KPMG: “CZ-prijslijst zegt alleen iets over willekeur eigen risico”

Lees hier de column van KPMG/Plexus op skipr: https://www.skipr.nl/blogs/id2791-cz-prijslijst-zegt-alleen-iets-over-willekeur-eigen-risico.html

Mijn reactie:

De rekenmeesters van KPMG constateren op basis van eigen data analyse dat erg geen verband te vinden is tussen de prijs en de kwaliteit van zorg, zij zien louter ‘puntenwolken zonder een verband’. Er zijn enorm veel prijzen, maar de kwaliteit van concrete zorg is en blijft onbekend. Het is eigenlijk net als die jaarlijkse lijst van de ‘beste ziekenhuizen’ van het AD, bedenk ik mij.

 

KPMG zegt zich te kunnen voorstellen om door te gaan met de openbaarmaking van tarieven omdat dit ‘naar verwachting een gunstig effect zal hebben’. Gunstig in welk opzicht?

KPMG meent dat het ‘nu wel pijnlijk duidelijk wordt dat deze manier van onderhandelen zich slecht verhoudt met een eigen risico van 875 euro. Het is immers bijna toeval welke rekening er bij je op de mat valt als patiënt.’

De prijs die iemand betaalt is dus pure willekeur. Dit raakt de ethische fundamenten van ons zorgstelsel. Is dat ook een opzicht? KPMG probeert het cijfermatig op te lossen. Nog meer werk voor rekenaars, nog jaren werk.

Heimelijk heeft de bestaande brede politieke coalitie met de zorgverzekeraars binnenboord besloten dat de zorgverzekeringswet nog 10 jaar vooruit kan. Inmiddels behoort onze gezondheidszorg met het unieke nederlandse gedachtengoed van gereguleerde marktwerking na 10 jaar ploeteren en heel veel rekenen en andersoortige overhead in internationaal opzicht tot een van de allerduurste van de wereld. Daar is ook een lijst van (OECD), in grafiekvorm:OECD health costs per capita

Bron:http://www.keepeek.com/Digital-Asset-Management/oecd/social-issues-migration-health/fiscal-sustainability-of-health-systems_9789264233386-en#page246 pag. 249.

2e Bron: http://www.oecd-ilibrary.org/social-issues-migration-health/health-at-a-glance-2015_health_glance-2015-en zie ‘Health expenditure in relation to GDP’ (pdf, pag. 167)

Onze gezondheidszorg staat op een fundament van betaalbaarheid, solidariteit en toegankelijkheid van een goede basiszorg. Dit geeft de bevolking de zekerheid van een veilige gezondheidszorg, waarbij kwaliteit als het ware intrinsiek gewaarborgd is, of zou moeten zijn. De bestaande transparantie-cultuur bevordert het cijferfetisjisme en beloont niet-medische belangen maar breekt het vertrouwen van de mensen in de kwaliteit van onze gezondheidszorg af. En de betaalbaarheid staat onder druk, zonder het macro-beheersinstrument (budgetplafond) rijzen de kosten de pan uit.

Wat de minister nu zou behoren te doen is bij wet basiszorgpolissen met een hoger eigen risico dan de wettelijke 385 euro verbieden.

Transparantie-soap: zorgprijzen van ziekenhuizen

update 2/12/2017 – werkelijke cijfers

Rekensommetje: Als er 79 ziekenhuizen zijn (AD-top 100) en 61 verschillende basiszorg-polissen (in 2016) , dan zijn er … verschillende prijzen mogelijk voor een specifieke behandeling.

De 10 randvoorwaarden van gereguleerde marktwerking in de gezondheidszorg: beoordeling

5 juli 2016 – Verzoek aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg om te reageren

Het nederlandse zorgstelsel dat gebaseerd is op gereguleerde marktwerking en dat nu 10 jaar bestaat is uniek in de wereld (Zorgverzekeringswet). Om goed te kunnen functioneren moet voldaan worden aan tien randvoorwaarden, deze zijn opgesteld door het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit. Ze zijn het fundament van het stelsel van de verzekerbare gezondheidszorg. In hoeverre wordt nu voldaan aan deze randvoorwaarden van gereguleerde marktwerking? Een poging om tot een objectieve beoordeling te komen. Bij nader inzien is de conclusie minder positief dan hij was op skipr : de eindscore is een 4.6. Er wordt zonder meer niet voldaan aan de randvoorwaarden van gereguleerde marktwerking.

