Recensie: Mark Britnell, In Search of the Perfect Health System

133 views

Gepubliceerd op skipr als https://www.skipr.nl/blogs/id2610-patient-empowerment-is-sleutel-tot-succes.html

Iedereen die zich snel een beeld vormen wil van de gezondheidszorg in de wereld zal dit boek moeten lezen. De Britse auteur is een autoriteit als medisch bestuurder die in 60 landen gewerkt heeft. Dat de auteur tegenwoordig als chief health consultant van KPMG de wereld afreist doet niets af aan de bruikbaarheid van zijn beknopte catalogus van de gezondheidszorg. Ik gebruik regelmatig originele tekstfrasen in het engels om interpretatieverschillen te voorkomen en ook vanwege de zeggingskracht.

Het boek telt slechts 200 bladzijden. Britnell vergelijkt op hoofdlijnen de 30 zorgsystemen van alle grote en moderne landen in de wereld. In de inleiding noemt hij 12 landen die op een bepaald onderdeel excelleren: Engeland (UK) met haar NHS als publiek systeem voor de gehele bevolking, Israël met haar primary care, Brazilië met haar community services, de geestelijke gezondheidszorg van Australië , gezondheidsvoorlichting en preventie in de Scandinavische landen (die Britnell bij elkaar optelt), patient and community empowerment in sommige regio’s in Afrika, onderzoek en innovatie in de VS, innovatie en implementatiekracht in India, de toepassing van informatietechnologie in Singapore, keuzevrijheid in Frankrijk, het financieringssysteem van Zwitserland en de ouderenzorg in Japan. Nederland staat er niet bij. Ons land wordt wel verschillende malen genoemd, de meeste aandacht krijgt Buurtzorg en verder is Britnell lovend over het Dementiedorp Hogeweij en de patiënt empowerment beweging van ParkinsonNet.

Daar moeten we het als Nederland mee doen. Het probleem is dat ons zorgstelsel duur is, waar geen bijzondere zorgkwaliteit op enig onderdeel tegenover staat. Onze levensverwachting van 81.1 jaar is niet meer dan gemiddeld (14e plek, Japan 1e).

vergelijking met Zwitserland

Het is wel ingewikkelde materie. De funding van Zwitserland lijkt erg op de onze met een mix van belastingen en verplichte private verzekering. Maar Zwitserland ’excelleert’, wij niet. Cijfermatig is er wel een duidelijk verschil: Zwitserland geeft 1,4% minder uit (BNP) dan wij en de groei van de zorguitgaven is zeer beperkt in vergelijking met Nederland, ze heeft meer dokters en de levensverwachting is er significant hoger dan bij ons (+1.6 jaar). Qua inkomensverdeling (GINI-score), het percentage 65+ en het percentage obesitas zijn beide landen echt gelijkwaardig. De conclusie is dat Zwitserland beter presteert dan Nederland.

De auteur is van mening dat een duaal financieringssysteem van belastingheffing en private zorgpremies zoals het onze (en het Zwitserse) als systeem op de lange termijn niet houdbaar is: ‘Single payer systems are best for better population health (publieke gezondheidszorg), better patient care (individuele zorg) and taxs payer value‘ zegt hij dan ook met grote stelligheid in een interview (British Medical Journal): http://www.bmj.com/content/351/bmj.h5548 Voorbeelden van single payer systems zijn de Scandinavische landen, Italië, Japan en de UK. Britnell: ‘In the long run, a dominant payer and pricing system is more able to pursue the triple aim of better health, better care and better value for the population at large.‘ Als hij de vraag opwerpt welk financieringssysteem het beste is, zegt hij dat gratis gezondheidszorg niet mogelijk is, ‘it is only a matter of who pays for it.’

Universal Health Systems in Japan, Singapore, South Korea and Hong Kong have high life expectancy (from 80 to 84 years) for modest costs (between 4 and 9 % of GDP), but patient co-payments are high.(…) This is the fundamental point.

