Topfiscalist Leo Stevens: “Betaal de basiszorg uit de schatkist”

Emeritus-hoogleraar fiscale economie Leo Stevens pleit in de Volkskrant voor een samenhangende visie op een Eenvoudig, Efficiënt en Eerlijk belastingstelsel.

Over de zorg zegt hij het volgende: “Betaal de basiszorg uit de schatkist. Dat betekent een eind aan het ingewikkelde hybride systeem van nu, met de helft markt en de andere helft inkomensafhankelijke premieheffing via de Belastingdienst, gecombineerd met een zorgtoeslagsysteem dat weer andere parameters hanteert. Plus extra regels voor de meebetalende werkgever. Complexer kan niet.”

Wouter Bos zei in zijn laatste column in de Volkskrant: “De betaalbaarheid van de zorg is de volgende pijler van de verzorgingsstaat die zal gaan wankelen.”

Voetnoot: De totale kosten van de zorg zijn zo hoog, omdat de extreme complexiteit zich vertaalt in een hoge overhead/indirecte kosten. Dit is een feit, geen mening.

Tunnelvisie in de politiek: Het kan anders!

Rutte-2 verliest zijn meerderheid in de senaat. De kranten koppen: Rutte krijgt het moeilijk. Het is de day after . Het politieke mediacircus hield heel even – een dag – de adem in. En het barst weer los. Zoals altijd. Het is weer paniek in de polder. Is Nederland nu onregeerbaar?
Laten we dit moment gebruiken voor bezinning.
Laten we voor even… anders denken.

Laat Rutte-2 de resterende twee jaar geen beleid meer maken. Geen wetten meer! Goed, alleen hoogst noodzakelijke wetten dan, om ervoor te zorgen dat de boel kan blijven draaien. Maar alsjeblieft geen zaken meer die de overbelaste overheidsbureaucratie nog dieper in de shit brengen. Er gaat zo ontzettend veel fout. Een greep uit een stroom van kleinere incidenten, het afgelopen jaar.

De betaling van hulpverleners door de SVB – De DUO stuurt ten onrechte deurwaarders naar 10.000 MBO studenten – Onterechte verkeersboetes door falende trajectcontroles – Corruptie bij de politie bij de aanbesteding en inkoop van wagens en pistool – Bij Defensie, containerdiefstal, roestende helicopters, chroomvergiftiging, de lijst is eindeloos – Onjuiste belastingaanslagen – Een subsidieregeling voor windmolens die de duurzaamheid afbreekt – De spoorwegenellende, dag in dag uit – Falende ICT-projecten – Valse autokentekenplaten van zware criminelen, waar de politie jaren niets aan doet –

???????????????????????????????

Laat Rutte-2 de resterende twee jaar gebruiken om de krakkemikkige uitvoering van de taken, die ze zichzelf heeft opgelegd, iets minder krakkemikkig te maken. Die drie decentralisaties alleen al. En onze politie. En onze belastingdienst, maak die in elk geval klaar voor de toekomst, als het nieuwe belastingstelsel wordt ingevoerd. Zorg dat dit allemaal werkelijk goed geregeld wordt. Parlementen, wees daarbij behulpzaam en probeer uw scoringsdrift te beteugelen. U heeft een plicht: De meerderheid van de bevolking heeft weinig of geen vertrouwen in de overheid, neem dan ook uw controlerende rol als volksvertegenwoordiger!

De zwijgende meerderheid heeft gisteren bij de provinciale statenverkiezingen niet gestemd. Zij hadden daarvoor een reden. De minderheid die zijn stem wel heeft uitgebracht, had ook een reden. De media hebben er in ieder geval een landelijk politiek machtsvraagstuk van gemaakt.

Iedereen weet dat er een regering zit die er alles aan zal doen om de rit uit te blijven zitten. Probeer nu eens niet langs politieke lijnen te denken, maar denk nu eens als volgt.

