Heimwee naar de PTT? (reactie op De kwestie in de Volkskrant)

Geachte heer de Waard,
De bezoldiging van bestuurders in voormalige (?) publieke sectoren zorgt al jaren voor commotie en media-aandacht. Het ingewikkelde vraagstuk van overheid en markt wordt platgeslagen tot de bonus van de CEO en daar spuit iedereen zijn mening over.
Begrijpelijk. Maar zo simplificerend.
Technologische ontwikkelingen (ICT en Communicatie) stuwen innovatie en het ontstaan van nieuwe business modellen en nieuwe concurrentie. Binnen de beschermde omgeving van de overheid, de wereld van gestolde machtsverhoudingen, zouden de oude PTT en de Rijkspostspaarbank zich waarschijnlijk niet snel genoeg hebben kunnen aanpassen aan de nieuwe (technisch gedreven) werkelijkheid. De keerzijde is dat met de privatiseringen de oude gedachte dat sommige diensten van algemeen nut zijn, is verdwenen. De meervoudige burger (belastingbetaler, kiezer, gebruiker van diensten) veranderde tot eenvoudige consument.
De kernvraag zou moeten zijn: vinden Nederlanders dat sommige diensten van algemeen nut zijn? Ik denk aan openbaar vervoer (wordt buiten de Randstad afgebouwd), geld- en betalingsverkeer (pinautomaten buiten de Randstad: idem; generatie 70+: onhandig met computer), postbezorging.
Dit zijn politieke vragen.
Maar – vrees ik – te moeilijk voor deze generatie politici.
Ik kan mij voorstellen dat we opnieuw enkele publieke diensten voor dit soort nutsvoorzieningen inrichten. Dan moet aan een aantal randvoorwaarden worden voldaan. Cruciaal is: deze diensten moeten een zeker innovatievermogen hebben – daar moeten arbeidsvoorwaarden op zijn toegesneden -, maar ze behoeven geen state-of-the-art dienstverlening te bieden. Voorop zouden moeten staan: toegankelijkheid, betrouwbaarheid, veiligheid, duidelijke informatie voor de burger. Deze diensten moeten bedrijfsmatig bestuurd worden. De politiek stelt een beperkt aantal meetbare eisen binnen een maatschappelijk meerjarenperspectief. Ik heb er een boek over geschreven.

Reactie Peter de Waard:
Beste Gijs
Dank voor je reactie. Ik vind dat telecom en pakjes bezorgen ook aan de marktwerking moeten worden overgelaten. Ik heb twijfels over de post en vooral banken.
groet
Peter de Waard

Een jaar verder… NS en ProRail moeten fuseren!

Chronologie van ontluikend inzicht…

juni 2013 -Persbericht BOEK Kiezen tussen overheid en markt: Marktwerking bij spoorwegen moet terug gedraaid worden. Je kunt het rijden van treinen niet loskoppelen van de infrastructuur, ze zijn te zeer afhankelijk van elkaar. Het spoor is een GESLOTEN TAAKSYSTEEM.

Kiezen tussen overheid en markt - Gijs van Loef

juli 2013 – TU Delft: Het Nederlandse spoor is veel minder efficient geworden. De gezamenlijke productiviteit van de spoorsector is in de eerste negen jaar na de verzelfstandiging in 1995 met gemiddeld 0,6% per jaar gedaald.

januari 2014 – Het Europees Parlement wil af van de gedwongen splitsing tussen spoorbeheer en spoorvervoer.

januari 2014 – geheim rapport topadviseur: De overheid moet de strikte scheiding tussen de NS en ProRail ongedaan maken.

februari 2015 – Knooppunt Utrecht CS gehele dag onbereikbaar, door een sein- en wisselstoring.

2 maart 2015 – Knooppunt Utrecht CS ligt plat, door een beschadigde bovenleiding (ProRail), veroorzaakt door een trein (NS).

