van de medische zorg in Nederland vanuit (modern) Europees perspectief verslechterd, terwijl de kosten disproportioneel zijn gestegen. bron: https://gijsvanloef.nl/wp-content/uploads/2017/01/vanloef-leijten-esb4745-026-029.pdf Dr. Xander Koolman meent: “Ik vind dit een verdedigbare aanpak voor de beoordeling van de ontwikkeling van de ‘performance’ van de medisch-curatieve zorg.”


4e – Er lijkt geen verband te bestaan tussen de totale zorgkosten als %BNP en de levensverwachting (dit was al bekend).

5e – Moderne Europese landen met een Statutory Health Insurance System (verplicht privaat verzekeringsstelsel) geven meer geld uit aan de zorg dan landen met een National Health Care System (publiek zorgstelsel): Private zorgstelsels zijn duurder dan Publieke Zorgstelsels. bron: OESO, CMWF, 2017.http://www.commonwealthfund.org/~/media/files/publications/fund-report/2017/may/mossialos_intl_profiles_v5.pdf?la=en


Reactie Patrick Jeurissen: “Private zijn inderdaad duurder, maar eigenlijk zou je ook moeten corrigeren voor mate van vergrijzing… (enz.)”

Commentaar: M.b.t. de vergrijzing – Nederland heeft in vergelijking met de dertien andere moderne Europese landen een relatief jonge bevolking. Alleen van de Noren kun je zeggen dat ze minder ouderen hebben. Als we corrigeren voor de vergrijzing dan komt Nederland er (nog) slechter vanaf. Immers, een jonge bevolking heeft minder zorg nodig dan een oude bevolking. Zie de tabel:

M.b.t. het private zorgstelsel met zorgverzekeraars – De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) concludeert in haar advies (2 oktober jl.) Zorgrelatie centraal “dat zorginkoop binnen de Zvw en Wlz niet werkt zoals achter de tekentafel bedacht is. De Raad adviseert om af te stappen van het maken van beleid op basis van de onrealistische aannames en van de verwachting dat door het beleid te optimaliseren, de praktijk alsnog volgens deze logica gaat werken.” En: “Samenvattend, inkoop heeft binnen de medisch-specialistische zorg, de kraamzorg en de intramurale ouderen zorg de kosten op macroniveau niet weten te verminderen. Integendeel, de kosten zijn toegenomen. Binnen de Zvw blijkt er slechts beperkt een relatie te zijn tussen het gedrag van verzekerden en zorggebruikers enerzijds en zorginkoop anderzijds. De driehoek werkt niet.”

 

 

Toelichting: Het beleid is de beleidstheorie van de gereguleerde marktwerking met private zorgverzekeraars als ‘hoeders’ van het zorgaanbod. Dit werkt niet en het heeft geen zin om te proberen om dit alsnog te laten werken, aldus de RVS.

Mijn al eerder geformuleerde conclusie dat het Nederlandse private zorgverzekeringsstelsel ondoelmatig is krijgt dus steeds meer bevestiging vanuit de beleidswetenschap en het overheidsbestuur.

Lees ook: https://joop.bnnvara.nl/opinies/publiek-medisch-zorgstelsel-bespaart-4-miljard-jaarlijks

6e – De bevolking in Zweden (66%), Nederland (54%) en het Verenigd Koninkrijk (53%) is in meerderheid ontevreden over het eigen zorgstelsel en wil fundamentele veranderingen. De bevolking in Duitsland (60%), Noorwegen (59%), Zwitserland (58%) en Frankrijk (54%) is in meerderheid tevreden over het eigen zorgstelsel. bron: CMWF, 2017.

http://www.commonwealthfund.org/~/media/files/publications/fund-report/2017/may/mossialos_intl_profiles_v5.pdf?la=en

Levensverwachting; Zorgkosten %BNP; Publiek of Privaat

 

 

De drie variabelen en hun bron zijn:

  • Levensverwachting bij geboorte (gemiddelde van man en vrouw), OESO Health at a Glance 2016, cijfers van 2014;
  • Het % Bruto Nationaal Produkt van de totale zorgkosten (cure en care), OESO Health at a Glance 2016;
  • De benaming van het zorgstelsel volgens het CommonWealthFund, International Profiles of Health Care Systems 2017 (Niet genoemd worden Belgie, Finland, Oostenrijk, Portugal en Spanje. Ik beschouw de zorgstelsels van deze vijf landen als publieke zorgstelsels, dus National Health Care Systems. NB Zwitserland heeft een Mandatory Health Insurance System)