De regering is verantwoordelijk voor een goed functionerende publieke sector. Dat wil iedereen toch: de VVD, de PvdA en de gehele oppositie. Geen politieke partij wil dat de overheid niet goed functioneert. De helft van ons bruto nationaal product stroomt ieder jaar in euro’s door de publieke sector. Iedereen betaalt daar aan mee, of dat nu wel of niet in (belasting )geld wordt uitgedrukt. Een goed functionerende overheid willen we toch werkelijk allemaal.
We moeten zeggen: regering, neem uw verantwoordelijkheid!
Wij, de Nederlanders, eisen dat de publieke sector goed functioneert!

Nu richt ik mij tot de landelijke politiek:
Zou u willen meewerken, zou u anders willen denken?
En doen?
En media, oud en nieuw, zou u dit willen faciliteren?
Kunnen we afspreken dat we twee jaar met elkaar de mouwen opstropen?
Om er samen sterker uit te komen?

Staatstoezicht op de Mijnen?

Het falen van de oudste toezichthouder van Nederland, Staatstoezicht op de Mijnen, legt de vinger op een structureel probleem: het overheidstoezicht op het naleven van de regels in marktsectoren schiet tekort. We hebben de afgelopen jaren veel voorbeelden van falend overheidstoezicht gezien: in de financiele sectoren, in de woningcorporatiesector, in de sector van het hoger onderwijs, bij de petrochemie (Chemiepack), bij de NZA (interne problemen), in de vleeshandel (paardenvlees).

Maar het volledig verzaken van de toezichtrol door Staatstoezicht op de Mijnen slaat alles. De Mijnwet van 1810 is de oudste Nederlandse wet. Het Staatstoezicht op de Mijnen werd in hetzelfde jaar opgericht. Staatstoezicht op de Mijnen houdt onafhankelijk toezicht op de mijnbouw en het transport van gas, zodanig dat het op een maatschappelijk verantwoorde wijze wordt uitgevoerd.

Enkele feiten: In 1972 blijkt uit onderzoek van de NAM dat Groningen tot maximaal 1 meter verzakt in 2050 (de Volkskrant, 18 feb.). In december 1986 is er een aardbeving met de kracht van 3.0 (schaal van Richter) in Assen. Sindsdien zijn er 1000 aardbevingen in het noorden geregistreerd.

In 2002 werd de stokoude wetgeving vernieuwd en gebundeld in de nieuwe Mijnbouwwet en het Mijnbouwbesluit met uitvoeringsbepalingen. De nieuwe mijnbouwwet verplicht de concessiehouder een winningsplan op te stellen met een kaart van de te verwachten bodemdaling en deze bodembeweging ook te meten, op een zorgvuldige en betrouwbare wijze en hierover te rapporteren. Het Staatstoezicht op de Mijnen heeft als toezichthouder de taak ervoor te zorgen dat dit ook gebeurd.

Zes jaar later, in 2008, stelt de Technische commissie bodembeweging (adviesorgaan van de minister van EZ, art. 35 Mijnbouwwet) dat er ‘Betere meetnetten voor bodemdaling nodig zijn’.

Het Staatstoezicht op de Mijnen stelt in het Jaarverslag 2009 vast dat (citaat) ‘de veiligheid van de delfstofwinning in Nederland op een hoog niveau ligt. De hoge veiligheidsstandaard is te danken aan een goede risicobeheersing. De oliemaatschappijen hebben voor al hun activiteiten de risico’s in kaart gebracht en maatregelen genomen om die risico’s in te dammen. Daarbij werken ze volgens het principe van continue verbetering. Voortdurend kijken ze of een bepaald proces nog veiliger kan worden ingericht. Staatstoezicht op de Mijnen inspecteert of de oliemaatschappijen hun zorgsystemen op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu goed op orde hebben. Die inspectie vindt zowel op afstand als op locatie plaats.’

In het Jaarverslag 2011 spreekt het Staatstoezicht op de Mijnen van (citaat) ‘de hoge veiligheidsstandaard in de delfstoffenindustrie. Er zijn geen dodelijke ongevallen.’  De Inspecteur-Generaal der Mijnen zegt daarbij dat hij het als toezichthouder op de gaswinning (citaat) ‘de moeite waard vind om de achtergrond van de concentratie van aardbevingen serieus te laten onderzoeken’.

