Commentaar op ‘Keuzes in Kaart’ (CPB): Het nieuwe publieke zorgstelsel

CPB: ‘Het nieuwe publieke zorgstelsel is niet beter of slechter dan het bestaande

 

Het CPB schrijft het volgende over het ‘Publiek stelsel met centrale aansturing en regionale uitvoerders’ (zie vooral pag. 88 en 89)

bron: Keuzes in Kaart 2018-2021

presentatie1

Voorziening i.p.v. Recht

Het recht op zorg (zvw) maakt plaats voor de professionele indicatie door de poortwachter (in beginsel de huisarts). De poortwachter stelt vast dat een zorg-’vraag’ zodanig gerechtvaardigd is dat er een zorgbehoefte bestaat (indicatiestelling). Dit leidt tot de noodzaak en uitvoering van passende zorgverlening. Anders gezegd, er komt een geïndiceerde zorgbehoefte i.p.v. de claim op zorg o.b.v. het verzekerd zijn (met deels zinloze en mogelijk kostbare zorgverlening tot gevolg, overbehandeling etc.).

 

Omvormen private ziektekostenverzekeraars tot publieke ziekenfondsen die regionaal opereren

Het woordgebruik van het CPB kan verwarring oproepen, het gaat om private zorgverzekeraars. Ook ‘publieke ziekenfondsen’ dekt de lading niet. Er komen m.i. regionale organisaties waarvan het bestuur gevormd wordt door gekozen vertegenwoordigers van zorgverleners en patiënten, nauw samenwerkend met het bestaande regionaal openbaar bestuur om integraal en preventief zorgbeleid optimaal mogelijk te maken. Het ligt daarom voor de hand aan te sluiten op de bestaande regionale bestuurlijke indeling van de GGD’en die al verantwoordelijk zijn voor de bestaande publieke gezondheidszorg (25 regio’s). Het gaat om een bestuurlijk model op basis van Zorgkennis en Legitimiteit.

 

Alternatieve werkwijzen zoals het buurtzorgconcept

De crux is dat de macht om de zorg te organiseren zoveel als mogelijk in handen van de zorgprofessionals en de patiënten zelf wordt gelegd. Dit leidt tot slankere en meer doelmatig werkende zorgorganisaties, de overhead neemt aanzienlijk af, waardoor evenredig meer geld beschikbaar is voor de zorgverlening (primair proces).

Buurtzorg is hiervan inderdaad een goed voorbeeld.

 

Transitiekosten gedurende 6 tot max. 10 jaar (800 miljoen per jaar)

De totale transitiekosten bedragen minimaal 4,8 en op zijn hoogst 8 miljard euro.

 

Het nieuwe publieke zorgstelsel is niet beter of slechter dan het bestaande

Het CPB gaat niet in op de berekening van de jaarlijkse kostenbesparing (10%, ca. 4,5 miljard euro) die met een zorgstelsel o.b.v. een Landelijke Zorgregisseur en regionale budgettering zoals het NZF-scenario bereikt kan worden. Deze kostenbesparing wordt voor de helft mogelijk door een drastische vermindering van de administratieve lasten (‘protocollitis’) en ruim 1 miljard doelmatigheidswinst die het gevolg is van betere onderlinge samenwerking tussen zorgprofessionals. De (operationele) uitvoeringskosten van dit stelsel moeten ook substantieel lager zijn dan de huidige uitvoeringskosten (de zorgverzekeraars kosten 1,5 miljard). Zie https://gijsvanloef.nl/2016/10/02/nationaal-zorgfonds-bespaart-4-4-miljard-per-jaar-10/ ‘Nationaal Zorgfonds bespaart 4,4 miljard per jaar en verlaagt CO2-footprint’.

 

Waardeoverdrachten van de overheid naar verzekeraars (-3,4 tot + 23,1 miljard) (pag. 246)

Het is onduidelijk wat er exact is afgesproken tussen de staat en de ziekenfondsen bij de overgang naar het huidige stelsel in 2006. De ziekenfondsen hadden een markt, die veranderde met de invoering van het zvw-stelsel. Het verwondert mij dat dit zo onduidelijk is.