Wat opvalt:

    • Er is ogenschijnlijk geen verband tussen het %BNP en de levensverwachting
    • De landen met een Statutory Health Insurance System geven meer geld uit aan de zorg dan landen met een National Health Care System. Er is een duidelijk verband: Private zorgstelsels zijn duurder dan Publieke Zorgstelsels. 
    • Nederland is de beste in de groep landen met een levensverwachting tussen 81 en 82 jaar, met gepaste afstand tot de zes landen met een hogere levensverwachting dan 82 jaar, dit is gevisualiseerd met de opzet van de tabel

Zorgstelselranglijsten

update 26/10/2017 – De oudste mij bekende diskwalificatie/ontmaskering van de EHCI-index staat in the British Medical Journal: http://blogs.bmj.com/bmj/2016/02/09/what-if-anything-does-the-eurohealth-consumer-index-actually-tell-us/ (feb. 2016). Tevens kwam ik op het spoor van The Lancethttp://www.thelancet.com/cms/attachment/2094714513/2077254606/gr2a_lrg.jpg , maar dit is een eerste lijst (geen jaarreeks). De analyse en conclusie m.b.t. zorgstelselranglijsten blijft onverkort geldig.

 

April vorig jaar berichtte ik hier over EHCI-zorgstelselranglijst van het European Consumer Powerhouse met de kop ‘Big Pharma betaalt voor European Health Consumer Index (met toppositie Nederland)’. Uit mijn blogs en publicaties kan worden opgemaakt dat ik vanaf dat moment zeer kritisch ben geworden op de kwaliteit/betrouwbaarheid/relevantie van de EHCI.

In september 2016 veranderde ik de inleiding van het veelgelezen essay ‘De Cure onder het mes’ van november 2015 (zie o.a.https://www.skipr.nl/blogs/id2469-een-patientgeorienteerd-zorgstelsel.html ) als volgt: Ons is lang voorgehouden dat onze gezondheidszorg excelleert door de combinatie van toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid. Volgens de Euro Health Consumer Index zou ze het beste van Europa zijn: Het is gewoon niet waar. 

update 27/7/2018 – Nog steeds toont de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) het fake-news in het rapport ‘Kwaliteit op de kaart’ uit 2014 (?). bron: https://www.nvz-ziekenhuizen.nl/over-de-branche/rapport-kwaliteit-op-de-kaart/ 

Een maand later (oktober 2016) verscheen het rapport ‘De Zorgstelselcompetitie’ van de RVS en RIVM waarin een vergelijking wordt gemaakt van 5 zorgstelselranglijsten: de genoemde EHCI en de ranglijsten van de Europese Commissie (EC), Bloomberg, het CommonWealthFund (CMWF) en de OESO. Het rapport bevestigde mijn opvatting dat de EHCI ondeugdelijk is.

In december 2016 verschijnt een kritische beschouwing op Follow The Money: https://www.ftm.nl/artikelen/hoe-zinnig-zijn-internationale-zorgvergelijkingen-eigenlijk-echt

We zijn inmiddels bijna een jaar verder. Een goed moment om er nog eens in te duiken. Ik heb het rapport van oktober 2016 samengevat door de tekstblokken die expliciet over deze 5 Zorgstelselranglijsten gaan te kopiëren in onderstaand tekstdocument. Tevens heb ik een compacte weergave gemaakt in de onderstaande tabel, waarbij soms verwezen wordt naar het tekstdocument. Dit is dus geen nieuws. Maar het lijkt me niet verkeerd om nu een paar heldere lijnen te trekken. Immers, er komen weer nieuwe zorgranglijsten van deze (en wellicht andere?) instituties aan.

 

 

 

 

In essentie komt het oordeel van het Zorgstelselcompetitie rapport op het volgende neer:

Ondeugdelijke Zorgstelselranglijsten zijn: de EHCI en Bloomberg. Hier hoeven we het nooit meer over te hebben.

