2. Nederland heeft een ondoelmatig zorgstelsel

update 13/9/2017 – Welkom lezers, u bent met tientallen aanwezig op deze en andere pagina’s. Alhoewel deze tekst bijna een jaar oud is, heeft ze niets aan betekenis ingeboet. Dat geldt voor het gehele feuilleton over de marktwerking in de curatieve zorg.

De verhouding tussen zorgprestaties (op geaggregeerd niveau) en macro-zorgkosten is wezenlijk om dichter bij een antwoord te komen op de vraag hoe goed een zorgstelsel van een land nu eigenlijk is. Er zijn twee niveau’s: het stelsel (macro) en concrete zorgverlening voor de patiënt (micro). De zorgprestaties liggen op het micro-niveau en daar zijn metingen van, net als de macro-kosten (ik baseer mij op de OESO, een onomstreden internationale bron).

De pijlers waar ons zorgstelsel op rust zijn, naast zorgkwaliteit: toegankelijkheid, betaalbaarheid (macro en micro) en solidariteit. Deze drie pijlers staan zwaar onder druk. De kwaliteit van de gezondheidszorg in zijn geheel wordt verder bepaald door contextvariabelen als de geografie van een land en het klimaat, rook-, drink- en eetgewoonten, culturele tradities, sociaaleconomische omstandigheden etc.

Internationale vergelijking van landen

In de hier gepresenteerde internationale vergelijking gaat het dus om de macro-kosten versus de micro-zorgprestaties in medische zin. De andere pijlers (naast de macro-zorgkosten) blijven buiten beschouwing. Daar zijn ook nauwelijks internationaal vergelijkbare gegevens van.

De vraag is: Wat zijn de medische zorgprestaties en hoeveel geld geven we in zijn totaliteit aan zorg uit? Er is natuurlijk een verband. Anders geformuleerd: Wat is de verhouding tussen prijs en prestaties? Hoe doet Nederland het qua prijs : prestaties in vergelijking met de 13 andere moderne Europese landen? (zie mijn vorige blog ‘Nederland heeft niet de beste zorg van Europa’). Dit is het tweede deel van mijn onderzoek.

De kosten-KPI’s zijn:

  • A0: % kostenontwikkeling BNP 2006-2014 (Wereld Bank)
  • A1: % uitgaven BNP (OESO, Wereld Bank) en
  • A2: uitgaven per hoofd vd bevolking (OESO, Wereld Bank)

Selectie van indicatoren van medische kwaliteit

Op basis van de online tabellen van OESO Health at a Glance is op basis van alle hoofdstukken (van Health Status t/m Ageing and long-term care) een selectie gemaakt van bruikbare kwaliteitsindicatoren, naast de in deel 1 al genoemde Life expectancy at birthNumber of Physicians en Perceived helath status/Self-reported health.

Daarbij is als volgt te werk gegaan:

  • uitsluitend selectie van indicatoren met data van alle 14 moderne EU-landen
  • selectie van indicatoren die daadwerkelijk iets zeggen over kwaliteit (mortalitycancer survivalavoidable hospital admissions )
  • Non-medical determinants of health zijn niet meegenomen
  • Het aantal Pharmacists and pharmacies is meegenomen als tweede indicator van de aanbodzijde: Health Suppliers
  • Organ donation is als aparte indicator meegenomen (geen OESO; http://public.tableau.com/views/BOTnet/OrganDonorMap?:showVizHome=no )

Aldus is een tabel samengesteld met 19 indicatoren, onderverdeeld in vier clusters: Absolute healthHealth SuppliersHealth Status en Quality of Care.

Opzet van de tabel

De OESO-tabel scores van de 14 landen zijn omgezet in punten: 1 punt voor het land met de beste score, 14 punten voor het land met de slechtste score. De scores op alle 19 indicatoren zijn opgeteld en gedeeld door 19, dit is de gemiddelde score per land. De gemiddelde score per land is vertaald naar de eindpositie: het land met de hoogste kwaliteit heeft de laagste score, het land met de laagste kwaliteit heeft de hoogste score.

19kpi-all-14-eu-06102016Doelmatigheid van de 14 Europese zorgstelsels

Nu er een gekwantificeerd beeld is van de kwaliteit van verschillende medische zorgprestaties is het mogelijk om een prijs : prestatie verhouding te kwantificeren. Op dezelfde wijze zijn de drie kosten-KPI’s omgezet in punten van 1 t/m 14. Het land met de hoogste uitgave aan zorg als % BNP krijgt 1 punt, het land met de laagste uitgave aan zorg als % BNP krijgt 14 punten. De scores op de 3 KPI’s zijn opgeteld en gedeeld door 3, dit is opnieuw de gemiddelde score per land.