 

 

 

Progressief Zorgpact: 9 Punten (aftrap)

Bericht ANP: PvdA-voorman Lodewijk Asscher wil samen met andere progressieve partijen een pact sluiten over de zorg. Hij stelt ze voor negen punten de gezamenlijke inzet te maken bij de onderhandelingen voor een toekomstig regeerakkoord. Volgens hem kennen de plannen van de progressieve partijen op het gebied van de zorg ”meer overeenkomsten dan verschillen”. Eerder kwamen PvdA, SP en GroenLinks al een pact voor de arbeidsmarkt overeen. Van de negen punten zijn er verscheidene die op brede steun in de Kamer kunnen rekenen. Het gaat dan om zaken zoals afschaffing van het eigen risico, minder bureaucratie, minder concurrentie en een verbod op winstuitkering voor zorgverzekeraars. Daarnaast moeten de progressieve partijen zich gaan inzetten voor meer vaste contracten in de zorg, medisch specialisten in loondienst en preventie in het basispakket. Verder moeten farmaceuten worden gedwongen medicijnen goedkoper te maken en moet er meer personeel in verpleeghuizen.
esb-kop-28012017
Ik maak alvast een begin:

* 1 Afschaffing eigen risico – Kosten ca. 4 miljard. Te betalen uit extra belastinginkomsten (kwetsbaar, want conjunctuurgevoelig), of als kostenbesparing door het invoeren van een Landelijk Zorgregisseur die de plaats inneemt van de zorgverzekeraars (zoals het Nationaal ZorgFonds), een structurele verbetering van het zorgstelsel. NB: Zorg is nooit gratis, flankerend beleid is noodzakelijk, een zeker remgeld lijkt gewenst.

* 2 Minder bureaucratie – Is makkelijk gezegd, maar De Adder Onder Het Gras. De bureaucratie wordt steeds omvangrijker, dit vergt fundamentele analyse van de (marktgedreven) mechanismen van het zorgstelsel. Een Landelijk Zorgregisseur (zoals het Nationaal ZorgFonds) is gebaseerd op deze fundamentele analyse en maakt een drastische vermindering van bureaucratie mogelijk.presentatie-22012017

* 3 Minder concurrentie – Is ook makkelijk gezegd, moet ook fundamenteel doordacht worden. Er zijn twee soorten concurrentie: A. de ongewenste commerciele concurrentie (de perverse prikkels, de focus op omzet en winst); B.  de gewenste kwalitatieve en wetenschappelijk gedreven competitie, het permanente streven naar betere zorg die noodzakelijk is en waar incentives bij horen. A. moet worden afgeschaft, B. moet worden gekoesterd.

* 4 Verbod op winstuitkering voor zorgverzekeraars – Gerealiseerd! Kunnen we afvinken.

* 5 Vaste contracten – Ja, er moeten langlopende contracten komen waardoor en rust en continuiteit onstaat bij zorgverleners.

* 6 Medisch specialisten in loondienst – Ja, dit is onvermijdelijk. Een verstandige, gefaseerde aanpak is voorgesteld door Guus Schrijvers: https://www.zorgvisie.nl/Personeel/Verdieping/2017/1/Alle-specialisten-over-twaalf-jaar-in-loondienst/

* 7 Preventie in het basispakket – Ja, preventie moet veel meer het uitgangspunt zijn van beleid en uitvoering. Het Nationaal ZorgFonds geeft het goede voorbeeld en maakt preventie tot een zesde pijler van een Excellente Gezondheidszorg, naast Zorgkwaliteit, Toegankelijkheid (fysiek en financieel), Betaalbaarheid (macro en micro), Doelmatigheid (Kwaliteit:Kosten) en Solidariteit.

* 8 Goedkopere medicijnen – Ja, de krachten moeten gebundeld worden: nationale inkoop van nieuwe dure medicijnen, indien mogelijk zelfs supranationaal. Maar er moet ook hier fundamenteel nagedacht worden over het bezit en het behoud van Kennis die in het publieke domein wordt opgebouwd. Waarom is, in het algemeen belang, de ontwikkeling en productie van medicijnen binnen de muren van de publieke sector niet mogelijk? En wat is er nodig om dit wel mogelijk te maken?

* 9 Meer personeel voor verpleeghuizen – Ja. Kosten zijn veel hoger dan 100 miljoen. Uitgangspunt de bezettingsnormen, zie https://www.zorginstituutnederland.nl/actueel/nieuws/2017/01/13/kwaliteitskader-verpleeghuiszorg-vastgesteld

Relatie tussen Marktwerking en Budget voor Zorg

Geen wetenschap, maar wel iets om over na te denken.

presentatie-22012017

Vinkjes zetten in het ziekenhuis – De Groene 49

dscn2657k

dscn2656k

Met dank aan De Groene, Jef Poortmans voor zijn uitstekende journalistieke speurwerk en Kamagurka.