De tabel met Key Statistics at a Glance achterin het boek is zeer verhelderend. Met 12,9% van het BNP (GDP) geven we na de VS van alle landen het meest uit aan de gezondheidszorg.

complexiteit door diversiteit

Het boek maakt de lezer duidelijk hoe complex de gezondheidszorg als maatschappelijk systeem is en hoezeer historie, cultuur, levensbeschouwing, opleidingsniveau, economisch ontwikkeling, leef- en voedingspatronen, klimatologische factoren, politieke machtsstructuren in onderlinge samenhang de aard, de kwaliteit en de ontwikkelrichting van de gezondheidszorg van een land bepalen. De vergrijzing en de stijgende levensverwachting in de moderne wereld (met chronische- en ouderdomsziekten tot gevolg) en de veranderende arbeidsmarkten stelt alle moderne landen voor enorme institutioneel-organisatorische en financiële opgaven willen zij de kwaliteit van de gezondheidszorg op het huidige niveau kunnen vasthouden. Nederland is geen uitzondering.

strategische aanbevelingen

There are five characteristics that separate the great from the good and the bad: a strategic focus on value for patients, empowered staff, process redesign, effective use of information, and management of staff performance.

Britnell is een echte strategisch consultant als hij aangeeft hoe we de uitdaging tegemoet moeten treden. Het centraal stellen van de gezondheidswaarde van de cliënt en daarmee de patiënt (outcome based value ), procesintegratie en samenwerking tussen zorgverleners (process redesign), de uitvoerende zorgverlener in zijn kracht zetten (empowered staff), de toepassing van eHealth en mobile health (effective use of information), het zijn de in samenhang noodzakelijke veranderingen en vernieuwingen die de gezondheidszorg houdbaar zullen kunnen houden. Het zijn ingrijpende veranderingen, die voor een deel door de toenemende macht van de patiënt als consumer ook zullen worden afgedwongen. De grootste obstakels zijn de politieke onmacht, de uitdijende bureaucratische regel- en controledruk, maar ook die dokter die zichzelf nog op het voetstuk plaatst. ‘Unrestrained individual autonomy of professionals‘ is achterhaald, het draait om teams ‘with strong situational awareness‘ waarbij patients ‘are treated as partners‘.
Patient empowerment ziet Britnell als een sleutel tot succes, een actieve patiëntenpopulatie gebruikt tussen de 8% en 21% minder zorg (kostenbesparing), voelt zicht beter en is uiteindelijk meer tevreden. Twee krachten houden patient empowerment tegen: ‘Empowering patients has been viewed as the ‘right thing to do’ rather than crucial tot he economic sustainability of health care systems, so it has not been pursued with any urgency; and clinicians are wary of the idea because it changes the power relationship between them and their patients.
Britnell breekt een lans voor de kracht van uitvoerende zorgprofessional en verwijst uitgebreid naar Buurtzorg:’Healthcare professionals need both more power and greater accountablity for what they do.‘ Er is overigens in veel landen een grote schaarste aan gekwalificeerd personeel.

In het slothoofdstuk gaat Britnell ook nog in op nieuwe ontwikkelingen als Genomics and Personalised Medicine, Mobile Health (‘Nearly anything we can do in medicine can be done remotely‘), Apothecaries (vergelijkbaar met 1e-lijns all-round zorgklinieken) en Wearable Technology (zoals apps). In stijl besluit hij met een pleidooi voor waardig sterven.

Nawoord:

  1. Spanje zit niet bij de 30 landen, waarom is niet duidelijk. Het heeft wellicht een van de beste zorgstelsels van Europa.
  2. Onderstaande tabel bevat enkel onnauwkeurigheden, maar is als overzicht goed bruikbaar.

 

 

 

Populisme is een cri de coeur van de gewone man

Laat ik in minder dan 300 woorden de gebeurtenissen proberen te duiden.
De globalisering van de markteconomie, de digitalisering –uiting van ongeremde wetenschappelijke doorbraken- en de opwarming van de aarde zijn de grote veranderingen van de 21 eeuw. Het huidige, maatschappelijk evenwicht wordt daardoor ontwricht. Geleidelijke aanpassing, evolutie, is onmogelijk. De mens als biologisch en sociaal wezen is in gevaar. Hij dendert stuurloos de 21e eeuw in.
De machtsongelijkheid, gedicteerd door de verdeling van het bezit, wordt groter. De confrontatie tussen de moderne wereld en de niet-moderne wereld (het Midden-Oosten en Afrika) leidt tot een schokgolf. Kansarmen zoeken, in bezit van smartphone en andere moderne verleidingen, massaal wegen naar de moderne wereld. Eenzelfde clash zien we binnen Europa: het moderne West-Europa en het achtergebleven Oost-Europa.