Als de medische zorg in alle landen even doelmatig georganiseerd is zijn de kosten en de prestaties recht evenredig, dan geldt: X=Y. Het land met de beste medische zorg (1 punt) geeft het meeste geld uit aan zorg (1 punt). Het land met de slechtste medische zorg (14 punten), geeft het minste geld uit aan zorg (14 punten). Maar de werkelijkheid is anders, er zijn landen die veel medische zorgkwaliteit leveren voor het geld en er zijn landen die weinig medische zorgkwaliteit leveren voor het geld. Dit wordt grafisch weergegeven met een ‘landenwolk’ (puntenwolk) rondom de diagonaal X (Kosten) = Y (Zorgkwaliteit).

De twee score-reeksen van 1 t/m 14 zijn gelijkmatig verdeeld over de twee assen. Het land dat verticaal aan de top staat (Zwitserland) heeft de beste zorgkwaliteit, het land dat horizontaal het meest naar rechts staat (Zweden) heeft de hoogste zorgkosten. De landenwolk geeft een beeld van de relatieve positie van de 14 landen ten opzichte van elkaar. Dit is de landenwolk:

q-en-euro-14-eu-schema-oeso-website-a-07102016

 

Zonder Long-term care (ouderenzorg)

De hoge zorgkosten van Nederland zijn voor een deel het gevolg van de hoge uitgaven aan Long-term care (oa. de ouderenzorg). Er is dus een reden om een variant van de landenwolk te maken zonder de Long-term care. Noodgedwongen vallen dan twee landen af omdat er geen data zijn, Italië en Engeland. Bij de kosten-KPI’s is het aandeel van de Long-term care (%) afgetrokken (%BNP; per capita).

Het geeft een aantal horizontale verschuivingen op de X-as. Noorwegen, Zweden, België en Nederland worden goedkoper, Oostenrijk, Duitsland en vooral Frankrijk worden duurder. Spanje heeft kwalitatief de op een na beste zorg en de laagste kosten, daardoor steekt Spanje er met kop en schouders bovenuit. Zwitserland is de top, zowel qua kosten als kwaliteit van de zorg. Duitsland komt er het slechtste uit (zeer hoge kosten, zeer lage zorgkwaliteit).  Nederland heeft kwalitatief matige medische zorg en gemiddelde kosten. Nederland staat daardoor onder de diagonaal en hoort bij de vier landen met een ‘ondoelmatig’ zorgstelsel.

 

12-eu-2kostenkpi-ltc-11102016

 

Conclusie

De conclusie van de twee deelonderzoeken is dat de kwaliteit van de Nederlandse medische zorg onder het gemiddelde niveau van de 14 landen ligt en dat de kosten, niet gecorrigeerd voor de Long-term care, hoog zijn. Maar ook  als de Long-term care  eruit gehaald wordt blijft Nederland aan de verkeerde kant van de diagonaal (12 landen). Het bevestigt het beeld dat het Nederlandse zorgstelsel van gereguleerde marktwerking een ondoelmatig zorgstelsel is.

Nederlanders betalen letterlijk en figuurlijk een hoge prijs voor een matige medische gezondheidszorg. Nederlanders krijgen geen waar voor hun geld. Het roept de grote vraag op, op welke inzichten deze (en andere officiële) publicaties van de overheid en de wetenschap gebaseerd zijn?

zorgbalans-2014-0-30092016  zorgbalans-2014-1-30092016   dscn2595k

Bouwstenen van een excellente zorg

Wat zijn de bouwstenen van een excellente en betaalbare gezondheidszorg?