Nationaal Zorgfonds bespaart 4,4 miljard per jaar en verlaagt CO2-footprint

update 6/11/2016 – De berekening van de besparingen op de overhead (2.25 miljard minimaal) is nu onderbouwd met internationaal wetenschappelijk onderzoek.

Een Nationaal Zorgfonds als nieuw op te richten Zelfstandige Bestuur Organisatie neemt de rol van Zorgregisseur op zich. Het zou een gigantische verbetering kunnen betekenen. Het is niet onaannemelijk dat de cure ruim 10% goedkoper kan zijn dan de huidige cure en een  betere zorgkwaliteit kan leveren, omdat samenwerkende zorgprofessionals geen eigen financiële belangen meer nastreven en de patiënt daardoor werkelijk centraal zullen kunnen stellen. Er is genoeg werkgelegenheid in de thuis-en ouderenzorg om het verlies aan banen door het opheffen van de zorgverzekeraars te kunnen compenseren. Ook worden door ICT-standaarden de mogelijkheden van e-Health beter benut en wordt een organisatorisch fundament gelegd voor een adaptief stelsel dat op technologische ontwikkelingen kan inspelen en ook voorwaarden daar aan kan stellen. Omdat zorgproductie niet meer centraal staat wordt doelmatiger omgegaan met beschikbare middelen, wat hoogstwaarschijnlijk een belangrijke bijdrage aan de klimaatdoelstelling kan opleveren. Een staatscommissie zou dit scenario moeten onderzoeken.
kostenbesparing-nzf-29102016

Toelichting 4,4 miljard jaarlijkse kostenbesparing Cure

De jaarlijkse kostenbesparing ten opzichte van het huidige stelsel wordt geraamd op ca. 4,4 miljard euro, dit is 10% van het macro-budget.

Het opgebouwde Eigen Vermogen bij de Zorgverzekeraars wordt afgezonderd (een Voorziening) voor de financiering van de transitie. De totale kostenbesparing komt er dan zo uit te zien. 

Directe kosten zorgverlening (80% van 45 miljard: 36 miljard):

• Minder vermijdbare heropnames: 45 miljoen
Berekend door het CPB in het rapport Zorgkeuzes in kaart, beleidsoptie 60: ‘Verminderen vermijdbare heropnames’. Zie hiervoor. Positief effect qua CO2-footprint.co2-footprint-19092016

• Substitutie eenvoudige 2e lijnszorg: 15 miljoen
Berekend door het CPB in het rapport Zorgkeuzes in kaart, beleidsoptie 51: ‘Substitutie eenvoudige tweedelijnszorg’. Zie hiervoor.

• Procesoptimalisatie door samenwerking en ICT-standaarden: 1.080 miljoen

Betreft de directe kosten: 80% van 45 miljard = 36 miljard. 3% Kostenbesparing door betere samenwerking tussen 1e, 2e en 3e lijn: 1.080 miljoen. Onderbouwing: 1. Prof. Gert Westert, Radboud UMC stelt dat 20% kostenbesparing in ziekenhuizen mogelijk is onder voorwaarden; 2. Argumentatie – Doordat (commercieël gedreven) concurrentie tussen zorginstellingen nagenoeg verdwijnt ontstaat een playing field voor optimale onderlinge samenwerking tussen zorgprofessionals; c. Argumentatie – ICT-standaarden helpen bij een effectieve en efficiënte informatie-uitwisseling, denk aan het EPD en persoonlijke en draagbare e-Health toepassingen (gezondheidsapp ’s  e.d.). De ICT-investeringskosten zullen aanzienlijk lager uitvallen. Het Rijk moet daartoe e-Standaarden opleggen. Het gaat hier in zijn totaliteit om een betere en functionelere inrichting van processen en organisaties in de medische zorg, het betreft alle primaire processen, de directe kosten. Schatting is waarschijnlijk nog te bescheiden.

co2-footprint-19092016

• Capaciteitsplanning: 85 miljoen
Berekend door het CPB in het rapport Zorgkeuzes in kaart, beleidsopties 41 en 42: ‘Capaciteitsregulering dure infrastructuur’ en ‘Capaciteitsplan spoedeisende hulp’. Zie hiervoor. Let wel, capaciteitsplanning is alleen goed mogelijk als er een centrale regisseur is, zoals een Nationaal ZorgFonds als een ZBO. De idee van concurrerende zorgverzekeraars sluit een capaciteitsplanning uit. Pure logica. Positief effect qua CO2-footprint.