Landen en regio’s die minder ver in hun ontwikkeling zijn dan de moderne (westerse) landen worden ontwricht door de storm van gedroomde welvaart die over hen heen raast. Het neoliberale wereldbeeld kent winnaars maar steeds meer verliezers. Religies botsen, de islam symboliseert de niet-moderne wereld. Terrorisme zaait angst alom.
De huidige politieke elites – die de machtigen (onbewust?) vertegenwoordigen – hebben geen antwoord op de orkaan van de 21e eeuw. Ze staan in hun hemd. Het ontbreken van een samenhangend, moreel en daardoor geloofwaardig antwoord (noemt het een visie) van de moderne landen ontwricht nationale samenlevingen.
Moderne overheden bieden onvoldoende veiligheid en zekerheid. Het vijftig jaar lang succesvolle systeem van de geleidelijke ontwikkeling werkt niet meer. Gewone burgers, de massa’s, komen in opstand. De belangrijkste oorzaken zijn verlies van zekerheden en angst. Een gedeelte van de spanningen uit zich in de vorm van wat de intelligentsia ‘het populisme’ noemen. Het is een cri de coeur van de gewone man , de emotie van zijn onverwerkt verleden.

 

De Cure onder het mes, naar een Patiënt Georiënteerd Zorgstelsel

Gepubliceerd op 8/11/2015 – De conclusie van het essay ‘De Cure onder het mes’ (een Patiënt Georiënteerd Zorgstelsel)  is inmiddels de meest gelezen blog op Skipr van de afgelopen 5 jaar.

Lees hier het essay: De cure onder het mes dat resulteert in het voorstel  om een Patiënt Georiënteerd Zorgstelsel in te voeren: Onze (medische) gezondheidszorg kan beter èn goedkoper, doordat een groter deel van het budget aan zorg wordt besteed, terwijl innovatie gewaarborgd is.

uit ‘De Cure onder het mes’:

STELSEL MET TOEZICHTHOUDERS

toezicht-simpel-11112016

FUNDAMENTELE ANALYSE

 

Fund Analyse II copyright 17082016

 

IST & SOLL

ist-en-soll-2016

VOORDELEN TOV. HUIDIGE STELSEL

voordelen-pgz-2016

 

 

Op weg naar een patiënt-georiënteerd zorgstelsel

25 oktober 2015

Laten we Out-Of-The-Box durven denken. Een patiënt georiënteerd zorgstelsel is beter dan het huidige, internationaal geprezen, maar erg kostbare stelsel. De huidige cure leidt namelijk onder chronische markt- en overheid imperfecties en dat zou niet nodig hoeven zijn. Het is de uitkomst van mijn analyse van het huidige zorgstelsel in de cure waar prominente zorgexperts en zorgbestuurders op hebben gereflecteerd.  

De maatschappelijke discussie over de zorg is losgebarsten. Marktwerking!? De minister zei onlangs dat er geen marktwerking is, maar dat is niet waar. De markt creëert perverse prikkels waar de patiënt de dupe van wordt. Huisartsen hebben hun gelijk gehaald, het Roer Gaat Om. Dat betekent meer ruimte voor samenwerking met zorgverzekeraars op basis van gelijkwaardigheid. Dat kan niet anders, want de kennis zit bij de huisartsen, niet bij de verzekeraars. Toch gaat het eigen risico in 2016 omhoog naar 385 euro en mijden steeds meer arme mensen de zorg. De solidariteit in de zorg staat wel onder druk. Desalniettemin behoort onze gezondheidszorg door de combinatie van toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid in internationaal perspectief tot de top en is ze volgens de EuroHealth Consumer Index 2014 zelfs het beste in heel Europa. Maar ons zorgstelsel is ook erg kostbaar volgens de OESO, sinds de invoering van de zorgverzekeringswet en de ‘marktwerking’ in 2006 is ze vergeleken met het Europees gemiddelde zelfs nog duurder geworden! Dat de kosten niet de pan uitrijzen ligt aan het bestuursakkoord, er is een budgetplafond afspraak.
OECD health costs per capita
Enkele mediaberichten
-Het Roer Moet Om: Het Roer Moet Om
-De kern van de afscheidsrede van Prof.dr. Wynand van de Ven in een korte video (< 5 min.): Nederland het beste zorgstelsel?
-Bart Berden over de financiering van investeringen in ziekenhuizen: Ziekenhuizen krijgen moeilijk geld
-Zorgdebat georganiseerd door ONVZ (18 sept. 2015) – Jaap van den Heuvel, directeur van een hypermodern ziekenhuis, pleit tegen marktwerking (vanaf 7:25 min): DFT Zorgdebat met minister Schippers en 2 experts door de Telegraaf en ONVZ

 

Staatstoezicht op de Mijnen?