Deze bouwstenen zijn, puntsgewijs:

Stelselkenmerken

  • Zorg is publiek domein, de politiek bepaalt en betaalt. Ze bepaalt welke zorg voor iedereen gegarandeerd is, hoe ze gefinancierd wordt (inkomsten, fiscaliteit), hoeveel er mag worden uitgegeven (uitgaven, macro-budget) en hoe kennisontwikkeling en innovatie mogelijk wordt gemaakt (rol van academische ziekenhuizen).
  • Zorgverlening is een professioneel beroep (met kennis- en opleidingseisen).
  • Zorgverleners beschikken over individuele beoordelings- en handelingsruimte ( vrijheidsgraden), want kennis en persoonlijk contact vormen de basis van alle zorgverlening.
  • Zorgvragers hebben persoonlijke opvattingen en overtuigingen en daarom een eigen beslisbevoegdheid over de aan hun verleende zorg.
  • Zorgverlening is geen ondernemerschap, organisaties van zorgverleners hebben geen winstoogmerk, maar zijn wel gericht op een goede bedrijfsvoering. Zorgverleners hebben recht op een goed inkomen op grond van collectieve afspraken.
  • Toeleveranciers van hulpmiddelen, geneesmiddelen, faciliteiten en infrastructuren zijn ondernemers die in (internationale) markten opereren. Hier gelden internationale regels.

Stelselregie

  • De landelijke overheid stelt de middelen beschikbaar die nodig zijn voor de inrichting van het publieke zorgstelsel (geld). Het zorgstelsel wordt gevormd door een technisch hoogwaardig en dynamisch netwerk van verschillende met elkaar samenwerkende kenniscentra, organisaties en specialismen. Om dit zorgstelsel op een effectieve manier te (kunnen) laten functioneren zijn afspraken nodig over de financiering van (organisaties van) zorgverleners en de informatievoorziening (ICT-standaarden voor eHealth, EPD etc). De landelijke overheid stelt deze afspraken vast en ziet er op toe dat ze worden nagekomen.
  • De landelijke overheid verstrekt de middelen voor publieksvoorlichting en preventieprogramma’s. De zorg is – als we in ‘markten’ denken – uniek, want de vraag naar gezondheidsbevordering en levensverlenging is onbegrensd, er moet dus een slot gezet worden op deze onbegrensde zorgvraag, er is altijd een budgetplafond. Het publiek wordt verteld dat zorg nooit gratis kan zijn en dat er een balans moet zijn tussen rechten en plichten. Er zijn grenzen aan wat er kan en mag, dit is een publiek debat en dit wordt uiteindelijk democratisch besloten door de volksvertegenwoordiging.
  • De regie op de inrichting van het publieke zorgnetwerk ligt bij een zorgregisseur, die over alle kennis van patiëntzorg en medische expertise beschikt. Binnen de overheidskaders (budget, regelgeving, ruimtelijke planning e.d.) gaat de zorgregisseur over de kwaliteit van de zorg en de planning en organisatie van het aanbod van zorgverlening.[1] De zorgregisseur bepaalt jaarlijks het aantal opleidingsplaatsen en stelt de kwaliteitsnormen van goede zorgverlening vast. De zorgregisseur beoordeelt nieuwe methoden, technieken en geneesmiddelen en adviseert de minister welke vernieuwingen in de zorg worden geadopteerd. De bestuurlijke romp van de zorgregisseur bestaat uit gekozen bestuurders van zorgprofessionals en patiëntvertegenwoordigers, ondersteund door facilitaire specialismen ( o.a. ICT, juridisch, financieel-economisch). De zorgregisseur legt verantwoording af naar de minister en het gehele publieke zorgveld.

Kennisontwikkeling, kennisoverdracht en innovatie zijn gewaarborgd

  • Kennisontwikkeling en innovatie van zorgprocessen, behandelmethoden etc. maken de zorg beter. Er worden hiervoor structureel middelen beschikbaar gesteld aan universiteiten, hogescholen en kenniscentra. Experimenten zijn vast onderdeel van ontwikkelprogramma’s om van theorie naar praktijk te komen.
  • Kennisontwikkeling gebeurt (ook) in de praktijk. Er zijn middelen om verbeteringen en doorbraken te belonen.

Zorgvrager en zorgverlener bepalen samen wat goede zorg is

  • Zorgverlening is een proces dat aan hoge kwaliteitsnormen voldoet en het is altijd persoonlijk, iedere zorgvrager is uniek, zorgverlening komt tot stand in interactie tussen zorgvrager en zorgverlener.
  • Kwaliteitsnormen zijn een verantwoordelijkheid van professionele zorgverleners (en hun vertegenwoordigende organen) en van kennisinstituten en universiteiten. Er zijn interne sanctiemechanismen (bijvoorbeeld: schorsing van een arts).
  • Zorgvragers (en hun vertegenwoordigende organen) bepalen eveneens wat kwaliteitsnormen zijn.