Indirecte kosten zorgverlening (20% van 45 miljard: 9 miljard):     2,25 miljard

In 2014 berekende een internationale groep van gezondheidszorgexperts dat Nederland op de VS na de hoogste administratieve kosten bij ziekenhuizen heeft: 19,8%.  https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/25201663 We nemen het percentage van 20% over voor de gehele cure. De indirecte kosten kunnen structureel met 25% omlaag door lagere administratieve lasten in twee opzichten: 1. Vereenvoudiging van de financiering van zorginstellingen: 1.1. er is slechts een opdrachtgever, ipv. verschillende opdrachtgevers (Nationaal ZorgFonds ipv. verschillende zorgverzekeraars); 1.2. er komt per zorginstelling een lump-sum als ‘bestaansbudget’; 1.3. een betaling voor verrichte behandelingen (zgn. operating fund); 1.4 als gevolg hiervan ontstaat een veel simpeler administratieve organisatie bij alle zorginstellingen. 2. Vereenvoudiging van verplichte registraties en toelatingsvereisten (twee toezichthouders komen te vervallen: NZa en ACM). Een verlaging van de administratieve lastendruk met 25% komt overeen met een bedrag van    2,25 miljard. Dit bedrag kan nog hoger gaan uitvallen.

Beëindigen zorgverzekeraarsco2-footprint-19092016

• Beëindigen zorg bij overige zorgverzekeraars: 133 miljoen
Dit is 10% van de totale kostenbesparing bij de grote 4 Zorgverzekeraars die 90% van de zorgmarkt in handen hebben, een zuiver verhoudingsgetal.

• Afstoten zorgdeel Achmea: 344 miljoen
De totale formatie van de zorgdivisie van Achmea is niet bekend, omdat Zorg niet de enige verzekeringstak is. Uitgegaan is van een formatie van 2500 fte., dit is waarschijnlijk aan de lage kant. De gemiddelde kosten per formatie van VGZ/CG/Menzis zijn genomen om de totale bedrijfskosten van Achmea-Zorg te berekenen, dit leidt tot 334 miljoen (kosten/fte. * aantal fte.: 2500 * 133.699= 334,248 miljoen).

• Beëindigen VGZ, CZ en Menzis: totaal 996 miljoen
Deze drie grote zorgverzekeraars houden op te bestaan. Er gaat werkgelegenheid verloren, de kosten van een Sociaal Plan zijn niet meegenomen: onderdeel van de transitiekosten. Op basis van de geconsolideerde winst- en verliesrekeningen in de Jaarrekeningen van 2015 zijn de totaalbedragen genomen van de ‘Bedrijfskosten uit gewone bedrijfsvoering: acquisitiekosten, Beheers- en personeelskosten, afschrijvingen bedrijfsmiddelen’. Deze totalen zijn per zorgverzekeraar gedeeld op het aantal fte., dit geeft de kosten/fte. per zorgverzekeraar. De gemiddelde kosten/fte. zijn 133.699.

Beeindigen NZa

De Nationale Zorgautoriteit houdt op te bestaan. Omdat de gereguleerde marktwerking met onderlinge prijsconcurrentie tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders wordt beëindigd, komen de markt-toezichthoudende taken te vervallen. De ACM heeft ook geen rol meer. Kostprijzen kunnen worden opgesteld door het NZF binnen budgettaire kaders van de rijksoverheid. Het opheffen van de NZa geeft een besparing van 47 miljoen op jaarbasis (Jaarrekening 2014, Exploitatierekening, totaal Baten en Lasten), de kosten van een Sociaal Plan zijn niet meegenomen: onderdeel van de transitiekosten.

Kosten NZF

Dit is een stelpost. De jaarlijkse kosten van de op te richten ZBO ‘Nationaal Zorgfonds’ en een aantal regionale uitvoeringskantoren wordt geraamd op 600 miljoen.

  • Kosten Nationaal ZorgFonds             -100 miljoen

Stelpost. De jaarlijkse kosten van de op te richten Rijksdienst ‘Nationaal ZorgFonds’ worden vooralsnog geraamd op 100 miljoen. Dit is voldoende voor een organisatie van 800 fte. Uitgangspunt is een slanke organisatie. Het takenpakket moet nader worden uitgewerkt en op basis daarvan moet een calculatie worden opgesteld.