Maar een fusie is politiek taboe. Omdat een geintegreerd staatsbedrijf te machtig wordt. Daar is overigens wel een oplossing voor te bedenken.

 

 

Sanquin: Publiek en Privaat?

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan.

De zaterdagse Volkskrant staat er uitgebreid bij stil: De stichting Sanquin bloedvoorziening, die het wettelijk monopolie op de bloedvoorziening heeft, wil commercieel in het buitenland gaan opereren. Sanquin is van plan in de Verenigde Staten bloedplasma te gaan verkopen, als de FDA (Food and Drug Administration) het toestaat. Maar moeten we dit wel goed vinden?

In het boek Kiezen tussen overheid en markt maak ik onderscheid tussen vier principes van overheidshandelen, vier publieke waarden, die door de overheid gewaarborgd moeten worden. ‘Individuele rechtvaardigheid’ en ‘collectieve veiligheid en zekerheid’ zijn twee (van de vier) publieke waarden, die in de Nederlandse bloedvoorziening samen komen. Er is een georganiseerd taaksysteem voor de bloedvoorziening waarmee de samenleving beschermd wordt tegen gevaren: collectieve veiligheid en zekerheid van een goede en continue bloedvoorziening. Dit georganiseerde taaksysteem maakt het mogelijk dat elk individu goed bloed toegediend kan krijgen indien dit noodzakelijk is: individuele rechtvaardigheid.

Sanquin heeft het wettelijk monopolie op de publieke bloedvoorziening. De publieke bloedvoorziening wordt geschraagd door donoren uit vrije wil. Hieruit volgt dat publieke bloedvoorziening geen commerciële taak is. Sanquin noemt zichzelf op haar website dan ook terecht een not-for-profit organisatie.

Een goede en betrouwbare bloedvoorziening vereist, naast kapitaal, specifieke kennis en deskundigheid. Sanquin beschikt over deze kennis en deze kennis en deskundigheid staat in dienst van de publieke bloedvoorziening. Sanquin heeft een nieuwe produktiefaciliteit in gebruik genomen met een capaciteit die veel groter is dan wat voor de Nederlandse bloedvoorziening nodig is. Daar valt natuurlijk geld mee te verdienen.

Mag Sanquin nu als commerciële onderneming gaan opereren in het buitenland? Nee, want de continuiteit van de nederlandse bloedvoorziening is haar wettelijke taak, haar enige missie, de ultieme opdracht. Dit mag nimmer door een ongewis commercieel avontuur in de waagschaal worden gelegd. Kennelijk is er al fors geïnvesteerd in schaalvergroting om meer omzet te genereren. Nu blijken er mogelijk onvoorziene risico’s te kleven aan het Amerikaanse avontuur. Daar mag de publieke bloedvoorziening natuurlijk nooit de dupe van worden. Beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald.

Enkele citaten uit de Volkskrant van afgelopen zaterdag:

De deal die Sanquin en Baxter sloten moest de plasmaproductie van Sanquin tussen 2013 en 2016 opschroeven van 300 duizend naar twee miljoen liter per jaar. De mega-investering van 30 miljoen euro zou ruimschoots terugverdiend worden.
Maar het liep anders…
Door de miljoenen verslindende operatie om de FDA tevreden te stellen, stroomt het geld in rap tempo uit de doorgaans goedgevulde kas.” (…) “Intern bij Sanquin viel zelfs te beluisteren dat de publieke bloedvoorziening failliet zou kunnen gaan als gevolg van de gefnuikte Amerikaanse ambities”.
Geruststellend lijkt het volgende citaat.
Sanquin gaat sowieso niet failliet”, zegt hoogleraar Rob Slappendel. “Ze maken het bloed gewoon duurder”.
Tja… Het bloed kruipt kennelijk waar het niet gaan kan.