1e randvoorwaarde: Risicosolidariteit zonder risicoselectie – Dit wordt mogelijk gemaakt door het systeem van risicoverevening. Jaarlijks wordt vooraf 22 miljard verdeeld onder de zorgverzekeraars ter compensatie van ongelijke risicogroepen-klanten. Dit systeem zou moeten worden afgebouwd, idealiter naar nul, vanuit het uitgangspunt dat onverzekerbare zorg een overheidstaak blijft obv. de Wet op de Langdurige Zorg. Maar afbouw van de risicosolidariteit gaat niet, het leidt tot risicoselectie door zorgverzekeraars, kwetsbare groepen vallen dan uit de boot. Conclusie: Zonder het systeem van risicovervening is risicosolidariteit niet mogelijk. 2 Punten (van max. 5)

2e randvoorwaarde: Een transparant zorg- en polisaanbod / goede consumenteninformatie – Er zijn budget-, natura en restitutiepolissen en aanvullende polissen. De Consumentenbond spreekt van een polisjungle en telt 1400 combinaties. Transparant? Er zijn digitale vergelijkingssites. Mensen kunnen gemakkelijk de ‘goedkoopste polis’ kiezen, maar het is de vraag of men het allemaal kan overzien. De werkelijke kosten (tarieven) van de concrete, individuele zorgverlening zijn volstrekt niet transparant. Conclusie: Er is geen transparantie voor de patiënt/zorgverzekerde. 1 Punt.

 

3e randvoorwaarde: Doelmatigheidsprikkels voor alle drie actoren (zorgvrager, zorgverlener, zorgverzekeraar) – Moeilijk. De risicoverevening is als macro-instrument geen doelmatigheidsprikkel voor zorgverzekeraars. Bij onderhandelingen tussen zorgverzekeraars en zorgverleners is er een neerwaartse druk op budgetten, dat is een doelmatigheidsprikkel. Maar individuele zorgverleners worden betaald op basis van behandelingen, productievolume wordt beloond, dit is geen doelmatigheidsprikkel. Zorgverleners worden niet betaald voor de behaalde gezondheidswinst van de patiënt/zorgvrager, daar waar het uiteindelijk om gaat. En dan die zorgvrager zelf. Omdat er steeds nieuwe behandelingen, technieken en medicijnen beschikbaar komen is zijn zorgvraag in beginsel onbegrensd. Maar de eigen bijdrage is een prikkel tot doelmatigheid. Conclusie: Alle drie actoren worden slechts gedeeltelijk geprikkeld om doelmatig te handelen, daarnaast zijn er prikkels die tegengesteld werken. 2 Punten.

4e randvoorwaarde: Keuzevrijheid voor verzekerden – Als er geen transparantie is kan men de konsekwenties van eenmaal gemaakte keuzes vaak niet overzien. De keuzevrijheid is gemankeerd. Hooguit 4 punten.

5e randvoorwaarde: Betwistbare markten – Bestaande zorgaanbieders, zoals ziekenhuizen, medisch specialistische bedrijven en gespecialiseerde behandelcentra mogen geen zodanige machtspositie krijgen dat toetreding van nieuwe aanbieders belemmerd wordt. Nieuwe aanbieders brengen immers innovatie. Maar toetreding kan moeilijk zijn. Omdat zorgkwaliteit altijd de norm is, is er een natuurlijke dynamiek van afstemming en vormgeving van organisatorische verbanden door belangen- en koepelorganisaties. Het toelating-regulerend systeem is een bestuurlijk besluitvormend systeem, nieuwe toetreders moeten aan de bestuurlijke tafel zitten, dan wel vertegenwoordigd zijn. Conclusie: Betwistbaarheid van markten is er in enige mate. 3 Punten.