Een twijfelgeval is de Zorgstelselranglijst van de Europese Commissie: wetenschappelijk, maar volgens de auteurs te gesimplificeerd. Een probleem is ook dat bij EU-analyses 2 landen ontbreken die niet tot de EU behoren maar zonder enige twijfel wel tot de top van Europa: Noorwegen en Zwitserland.

Er zijn twee kwalitatief goede en wetenschappelijk gefundeerde Zorgstelselranglijsten: van de OESO en het CommonWealthFund. Het nadeel van het CMWF is echter dat slechts 7 moderne Europese landen worden beoordeeld, waardoor het niet mogelijk is een ranglijst van 14  ‘moderne’ Europese landen te maken – zoals ik heb kunnen doen o.b.v. de OESO – en de ranglijst wordt niet jaarlijks bijgewerkt. De OESO is compleet en wordt jaarlijks bijgewerkt. Ik zet de OESO daarom op de 1e plaats.

 

 

Samenvatting ZORGSTELSELCOMPETITIE

NB Er is mij nog een andere Zorgstelselranglijst bekend, de Legatum Prosperity Index met ‘Health’ als een subindex. Deze is meegenomen in bovenstaande tabel

Links:

http://www.commonwealthfund.org/publications/fund-reports/2014/jun/mirror-mirror

http://www.commonwealthfund.org/~/media/files/publications/fund-report/2017/may/mossialos_intl_profiles_v5.pdf?la=en

(een recente uitgebreide kwalitatieve vergelijking van 19 landen, waaronder 9 moderne Europese landen)

http://www.oecd.org/els/health-systems/health-data.htm

https://www.bloomberg.com/news/articles/2017-03-20/italy-s-struggling-economy-has-world-s-healthiest-people

https://www.bloomberg.com/news/articles/2016-09-29/u-s-health-care-system-ranks-as-one-of-the-least-efficient

http://www.healthpowerhouse.com/

http://www.prosperity.com/rankings

EC 2015 Efficiency Health Systems

Publicatie van The Guardian:

https://www.theguardian.com/society/2016/feb/09/which-country-has-worlds-best-healthcare-system-this-is-the-nhs

Kosten versus Kwaliteit van de marktgedreven curatieve zorg (ESB)

update 29 november – Reactie van Dr. Peter Harteloh (arts-onderzoeker CBS): “Ik heb je resultaten bekeken en onderschrijf deze: de kwaliteit loopt terug en de kosten nemen toe.
Het is in overeenstemming met geluiden uit het veld, maar niet met het beeld dat de politiek bevalt.”

update 19 april – Contact met CBS. Bevestiging dat dit onderzoek relevant is en dat er nog geen onderzoek naar gedaan is. Bevestiging dat de internationaal vergelijkbare data pas sinds een jaar of 10 beschikbaar zijn en dat een dergelijk onderzoek daardoor nu pas mogelijk is geworden. Het gebruik van een medische controlegroep om te bepalen wat relevante medische outputindicatoren zijn is een goede aanpak. Men zal binnenkort inhoudelijk regeren. Tevens contact met CPB. Bevestiging dat er nog nader gekeken wordt naar het onderzoek. Melding van mijn kant dat er ook direct contact met CBS is.
update 5 april – Contact met CBS. Binnen 2 tot 4 weken kan ik een reactie verwachten op dit onderzoek en de onderzoeksmethode. Men onderkent de relevantie en bevestigd mijn stelling dat er pas sinds circa 10 jaar (OESO-)data beschikbaar zijn waardoor dit soort longitudinaal onderzoek over een reeks van jaren nu pas goed mogelijk is.

update 23 maart – De conclusie uit het ESB-artikel staat voorlopig recht overeind na een eerste afstemmingsronde met CPB en CBS: “Samenvattend, sinds de invoering van het systeem van gereguleerde marktwerking is de kwaliteit van de medische zorg in internationaal perspectief verslechterd, terwijl de kosten juist disproportioneel zijn gestegen.” 