In 2013 stelt de Inspecteur-Generaal naar aanleiding van de zware Huizinge beving van 2012 dat het onderzoek naar de toedracht (citaat) ‘uiteraard in eerste instantie de verantwoordelijkheid van oliemaatschappijen zelf is. Daar hebben wij ook constant bij hen op aangedrongen. Maar toen dat uitbleef hebben wij het zelf opgepakt.’

Dus tien jaar na de inwerkingtreding van de nieuwe Mijnbouwwet (en meer dan 40 jaar na het NAM-rapport) begon het Staatstoezicht op de Mijnen ten langen leste met de uitvoering van haar primaire taak: toezicht en handhaving van de regels met betrekking tot de gaswinning.

Kiezen tussen overheid en markt - Gijs van Loef

Tot zover deze column.

Twee jaar geleden heb ik een boek geschreven over marktwerking in het publieke domein, waarvan dit een treffend voorbeeld is. In dit boek, ‘Kiezen tussen overheid en markt’, maak ik onderscheid tussen vier principes van overheidshandelen, vier soorten publieke waarden, die door de overheid gewaarborgd moeten worden. Alle technische infrastructuren die het algemeen maatschappelijk belang dienen, zoals energiesystemen waaronder de gaswinning in de Nederlandse bodem, moeten voldoen aan de eisen van collectieve veiligheid en zekerheid. Dat wil zeggen dat deze systemen operationeel veilig moeten zijn, de volksgezondheid mag niet bedreigd worden en operationeel gegarandeerd, de systemen mogen niet haperen of uitvallen. Ik noem dit het principe van ‘collectieve veiligheid en zekerheid’ van technische infrastructuren met een algemene maatschappelijke functie (zoals de drinkwater- en energievoorziening, het openbaar vervoer, essentiele communicatienetwerken).

Bij de gaswinning in Groningse bodem heeft de rijksoverheid dit principe consequent verloochend: het ging alleen om de zekerheid van de gaswinning, veiligheid speelde geen enkele rol, met uitzondering van de veiligheid van de mensen die direct bij de uitvoering van de gaswinning zelf betrokken zijn.

Column staat ook op:
http://www.z24.nl/columnisten/gijs-van-loef-zwak-toezicht-gaswinning-groningen-exemplarisch-voor-falen-overheid-540161

column op Joop.nl

Het PAROOL: ‘De markt is niet de oplossing voor alle zaken’

80 views

Het neoliberalisme heeft het publieke domein veroverd. Zonder principieel politiek debat over wat publieke taken zijn en wat de markt kan doen. Er rest geen andere conclusie. In 2012 publiceerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid het rapport met de veelzeggende titel  ‘Publieke zaken in de marktsamenleving’. Is het begrip ‘marktsamenleving’ niet een andere duiding van het begrip ‘neoliberalisme’, maar dan in zijn concrete verschijningsvorm? Welke publieke zaken zijn er zoal en waar komen we het neoliberalisme tegen? Ik kijk vanuit vijf verschillende invalshoeken.[1]

Laten we beginnen met de uitvoering van (publieke) taken: We kennen de publieke sector van de nutsvoorzieningen, met vraag en aanbod, waar overheid monopolies gedeeltelijk zijn geprivatiseerd (de spoorwegen, de energievoorziening, telecom). We kennen ook de van oudsher levensbeschouwelijk gefundeerde maatschappelijke sectoren van het onderwijs, de langdurige zorg (care) en de sociale huisvesting, waar ook vraag en aanbod bestaan. Het zijn twee heel verschillende typen markten in het publieke domein. (De genezingsgerichte gezondheidszorg (cure) heeft altijd een gedeeltelijk marktkarakter gehad en laat ik daarom in deze beschouwing over het neoliberalisme buiten beschouwing)