6e randvoorwaarde: Contracteervrijheid – Verzekeraars moeten de vrijheid hebben om zorgaanbieders te weigeren en geen contract aan te bieden. Dit is een actueel vraagstuk in de zorginkoopmarkt dat doorwerkt in de zorgverzekeringsmarkt. Conclusie: De contracteervrijheid is gedeeltelijk geregeld. 3 Punten.

7e randvoorwaarde: Een effectief mededingingsbeleid – Er moet eerlijke, gezonde concurrentie tussen partijen zijn, er mogen geen machtsposities ontstaan door fusies, of samenwerking die tot kartels leidt die niet de kwaliteit van de zorg verbeteren. Er is een scheidsrechter nodig. Zie ook de 5e randvoorwaarde. Maar er zijn meerdere scheidsrechters met verschillende opvattingen en normen (NZa, ACM en het Zorginstituut), de spelregels zijn daardoor onduidelijk en niet stabiel. Conclusie: Het mededingingsbeleid werkt niet naar behoren. 2 Punten.

8e randvoorwaarde: Geen liftersgedrag – Liftersgedrag, free riding, ondergraaft de solidariteit. Iedereen moet verplicht verzekerd zijn, zodat iedereen ook meebetaalt aan de kosten van de zorg. Er zijn ruim 300.000 onverzekerden die niet meebetalen. Daarnaast zijn er collectiviteiten die iets minder voor haar leden betalen dan individuele polishouders. Conclusie: Liftersgedrag is moeilijk te bestrijden. 2 Punten.

9e randvoorwaarde: Effectief toezicht op minimumkwaliteit van de zorg -Het bewaken van een goede zorgkwaliteit is de taak van de Inspectie van de gezondheidszorg. Er is een zeer sterke toename van het aantal klachten sinds 2004, een verdriedubbeling (van 3000 naar een kleine 10.000). De inspectie kan het werk niet aan. Op 30 mei jl. meldde het RTL-nieuws dat 60% van de sterfgevallen door ziekenhuizen niet wordt gemeld bij de Inspectie. Er zijn minstens 40 zwijgcontracten. Er is onvoldoende toezicht op de kwaliteit van de zorg. 1 Punt.IGZ 25052016

10e randvoorwaarde: Gegarandeerde toegang tot basiszorg – De toegankelijkheid van de basiszorg staat onder druk in de krimpregio’s. In de perifere delen van het land worden normen voor de spoedeisende hulp niet gehaald. 3 punten.

In eerste instantie had ik ruimhartig gerekend en kwam ik op een score van 27 punten op maximaal 50, een 5.4 (op 100). Geen voldoende. Maar de score is lager: 23 punten op 50, een 4.6. Dit is zonder meer een onvoldoende. Het roept de vraag op of het überhaupt voorstelbaar is dat er ooit voldaan kan worden aan de randvoorwaarden van gereguleerde marktwerking in de gezondheidszorg. Ik laat het oordeel aan u, lezer.

U kunt ook op skipr reageren: De tien randvoorwaarden van gereguleerde marktwerking

Een verkorte versie verscheen op Z24 : Dit zijn de grootste knelpunten in de zorg

Op 15 juni verscheen deze blog met de herziene beoordeling (een eindscore van 4.6) ook op Joop: http://ww.joop.nl/opinies/waarom-de-nederlandse-gezondheidszorg-een-dikke-onvoldoende-krijgt

 

dscn2595k

dscn2596k  dscn2597k

 

 

 

Over marktwerking in het publieke domein, zie ook de Gooi en Eemlander van 16 augustus 2013: ‘Marktwerking bij de overheid puinhoop’ 20130816-GHI-MULTITABLOID-GHI208—HDC-1-171059_109707006

De curatieve zorg vraagt om samenwerking, geen marktwerking

Het stelsel van gereguleerde marktwerking in de zorg begint te kraken. Sinds de invoering van de Zorgverzekeringswet in 2006 is de Nederlandse gezondheidszorg in internationaal opzicht duurder geworden (OESO). 13% Van het bruto nationaal product gaat naar de zorg, een van de hoogste percentages in de wereld. De kwaliteit van onze zorg is niet onderscheidend, de prijs prestatie verhouding is niet goed (Voor insiders: de EHCI-index is volstrekt ongeloofwaardig, want die wordt gefinancierd door Big Pharma die torenhoge winsten maakt in Nederland, zie verder).