Het CPB heeft op een tweetal wijzigingen rond 2013 gewezen in de Nederlandse situatie die op het eerste oog ongunstig lijken voor de score van Nederland in de internationale vergelijking. Maar bij eliminatie van deze twee voor Nederland ongunstige veranderingen in 2013 en 2014 (verplichte herregistratie van verpleegkundigen, zie: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2016/11/minder-geregistreerde-verpleegkundigen en de overgang  van handmatige op automatische codering dat een negatief effect heeftop de stroke mortality rate; zie https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2017/06/veranderingen-in-de-doodsoorzakenstatistiek-2013-2015 en verder, hierover is nader contact geweest met auteurs van het CBS) blijkt het totaalbeeld zelfs minder gunstig voor Nederland uit te komen dan in de oorspronkelijk tabel die als Figuur 1. gepubliceerd is in het ESB-artikel van januari 2017. Dit geeft het volgende beeld bij het weglaten van de data voor 2014 (OESO 2016):

Indien de twee indicatoren practising nurses per 1000 en stroke mortality rate geheel uit de longitudinale reeks geëlimineerd worden (de kwaliteitsindicatoren gaan van 13 naar 11) is dit het beeld:

In het kort
▶ Nederland heeft relatief dure zorg van middelmatige kwaliteit.
▶ Dat komt omdat het huidige stelsel omzet beloont in plaats van zorgkwaliteit.
▶ Een nieuw stelsel dat start bij samenwerking tussen professionals en dat de patiënt centraal stelt, is nodig.

Lees hier het artikel uit het januarinummer van ESB (pdf): vanloef-leijten-esb4745-026-029

Lees hier her artikel op de website van ESB: https://www.esb.nu/esb/20022201/zorgstelsel-op-basis-van-samenwerking-stelt-patient-centraal

 

Figuur 1 uit het artikel:

esb-figuur-1-06012017

De oude figuur, eerder gepubliceerd:kosten-kwaliteit-grafiek-30122016

 

 

Kwaliteit Medische Zorg 14 EU-landen 2016: Nederland 8e plaats (OESO) (5)

update 24/3/2017: tabellen zijn gekalibreerd

Wat zijn Nederlandse medische zorgprestaties in internationaal vergelijkend perspectief? Deze vraag is een maand geleden gesteld aan 12 artsen, werkzaam in de 1e, 2e en 3e lijn (de medische controlegroep). Op basis van  de gegevens van de OESO is een tabel opgesteld met 33 kwaliteitsindicatoren en deze tabel is aan de medische controlegroep voorgelegd. Op basis van de reacties uit de controlegroep zijn drie indicatoren geschrapt, de hier gepubliceerde tabel bestaat uit 30 kwaliteitsindicatoren. De onderzoeksmethodiek borduurt voort op de eerdere publicaties (1), (2), (3) en (4).

oecd_logo

De indicator ‘Levensverwachting bij geboorte’is de internationaal meest gehanteerde indicator en mag niet ontbreken, evenals de waardering van de eigen gezondheid. Er is verder gezocht naar en geselecteerd op indicatoren die daadwerkelijk iets zeggen over de kans op doodgaan aan een ziekte, of de overlevingskans (13 indicatoren). Ook is een drietal aanbodindicatoren geselecteerd (aantal artsen, aantal verpleegkundigen, aantal apothekers). Twee indicatoren betreffen inenteningsprogramma’s voor kleine kinderen en ouderen. De tien overige indicatoren worden door de medici ook als relevant beschouwd. In totaliteit ontstaat een robuust beeld van aantoonbare curatieve gezondheidskwaliteit van een land.

life-expectancy-health-spending-per-capita-toelichting-20092016

Gekozen is voor een selectie van de 14 ‘moderne’ Europese landen met een minimale bevolkingsomvang van 5 miljoen inwoners. De overweging is dat zo’n selectie zinvoller is dan de gebruikelijke vergelijking met de OESO-landen in totaliteit. Dit zijn 14 moderne Europese landen die een gedeelde politiek-democratische, sociaal-economische en technologische ontwikkeling doormaken, waardoor de vergelijkbaarheid toeneemt. Het betreft de landen België, Denemarken, Duitsland, Engeland (UK), Frankrijk, Finland, Italië, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Zweden en Zwitserland. Van deze 14 landen zijn data beschikbaar in de periodieke (jaarlijkse) OECD Health at a Glance rapportages die online raadpleegbaar zijn. Zie http://www.oecd-ilibrary.org/social-issues-migration-health/health-at-a-glance-europe-2016_9789264265592-en