Rechtszekerheid voor allen

  • Elk zorgproces start met een intake en een beoordeling door een gekwalificeerde zorgverlener (poortwachterfunctie, zoals de huisarts).
  • De beschikbaarheid en toegankelijkheid van zorg is gewaarborgd in alle delen van het land.
  • Er zijn procedures voor klachten en bezwaar, er is een onafhankelijke toetsing bij conflicten en geschillen.
  • Zorgprofessionals organiseren zichzelf in samenwerkingsverbanden, zoals cooperaties. Zorgverlenende organisaties stellen de patient centraal en een gezonde bedrijfsvoering inclusief een behoorlijke honorering van de zorgverleners horen daarbij. Exorbitante salarissen zijn uit den boze. Bestuurders worden betaald conform de wet normering topinkomens.

Een dergelijk zorgsysteem wijkt sterk af van het huidige.

Verschil met het huidige stelsel

Omdat (medische) zorgverlening niet meer als markt gezien wordt, maar als een overheidstaak waarbinnen – binnen helder omschreven regels en randvoorwaarden – wel ruimte is voor private partijen in de zorgverlening (zoals in zoveel andere landen), is er geen rol weggelegd voor zorgverzekeraars. Zonder zorgverzekeraars wordt het zorgsysteem eenvoudiger en dus goedkoper. Er is ook minder toezicht nodig, de ACM heeft geen taak meer. Het is ook niet meer nodig zorgverlening te financieren op basis van verrichtingen (DBS’s/DOT’s), immers er worden deelbudgetten afgesproken en er is ook geld voor innovaties en bijzondere prestaties.

Al deze zaken leiden tot complexiteitsreductie en een aanmerkelijke verlaging van uitgaven in de indirecte kostensfeer. Een veel groter deel van het totale zorgbudget komt beschikbaar voor de primaire taken: de zorgverlening.

[1] Er zijn voorbeeldrapporten beschikbaar, bijvoorbeeld van de Raad voor de Volksgezondheid en de Zorg: Medisch-specialistische zorg in 20/20,  Dichtbij en ver weg, 2011.

KPMG: “CZ-prijslijst zegt alleen iets over willekeur eigen risico”

Lees hier de column van KPMG/Plexus op skipr: https://www.skipr.nl/blogs/id2791-cz-prijslijst-zegt-alleen-iets-over-willekeur-eigen-risico.html

Mijn reactie:

De rekenmeesters van KPMG constateren op basis van eigen data analyse dat erg geen verband te vinden is tussen de prijs en de kwaliteit van zorg, zij zien louter ‘puntenwolken zonder een verband’. Er zijn enorm veel prijzen, maar de kwaliteit van concrete zorg is en blijft onbekend. Het is eigenlijk net als die jaarlijkse lijst van de ‘beste ziekenhuizen’ van het AD, bedenk ik mij.

 

KPMG zegt zich te kunnen voorstellen om door te gaan met de openbaarmaking van tarieven omdat dit ‘naar verwachting een gunstig effect zal hebben’. Gunstig in welk opzicht?

KPMG meent dat het ‘nu wel pijnlijk duidelijk wordt dat deze manier van onderhandelen zich slecht verhoudt met een eigen risico van 875 euro. Het is immers bijna toeval welke rekening er bij je op de mat valt als patiënt.’

De prijs die iemand betaalt is dus pure willekeur. Dit raakt de ethische fundamenten van ons zorgstelsel. Is dat ook een opzicht? KPMG probeert het cijfermatig op te lossen. Nog meer werk voor rekenaars, nog jaren werk.

Heimelijk heeft de bestaande brede politieke coalitie met de zorgverzekeraars binnenboord besloten dat de zorgverzekeringswet nog 10 jaar vooruit kan. Inmiddels behoort onze gezondheidszorg met het unieke nederlandse gedachtengoed van gereguleerde marktwerking na 10 jaar ploeteren en heel veel rekenen en andersoortige overhead in internationaal opzicht tot een van de allerduurste van de wereld. Daar is ook een lijst van (OECD), in grafiekvorm:OECD health costs per capita

Bron:http://www.keepeek.com/Digital-Asset-Management/oecd/social-issues-migration-health/fiscal-sustainability-of-health-systems_9789264233386-en#page246 pag. 249.