Het zorgakkoord van Rutte-2 was nodig om de kosten te beteugelen. Maar de middellange termijn raming van het CPB geeft aan dat de zorgkosten bij ongewijzigd beleid onhoudbaar zijn. De grootste kostenstijging zit in de Cure (9 miljard meer in 2021 tov. 2017).

Het is logisch dat de Cure uit de hand loopt. Het gedwongen huwelijk van concurrentie (omzet en winststreven, het financieel eigen belang van de ondernemer als motor van vooruitgang) en samenwerking (inhoudelijke zorgkwaliteit en zorgvuldigheid, de beroepsethiek die het patiëntbelang centraal moet stellen) breekt het huidige stelsel op. Winststreven leidt tot perverse prikkels die de kwaliteit van de zorg ondergraven, de gevolgen voor de patiënt zijn in zo’n situatie vaak desastreus. Zelfstandig ondernemerschap is ook een blokkade voor stroomlijning van zorgprocessen, dit beperkt de doelmatigheid en de kwaliteit. Concurrentie en samenwerking zijn onverenigbare principes. Een complex regulerend systeem is nodig om het (gebrekkig) te laten functioneren, het leidt tot zeer hoge indirecte kosten, geld dat niet aan zorg kan worden uitgegeven.

De Cure kenmerkt zich door superspecialisatie van medische kennis. Het is evident dat goede patiëntzorg samenwerking tussen specialismen vergt, organisatiegrenzen mogen geen beletsel vormen (1e, 2e en 3e lijn, medisch specialistische bedrijven etc.). Uit internationaal vergelijkend onderzoek blijkt dat een kostenbesparing van 8 tot 21% mogelijk is als de patiënt werkelijk centraal staat in diagnostiek, behandeling en nazorg. Het zou de Cure vele miljarden goedkoper maken. En beter!

Het moet en kan dus anders. Hoe? Lees verder op dit blog.

De Cure onder het mes, naar een Patiënt Georiënteerd Zorgstelsel

Gepubliceerd op 8/11/2015 – De conclusie van het essay ‘De Cure onder het mes’ (een Patiënt Georiënteerd Zorgstelsel)  is inmiddels de meest gelezen blog op Skipr van de afgelopen 5 jaar.

Lees hier het essay: De cure onder het mes dat resulteert in het voorstel  om een Patiënt Georiënteerd Zorgstelsel in te voeren: Onze (medische) gezondheidszorg kan beter èn goedkoper, doordat een groter deel van het budget aan zorg wordt besteed, terwijl innovatie gewaarborgd is.

uit ‘De Cure onder het mes’:

STELSEL MET TOEZICHTHOUDERS

toezicht-simpel-11112016

FUNDAMENTELE ANALYSE

 

Fund Analyse II copyright 17082016

 

IST & SOLL

ist-en-soll-2016

VOORDELEN TOV. HUIDIGE STELSEL

voordelen-pgz-2016

 

 

De Cure onder het mes (reacties en toelichting)

quotes-personen-06082016

 

Het essay, dat in 2300 woorden het systeem van de cure en haar marktwerking ontrafeld, is nog nergens gepubliceerd. De redacties van zorgmedia zeggen ‘dat het allemaal bekend is wat je schrijft’, men vindt het wel ‘origineel’. Waarom wil men het niet publiceren? De analyse in het essay is tot nu toe onomstreden. Dit leid ik af uit mijn actieve speurtocht naar informatie, gesprekken met experts en bestuurders uit het zorgveld, de wetenschap, het ministerie VWS en kennisinstituten. Ons unieke stelsel van gereguleerde marktwerking levert een ingewikkelde gezondheidszorg op die behoorlijke medische zorg biedt, maar ze is in internationaal opzicht erg duur (de kosten zijn jaarlijks 5300 euro per Nederlander). Wie een internationaal beeld wil krijgen kan ik Mark Britnell’s ‘In Search of the Perfect Health System’ aanbevelen (recensie hieronder op deze blog). Ook Don Berwick inspireert met zijn lezing op het 27th Annual National Forum on Quality Improvement in Health Care, ‘The Moral Era (Turtles)’. (Helaas is de video door youtube verwijderd).  