Er zit niets anders op dan de commerciële activiteiten volledig los te laten. Sanquin moet juridisch opgesplitst worden en de overcapaciteit moet in de verkoop. Voor een kennisdrain hoeven we niet bang te zijn. Een systematische en volledige kennisborging bij de nederlandse organisatie van de publieke bloedvoorziening (incl. opleidingen bij medische universiteiten) ten behoeve van de publieke bloedvoorziening moet contractueel geregeld worden. En vanzelfsprekend moet er een fatsoenlijke, marktconforme prijs worden betaald voor de delen van Sanquin die worden verkocht.

Reactie van Sanquin: Het in Amerika te verkopen hoogwaardig bloedplasma is als ‘laagwaardig bloedplasma’ uit Amerika afkomstig en niet afkomstig van Nederlandse donoren.

Op Z24.nl verscheen Publiek bloed Sanquin moet publiek blijven en een POLL met een opvallende uitslag:

Mag een publieke bloedinstelling ook commercieel bezig zijn?

Nee, publieke bloedvoorziening mag nooit risico lopen door commerciële bloedhandel    91%    956  stemmen

Ja, als je de twee maar goed gescheiden houdt                                                                           9%       97 stemmen

 

Deze column is ook te lezen op Joop.nl . Bloedgeld winst maken met vrijwillige donoren

 

 

De onbegrijpelijke salamipolitiek van de Wet op de Langdurige Zorg

De decentralisatie van de ouderen- en gehandicaptenzorg is explosieve kost. Het raakt de kern van de afbouw van de verzorgingsstaat. Maar er is geen fundamentele bezinning geweest op de vraag wanneer er een recht op ouderenzorg is. De WLZ is de slotakte van een voor gewone mensen onbegrijpelijke salamipolitiek waarin gemeenten worden opgezadeld met nieuwe taken en van alles en nog wat zonder duidelijke argumentatie op het bordje van de burger wordt teruggelegd. Het oordeel over de Wet op de Langdurige Zorg is aan de Eerste Kamer. De senaat doet er verstandig aan het wetsontwerp niet aan te nemen.
Dit hoofdstuk in de verbouwing van de verzorgingsstaat heeft alleen kans van slagen op maatschappelijke acceptatie als een breed debat gevoerd wordt over wat publieke taken zijn en wat niet. Wat dat niet is, kan vervolgens bij burgers worden neergelegd. En daar kan de markt vervolgens op inspelen.
Natuurlijk is er een ratio voor de bezuinigingen. We worden steeds ouder en de kosten van de gezondheidszorg rijzen uit de pan.
In 1998 was het aandeel van de zorguitgaven op de totale uitgaven van de collectieve sector nog 16%, in 2003 was dit gestegen naar 21%, in 2015 bedragen de kosten 73 miljard op 260 miljard, dat is 28% van de gehele collectieve sector. Door de vergrijzing en medische innovaties stijgen de kosten van de zorg veel sneller dan de groei van het BNP en de collectieve sector. De wal moet het schip dus wel gaan keren.
Maar om maatschappelijk draagvlak te verwerven moet er toch eerst echt een inhoudelijk debat gevoerd worden. Nederlanders zullen met elkaar de vraag moeten beantwoorden: Wanneer is publiek georganiseerde ouderenzorg gerechtvaardigd en wanneer niet? Wie komt ervoor in aanmerking en op grond waarvan? Dat gezonde mensen een verantwoordelijkheid voor het verzorgen van hun behoevende ouders hebben zal bijna niemand durven ontkennen. Maar wanneer moet men aankloppen bij de zorgverzekeraar? En wanneer kan men een beroep doen op de overheid?
Als u op het internet zit, vind u een antwoord bij de overheid:

 