De  OESO-tabel scores van de 14 landen zijn omgezet in punten: 1 punt voor het land met de beste score, 14 punten voor het land met de slechtste score. De scores op alle 30 indicatoren zijn opgeteld en gedeeld door 30, dit is de gemiddelde score per land. De gemiddelde score per land is vertaald naar de eindpositie: het land met de hoogste kwaliteit heeft de laagste score, het land met de laagste kwaliteit heeft de hoogste score. In de tabel staat Nederland op een 9e plaats (update 24/3/2017, de tabel is ‘gekalibreerd’ door bij ontbrekende data de scores van de andere landen van 1 tot en met 14 uit de middelen, dit is zuiverder):

 

Bron: OECD Health at a Glance 2016 http://www.oecd-ilibrary.org/social-issues-migration-health/health-at-a-glance-europe-2016_9789264265592-en Organ Donationhttp://public.tableau.com/views/BOTnet/OrganDonorMap?:embed=y&:toolbar=no&:display_count=yes&:showVizHome=no#2

update 27/1/2017 – Er is specifieke kritiek op het gebruik van een tweetal Supply-indicatoren: het aantal artsen per 1000 en apothekers per 1000. Als we deze twee indicatoren elimineren komt Nederland gunstiger naar voren, een zesde plaats op de ranglijst (update 24/3/2017, de tabel is gekalibreerd). Er zijn een aantal verschuivingen die het volgende totaalbeeld opleveren:

 

4. Kwaliteit Medische Zorg gedaald tov. ‘modern Europees’ gemiddelde van 2007 > 2016

On request translation in English can be made – Data retrieved from OECD Health at a Glance, 2007, 2009, 2011, 2013, 2015, 2016. Published in ESB 1/2017.

update 23 maart – De conclusie uit het ESB-artikel staat recht overeind na een eerste afstemmingsronde met CPB en CBS: Samenvattend, sinds de invoering van het systeem van gereguleerde marktwerking is de kwaliteit van de medische zorg in internationaal perspectief verslechterd, terwijl de kosten juist disproportioneel zijn gestegen.

 

Hoe ontwikkelen Nederlandse medische zorgprestaties zich in internationaal vergelijkend perspectief?  

Gekozen is voor een selectie van de 14 ‘moderne’ Europese landen met een minimale bevolkingsomvang van 5 miljoen inwoners. De overweging is dat zo’n selectie zinvoller is dan de gebruikelijke vergelijking met de OECD-landen in totaliteit. Dit zijn 14 moderne Europese landen die een gedeelde politiek-democratische, sociaal-economische en technologische ontwikkeling doormaken, waardoor de vergelijkbaarheid toeneemt. Het betreft de landen België, Denemarken, Duitsland, Engeland (UK), Frankrijk, Finland, Italië, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Zweden en Zwitserland. Van deze 14 landen zijn data beschikbaar in de periodieke (jaarlijkse) OECD Health at a Glance rapportages die online raadpleegbaar zijn. In 2007 waren van Belgie nog maar 7 van de 13 indicatoren bekend. Desalniettemin is Belgie meegenomen in de tabel.

Selectie van indicatoren van medische kwaliteit

Op basis van de online tabellen van OESO Health at a Glance is een selectie gemaakt van bruikbare kwaliteitsindicatoren.  Daarbij is als volgt te werk gegaan:

  • Indicatoren komen in alle opeenvolgende OESO rapportages voor (in 2007 was er een veel beperktere verzameling indicatoren dan in 2016)
  • uitsluitend selectie van indicatoren met data van minimaal 12 van de 14 moderne EU-landen
  • selectie van indicatoren die daadwerkelijk iets zeggen over kwaliteit (zoals mortality ratescancer survivalavoidable hospital admissions )
  • Non-medical determinants of health (zoals smoking, alcohol consumption en overweight and obesity) zijn uiteraard van invloed, maar niet meegenomen in de vergelijking.

Aldus is een tabel samengesteld onderverdeeld in vier clusters: Absolute healthHealth SuppliersHealth Status en Quality of Care.

De OESO-tabel scores van de 14 landen zijn omgezet in punten: 1 punt voor het land met de beste score, 14 punten voor het land met de slechtste score. De scores op alle 13 indicatoren zijn opgeteld en gedeeld door 13, dit is de gemiddelde score per land. De gemiddelde score per land is vertaald naar de eindpositie: het land met de hoogste kwaliteit heeft de laagste score, het land met de laagste kwaliteit heeft de hoogste score. De tabel is hier als (onleesbaar) plaatje weergegeven en als apart document bijgevoegd.