De kritiek van de Eerste Kamer (parlementaire enquête in 2012) op de verkoop van de PTT, de opsplitsing van de spoorwegen en de gedeeltelijke uitverkoop van de elektriciteitsbedrijven loog er niet om. Over de gevolgen van de privatiseringen van deze overheidsmonopolies voor de samenleving werd nauwelijks nagedacht. De burger werd vooral beschouwd als consument. De parlementaire onderzoekscommissie concludeerde dat er weinig is geleerd van eerdere ervaringen. De privatiseringen pasten binnen een tijdsgewricht waarin een blind geloof bestond dat de markt uitvoerende taken beter èn goedkoper zou kunnen doen dan de overheid (Reagonomics, Thatcherism). Beide claims, de markt doet het beter en de markt doet het goedkoper, zijn echter nooit onderbouwd. In 2013 concludeerde een werkgroep van de TU Delft echter wel dat het nederlandse spoor na de verzelfstandiging en opsplitsing minder efficiënt is geworden en dat de productiviteit van het spoor is gedaald.

In het onderwijs, de langdurige zorg en de sociale volkshuisvesting ligt de zaak anders. Ook in deze voorheen not-for-profit sectoren is het marktdenken diep doorgedrongen. Hier worden echter geen staatsmonopolies afgebroken, maar is sprake van een erosie van de levensbeschouwelijke grondslag. Door de ontzuiling en de bezuinigingen op budgetten zijn deze dienstverlenende sectoren steeds meer gedwongen te denken in termen van omzet, productie en klanten. De maatschappelijke commotie over zichzelf verrijkende publieke bestuurders zit vooral hier.

De burger wordt consument en gaat steeds meer betalen

We zien een trend waarbij de burger als gebruiker (consument) van (voormalige publieke) diensten steeds meer gaat betalen. Het patroon is dat de exploitant – die in veel gevallen nog steeds monopolist is, of oligopolist – toestemming krijgt van de overheid (dat kan ook de toezichthouder zijn) om het basistarief te verhogen: het prijskaartje van de NS, de maximaal toegestane huurverhoging, de prijs van de postzegel, de eigen bijdrage in de zorg.

Beleidsmakers geloven sterk in het marktmechanisme als instrument om ongewenste maatschappelijke effecten van economische processen te bestrijden. Het marktmechanisme wordt als beleidstool ingezet bij de bestrijding van milieuvraagstukken, zoals bij de CO2-uitstoot (emissiehandel), de filebestrijding (spitsvrij) en de recycling van verpakkingsmaterialen (statiegeld). Maar waar het in het nederlandse beleidsdenken juist aan ontbreekt is de wil om bij bedrijven innovatieve veranderingen af te dwingen door middel van ‘dynamische regulering’. In ons economisch denken bestaat een afkeer tegen staatsinterventies en gedwongen regulering. De markt moet het ‘regelen’, het geloof in de invisible hand is kennelijk groot. Het Planbureau van de Leefomgeving wijst al jaren op het probleem dat Nederland in Europa qua verduurzaming achterloopt.

Het beheersen van marktwerking is ook een belangrijk thema van wetgeving. Recent zijn wetten aangenomen als de wet markt en overheid (2012) en de wet normering topinkomens (2013). Over de wet normering topinkomens wordt veel geschreven en heftig debat gevoerd. Begrijpelijk, topbestuurders zijn tastbaar en meningen over personen zijn snel gevormd. Minder bekend is de wet overheid en markt die tot doel heeft het ondernemerschap van overheden zoals gemeenten en provincies te reguleren. De wet bevat ‘gedragsregels voor centrale en decentrale overhe­den en publiekrechtelijke zelfstandige bestuursorganen als zij goederen of diensten op de markt willen aanbieden’ (citaat). Let wel: de wetgever legt dus sinds kort het ondernemerschap in het huis van Thorbecke aan banden. Het ondernemerschap is kennelijk diep in de ambtelijke cultuur doorgedrongen!