Een overzichtelijke webpagina, maar wordt u er wijzer van?
Als u nu in een zorginstelling woont blijft dat in principe zo. Misschien dat u moet verhuizen naar een andere locatie vanwege een verbouwing. Over de kwaliteit van de verzorging achter de muren zijn vele verontrustende berichten. Levert de overheid eigenlijk wel de zorgkwaliteit in het verpleeghuis waar u op zou moeten mogen vertrouwen?
Als u nu thuis woont en AWBZ-zorg krijgt verandert dit. Of de zorgverzekeraar, of de gemeente neemt dit over anderhalve maand over. Maar waar u straks nog recht op heeft, daarover is alleen in algemene zin iets te zeggen: medische hulp ligt bij de verzekeraar, andere hulp ligt bij de gemeente. En elke gemeente doet het anders.
Als u nu thuis van de gemeente Wmo-hulp krijgt, dan is de kans groot dat dit gaat veranderen. Huishoudelijke hulp wordt waarschijnlijk afgeschaft, ook dit verschilt overigens per gemeente. U kunt alvast een keukentafelgesprek aanvragen.
Als u nu thuis van de gemeente op grond van de Wmo een persoonsgebunden budget krijgt, dan kunt u hiermee zelf uw zorgbehoefte inkopen. U krijgt het budget niet zelf, u krijgt schriftelijk een pgb-recht toegewezen (beschikking). Maar de overheid gaat eerst beoordelen of de door u uitgekozen zorgverlener aan bepaalde kwaliteitseisen voldoet. Het is ongewis of u met het pgb krijgt waar u behoefte aan heeft. Het zal vaak heus goed gaan, maar garanties zijn er niet.
Als u nu nog geen zorg nodig heeft, maar in de toekomst wel, dan kan er van alles gebeuren. Het ligt er maar aan. Kunt u thuis blijven wonen en gaat het om medische zorg? U bent in beginsel verzekerd. Kunt u thuis blijven wonen en gaat het om andere zorg? Belt u de gemeente, als u geen computer heeft. Kunt u niet thuis blijven wonen? Schakel een accountant in en zoekt u het dan maar uit.

Deze column is verschenen op http://www.joop.nl

De digitale puinhoop bij de overheid

De ICT-organisatie van het Rijk rammelt aan alle kanten. Het kost miljarden euro’s en onze privacy gaat er aan. Bedankt, overheid.Kiezen tussen overheid en markt - Gijs van Loef

De onderzoekscommissie ICT van de Tweede Kamer presenteert vandaag haar eindrapport over ICT-projecten bij de Rijksoverheid. Conclusie: De ICT-organisatie van het Rijk is chaotisch. Dat weten we al jaren.
In 2007 en 2008 concludeerde de Algemene Rekenkamer al dat ICT-projecten van de overheid te complex en te ambitieus zijn. De projecten blijken veel duurder dan gedacht, vragen meer tijd dan gepland en leveren niet op wat ervan verwacht wordt. Bij deze te complexe projecten is er geen balans tussen ambitie, beschikbare mensen, middelen en tijd. De informatie ontbreekt om deze projecten te kunnen plannen en calculeren. De Algemene Rekenkamer becijferde dat er door de overheid jaarlijks circa 4 tot 5 miljard euro verspild wordt aan mislukte ICT-projecten. Heeft de overheid zichzelf na deze spijkerharde kritiek van de Algemene Rekenkamer verbeterd? Nee.

Digitale echtheidscertificaten
De voorbeelden van recentelijk ICT-falen zijn legio. De overheid verstrekt tegenwoordig digitale ‘echtheidscertificaten’, die de online gebruiker de zekerheid geeft dat een overheidwebsite ook daadwerkelijk de overheidwebsite is die de site zegt te zijn. Met andere woorden: de online gebruiker krijgt de zekerheid dat de overheidwebsite niet gekraakt is en dat er geen criminele organisatie achter verscholen zit die vertrouwelijke digitale gegevens verzamelt voor haar criminele praktijken. De verstrekking van deze digitale echtheidscertificaten heeft de Rijksoverheid uitbesteed aan een commercieel bedrijf, DigiNotar. Deze instantie bleek een gammele, onbeveiligde dienstverlener te zijn. Inloggen met behulp van DigiD is ook niet veilig. De OV-chipkaart kan gekraakt worden door elke slimme student. Hypermoderne verkeersinfrastructuur, zoals tunnels en viaducten, ligt regelmatig plat omdat er computerstoringen zijn.