Nederland is in de afgelopen drie jaar gezakt op de ranglijst (update 24/3/2017:  de tabel is ‘gekalibreerd’ door bij ontbrekende data de scores van de andere landen van 1 tot en met 14 uit de middelen, het is de basis van Figuur 1. in de ESB-publicatie).

 

 

 

 

 

 

2. Nederland heeft een ondoelmatig zorgstelsel

update 13/9/2017 – Welkom lezers, u bent met tientallen aanwezig op deze en andere pagina’s. Alhoewel deze tekst bijna een jaar oud is, heeft ze niets aan betekenis ingeboet. Dat geldt voor het gehele feuilleton over de marktwerking in de curatieve zorg.

De verhouding tussen zorgprestaties (op geaggregeerd niveau) en macro-zorgkosten is wezenlijk om dichter bij een antwoord te komen op de vraag hoe goed een zorgstelsel van een land nu eigenlijk is. Er zijn twee niveau’s: het stelsel (macro) en concrete zorgverlening voor de patiënt (micro). De zorgprestaties liggen op het micro-niveau en daar zijn metingen van, net als de macro-kosten (ik baseer mij op de OESO, een onomstreden internationale bron).

De pijlers waar ons zorgstelsel op rust zijn, naast zorgkwaliteit: toegankelijkheid, betaalbaarheid (macro en micro) en solidariteit. Deze drie pijlers staan zwaar onder druk. De kwaliteit van de gezondheidszorg in zijn geheel wordt verder bepaald door contextvariabelen als de geografie van een land en het klimaat, rook-, drink- en eetgewoonten, culturele tradities, sociaaleconomische omstandigheden etc.

Internationale vergelijking van landen

In de hier gepresenteerde internationale vergelijking gaat het dus om de macro-kosten versus de micro-zorgprestaties in medische zin. De andere pijlers (naast de macro-zorgkosten) blijven buiten beschouwing. Daar zijn ook nauwelijks internationaal vergelijkbare gegevens van.

De vraag is: Wat zijn de medische zorgprestaties en hoeveel geld geven we in zijn totaliteit aan zorg uit? Er is natuurlijk een verband. Anders geformuleerd: Wat is de verhouding tussen prijs en prestaties? Hoe doet Nederland het qua prijs : prestaties in vergelijking met de 13 andere moderne Europese landen? (zie mijn vorige blog ‘Nederland heeft niet de beste zorg van Europa’). Dit is het tweede deel van mijn onderzoek.

De kosten-KPI’s zijn:

  • A0: % kostenontwikkeling BNP 2006-2014 (Wereld Bank)
  • A1: % uitgaven BNP (OESO, Wereld Bank) en
  • A2: uitgaven per hoofd vd bevolking (OESO, Wereld Bank)

Selectie van indicatoren van medische kwaliteit

Op basis van de online tabellen van OESO Health at a Glance is op basis van alle hoofdstukken (van Health Status t/m Ageing and long-term care) een selectie gemaakt van bruikbare kwaliteitsindicatoren, naast de in deel 1 al genoemde Life expectancy at birthNumber of Physicians en Perceived helath status/Self-reported health.

Daarbij is als volgt te werk gegaan:

  • uitsluitend selectie van indicatoren met data van alle 14 moderne EU-landen
  • selectie van indicatoren die daadwerkelijk iets zeggen over kwaliteit (mortalitycancer survivalavoidable hospital admissions )
  • Non-medical determinants of health zijn niet meegenomen
  • Het aantal Pharmacists and pharmacies is meegenomen als tweede indicator van de aanbodzijde: Health Suppliers
  • Organ donation is als aparte indicator meegenomen (geen OESO; http://public.tableau.com/views/BOTnet/OrganDonorMap?:showVizHome=no )

Aldus is een tabel samengesteld met 19 indicatoren, onderverdeeld in vier clusters: Absolute healthHealth SuppliersHealth Status en Quality of Care.

Opzet van de tabel

De OESO-tabel scores van de 14 landen zijn omgezet in punten: 1 punt voor het land met de beste score, 14 punten voor het land met de slechtste score. De scores op alle 19 indicatoren zijn opgeteld en gedeeld door 19, dit is de gemiddelde score per land. De gemiddelde score per land is vertaald naar de eindpositie: het land met de hoogste kwaliteit heeft de laagste score, het land met de laagste kwaliteit heeft de hoogste score.