2e Bron: http://www.oecd-ilibrary.org/social-issues-migration-health/health-at-a-glance-2015_health_glance-2015-en zie ‘Health expenditure in relation to GDP’ (pdf, pag. 167)

Onze gezondheidszorg staat op een fundament van betaalbaarheid, solidariteit en toegankelijkheid van een goede basiszorg. Dit geeft de bevolking de zekerheid van een veilige gezondheidszorg, waarbij kwaliteit als het ware intrinsiek gewaarborgd is, of zou moeten zijn. De bestaande transparantie-cultuur bevordert het cijferfetisjisme en beloont niet-medische belangen maar breekt het vertrouwen van de mensen in de kwaliteit van onze gezondheidszorg af. En de betaalbaarheid staat onder druk, zonder het macro-beheersinstrument (budgetplafond) rijzen de kosten de pan uit.

Wat de minister nu zou behoren te doen is bij wet basiszorgpolissen met een hoger eigen risico dan de wettelijke 385 euro verbieden.

Transparantie-soap: zorgprijzen van ziekenhuizen

update 2/12/2017 – werkelijke cijfers

Rekensommetje: Als er 79 ziekenhuizen zijn (AD-top 100) en 61 verschillende basiszorg-polissen (in 2016) , dan zijn er … verschillende prijzen mogelijk voor een specifieke behandeling.

De 10 randvoorwaarden van gereguleerde marktwerking in de gezondheidszorg: beoordeling

5 juli 2016 – Verzoek aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg om te reageren

Het nederlandse zorgstelsel dat gebaseerd is op gereguleerde marktwerking en dat nu 10 jaar bestaat is uniek in de wereld (Zorgverzekeringswet). Om goed te kunnen functioneren moet voldaan worden aan tien randvoorwaarden, deze zijn opgesteld door het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit. Ze zijn het fundament van het stelsel van de verzekerbare gezondheidszorg. In hoeverre wordt nu voldaan aan deze randvoorwaarden van gereguleerde marktwerking? Een poging om tot een objectieve beoordeling te komen. Bij nader inzien is de conclusie minder positief dan hij was op skipr : de eindscore is een 4.6. Er wordt zonder meer niet voldaan aan de randvoorwaarden van gereguleerde marktwerking.

1e randvoorwaarde: Risicosolidariteit zonder risicoselectie – Dit wordt mogelijk gemaakt door het systeem van risicoverevening. Jaarlijks wordt vooraf 22 miljard verdeeld onder de zorgverzekeraars ter compensatie van ongelijke risicogroepen-klanten. Dit systeem zou moeten worden afgebouwd, idealiter naar nul, vanuit het uitgangspunt dat onverzekerbare zorg een overheidstaak blijft obv. de Wet op de Langdurige Zorg. Maar afbouw van de risicosolidariteit gaat niet, het leidt tot risicoselectie door zorgverzekeraars, kwetsbare groepen vallen dan uit de boot. Conclusie: Zonder het systeem van risicovervening is risicosolidariteit niet mogelijk. 2 Punten (van max. 5)

2e randvoorwaarde: Een transparant zorg- en polisaanbod / goede consumenteninformatie – Er zijn budget-, natura en restitutiepolissen en aanvullende polissen. De Consumentenbond spreekt van een polisjungle en telt 1400 combinaties. Transparant? Er zijn digitale vergelijkingssites. Mensen kunnen gemakkelijk de ‘goedkoopste polis’ kiezen, maar het is de vraag of men het allemaal kan overzien. De werkelijke kosten (tarieven) van de concrete, individuele zorgverlening zijn volstrekt niet transparant. Conclusie: Er is geen transparantie voor de patiënt/zorgverzekerde. 1 Punt.

 

3e randvoorwaarde: Doelmatigheidsprikkels voor alle drie actoren (zorgvrager, zorgverlener, zorgverzekeraar) – Moeilijk. De risicoverevening is als macro-instrument geen doelmatigheidsprikkel voor zorgverzekeraars. Bij onderhandelingen tussen zorgverzekeraars en zorgverleners is er een neerwaartse druk op budgetten, dat is een doelmatigheidsprikkel. Maar individuele zorgverleners worden betaald op basis van behandelingen, productievolume wordt beloond, dit is geen doelmatigheidsprikkel. Zorgverleners worden niet betaald voor de behaalde gezondheidswinst van de patiënt/zorgvrager, daar waar het uiteindelijk om gaat. En dan die zorgvrager zelf. Omdat er steeds nieuwe behandelingen, technieken en medicijnen beschikbaar komen is zijn zorgvraag in beginsel onbegrensd. Maar de eigen bijdrage is een prikkel tot doelmatigheid. Conclusie: Alle drie actoren worden slechts gedeeltelijk geprikkeld om doelmatig te handelen, daarnaast zijn er prikkels die tegengesteld werken. 2 Punten.