Digitale puinhoop
En dan zijn er de talloze mislukte ICT-bouwsels bij de Belastingdienst, bij het UWV, bij de waterschappen, bij grote gemeenten die denken dat ze eigen computersystemen kunnen bouwen. De belastingdienst heeft in het tweede kwartaal 2012 opnieuw massaal digitaal verkeerde aanslagen verstuurd. Het is onvoorstelbaar maar waar: het is nog steeds een digitale puinhoop bij de overheid, terwijl de afhankelijkheid alleen maar groter wordt. Terwijl burgers en bedrijven door de overheid steeds meer gedwongen worden om digitaal te communiceren met de overheid, blijft het een janboel bij diezelfde overheid die nalaat om deze taaksystemen goed te organiseren. De kennis in eigen huis ontbreekt, de wil eveneens.

Niemand wil het oplossen
Hoe is het mogelijk? De reden is, het is bekend, dat niemand er belang bij heeft om dit falen aan te pakken. Politici en bestuurders niet, want ICT is niet sexy. Ze weten überhaupt van toeten noch blazen. Ambtenaren niet, want bestuurders zitten niet te wachten op slecht nieuws over mislukte planningen, falende projecten, krakkemikkig onderhoud, veiligheidslekken en kostenoverschrijdingen. Bestuurlijke rapportages moeten dus worden opgefleurd en jaarlijkse budgetten veiliggesteld. En ook externe consultant hebben geen belang bij het aanpakken van het probleem, want dit is juist hun profijtelijke business.

‘Functionele grootheidswaanzin’
In 2012 concludeerde de Onderzoeksraad voor de Veiligheid dat de ICT-veiligheid bij de overheid sterk moet verbeteren, maar dat een complicerende factor is dat de overheid zelf weinig expertise in huis heeft, waardoor ze sterk leunt op externe experts. ICT wordt door politieke bestuurders en topambtenaren als ‘bedrijfsvoering’ gezien net als de administratie en het personeelsbeleid, zeg maar ‘de achterkant van de organisatie’. En dat vindt men ingewikkeld en niet interessant. Politici realiseren zich niet dat hun bedenksels -‘functionele grootheidswaan’ noemt René Veldwijk dit – en almaar veranderende eisen het onmogelijk maken om betrouwbare systemen te kunnen bouwen die al die bedenksels ook kunnen uitvoeren. Zie de Belastingdienst waar enorm bezuinigd is op formatie en expertise.

Maar het gaat niet alleen om de jaarlijkse verspilling van miljarden euro’s. Het gaat ook om de veiligheid van ICT-systemen en de bescherming van uw en mijn persoonlijke gegevens. Er zit rot in de fundamenten van het gebouw van overheidsinformatie.

Deze column staat ook op JOOP.nl De digitale puinhoop bij de overheid
Column staat in verkorte vorm ook op de ondernemers-website Z24.nl Politiek zelf schuldig aan ICT-puinhoop

Taxi-APP moet mogen, mits met DigiVignet! (Opinie in de Volkskrant)

Uber roept -begrijpelijk!- weerstand op door de rucksichtlose Amerikaanse manier van zakendoen. Laat andere bedrijven vergelijkbare app-vervoersdiensten aanbieden en er ontstaat een nieuwe markt zonder ongewenste machtsstructuren en laat de consument een eigen afweging maken.

Ga hier naar de opiniepagina van de Volkskrant Ubertaxi mag, als klant weet wat hij niet krijgt

DSCN5416
Uber Amsterdam 18082014