19kpi-all-14-eu-06102016Doelmatigheid van de 14 Europese zorgstelsels

Nu er een gekwantificeerd beeld is van de kwaliteit van verschillende medische zorgprestaties is het mogelijk om een prijs : prestatie verhouding te kwantificeren. Op dezelfde wijze zijn de drie kosten-KPI’s omgezet in punten van 1 t/m 14. Het land met de hoogste uitgave aan zorg als % BNP krijgt 1 punt, het land met de laagste uitgave aan zorg als % BNP krijgt 14 punten. De scores op de 3 KPI’s zijn opgeteld en gedeeld door 3, dit is opnieuw de gemiddelde score per land.

Als de medische zorg in alle landen even doelmatig georganiseerd is zijn de kosten en de prestaties recht evenredig, dan geldt: X=Y. Het land met de beste medische zorg (1 punt) geeft het meeste geld uit aan zorg (1 punt). Het land met de slechtste medische zorg (14 punten), geeft het minste geld uit aan zorg (14 punten). Maar de werkelijkheid is anders, er zijn landen die veel medische zorgkwaliteit leveren voor het geld en er zijn landen die weinig medische zorgkwaliteit leveren voor het geld. Dit wordt grafisch weergegeven met een ‘landenwolk’ (puntenwolk) rondom de diagonaal X (Kosten) = Y (Zorgkwaliteit).

De twee score-reeksen van 1 t/m 14 zijn gelijkmatig verdeeld over de twee assen. Het land dat verticaal aan de top staat (Zwitserland) heeft de beste zorgkwaliteit, het land dat horizontaal het meest naar rechts staat (Zweden) heeft de hoogste zorgkosten. De landenwolk geeft een beeld van de relatieve positie van de 14 landen ten opzichte van elkaar. Dit is de landenwolk:

q-en-euro-14-eu-schema-oeso-website-a-07102016

 

Zonder Long-term care (ouderenzorg)

De hoge zorgkosten van Nederland zijn voor een deel het gevolg van de hoge uitgaven aan Long-term care (oa. de ouderenzorg). Er is dus een reden om een variant van de landenwolk te maken zonder de Long-term care. Noodgedwongen vallen dan twee landen af omdat er geen data zijn, Italië en Engeland. Bij de kosten-KPI’s is het aandeel van de Long-term care (%) afgetrokken (%BNP; per capita).

Het geeft een aantal horizontale verschuivingen op de X-as. Noorwegen, Zweden, België en Nederland worden goedkoper, Oostenrijk, Duitsland en vooral Frankrijk worden duurder. Spanje heeft kwalitatief de op een na beste zorg en de laagste kosten, daardoor steekt Spanje er met kop en schouders bovenuit. Zwitserland is de top, zowel qua kosten als kwaliteit van de zorg. Duitsland komt er het slechtste uit (zeer hoge kosten, zeer lage zorgkwaliteit).  Nederland heeft kwalitatief matige medische zorg en gemiddelde kosten. Nederland staat daardoor onder de diagonaal en hoort bij de vier landen met een ‘ondoelmatig’ zorgstelsel.

 

12-eu-2kostenkpi-ltc-11102016

 

Conclusie

De conclusie van de twee deelonderzoeken is dat de kwaliteit van de Nederlandse medische zorg onder het gemiddelde niveau van de 14 landen ligt en dat de kosten, niet gecorrigeerd voor de Long-term care, hoog zijn. Maar ook  als de Long-term care  eruit gehaald wordt blijft Nederland aan de verkeerde kant van de diagonaal (12 landen). Het bevestigt het beeld dat het Nederlandse zorgstelsel van gereguleerde marktwerking een ondoelmatig zorgstelsel is.

Nederlanders betalen letterlijk en figuurlijk een hoge prijs voor een matige medische gezondheidszorg. Nederlanders krijgen geen waar voor hun geld. Het roept de grote vraag op, op welke inzichten deze (en andere officiële) publicaties van de overheid en de wetenschap gebaseerd zijn?

zorgbalans-2014-0-30092016  zorgbalans-2014-1-30092016   dscn2595k