4e randvoorwaarde: Keuzevrijheid voor verzekerden – Als er geen transparantie is kan men de konsekwenties van eenmaal gemaakte keuzes vaak niet overzien. De keuzevrijheid is gemankeerd. Hooguit 4 punten.

5e randvoorwaarde: Betwistbare markten – Bestaande zorgaanbieders, zoals ziekenhuizen, medisch specialistische bedrijven en gespecialiseerde behandelcentra mogen geen zodanige machtspositie krijgen dat toetreding van nieuwe aanbieders belemmerd wordt. Nieuwe aanbieders brengen immers innovatie. Maar toetreding kan moeilijk zijn. Omdat zorgkwaliteit altijd de norm is, is er een natuurlijke dynamiek van afstemming en vormgeving van organisatorische verbanden door belangen- en koepelorganisaties. Het toelating-regulerend systeem is een bestuurlijk besluitvormend systeem, nieuwe toetreders moeten aan de bestuurlijke tafel zitten, dan wel vertegenwoordigd zijn. Conclusie: Betwistbaarheid van markten is er in enige mate. 3 Punten.

6e randvoorwaarde: Contracteervrijheid – Verzekeraars moeten de vrijheid hebben om zorgaanbieders te weigeren en geen contract aan te bieden. Dit is een actueel vraagstuk in de zorginkoopmarkt dat doorwerkt in de zorgverzekeringsmarkt. Conclusie: De contracteervrijheid is gedeeltelijk geregeld. 3 Punten.

7e randvoorwaarde: Een effectief mededingingsbeleid – Er moet eerlijke, gezonde concurrentie tussen partijen zijn, er mogen geen machtsposities ontstaan door fusies, of samenwerking die tot kartels leidt die niet de kwaliteit van de zorg verbeteren. Er is een scheidsrechter nodig. Zie ook de 5e randvoorwaarde. Maar er zijn meerdere scheidsrechters met verschillende opvattingen en normen (NZa, ACM en het Zorginstituut), de spelregels zijn daardoor onduidelijk en niet stabiel. Conclusie: Het mededingingsbeleid werkt niet naar behoren. 2 Punten.

8e randvoorwaarde: Geen liftersgedrag – Liftersgedrag, free riding, ondergraaft de solidariteit. Iedereen moet verplicht verzekerd zijn, zodat iedereen ook meebetaalt aan de kosten van de zorg. Er zijn ruim 300.000 onverzekerden die niet meebetalen. Daarnaast zijn er collectiviteiten die iets minder voor haar leden betalen dan individuele polishouders. Conclusie: Liftersgedrag is moeilijk te bestrijden. 2 Punten.

9e randvoorwaarde: Effectief toezicht op minimumkwaliteit van de zorg -Het bewaken van een goede zorgkwaliteit is de taak van de Inspectie van de gezondheidszorg. Er is een zeer sterke toename van het aantal klachten sinds 2004, een verdriedubbeling (van 3000 naar een kleine 10.000). De inspectie kan het werk niet aan. Op 30 mei jl. meldde het RTL-nieuws dat 60% van de sterfgevallen door ziekenhuizen niet wordt gemeld bij de Inspectie. Er zijn minstens 40 zwijgcontracten. Er is onvoldoende toezicht op de kwaliteit van de zorg. 1 Punt.IGZ 25052016

10e randvoorwaarde: Gegarandeerde toegang tot basiszorg – De toegankelijkheid van de basiszorg staat onder druk in de krimpregio’s. In de perifere delen van het land worden normen voor de spoedeisende hulp niet gehaald. 3 punten.

In eerste instantie had ik ruimhartig gerekend en kwam ik op een score van 27 punten op maximaal 50, een 5.4 (op 100). Geen voldoende. Maar de score is lager: 23 punten op 50, een 4.6. Dit is zonder meer een onvoldoende. Het roept de vraag op of het überhaupt voorstelbaar is dat er ooit voldaan kan worden aan de randvoorwaarden van gereguleerde marktwerking in de gezondheidszorg. Ik laat het oordeel aan u, lezer.