Het politieke debat over marktwerking is een debat achteraf

Dit brengt ons tot het politieke debat over marktwerking. Het is een ex post debat, de politiek probeert vooral achteraf ongewenste neoliberale effecten te beheersen. In 2012 deed de Eerste Kamer een uniek  parlementair onderzoek naar de privatiseringen van enkele staatsmonopolies. De parlementaire enquête van de Tweede Kamer naar de Fyra zit nu in de onderzoeksfase. Er wordt in de landelijke politiek door de sectorspecialisten dus wel nagedacht over enkele ‘ontsporingen’. En af en toe halen privatiseringen in negatieve zin het nieuws, zoals recent het verbrassen van de eenmalige opbrengsten uit verkoop van nutsdeelnemingen door de gemeente ’s Hertogenbosch.

Het marktdenken is klaarblijkelijk diep in het publieke domein doorgedrongen. Publieke zaken zijn ermee doordrenkt. De markt is de oplossing voor zo’n beetje elk maatschappelijk vraagstuk en iedere maatschappelijke activiteit waar een financiële component aan zit. De idee van een overheid als hoeder van het algemeen belang is compleet uitgehold. Het brede maatschappelijke onbehagen waar de landelijke politiek geen vat op krijgt heeft er natuurlijk alles mee te maken. Uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau in 2012 bleek dat 38% negatief en slechts 23% van de Nederlanders positief over de privatisering van staatsbedrijven denkt. Krijgen we de neoliberale geest ooit nog terug in de fles?

14 april 2014

[1] De vijf perspectieven komen overeen met het denkmodel in mijn boek, waarin ik vijf bouwstenen van activiteiten onderken: Willen (politiek), Mogen (wetgeving), Kunnen (middelen en kennis), Denken (beleid) en Doen (uitvoering van taken).
Joop.nl Neoliberalisme is al de keiharde werkelijkheid

Geweldsmonopolie staat? Dan geen eigen bijdrage!

Over het verschil tussen piraten en hooligans (PvdA blokkeert private beveiliging koopvaardij tegen piraterijcoverE.jpeg)

Voor leger en politie geldt: zij hebben het geweldsmonopolie van de staat. Het leger verdedigt de (inter-) nationale landsgrenzen en de marine beveiligd de koopvaardij tegen de piraterij voor de Somalische kust. De politie verdedigt de openbare orde in de openbare ruimte buiten de voetbalstadions.

De politie moet dat helemaal zelf betalen. Er mogen geen kosten worden verhaald, noch op de hooligans, noch op de voetbalverenigingen. Het geweldsmonopolie is van de staat – in dit geval ligt de uitvoering bij de politie – en de staat betaalt. Principieel. En daardoor logisch.

De marine brengt 5000 euro per dag in rekening. Het geweldsmonopolie van de staat is in dit geval niet principieel, want het kost geld. Dat kunnen kleine schepen waar geen 11 mariniers op passen niet betalen. Grote schepen kunnen dat wel betalen. De conclusie is dat het geweldsmonopolie van de staat hier selectief geldt. De groten worden beschermd – tegen betaling-, de kleintjes niet. Niet principieel. Immoreel.

De PvdA beaamt dat de marine het geweldsmonopolie heeft bij de bescherming van de koopvaardij. Maar over de selectieve toepassing (alleen tegen vergoeding van kosten beschikbaar), daar hoor je ze niet over. Niet principieel. Laf.

Het is exemplarisch voor de alomtegenwoordige verwarring in de publieke sector over de vraag wat de overheid moet doen en wat niet en wat onder voorwaarden aan de markt  kan worden overgelaten. Als de markt iets doet waarbij de veiligheid van burgers in het geding is, dan hoort daar altijd stringent toezicht door de staat bij. Als dat te gevaarlijk is, is de bescherming van de veiligheid volledig een overheidstaak, dan geldt het geweldsmonopolie. Dan is er geen markt en dus ook geen rekening aan derden. Principieel.

 

De reders hebben – als de politieke meerderheid zich zo opstelt – het volste gelijk als ze om toestemming voor private protection  vragen. De verenigde naties hebben international rules of engagement opgesteld waaraan private beveiligers moeten voldoen. Wat let onze politici?.