  • Kosten regio’s             -500 miljoen

Stelpost. Eerst moeten de regio’s gedefinieerd worden. Uitgangspunt is een slanke regionale organisatie van verenigingen met een ondersteunend apparaat. Het takenpakket moet nader worden uitgewerkt en op basis daarvan moet een calculatie worden opgesteld.

Voorziening Transitiefonds

Het zorgkapitaal van de zorgverzekeraars.

 

Inkomen zorgverleners

Essentieel onderdeel van het Nationaal ZorgFonds-model is de betaling van zorgverleners (uitvoerende rechtspersonen). Het huidige betalingsmodel van de 1e lijn dat gebaseerd is op een abonnementstarief (Huisartsenmodel): een jaarlijks bedrag per inwoner/patiënt, aangevuld met een klein consulttarief werkt adequaat. De achterliggende gedachte, dat een vergoeding primair gebaseerd behoort te zijn op de beschikbaarheid (beschikbare capaciteit) van deskundige expertise die zorg kan verlenen indien nodig, aangevuld met een kleine vergoeding (‘prikkel’) voor daadwerkelijke geleverde zorg/verrichtingen, is een gezonde en werkbare gedachte. Daarbij moet er een bonus zijn voor bijzondere prestaties: innovatieve doorbraken, exceptionele kwaliteit (niet: zorgvolume!). Ik denk onder meer aan publicaties van emeritus-hoogleraar Guus Schrijvers (‘het capuccino-model’).

Het gaat met andere woorden om een uitwerking van een vorm van ‘Populatiebekostiging’.

 

De tien blunders van de zorgmarkt


de-tien-blunders-van-de-zorgmarkt-24112016

Open brief aan Erik Gerritsen

19 oktober 2016

Aan: de secretaris-generaal van het ministerie van VWS

Beste Erik,

Zorg is geen micro-economie, homo sapiens is geen homo economicus. De prijselasticiteit van zorg is flauwekul, transparantie is van beperkte betekenis. Zorg is geen markt van onderling concurrerende leveranciers en shoppende zorgconsumenten. Zorgverleners moeten de cliënt centraal stellen en hun bedrijfsvoering in de gaten houden, dat wel, maar dat maakt de zorg nog geen markt. Zorg vraagt om de vrijheid van diagnose, behandeling en evaluatie in samenspel met de patiënt en met deskundige vakgenoten, want geen zorgprofessional heeft de waarheid in pacht. De zorg vraagt om vrijheid in verbondenheid.

Zorg is wel macro-economie. In geld uitgedrukt meer dan een kwart van de gehele collectieve sector en zonder budgetplafond op termijn onbetaalbaar. De grootste verschaffer van werkgelegenheid met 1,2 miljoen banen. De zorg is belasting- en zorgpremie gefinancierd en kent daarnaast ook nog eigen bijdragen. De zorg is een kennisintensieve sector, die grote investeringen vergt en dus kapitaalverschaffing. Dat laatste kan op verschillende manieren, het kan binnen het ‘publieke financiële systeem’ worden geregeld. Hoogstwaarschijnlijk is dat goedkoper dan financiering door middel van de internationale kapitaalmarkten. Zorg ligt binnen het publieke domein.

De werkgelegenheid in de zorg is een belangrijk thema. Er is te veel zorgbureaucratie, het zorgstelsel van gereguleerde marktwerking leidt tot een enorme overhead. Logisch, want je kunt concurrentie en samenwerking niet in een mal persen. Tienduizenden, wellicht meer dan honderdduizend duurbetaalde controllers, juristen, ICT-ers, marketeers, consultants e.a. nemen een grote hap uit het beschikbare macro-budget. Er is daardoor minder geld beschikbaar voor de zorg zelf. Het gaat om vele miljarden. Maar het is óók werkgelegenheid, alleen niet het soort werkgelegenheid dat in de zorg centraal moet staan. Laten we dat dan ook gewoon uitspreken.