U kunt ook op skipr reageren: De tien randvoorwaarden van gereguleerde marktwerking

Een verkorte versie verscheen op Z24 : Dit zijn de grootste knelpunten in de zorg

Op 15 juni verscheen deze blog met de herziene beoordeling (een eindscore van 4.6) ook op Joop: http://ww.joop.nl/opinies/waarom-de-nederlandse-gezondheidszorg-een-dikke-onvoldoende-krijgt

 

dscn2595k

dscn2596k  dscn2597k

 

 

 

Over marktwerking in het publieke domein, zie ook de Gooi en Eemlander van 16 augustus 2013: ‘Marktwerking bij de overheid puinhoop’ 20130816-GHI-MULTITABLOID-GHI208—HDC-1-171059_109707006

De curatieve zorg vraagt om samenwerking, geen marktwerking

Het stelsel van gereguleerde marktwerking in de zorg begint te kraken. Sinds de invoering van de Zorgverzekeringswet in 2006 is de Nederlandse gezondheidszorg in internationaal opzicht duurder geworden (OESO). 13% Van het bruto nationaal product gaat naar de zorg, een van de hoogste percentages in de wereld. De kwaliteit van onze zorg is niet onderscheidend, de prijs prestatie verhouding is niet goed (Voor insiders: de EHCI-index is volstrekt ongeloofwaardig, want die wordt gefinancierd door Big Pharma die torenhoge winsten maakt in Nederland, zie verder).

Het zorgakkoord van Rutte-2 was nodig om de kosten te beteugelen. Maar de middellange termijn raming van het CPB geeft aan dat de zorgkosten bij ongewijzigd beleid onhoudbaar zijn. De grootste kostenstijging zit in de Cure (9 miljard meer in 2021 tov. 2017).

Het is logisch dat de Cure uit de hand loopt. Het gedwongen huwelijk van concurrentie (omzet en winststreven, het financieel eigen belang van de ondernemer als motor van vooruitgang) en samenwerking (inhoudelijke zorgkwaliteit en zorgvuldigheid, de beroepsethiek die het patiëntbelang centraal moet stellen) breekt het huidige stelsel op. Winststreven leidt tot perverse prikkels die de kwaliteit van de zorg ondergraven, de gevolgen voor de patiënt zijn in zo’n situatie vaak desastreus. Zelfstandig ondernemerschap is ook een blokkade voor stroomlijning van zorgprocessen, dit beperkt de doelmatigheid en de kwaliteit. Concurrentie en samenwerking zijn onverenigbare principes. Een complex regulerend systeem is nodig om het (gebrekkig) te laten functioneren, het leidt tot zeer hoge indirecte kosten, geld dat niet aan zorg kan worden uitgegeven.

De Cure kenmerkt zich door superspecialisatie van medische kennis. Het is evident dat goede patiëntzorg samenwerking tussen specialismen vergt, organisatiegrenzen mogen geen beletsel vormen (1e, 2e en 3e lijn, medisch specialistische bedrijven etc.). Uit internationaal vergelijkend onderzoek blijkt dat een kostenbesparing van 8 tot 21% mogelijk is als de patiënt werkelijk centraal staat in diagnostiek, behandeling en nazorg. Het zou de Cure vele miljarden goedkoper maken. En beter!

Het moet en kan dus anders. Hoe? Lees verder op dit blog.

De Cure onder het mes, naar een Patiënt Georiënteerd Zorgstelsel

Gepubliceerd op 8/11/2015 – De conclusie van het essay ‘De Cure onder het mes’ (een Patiënt Georiënteerd Zorgstelsel)  is inmiddels de meest gelezen blog op Skipr van de afgelopen 5 jaar.

Lees hier het essay: De cure onder het mes dat resulteert in het voorstel  om een Patiënt Georiënteerd Zorgstelsel in te voeren: Onze (medische) gezondheidszorg kan beter èn goedkoper, doordat een groter deel van het budget aan zorg wordt besteed, terwijl innovatie gewaarborgd is.

uit ‘De Cure onder het mes’:

STELSEL MET TOEZICHTHOUDERS

toezicht-simpel-11112016

FUNDAMENTELE ANALYSE

 

Fund Analyse II copyright 17082016

 

IST & SOLL

ist-en-soll-2016

VOORDELEN TOV. HUIDIGE STELSEL

voordelen-pgz-2016