Waarom zeggen we dat we het beste zorgstelsel van Europa hebben? Hoe toekomstbestendig is onze op gereguleerde concurrentie gebaseerde gezondheidszorg eigenlijk? Het ondubbelzinnige antwoord: het is NIET toekomstbestendig.

Lees hier het onderliggende essay De cure onder het mes, een analyse van het huidige zorgstelsel in de cure dat resulteert in het voorstel om dit stelsel om te buigen naar een zorgstelsel waarin de cliënt centraal staat, waarbij excellente kwaliteit de norm is en e-Health toepassingen zoals personal apps toepasbaar zijn. Noem het een patiënt georiënteerde benadering. Een scenario voor de toekomst, dat zou kunnen worden uitgewerkt.

De cure onder het mes

De kwaliteit van de zorg verbeterd. De verbeteringen tov. de huidige cure:zorgregisseur-12012017

 

Becijferd is een kostenbesparing van 5,6 miljard euro per jaar, nota bene dit is het scenario met specialisten in loondienst (voorbeeld organisatievorm: Bernhove). Het eigen vermogen bij de zorgverzekeraars wordt een voorziening voor de transitiekosten. Voor de kosten van de Zorgregisseur is een stelpost van 600 miljoen opgenomen.

Een patiënt georiënteerd zorgstelsel Column op Skipr.nldownload

Zo kan de zorg beter door scherpere scheiding markt en samenwerking Column op Z24.nl .

SpeakMag2014

Heimwee naar de PTT? (reactie op De kwestie in de Volkskrant)

Geachte heer de Waard,
De bezoldiging van bestuurders in voormalige (?) publieke sectoren zorgt al jaren voor commotie en media-aandacht. Het ingewikkelde vraagstuk van overheid en markt wordt platgeslagen tot de bonus van de CEO en daar spuit iedereen zijn mening over.
Begrijpelijk. Maar zo simplificerend.
Technologische ontwikkelingen (ICT en Communicatie) stuwen innovatie en het ontstaan van nieuwe business modellen en nieuwe concurrentie. Binnen de beschermde omgeving van de overheid, de wereld van gestolde machtsverhoudingen, zouden de oude PTT en de Rijkspostspaarbank zich waarschijnlijk niet snel genoeg hebben kunnen aanpassen aan de nieuwe (technisch gedreven) werkelijkheid. De keerzijde is dat met de privatiseringen de oude gedachte dat sommige diensten van algemeen nut zijn, is verdwenen. De meervoudige burger (belastingbetaler, kiezer, gebruiker van diensten) veranderde tot eenvoudige consument.
De kernvraag zou moeten zijn: vinden Nederlanders dat sommige diensten van algemeen nut zijn? Ik denk aan openbaar vervoer (wordt buiten de Randstad afgebouwd), geld- en betalingsverkeer (pinautomaten buiten de Randstad: idem; generatie 70+: onhandig met computer), postbezorging.
Dit zijn politieke vragen.
Maar – vrees ik – te moeilijk voor deze generatie politici.
Ik kan mij voorstellen dat we opnieuw enkele publieke diensten voor dit soort nutsvoorzieningen inrichten. Dan moet aan een aantal randvoorwaarden worden voldaan. Cruciaal is: deze diensten moeten een zeker innovatievermogen hebben – daar moeten arbeidsvoorwaarden op zijn toegesneden -, maar ze behoeven geen state-of-the-art dienstverlening te bieden. Voorop zouden moeten staan: toegankelijkheid, betrouwbaarheid, veiligheid, duidelijke informatie voor de burger. Deze diensten moeten bedrijfsmatig bestuurd worden. De politiek stelt een beperkt aantal meetbare eisen binnen een maatschappelijk meerjarenperspectief. Ik heb er een boek over geschreven.

Reactie Peter de Waard:
Beste Gijs
Dank voor je reactie. Ik vind dat telecom en pakjes bezorgen ook aan de marktwerking moeten worden overgelaten. Ik heb twijfels over de post en vooral banken.
groet
Peter de Waard