De zorg vereist op macroniveau een strakke en intelligente regie. Het lijkt erop dat die nu ontbreekt, of de schijn bedriegt. De planning van het noodzakelijke aanbod (vergeef me deze term) van het modern en hoogwaardig geheel van 1e, 1,5e, 2e en 3e-lijnszorg is omslachtig en gefragmenteerd.  Waarin wordt geïnvesteerd? Door wie? Op welke plek? Hoe zorgen we ervoor dat investeringen in medische technologie ook kunnen renderen?  Hoe maken we slim gebruik van de digitale mogelijkheden (eHealth) met inachtneming van privacy? Zeker, er worden stappen gezet. Maar wat kost het ongelofelijk veel tijd, energie en dus (zorg)geld. Terwijl alle ingrediënten aanwezig zijn om het goed aan te pakken. Op nationaal niveau kunnen we slim samenwerken, maar dan wel met vertegenwoordigers van zorgverleners en patiënten aan tafel. Immers, zij zijn de belichaming van de gezondheidszorg. Binnen een landelijke planning en verdeling ligt een regionale besturing, financiering, samenwerking en uitvoering voor de hand. Dit werkt goed in enkele Europese landen waar wij veel van kunnen leren.

Het brengt mij tot de kern: kennis. Kennis zit in de hoofden van artsen, verpleegkundigen en therapeuten, maar in de eerste plaats in de mens zelf die zich ziek voelt en na behandeling weer beter. Alles moet gericht zijn op het goede samenspel van patiënt en arts, de organisatie van de zorg en het bestuur zijn daaraan ondersteunend. Er zijn 34 medische specialismen, superspecialisatie is de norm en daarom draait het om samenwerking! Perverse prikkels zijn uit den boze. Kennis betekent ook de ruimte voor kennisontwikkeling en kennisoverdracht. Er moeten voldoende opleidingsplaatsen zijn en kunstmatige schaarste van specialismen moet worden bestreden. We richten de zorg in rondom zelfstandig samenwerkende zorgprofessionals en hun patiënten. Zij vormen ook het bestuur en zij kiezen vertegenwoordigers uit hun midden. Hun landelijk bestuur krijgt de rol van zorgregisseur. Natuurlijk binnen een verstandig stelsel van checks and balances (Gezondheidsraad, Zorginstituut, Inspectie GZ e.a.). En binnen politieke randvoorwaarden: de financiering (via de belastingen), het beschikbare zorgbudget en de regionale verdeling, het zorgpakket (welke zorg heeft iedereen recht op) en organisatorische afspraken, zoals de ICT. Dit is het publieke zorgdomein.

In de arts-patiënt relatie komt de zorg tot uiting. Ze is niet in een formule te vatten. Soms ligt kennis en beoordelingsvermogen geheel bij de patiënt zelf die ondraaglijk lijdt, soms ligt de kennis en het oordeel geheel bij de arts, het team van experts, zoals bij een hoog specialistische behandeling, waar perfecte techniek de uitvoering dicteert. Het impliceert de vrije artsenkeuze. Zorgverleners willen zich thuis kunnen voelen in de organisatie van hun zorg. De zorg kan alleen bottom-up gestalte krijgen, het leidt tot een prachtige variatie in de dynamische organisatie van het gehele zorgveld.

Kennis in het publieke domein is noodzakelijk om te kunnen beoordelen wat markten aanbieden. Welke medicijnen zijn goed en welke nieuwe behandeltechnieken passen we toe? Binnen de veilige omheining van het publieke kennisdomein en zonder persoonlijk belangen beoordelen experts over nut en noodzaak van innovaties.

Kennis in het publieke domein is ook noodzakelijk voor goede publieksvoorlichting en preventie. Er moet een deskundig en objectief tegenwicht zijn tegenover de medische wonderen die de markt belooft. De verleidingen zijn te groot en het wordt onbetaalbaar.

Het is volstrekt duidelijk dat onze zorg een publieke taak is. De markt ligt daarbuiten.

Als we het hierover eens zijn, dan moet het toch mogelijk zijn om met elkaar een excellent en toekomstbestendig zorgstelsel uit te werken?

Hartelijke groet,

Gijs

19/10 – reactie Erik Gerritsen: Had hem al gezien. Dank.

21/10 – reactie opinie NRC: Hartelijk dank voor uw deskundige inzending. Voor nu geven we de voorkeur aan andere kwesties/artikelen. 

22/10 – reactie opinie Trouw: Hartelijk dank voor het opinieartikel dat u hebt aangeboden (…). We sturen uw mail door naar de collega’s van de zorgredactie zodat ze kennis kunnen nemen van uw analyse.