Het falen van de oudste toezichthouder van Nederland, Staatstoezicht op de Mijnen, legt de vinger op een structureel probleem: het overheidstoezicht op het naleven van de regels in marktsectoren schiet tekort. We hebben de afgelopen jaren veel voorbeelden van falend overheidstoezicht gezien: in de financiele sectoren, in de woningcorporatiesector, in de sector van het hoger onderwijs, bij de petrochemie (Chemiepack), bij de NZA (interne problemen), in de vleeshandel (paardenvlees).

Maar het volledig verzaken van de toezichtrol door Staatstoezicht op de Mijnen slaat alles. De Mijnwet van 1810 is de oudste Nederlandse wet. Het Staatstoezicht op de Mijnen werd in hetzelfde jaar opgericht. Staatstoezicht op de Mijnen houdt onafhankelijk toezicht op de mijnbouw en het transport van gas, zodanig dat het op een maatschappelijk verantwoorde wijze wordt uitgevoerd.

Enkele feiten: In 1972 blijkt uit onderzoek van de NAM dat Groningen tot maximaal 1 meter verzakt in 2050 (de Volkskrant, 18 feb.). In december 1986 is er een aardbeving met de kracht van 3.0 (schaal van Richter) in Assen. Sindsdien zijn er 1000 aardbevingen in het noorden geregistreerd.

In 2002 werd de stokoude wetgeving vernieuwd en gebundeld in de nieuwe Mijnbouwwet en het Mijnbouwbesluit met uitvoeringsbepalingen. De nieuwe mijnbouwwet verplicht de concessiehouder een winningsplan op te stellen met een kaart van de te verwachten bodemdaling en deze bodembeweging ook te meten, op een zorgvuldige en betrouwbare wijze en hierover te rapporteren. Het Staatstoezicht op de Mijnen heeft als toezichthouder de taak ervoor te zorgen dat dit ook gebeurd.

Zes jaar later, in 2008, stelt de Technische commissie bodembeweging (adviesorgaan van de minister van EZ, art. 35 Mijnbouwwet) dat er ‘Betere meetnetten voor bodemdaling nodig zijn’.

Het Staatstoezicht op de Mijnen stelt in het Jaarverslag 2009 vast dat (citaat) ‘de veiligheid van de delfstofwinning in Nederland op een hoog niveau ligt. De hoge veiligheidsstandaard is te danken aan een goede risicobeheersing. De oliemaatschappijen hebben voor al hun activiteiten de risico’s in kaart gebracht en maatregelen genomen om die risico’s in te dammen. Daarbij werken ze volgens het principe van continue verbetering. Voortdurend kijken ze of een bepaald proces nog veiliger kan worden ingericht. Staatstoezicht op de Mijnen inspecteert of de oliemaatschappijen hun zorgsystemen op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu goed op orde hebben. Die inspectie vindt zowel op afstand als op locatie plaats.’

In het Jaarverslag 2011 spreekt het Staatstoezicht op de Mijnen van (citaat) ‘de hoge veiligheidsstandaard in de delfstoffenindustrie. Er zijn geen dodelijke ongevallen.’  De Inspecteur-Generaal der Mijnen zegt daarbij dat hij het als toezichthouder op de gaswinning (citaat) ‘de moeite waard vind om de achtergrond van de concentratie van aardbevingen serieus te laten onderzoeken’.

In 2013 stelt de Inspecteur-Generaal naar aanleiding van de zware Huizinge beving van 2012 dat het onderzoek naar de toedracht (citaat) ‘uiteraard in eerste instantie de verantwoordelijkheid van oliemaatschappijen zelf is. Daar hebben wij ook constant bij hen op aangedrongen. Maar toen dat uitbleef hebben wij het zelf opgepakt.’

Dus tien jaar na de inwerkingtreding van de nieuwe Mijnbouwwet (en meer dan 40 jaar na het NAM-rapport) begon het Staatstoezicht op de Mijnen ten langen leste met de uitvoering van haar primaire taak: toezicht en handhaving van de regels met betrekking tot de gaswinning.

Kiezen tussen overheid en markt - Gijs van Loef

Tot zover deze column.

Twee jaar geleden heb ik een boek geschreven over marktwerking in het publieke domein, waarvan dit een treffend voorbeeld is. In dit boek, ‘Kiezen tussen overheid en markt’, maak ik onderscheid tussen vier principes van overheidshandelen, vier soorten publieke waarden, die door de overheid gewaarborgd moeten worden. Alle technische infrastructuren die het algemeen maatschappelijk belang dienen, zoals energiesystemen waaronder de gaswinning in de Nederlandse bodem, moeten voldoen aan de eisen van collectieve veiligheid en zekerheid. Dat wil zeggen dat deze systemen operationeel veilig moeten zijn, de volksgezondheid mag niet bedreigd worden en operationeel gegarandeerd, de systemen mogen niet haperen of uitvallen. Ik noem dit het principe van ‘collectieve veiligheid en zekerheid’ van technische infrastructuren met een algemene maatschappelijke functie (zoals de drinkwater- en energievoorziening, het openbaar vervoer, essentiele communicatienetwerken).

Bij de gaswinning in Groningse bodem heeft de rijksoverheid dit principe consequent verloochend: het ging alleen om de zekerheid van de gaswinning, veiligheid speelde geen enkele rol, met uitzondering van de veiligheid van de mensen die direct bij de uitvoering van de gaswinning zelf betrokken zijn.

Column staat ook op:
http://www.z24.nl/columnisten/gijs-van-loef-zwak-toezicht-gaswinning-groningen-exemplarisch-voor-falen-overheid-540161

column op Joop.nl

Kabinet snijdt en bezuinigt, maar overheid wordt niet goedkoper

De politiek is de baas van de overheid. Het was vroeger overzichtelijk: De overheid moet kleiner, vond de VVD en ze vindt het nog steeds. De overheid moet groter, vond de PvdA. De overheid moet anders, vond het CDA. En de overheid moet democratischer, vond D66.

De overheid moet kleiner en moet minder geld kosten is de inzet van de VVD in dit kabinet. Wat de PvdA vindt, dat is gissen. Het kabinetsbeleid is duidelijk. Wat is de sociaaldemocratische visie op de overheid? Wat zien we daarvan terug in het kabinetsbeleid? Het zijn – voor iedereen – onbeantwoorde vragen.

Het CDA wil de overheid nog steeds anders, met dat zelfbesturend maatschappelijk middenveld en zo. Wat vindt D66 eigenlijk, de partij van de bestuurlijke vernieuwing? Het lijkt erop dat D66 vindt dat het met de overheid wel de goede kant opgaat. Je gedoogt tenslotte.

Het kabinet vindt dat de overheid kleiner moet, dat ze geen geluksmachine is en handelt daar ook naar.

Hoe wordt de overheid kleiner?

De overheid bezuinigt en decentraliseert taken naar gemeenten. Daar is te weinig tijd voor, maar toch doet ze het. Er vallen wel ontslagen in de uitvoering. Maar de winst moet uiteraard komen uit minder landelijke bureaucratie, … gebeurt dat ook?

De overheid privatiseert omdat ze denkt dat taken met een publiek tintje beter door de markt kunnen worden gedaan. Dit is goedkoper is de gedachte, door de kracht van concurrentie. Die privatiseringen zijn inmiddels grotendeels gerealiseerd. Er zijn natuurlijk wel hier en daar wat ontslagen geweest, waar gehakt wordt vallen immers spaanders.

Maar is het nu allemaal goedkoper geworden – voor de burger (kiezer, consument)? Ik denk aan die ICT, de Fyra, de volkshuisvesting en kom met spijt tot de conclusie: Nee, dat niet, het wordt eerder duurder.

De zorg (ook overheid) wordt ook alleen maar duurder, maar daar heeft de politiek vanaf 2005 ook marktwerking op losgelaten. De kosten zijn sindsdien weliswaar blijven stijgen, maar nu wordt het toch echt nog maar een beetje meer. Om er nog een miljardje (1% van de kosten) extra uit te persen wordt geen machtsmiddel onbeproefd gelaten. Dat doen we desnoods zonder het staatsrecht, vind het kabinet.

Ik maak de balans op. De overheid wordt niet kleiner en ook niet goedkoper, zoveel is zeker. De VVD scoort alleen met retoriek over een kleinere overheid, die terugslaat op de PvdA . De overheid wordt wel ingewikkelder. Weifelend vraag ik me af, wordt ze ook democratischer? Nee, dat zeker niet. D66 vind het eigenlijk allemaal wel goed. Gaat goed zo met de overheid! En nu vooruit! Misschien is het CDA stilletjes (ook) best tevreden.

Deze column staat ook op Z24.nl
De column is als een oproep aan de partijleider van D66 geplaatst op JOOP.nl.

Zie:
Pechtold, zeg er wat van!
Kabinet snijdt en bezuinigt, maar overheid wordt niet goedkoper